Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Mijn verhaal: na de moord op haar man is Nadja erin geslaagd om het leven weer te omarmen

Zeven jaar geleden werd Nadja’s geliefde man vermoord door een man in een psychose. Na jaren enkel overleven, leert ze nu opnieuw voorzichtig van het leven te genieten.

Nadja (43): “Op dinsdag 29 december 2015 kantelde mijn leven. ’s Ochtends was ik een gelukkig getrouwde vrouw die samen met haar man op een roze wolk zat na de geboorte van een dochtertje, elf dagen eerder. ’s Avonds was ik weduwe en restte er alleen nog leegte, duisternis en verbijstering. Praten over die dag is niet zo’n probleem, maar ik kan het nog altijd moeilijk bevatten.

Jeroen, mijn man, ging die middag snel even geboortekaartjes op de post doen. Hij wilde niets liever dan aan de hele wereld laten weten dat ze er was: Fleur, onze dochter, zijn oogappel. Ik zie hem nog buitenstappen, de enveloppen in zijn hand, nadat hij mij een kus had gegeven en even aan Fleurs haartjes had geroken. ‘Dag lieverd, tot zo’, zei hij voor hij de deur achter zich dichttrok. Ik zou hem nooit meer levend terugzien.

“De moordenaar heeft niet alleen mijn man gedood, maar ook de toekomst die we hadden als gezin”

Op zo’n tien meter van ons huis is Jeroen neergestoken door een man die in de greep was van een psychose. Een onbekende met een stem in zijn hoofd die hem zei dat hij een man moest vermoorden. Jeroen was op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Terwijl ik nietsvermoedend thuis op de bank zat met Fleur in mijn armen, heeft haar vader gerend voor zijn leven. Hij is gestruikeld, gevallen, zo’n dertig keer gestoken en ter plekke overleden. De moordenaar heeft niet alleen mijn man gedood, maar ook de toekomst die we hadden als gezin. Al onze dromen en plannen bleven achter, daar op de straatstenen.

De eerste tweeënhalf jaar was ik alleen maar bezig met overleven. Ik deed wat er moest gebeuren, en dat was heel wat. Ik verkocht ons huis, we woonden toen in Londen waar Jeroen en ik werkten, en verhuisde met Fleur naar het Nederlandse dorp waar ik ben opgegroeid. Mijn moeder werd ziek en overleed een paar maanden later. Ik moest nog regelmatig naar Londen, voor de rechtszaak waarin Jeroens moordenaar terechtstond en veroordeeld werd voor doodslag.

Ik had mijn handen vol, ging maar door, kon niet stoppen. Tot ik volledig was opgebrand. Ik was moe en ongelukkig, ik voelde geen enkele reden meer om blij te zijn. Dus vroeg ik me op een dag af: wat heb ik nodig om weer blijdschap te voelen, om mezelf weer tot leven te wekken? Daar moest ik niet eens zo lang over nadenken. Ik moest weg, op reis. Reizen was een van de passies die Jeroen en ik deelden. Het was ook onze bedoeling om onze dochter een stuk van de wereld te laten zien.

Opnieuw op reis gaan, ditmaal met Fleur, was een eerbetoon aan wat Jeroen en ik samen hadden willen doen, aan alles wat ons was ontnomen en wat we ons kind wilden meegeven. Nu Jeroen er niet meer was, moest ik het alleen doen.

Ticket naar Thailand

“Ik kocht een ticket naar Thailand en vertrok. Zonder vastomlijnd plan; ik had geen idee wat de volgende bestemming zou zijn, wanneer we zouden terugkomen en of we wel zouden terugkomen. Na jaren gedacht te hebben in termen van moeilijkheden en obstakels, wilde ik nu vooral denken in termen van mogelijkheden, van wat er wél nog kon. Ik wilde niet blijven hangen in het verdriet en de oneerlijkheid, maar doorgaan, van overleven naar voluit leven en beleven.

Toen ik samen met Fleur in het vliegtuig zat, voelde ik voor het eerst in lang weer iets van vreugde en opwinding. Ik verlangde ernaar om weer een beetje de oude Nadja te zijn, onbezorgd en avontuurlijk, niet alleen de Nadja-met-het-verhaal, van wie de man op straat vermoord werd toen hun baby pas elf dagen oud was. Uiteindelijk ben ik tien maanden weggebleven. Met het vliegtuig, de bus, de boot en de tuk-tuk trokken Fleur en ik door Thailand, Myanmar, Maleisië, Singapore, Vietnam, de Filipijnen, Cambodja en enkele Indonesische eilanden.

Het was tegelijk de mooiste en de moeilijkste reis van mijn leven. We hebben fantastische dingen meegemaakt, fijne ontmoetingen gehad, op prachtige plaatsen gelogeerd. Maar er waren ook veel zware momenten. Voor mijn vertrek opperden mensen in mijn omgeving soms dat mijn reis wellicht een vlucht was. Voor de werkelijkheid, voor mijn emoties. Maar ik kan je verzekeren: rouw achtervolgt je overal. Ik dacht dat ik al veel verdriet verwerkt had, maar ontdekte op reis dat daar nog een laag onder zat, en daaronder nog een, en nog een.

Rouwen doe je ook niet alleen om de persoon die er niet meer is, maar om alles wat niet gebeurt nu hij of zij er niet meer is. In mijn geval was dat: de moeder die ik nooit zou worden zonder Jeroen, de hulp die ik nooit van hem zou krijgen, de vader die Fleur nooit zou hebben, de kinderen die niet meer geboren zouden worden. Ook al waren we intussen drie jaar verder, soms gebeurde er weer iets waardoor ik genadeloos werd teruggeworpen in mijn rouw, op een manier die zelfs dieper kon snijden dan in het begin.

“Rouwen doe je ook niet alleen om de persoon die er niet meer is, maar om alles wat niet gebeurt nu hij of zij er niet meer is”

Het absolute dieptepunt van mijn Azië-trip was toen ik met knokkelkoorts in een Indonesisch ziekenhuis belandde. Twee vrouwen hebben zich toen over Fleur ontfermd en een week lang voor haar gezorgd. Toen ze met haar de ziekenhuiskamer uitgingen, brak bij mij alles los. Ik heb geroepen, gehuild, gejankt. Toen kon het, toen had ik de ruimte om mijn emoties los te laten zonder mijn kind ermee te confronteren. Want ook al had ik mezelf altijd voorgehouden dat Fleur mijn verdriet mocht zien, ik had onbewust toch veel tranen voor haar verborgen.

Die kwamen er nu allemaal uit. Ik had er zo vaak aan zitten denken dat Fleur niemand meer zou hebben als er met mij iets zou gebeuren. Nu ik daar zo dichtbij was geweest, voelde ik me kwetsbaarder dan ooit.”

Altijd met twee op pad

Als je in je eentje op reis gaat met een kind van twee à drie jaar, heb je geen moment tijd voor jezelf. Ik zag hoe andere gezinnen gezellig samen op pad waren. Papa droeg de koffers terwijl mama de buggy duwde. Of papa ging even treintickets kopen terwijl mama in het hotel bleef met de kinderen. Ik deed alles zelf: de bagage meezeulen, tickets regelen, samen met Fleur vroeg naar bed gaan en me realiseren dat ik niet meer naar buiten kon, terwijl ik nog niet gegeten had en we op de meest paradijselijke plekken verbleven. Fleur was er altijd.

Dat was best pittig, maar ook heel fijn. Ik had veel kostbare tijd in te halen, nadat ik haar de eerste jaren van haar leven niet altijd genoeg aandacht had kunnen geven. Op die reis door Azië hebben we ons opnieuw met elkaar kunnen verbinden. Onze band is nu ijzersterk. Fleur is intussen zes jaar, in december wordt ze zeven. ‘Thuis’ is vandaag ons huis in Nederland, waar we altijd naar terugkeren. Want reizen is en blijft een stuk van ons leven.

Sinds enkele maanden zijn we weer met z’n tweetjes op pad: we trekken met een
Landrover Defender door het Afrikaanse continent. Momenteel zijn we in Malawi, hiervoor waren we al in Zuid-Afrika en Mozambique. Reizen met een kind van zes is anders dan met een peuter, en gelukkig veel eenvoudiger. Bovendien is Fleur een makkelijk kind. Ze is open en vrij, legt makkelijk contact, stapt vlot op andere kinderen af om samen te spelen, vindt alles leuk en spannend.

Over haar vader praat ze soms een hele tijd niet, om dan ineens weer te vragen: ‘Mama, vertel nog eens over die gekke man die papa heeft vermoord.’ Ik heb vanaf het begin open kaart met haar gespeeld, zonder de waarheid te verbloemen, maar wel in een taal die ze kan vatten. Jeroen is volledig in ons leven aanwezig. Ik vertel regelmatig over hem en spoor mensen die Jeroen gekend hebben aan om ook herinneringen te delen, zodat Fleur zich een beeld van hem kan vormen.

Sommige mensen deinzen ervoor terug om het over Jeroen te hebben, bang om mij verdrietig te maken. Maar ik vind het juist fijn om over Jeroen te praten, nog altijd.

Later is nu

“Als kind had ik een vriendinnetje van wie de mama ontroostbaar was na het overlijden van haar man. Jaren later zat die vrouw nog altijd gevangen in een enorme poel van treurnis en hopeloosheid. De sfeer bij dat vriendinnetje thuis was somber en triest.

Dat zou me niet overkomen, nam ik me na Jeroens dood vrij snel voor. Ik wilde Fleur een zo onbezorgd mogelijke kindertijd en jeugd geven. Ik wilde haar laten zien dat je kunt rechtveren na een ondenkbaar verlies, en dat je kunt leren om opnieuw vertrouwen te hebben in andere mensen nadat iemand je iets ontzettend dierbaars heeft afgenomen. Ik wilde in geen geval hard en bitter worden.

“Ik heb echt mijn best gedaan om het leven opnieuw te omarmen. En dat is me gelukt, absoluut”

Er zijn periodes geweest dat ik dat als een soort mantra in mijn hoofd bleef herhalen: ik word niet hard en bitter, ik word niet hard en bitter. Fleur had haar vader al verloren, mij mocht ze niet ook nog kwijtraken. Ik heb echt mijn best gedaan om het leven opnieuw te omarmen. En dat is me gelukt, absoluut. Ik denk zelfs dat ik nog meer uit het leven haal dan wanneer dit niet gebeurd zou zijn, omdat ik me meer dan ooit bewust ben van mijn eigen kwetsbaarheid.

Als ik iets wil, doe ik het, zonder al te lang uit te stellen. Want ‘later’, wanneer is dat en komt dat moment er wel? Later is nu.

Nadja schreef een boek over haar leven na de dood van Jeroen: ‘Dag lieverd, tot zo’, door Nadja Ensink-Teich en Didy van der Lans. Uitg. Harper Collins, € 21,99. Je kunt haar belevenissen ook volgen op Instagram.

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!