Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Mijn verhaal: Tine ontdekte dat ze kanker had dankzij de gynaecologe van haar zus

Door Nikita Goossens

Toen de gynaecologe van haar zus voorstelde om de vrouwen van Tines familie te laten testen op het erfelijke gen dat eierstokkanker veroorzaakt, twijfelde Tine niet: haar moeder was er immers aan overleden. Uiteindelijk bleek niet enkel dat ze drager van het gen was, maar dat er zelfs al kankercellen in haar lichaam gevonden waren.

Tine (58): “Mijn moeder was 62 toen ze stierf aan eierstokkanker en het scheelde niet veel of ik had hetzelfde lot ondergaan. Had ik me niet laten testen op het erfelijke gen, dan zou ik er te laat bij geweest zijn. Dat besef voelt heel raar aan.

Het is de gynaecologe van mijn zus die in 2019 de bal aan het rollen bracht. Zij stelde mijn zus voor om een genetisch onderzoek te laten doen. We hadden er zelf nooit écht bij stilgestaan dat we door de kanker van onze moeder meer risico liepen. Toen bleek dat mijn zus het erfelijke eierstokkankergen had, het BRIP1-gen, durfde ze het bijna niet te vertellen. Dit betekende tenslotte dat alle vrouwen in onze familie getest moesten worden.

We lieten er dan maar geen gras over groeien. Met acht vrouwen gingen we naar de dokter voor een bloedtest. Hij gaf ons ook informatie, en allemaal luisterden we aandachtig. We kregen te horen dat er vijftig procent kans was dat we het gen hadden en hoopten op het beste.

“Ik dacht dat het weghalen van mijn eierstokken betekende dat ik veilig was. Maar ik kreeg al snel een verwoestend telefoontje van het ziekenhuis”

Na zes lange weken wachten gingen we één voor één binnen bij de dokter voor ons resultaat. Daar, aan zijn bureau, kreeg ik het slechte nieuws: ‘Je bent drager van het gen.’ Hoewel ik wist dat de kans bestond, kwam het nieuws toch binnen. Wat hielp het me dat ik toen bij mijn zussen, tantes en nichtjes terechtkon, die in de gang zaten te wachten. Uiteindelijk bleek dat de helft van ons het gen had.

Gelukkig kon ik snel naar de gynaecologe, normaal gezien moet je maanden op zo’n afspraak wachten. Dat ik zo vlug kon gaan, zei genoeg over hoe ernstig het was. Ik wist dat mijn eierstokken preventief weggehaald zouden moeten worden. Daar heb ik ook nooit over getwijfeld. Ik wilde het gen geen kans geven om kankercellen te ontwikkelen en eerlijk is eerlijk: op mijn leeftijd betekenen die eierstokken ook niet veel meer. Na afloop zei ik nog tegen een vriendin: ‘Voilà, dat kan ik al niet meer krijgen.’ Maar slechts een uur na die woorden kwam het verwoestende telefoontje van het ziekenhuis. ‘Mevrouw, ik heb slecht nieuws. We hebben helaas kankercellen gevonden.’

Ik dacht dat het weghalen van mijn eierstokken betekende dat ik veilig was. Maar na onderzoek in het lab bleek dat er al kankercellen aanwezig waren. Mijn wereld stortte even in. Ik stond tijdens het telefoontje in de keuken, maar zodra ik inhaakte, liep ik naar mijn man die boven aan het werk was. In het midden van de trap zakten we samen in elkaar. Herinneringen aan mijn moeder kwamen opnieuw boven. Ik wilde niet hetzelfde meemaken.

“Het was zowel lichamelijk als mentaal loodzwaar: ik kreeg chemo in dezelfde ziekenhuisgang als mijn moeder vroeger”

Van mijn familie was ik de enige pechvogel die kankercellen bleek te hebben. Het lot zeker? Ik ging zo snel mogelijk weer onder het mes. Eierstokkanker verspreidt zich via de klieren, dus om zeker te zijn dat alles weg was, verwijderden ze alle klieren van mijn onderbuik tot onder mijn borst. Daarbovenop moest ik ook nog chemo krijgen, want: ‘Je kunt nooit zeker genoeg zijn.’

Ik had geen andere optie dan doorzetten en ondergaan. Het was zowel lichamelijk als mentaal heel zwaar. De chemo kreeg ik in dezelfde gang van hetzelfde ziekenhuis als mijn moeder vroeger. Ik zag mezelf als prille dertiger nog naast haar door die gang lopen. Ik herinner me dat mijn moeder alleen al van daar te komen, moest overgeven. In mijn hoofd zat altijd het idee dat je de chemogang absoluut moest vermijden, en toch was ik daar nu zélf.

Intussen is de chemo gelukkig helemaal achter de rug. Ik ga om de drie maanden op controle en tot nu toe ziet alles er goed uit. Ik ben nog snel vermoeid, maar al bij al heb ik mijn leven terug. Wanneer ik binnenkort opnieuw aan het werk ga, kies ik wel voor parttime. Dit alles heeft me doen beseffen dat er belangrijkere dingen zijn in het leven, zoals mijn pasgeboren kleindochtertje.

Al maak ik me wel zorgen om haar… Wie weet heb ik haar met een erfelijke last opgezadeld? Ik heb twee zonen, dus zij zullen er zelf geen last van hebben, maar ze kunnen het gen wel doorgeven. Nu, mocht mijn kleindochter het gen hebben, zijn we er alleszins héél vroeg bij. Als ik me zelf ook nét iets vroeger op het gen had laten testen, had ik mijn eierstokken sneller kunnen laten verwijderen en waren er waarschijnlijk nog geen kankercellen geweest.

Ik kan iedereen die iemand met eierstokkanker in de familie heeft, dus alleen maar aanraden zich vroeg te laten testen en de eierstokken preventief te laten verwijderen vanaf 45 à 50 jaar. Als het nog niet te laat is, is het maar een kleine ingreep. Bij mij was het nét te laat, maar tegelijkertijd gelukkig ook niet. Ik ben erdoor gekomen omdat de kankercellen nog heel klein waren. Een geluk bij een ongeluk, zeg maar.

Aan de gynaecologe van mijn zus heb ik gezegd: ‘Jij hebt mijn leven gered.’ Zonder haar advies om me te laten onderzoeken, zou ik er misschien net als mijn moeder tegen mijn 62ste niet meer zijn.”

Uit: Libelle 24/2021 

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!