man hoogsensitief

Mijn verhaal: Tommy wil het taboe rond hoogsensitieve mannen doorbreken

Door De Redactie

Tommy (47): “Mijn jonge jaren kan ik me nog zo voor de geest halen. Hoe ik huilde bij muziek of een tv-uitzending, hoe ik gefascineerd kon zijn door de natuur en me schuldig kon voelen over al het leed in de wereld. En hoe ik bijvoorbeeld veel en graag voetbalde, maar vreselijk opzag tegen de tijd in de kantine. Al die prikkels, al die mensen! Dat kwam bij mij extra binnen. Liefst van al ging ik snel naar huis, naar mijn cocon. Ik wílde er wel bij horen, maar voelde me een buitenbeentje. Ik herinner me zelfs nog het eerste boek dat ik kocht: ‘De avonturen van Remi, alleen op de wereld.’ Dat zegt iets.

Ik was bang dat mensen zouden denken dat ik een te hoge dunk had van mezelf om met hen om te gaan. Terwijl hoogsensitieve mensen – want dat bleek ik later te zijn – zich net vaak niet goed genoeg voelen om er bij te horen. Velen gedragen zich dan als een kameleon, ze passen zich extreem aan om toch hun plekje te vinden. Maar dan raak je mijlenver verwijderd van wie je echt bent. Daardoor ben ik flink met mijn hoofd tegen de muur gelopen. Gelukkig heb ik mijn missie gevonden en van mijn ‘zwakte’ mijn sterkte gemaakt.

De grote ommezwaai kwam er toen mijn bedrijf verhuisde naar Brussel, 90 kilometer van mijn woonplaats. Als leidinggevende had ik mee ingestemd met de verhuizing, maar toen we daar zaten, besefte ik pas hoe moeilijk het voor veel van mijn collega’s én voor mijzelf bleek te zijn. Ik was boos om wat ik mezelf en anderen had aangedaan, zag mensen ontslag nemen en vocht emotioneel tegen iets wat ik niet kon veranderen. De uren dat ik in de file stond, bleef ik mezelf maar verwijten maken. Ik was al een twijfelaar, maar nu bleven mijn gedachten draaien als een tol. Mijn sterke kanten zoals mijn empathie en creativiteit verdwenen.

Ik werd cynisch en wantrouwig, had overal pijn en sliep amper nog. Ook mijn vrouw en kinderen merkten dat ik heel afwezig was. En toen, een halfjaar later, was de crash compleet. Ik barstte in tranen uit bij de dokter, voelde me uitgeput. Na een maand bekomen vloog ik er weer in, maar de burn-out kwam terug, en nog heviger dan eerst. Pas toen heb ik er echt werk van gemaakt: in therapie gaan. Daar werd ik me bewust van mijn hoogsensitiviteit. Ik leerde er omgaan met mijn gedachten, bewust ademen, en vooral: gewoon mezelf durven zijn. Ik nam enkele grote beslissingen: deeltijds werken, voor de helft van thuis uit. En daarnaast beginnen bloggen en schrijven over die hooggevoeligheid die me deels genekt had.

“Mannen durven minder snel toe te geven dat ze hooggevoelig zijn, uit schrik dat ze zwak overkomen”

Mijn schrijfsels durfde ik maar met mondjesmaat te publiceren, maar dan dacht ik aan het moment dat ik mijn broer ooit een gedichtenbundel had laten lezen met sprokkels uit mijn jeugd en dat hij zei: ‘Ik heb het gevoel dat ik je nu pas echt heb leren kennen.’ Intussen merk ik dat wat ik schrijf mensen raakt en dat ze zich gesterkt voelen door mijn verhaal. Een zanger moet de pijn verzachten, zei Guido Belcanto. Dat geldt ook voor een schrijver, die kalkeerpapier op andermans emoties legt en verwoordt wat zij voelen.

Tegenwoordig geef ik ook lezingen, en minstens driekwart van de toehoorders zijn vrouwen. Ik denk niet dat er meer hooggevoelige vrouwen zijn dan mannen, maar de drempel lijkt veel hoger te zijn voor mannen. Nochtans is mijn hoogsensitiviteit erkennen en kwetsbaar durven zijn het sterkste wat ik ooit gedaan heb. Mijn relatie is er dieper door geworden, ik ben weer een rustpunt voor anderen op het werk en durf mijn kinderen veel meer hun eigen weg te laten zoeken. En vooral: ik heb mezelf leren waarderen.

Als man denk je al snel dat je minder serieus genomen zult worden omwille van je kwetsbaarheid, maar heel vaak bleek het tegendeel. Collega’s toonden na mijn burn-out bijvoorbeeld veel begrip, en zelfs mijn stoere fiets- en tennismaten – tegen wie ik mijn verhaal pas veel later durfde te doen – reageerden niet alleen begrijpend, maar bleken soms ook zelf of in hun omgeving met dergelijke zaken te kampen.

Wat deze periode me vooral geleerd heeft, is mijn gevoeligheid te omarmen doordat ik mijn talent – schrijven – nu kan inzetten voor mensen die hetzelfde voelen als ik, maar het niet in woorden kunnen vatten. Daardoor help ik hen, maar ook mezelf. Ik heb mijn eeuwige wat-als-vragen wat kunnen loslaten. Tegenwoordig probeer ik meer te leven zoals ik schrijf: beginnen en zien waar ik uitkom. Sinds ik mijn hoogsensitiviteit een plaats heb gegeven zijn mijn zelfbesef en mijn zelfvertrouwen alleen maar versterkt.”

Meer lezen? Tommy Browaeys schreef het boek ‘Wake-up Call’ (Uitg. Witsand) en blogt op waarjewerkelijkademt.be

Tekst: Lore Callens. Beeld: Getty Images

Lees ook:

 

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."