Getty Images

Mijn verhaal: Yvonne woont met haar gezin in een safaripark in Zuid-Afrika

Door De Redactie

Voor veel mensen blijft het een verre droom, maar Yvonne deed het: voor de liefde mijlenver van huis gaan wonen. Haar nieuwe thuis? Een wondermooi safaripark in Zuid-Afrika.

Yvonne (34): “Ik heb altijd graag gereisd. Op mijn vijfentwintigste was ik in vierenvijftig landen geweest, en had ik verschillende maanden door Australië en Amerika getrokken. Maar ik besloot dat het tijd was om me te settelen. Ik zou nog één grote, verre trip maken en dan alleen gaan wonen. Ik wilde vrijwilligerswerk doen in Zuid-Afrika en ging er aan de slag in een olifantenpark. Daar viel mijn oog al snel op de Zuid-Afrikaanse Leonard, die er werkte als elephant monitor en research technician. In het begin was hij niet meer dan een vakantielief, maar dat veranderde snel…

Intussen woon ik al negen jaar in datzelfde safaripark, en hebben mijn toenmalige vakantielief en ik samen een zoontje van drie. Hier wonen is echt fantastisch, want de omgeving is prachtig. Verschillende keren per week rij ik met de jeep door het park om er foto’s te maken en te genieten van de natuur. Dan voel ik me intens gelukkig. Soms lijkt het wel alsof we in een of ander filmdecor wonen, met olifanten, wrattenzwijnen en gazelles die geregeld langs ons huis passeren. Onlangs zagen we zelfs luipaarden en leeuwen voorbijwandelen!

“Voor we gaan slapen, heffen we altijd eerst de dekens op: er trippelen hier genoeg spinnen, slangen en schorpioenen rond”

Diezelfde dieren zorgen er ook wel voor dat we niet één, maar twee omheiningen rond ons huis nodig hebben: een met en een zonder elektriciteit. Wij zien de dieren en zij zien ons, maar ze kunnen – gelukkig – niet aan ons huis. Er trippelen sowieso al genoeg kleine gevaarlijke dieren door onze tuin én ons huis: van spinnen en slangen tot schorpioenen. Voor we onze schoenen aantrekken, checken we die altijd op diertjes, en gaan we slapen, dan heffen we eerst de dekens op. Dat lijkt misschien angstaanjagend, maar zelf zijn we eraan gewend. Bovendien heeft de plaatselijke apotheek altijd wel een middeltje als een van die beestjes ons toch weet te vinden.

Mijn leven hier is in niets te vergelijken met mijn leven vroeger. Ik heb me dan ook behoorlijk moeten aanpassen, vooral aan de afstanden. De kapper ligt op drie uur rijden, enkele rit. Moeten we naar de huisarts, dan zijn we in totaal vier uur kwijt, voor grote boodschappen ben ik door de autorit alleen al zes uur van huis. En langsgaan bij vrienden kan alleen maar tussen zes uur ’s morgens en zes uur ’s avonds, want ’s nachts zijn de toegangspoorten van het park gesloten. Een etentje buitenshuis plannen we dus altijd overdag.

Toch heeft het land mijn hart gestolen. Zuid-Afrika is, zoals ze hier zeggen, een rainbow nation. Het maakt niet uit welke huidskleur je hebt, je bent hier welkom. De mensen in onze gemeenschap zijn ongelofelijk vriendelijk. Velen van hen hebben helemaal niets en het beetje dat ze hebben, willen ze aan anderen geven. Rond kerst, bijvoorbeeld, helpen mijn man en ik een non-profitorganisatie met het uitdelen van emmers met eten aan zo’n tweehonderddertig gezinnen die het moeilijk hebben. Maar geef ik hen een voedselpakket, dan krijg ik er een mango voor terug.

Terwijl mijn man de zorg voor de tweehonderd olifanten op zich neemt – hij kent en herkent ze allemaal! – en onderzoek doet naar wilde dieren, zorg ik voltijds voor ons zoontje. Heel wat koppels in Zuid-Afrika kiezen ervoor om hulp in huis in te schakelen, maar dat wil ik niet. Net als mijn mama vroeger wil ik zelf voor onze zoon en ons huishouden zorgen.

Dat is intens, want een opvangnet hebben we niet – onze families wonen nu eenmaal veel te ver – waardoor Owen altijd bij mij is. Maar tegelijkertijd geniet ik ervan Owens ontwikkeling van zo dichtbij te mogen meemaken. Ook als hij leerplichtig wordt, zullen we de eerste jaren zelf voor zijn opleiding instaan. Thuisonderwijs is in Zuid-Afrika gelukkig heel goed geregeld, want heel veel kinderen wonen te afgelegen om naar school te gaan.

“Hoe idyllisch en perfect ons leven hier ook lijkt, soms voel ik ook de keerzijde van de medaille: het leven kan hier bijhoorlijk eenzaam zijn”

‘Wat bof jij toch!’, hoor ik vaak, en dat is ook zo. We hebben de mooiste zonsopgangen en zonsondergangen en overal waar je kijkt, heb je het gevoel een of andere postkaart te zien. Maar hoe idyllisch en perfect ons leven hier ook lijkt, soms voel ik ook de keerzijde van de medaille. Het leven kan hier behoorlijk eenzaam zijn, zeker nu er al anderhalf jaar geen vrijwilligers of toeristen meer zijn in het park.

Maar het ergste is dat ik mijn familie moet missen. Mijn mama overleed totaal onverwacht drie maanden voor corona en ik mis haar nog elke dag ontzettend hard. We waren zo close, ik hoorde of appte haar elke dag, en minstens één keer per jaar kwamen mijn ouders hier op vakantie en ging ik naar hen. Mijn pasgeboren neefje zal ik met veel geluk ten vroegste in december kunnen knuffelen, en de trouwdag van mijn broer volgende maand moet ik noodgedwongen missen. Dat is hard, maar het hoort bij de keuze die ik heb gemaakt.

Spijt van mijn beslissing om me hier te vestigen, heb ik nooit gehad. Dit is de plek waar ik me thuis voel. Dit is waar ik oud wil worden.”

Je kunt de avonturen van Yvonne volgen op haar Facebookpagina.

Uit: Libelle 43/2021 – Tekst: Lies Van Kelst

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content