Getuigenissen
“Na 42 jaar werd ik plots ontslagen. In 6 minuten, via een schermpje. Dat hakt erin”

Je geeft járen het beste van jezelf, het einde van je carrière is bijna in zicht. Om dan, zonder boe of bah, opzijgezet te worden. Lezeres Marian, maar ook onze columniste Annick Ruyts, vertellen hoe ingrijpend dat is.

Marian (63)

Marian werkte 42 jaar in een voorziening voor mensen met een beperking. Van de ene dag op de andere werd ze aan de kant geschoven.

Marian: “Zes minuten. Zo lang duurde het gesprek met mijn leidinggevende waarin ik te horen kreeg dat onze samenwerking zou stoppen. Van 15 tot 15.06 uur, ik weet het nog goed, op de laatste dag voor het paasweekend. Strategisch, natuurlijk. Dan had ik een lang weekend om het gebeurde ‘te verwerken’.

Wat ik misschien nog het ergste vind: het gesprek was niet eens face to face. De dag ervoor verscheen een uitnodiging voor een Teams-vergadering in mijn agenda, met als titel ‘gesprek’. Als ik geen collega had gehad die al op de hoogte was en me had ingelicht, was ik zonder voorkennis naar dat gesprek gegaan. 42 jaar heb ik alles gegeven in mijn job, en dat was het respect dat ze voor me hadden. Amper zes minuten op een schermpje. Ik kan je zeggen: dat hakt er stevig in.”

Nachten gelaten, alles gegeven

“Toen het gesprek gedaan was, ben ik beginnen te huilen. Dat was het enige wat ik kon doen die eerste weken. Ik was een wrak en werd overspoeld door emoties. Eerst was er ongeloof. Dit kon toch niet waar zijn? Ik heb 42 jaar zoveel van mezelf gegeven. Als verantwoordelijke in de voorziening voor mensen met een beperking bouwde ik niet alleen een sterke band op met mijn team opvoeders, maar ook met de gasten die er woonden en hun families.

Ik was enorm gepassioneerd en dat uitte zich ook in mijn werkdrive. Op elk uur van de dag was ik bereikbaar, ik kwam zelfs ’s nachts en tijdens het weekend naar de voorziening als er problemen waren en schakelde mijn hele familie in als er festiviteiten waren. Mijn zoon is deels mee opgegroeid in de voorziening. Als alleenstaande mama heb ik hem vaak meegenomen en hij werd graag gezien door iedereen die daar woonde, en omgekeerd.

Mijn job was dus veel meer dan alleen een job: het was mijn leven. Dat me dat zo bruusk werd afgepakt, kon er bij mij niet in. Na dat ongeloof, kwam de boosheid. Heb ik daar al die overuren voor gemaakt? Heb ik hiervoor mijn sociaal leven verwaarloosd, nachten slaap gelaten, alles op de tweede plaats gezet? Ik deed de voorziening groeien van een tiental opvoeders naar 43 opvoeders, en zo behandelen ze me op het einde? Heb ik hiervoor die moeilijke vergaderingen met de vakbond gedaan, die vele zware inspectierondes?

Na het ongeloof, kwam de boosheid. Heb ik hiervoor mijn sociaal leven verwaarloosd, nachten slaap gelaten, alles op de tweede plaats gezet?

Wat ik ook voelde, was een grote bezorgdheid. Niet dat ik dacht dat ik onmisbaar was, maar als je zo lang betrokken bent geweest in het leven van de bewoners, van hun familie en vrienden en van de opvoeders die onder je vallen, dan is dat heel moeilijk los te laten. Ik ben op huwelijksfeesten geweest, ik heb mee afscheid genomen als er iemand stierf. Ik had het gevoel dat ik hen in de steek liet, ook al wilde ik niets liever dan blijven werken.

Tot slot worstelde ik ook met een groot onrechtvaardigheidsgevoel: ik werd ontslagen, omdat de voorziening door een overname onder een andere leiding kwam te staan en die wilden een andere richting inslaan dan die die ik al jaren bewandeld had. Dat zorgde voor frustraties bij hen en bij mij, en als werknemer trek je dan aan het kortste eind. Ik had het gemakkelijker gevonden om weg te gaan als ik effectief een fout zou gemaakt hebben, denk ik.

Los van al die emoties kwam ook nog eens de administratieve rompslomp: mailadressen die afgesloten werden, mijn bureau dat ik niet mocht gaan leegmaken, mensen die niet op de hoogte waren van mijn verplichte vertrek. Ik moest me die eerste weken vooral verantwoorden, terwijl ik niets liever wilde dan onder een steen kruipen en niemand zien.

Er was natuurlijk ook schaamte. Ik was jarenlang heel fier geweest op mijn job, en nu was die mij afgenomen. Ik voelde me zo klein, zo waardeloos. Het feit dat ik heel mijn leven bij één werkgever heb gewerkt en dat de overnemer me na jaren trouwe dienst zo aan de kant schoof, hakte er diep in. Ik was natuurlijk al zestig, je zou denken dat ik het zou kunnen loslaten op die leeftijd. Maar door de manier waarop deed ik net het tegenovergestelde.

Het feit dat ik heel mijn leven bij één werkgever heb gewerkt en dat de overnemer me na jaren trouwe dienst zo aan de kant schoof, hakte er diep in

Ik dacht ook aan mijn toekomst. Moest ik nieuw werk zoeken? Wie zou mij nog willen, op mijn leeftijd? Solliciteren, tussen allemaal jonge mensen? Of moest ik gewoon thuisblijven? Dat was geen optie. Ik ben zo niet. Het is niet omdat anderen voor mij beslisten dat mijn professionele carrière stopte, dat ik me daar bij zou kunnen neerleggen.

Kort nadat mijn job stopte bij de voorziening ben ik gevraagd door mijn initiële werkgever om tijdelijk een andere job te doen. Dat ik gevraagd werd, gaf mijn zelfvertrouwen een boost. De overnemer wist misschien niet wat ik allemaal goed gedaan had, mijn oude werkgever blijkbaar wel. Ik heb die tijdelijke job afgerond, maar het was niet evident. Het was immers niet dié job die ik wilde.”

Een ander mens

“Intussen is het bijna drie jaar geleden dat ik aan de kant ben geschoven. Drie jaar van ploeteren, twijfelen aan mezelf en veel verdriet. Ook mijn omgeving heeft het zwaar moeten verduren. In het begin kreeg ik veel begrip, maar daarna zeiden sommigen dat ik ervan moest proberen te genieten. “Bekijk het als iets positiefs, al die tijd die je cadeau hebt gekregen.” Terwijl ik er niets positiefs in zag.

Na een tijdje verminderde het begrip en zeiden ze dat ik het los moest laten. “Je mag je niet zo laten kennen.” Ik heb diep gezeten, maar vandaag kan ik zeggen dat het beter met me gaat. Ik ben na die tijdelijke job ook snel vrijwilligerswerk beginnen te doen, omdat stilzitten niets voor mij was. Die zinvolle invulling van mijn tijd heeft me veel geholpen. Ik bén weer iemand.

Maar op sommige vlakken ben ik een ander mens geworden. Vroeger had ik meer veerkracht, nu huil ik sneller. En elke dag is er wel nog een moment dat ik me moet herpakken. Mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen hebben een krak gekregen en ik voel dat ik dit misschien wel nooit zal verwerken. Nog steeds krijg ik een misselijk gevoel in mijn maag als ik het home passeer. Ik kan dan wel boos zijn op mezelf en het anders willen, maar mijn lichaam reageert nog altijd negatief.

Mijn eigenwaarde kreeg een krak. Misschien zal ik dit wel nooit verwerken

Onlangs was het familiedag en werd ik gebeld door een familie die ik begeleid heb. “Kom met ons mee, ik zal je ophalen.” De familie vond dat ik er bij moest zijn, omdat ik zoveel voor hen betekend heb. Zo’n momenten doen deugd. Ook de brieven van oud-collega’s en de steunbetuigingen koester ik. Ook al doet het pijn, ze deden me ook inzien dat ik de veertig mooie jaren niet als verspilde tijd mag zien. Het is niet omdat het einde zo lelijk was, dat alles wat ervoor lag ook bedolven moet worden onder dat slijk.

Wat ik altijd jammer ga vinden, is dat mijn mooie afscheid van mijn carrière van me is afgenomen. Ik droomde, voor ik aan kant werd gezet, al weleens van mijn pensioen, en hoe ik me dan nog zou kunnen inzetten voor de voorziening. Ik wilde zoveel: geld inzamelen om leuke projecten op poten te zetten, op een losse manier betrokken blijven bij de plek waar ik me zoveel jaren thuis heb gevoeld. Dat ik dat niet heb kunnen doen, op de valreep, blijf ik moeilijk vinden.

De steun van oud-collega’s koester ik. Het is niet omdat het einde lelijk was, dat alles ervoor onder het slijk moet zitten

Net daarom heb ik een mail gestuurd naar de algemeen directeur, met wie ik altijd goed gewerkt heb, over hoe ik behandeld ben door de overnemers. Niet omdat het over mij ging, maar omdat ik wil dat niemand dit ooit meer moet meemaken. Ik heb verteld over dat gesprek van zes minuten, over de manier waarop ik geen afscheid kon nemen, over hoe ik gekwetst ben.

Ik ben heel dankbaar dat de algemeen directeur me daarop wél heeft uitgenodigd voor een gesprek. Daar heb ik me gehoord gevoeld en dat heeft me veel deugd gedaan. Er is zelfs een werkgroep opgestart om in de toekomst beter afscheid te nemen van mensen, zeker zij die al een lange carrière hebben. Dat lijkt misschien iets kleins, maar voor mij is het van levensbelang. Dat er uit mijn verdriet mogelijks toch iets goeds voortkomt.”

Columniste Annick Ruyts (60)

Na een carrière van 33 jaar werd Annick bij VRT ontslagen. In haar boek ‘Bedank voor bewezen diensten’ vertelt ze over de impact van een ontslag en roept ze op om werknemers op een meer menselijke manier te laten gaan.

Je vertelde eerder in Libelle hoe het ontslag er ook bij jou inhakte. Hoe kijk je daar nu op terug?

Annick: “Ik besef nu dat ik na 33 jaar werken bij de VRT een tunnelvisie had. Ik dacht dat ik alléén maar daar kon werken, terwijl ik nu weet dat er heel wat alternatieven zijn. Het voelt als een zee, en ik ben blij dat ik vandaag zoveel mag zwemmen.”

Dat klinkt heel positief. Maar het heeft jou ook tijd gekost om dit punt te bereiken.

“Absoluut. Ik ben net als Marian verpletterd geweest door mijn ontslag. Van die periode herinner ik me niet veel meer: het was alsof er watten in mijn hoofd zaten. Die mail waarin stond dat ik de dag erop om 11 uur verwacht werd, dat surreële gesprek waarin ze me zeiden dat ik ontslagen was: ik kon het bijna niet geloven. De weken die daarop volgden, raakte ik voortdurend alles kwijt, van mijn rijbewijs tot mijn tramabonnement. Zo verloren als ik me voelde in mijn hoofd, zo verward was ik daarbuiten.”

Zo verloren als ik me voelde in mijn hoofd, zo verward was ik daarbuiten

Waarom denk je dat een ontslag er zo inhakt?

“Wat je bij Marian ook ziet: ik heb me altijd vereenzelvigd met mijn job. Als die dan ineens wordt afgepakt, voelt dat heel oneerlijk aan. Ik wilde voortdurend begrijpen waarom ik ontslagen was. Wat had ik verkeerd gedaan? Later besefte ik dat die reden mijn verdriet niet zou wegnemen.

Tachtig procent van de mensen die ontslagen worden, hebben niets verkeerd gedaan. Ontslag kadert vaker in reorganisaties of faillissementen. Wat het zo moeilijk maakt, is vooral de manier waarop dat ontslag gebeurd is. Een mailtje de dag op voorhand en dan een gesprek met mensen die je niet kent. Na 33 jaar heb je toch meer verdiend?”

Waarom is er bij ontslagen zo weinig ruimte voor menselijkheid?

“Omdat alles juridisch beladen is, denk ik. Terwijl: ik ben heus niet dom. Ik weet dat een ontslag bij het leven kan horen, en dat het soms moet gebeuren omwille van redenen waar je als werknemer geen vat op hebt. Dat ontslag had ik kunnen plaatsen, maar de manier waarop niet.

Mijn boek draagt de titel ‘Bedank voor bewezen diensten’, omdat het net dát is wat ik miste. Iemand die op het einde zei: je hebt het goed gedaan, die 33 jaar. Uit alle gesprekken die ik deed voor mijn boek hoorde ik hetzelfde gemis: een moment van appreciatie voor het gedane werk.

Ik wilde voortdurend begrijpen waarom ik ontslagen was. Wat had ik verkeerd gedaan?

Je vraagt ook om een ontslag niet met één gesprek af te ronden.

“In mijn ene gesprek werd me én verteld dat ik ontslagen was, én dat er outplacement zou komen, én dat er een ontslagvergoeding zou komen, én nog een boel andere praktische informatie. Bij een slechtnieuwsgesprek bij de dokter krijg je toch ook niet maar één keer alle uitleg over je kanker?

Maak ruimte voor verschillende gesprekken. In het eerste gesprek breng je de boodschap helder. In de volgende gesprekken laat je ruimte voor boosheid en verdriet, en om over een afscheid te spreken. Er is weinig dat je zo machteloos doet voelen als een ontslag: je hebt daar geen vat op. Laat mensen dan tenminste zelf kiezen hóé ze vertrekken. Zo’n afscheidsritueel kan helend werken.”

Wat kun je als omgeving doen als iemand die je graag ziet ontslagen wordt?

“Kijk naar de persoon die ontslagen is en vraag wat die nodig heeft. Ik wilde helemaal niet een weekendje weg, en was zo dankbaar voor een man en vriendinnen die dat begrepen. Ook voor oud-collega’s is het niet eenvoudig. Ik heb nooit deftig afscheid kunnen nemen, en nu voelt het gek om opnieuw contact op te nemen.

Blijf als collega’s je hand uitsteken. Wat heb jij nodig? Wat kan ik voor jou doen? Ga vooral niet zeggen: ‘Geniet er toch van.’ Ik kon helemaal niet genieten. Zo’n uitspraken zorgden dat ik me haast schuldig voelde omdát ik verdriet had. Want mocht dat wel?”

Kijk naar de persoon die ontslagen is en vraag wat die nodig heeft

Wat wil je bereiken met je boek?

“Ik ben het boek beginnen te schrijven als slachtoffer. Maar na zoveel maanden en zoveel gesprekken, ben ik een strijder geworden. Het moet anders kunnen. Ik heb veel mededogen met de leidinggevenden die mensen moeten ontslaan, maar ik wil een alternatieve, meer menselijke manier voorstellen. Een ontslag zorgt altijd wel voor een wonde, maar door het op een menselijke manier te doen, vermijd je dat brandende zout erin.”

Bedank voor bewezen diensten, door Annick Ruyts. Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, € 24,99. In de winkel vanaf 14 november.

Meer lezen:

Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."