Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Openhartig: Tinnes zoon van zeventien worstelt al jaren met een gameverslaving

Door De Redactie

Schermtijd is in veel gezinnen een heikel punt. Maar wat doe je al kind meer in de online dan de echte wereld leeft? Tinne zag haar gameverslaafde zoon steeds verder en verder wegglijden.

Tinne (45): “Als kind leek Kobe een heel gewone jongen. Oké, hij was beter in wiskunde dan zijn leeftijdgenootjes en zat daarom een jaartje hoger, maar voor de rest gedroeg hij zich als een doorsnee kind: buiten spelen, vriendjes maken, naar de badmintonles gaan… Tot Kobe rond zijn tiende de computergame ‘Path of Exile’ ontdekte, een ingewikkeld spel waarbij je online andere spelers moet verslaan. Toen veranderde er iets in hem. Als hij thuiskwam van school, kroop hij meteen achter zijn computer om te gamen. In het begin zag ik daar niet meteen graten in, tot die ene namiddag.

Ik had een vriendje van Kobe uitgenodigd om bij ons thuis te komen spelen. Maar toen ik de woonkamer binnenkwam, zag ik dat Kobe achter zijn computer zat en zijn speelkameraadje totaal aan zijn lot overliet. In plaats van samen te spelen, had hij zich volledig op zijn computergame gestort. Die middag ging er voor de eerste keer een alarmbel af in mijn hoofd: is dit er niet een beetje over? Toch hoopte ik dat Kobes gameobsessie iets tijdelijks zou zijn, dat het wel weer zou overwaaien. Maar het tegendeel bleek waar: Kobe begon zich steeds meer in zijn online wereld terug te trekken.

“Toen ik vroeg of Kobe geen vrienden had op school, haalde hij zijn schouders op: ‘Waarover zou ik met hen moeten praten?’ ”

Naar de badmintonles wilde hij niet meer, en ook op school begon hij zich steeds meer af te zonderen. De schoolvakken zelf vond hij saai en tijdverlies, en zijn klasgenootjes interesseerden hem gewoon niet. Ik weet nog dat ik eens mee met hem naar school ging om zijn rapport af te halen. Het was druk en we moesten een tijdje tussen zijn klasgenootjes wachten. Kobe sprak geen woord met hen. Zelfs een knikje kon er niet vanaf. Toen ik vroeg of hij geen vrienden had, haalde hij zijn schouders op: ‘Waarover zou ik in godsnaam met hen moeten praten?’ Het wrange was dat hij nog gelijk had ook. Het enige gespreksonderwerp dat Kobe nog kon boeien, was zijn computergame. Maar daar maakte hij op school natuurlijk geen vrienden mee…”

Van vrolijk kind naar mokkende puber

Ondertussen ging het ook thuis van kwaad naar erger. Van een vrolijk, onbezorgd kind veranderde Kobe in een mokkende, agressieve puber. Urenlang kon hij opgefokt achter zijn computer zitten, briesend en roepend omdat hij niet kon winnen in zijn spel. Ook naast het scherm was hij stilaan niet meer te genieten. De uren dat hij van ons niet mocht gamen, liep hij ongedurig en gespannen rond in huis. Meestal moesten zijn jongere broer en zus het dan bekopen, omdat hij zijn energie en frustratie érgens kwijt moest.

Ik merkte dat ik bang werd voor mijn eigen zoon. En ook de andere huisgenoten liepen voortdurend op de tippen van hun tenen. Alleen in de schoolvakanties kreeg de rest van het gezin wat ademruimte. Dan zagen we Kobe overdag nauwelijks, omdat hij in bed lag te bekomen van zijn zoveelste computermarathon ’s nachts. Ik had dan vaak zelf de fut niet meer om hem tot de orde te roepen en liet hem vaker begaan.

 “Gezond eten, hobby’s, bewegen, douchen… Alles moest wijken voor Kobes gameobsessie”

Dat moordende ritme eiste helaas zijn tol op Kobes gezondheid. Gezond eten interesseerde hem niet, hij at liever een snoepreep of wat cornflakes om snel weer verder te kunnen gamen. Bewegen deed hij nog nauwelijks. En omdat hij alleen nog maar buitenkwam om naar school te gaan, werd zijn teint steeds grauwer en bleker. Met lede ogen moest ik aanzien hoe mijn oudste zoon zichzelf steeds meer begon te verwaarlozen. Douchen, nagels knippen, naar de kapper gaan… Dat vond hij allemaal tijdverlies. Liever zat hij de hele dag door achter zijn computer. Hoe vaak heb ik niet met hem proberen te onderhandelen: ‘Als je je nu gaat douchen, mag je vanavond een halfuur langer gamen.’ Soms werkte dat, soms niet.”

Eindeloze discussie over schermtijd

“Onderhandelen, smeken, dreigen… Jarenlang heb ik echt alles geprobeerd om Kobes schermtijd in te perken. Zo stond ik erop dat hij op z’n minst aan tafel bleef zitten tot zijn broer en zus gedaan hadden met eten. Maar die huisregels leidden vaak tot eindeloze discussies. Voor elk uurtje weg van de computer moest een hevige strijd geleverd worden. Kobe werd ook een krak in het omzeilen van de regels. Dan gamede hij stiekem toch terwijl ik naar de winkel ging, terwijl we hadden afgesproken dat hij even niet aan de computer mocht. Het ging telkens volgens hetzelfde patroon: ik werd kwaad omdat hij zoveel aan het scherm zat en legde hem strengere computerregels op. Dat ging een tijdje goed, tot Kobe de regels steeds vaker begon te omzeilen. Waarop ik me opnieuw kwaad maakte, en het hele spelletje opnieuw begon.

“Ik wist niet wat me overkwam: mijn eigen zoon die naar me uithaalde omdat hij niet mocht gamen”

Die eindeloze discussies over zijn gamegedrag waren niet alleen hondsvermoeiend, ze leidden soms ook echt tot oorlog. Als Kobe vond dat hij te weinig mocht spelen, begon hij te schreeuwen en zelfs met deuren te slaan. Eén keer heeft hij me zelfs fysiek aangevallen, omdat hij zo kwaad was dat hij die avond niet mocht gamen. Ik wist niet wat me overkwam: mijn bloedeigen tienerzoon, twee koppen groter dan ik, die blind van woede naar me uithaalde… In een flits ging het door mijn hoofd: hoe zijn we als gezin in godsnaam in deze hel beland? Ik heb me toen vaak heel verdrietig gevoeld, maar kon dat met niemand delen. Kobes probleem speelde zich grotendeels bij ons thuis af, binnenskamers. Als ik er zelf niet over begon, hoefde de buitenwereld er niets van te weten.

 “Het oordeel van de buitenwereld is vaak keihard: ‘Je kunt je eigen kind toch wel in het gareel houden?’”

Toch probeerde ik er soms over te praten, met mijn ouders of collega’s die ik vertrouwde. Maar het oordeel van anderen was vaak keihard: ‘Waarom laat je je zo doen door Kobe? Je kunt je eigen kind toch wel in het gareel houden?’ Zelfs mijn bloedeigen ouders lieten me indirect verstaan dat ik als moeder tekortschoot. Heel pijnlijk. Ook bij mijn man Paul vond ik weinig steun. Paul wist zelf nauwelijks hoe hij met Kobes probleem moest omgaan. Hij snapte het niet en duwde het liever weg. Ook de discussies met Kobe over zijn gamegedrag liet Paul meestal aan mij over, net omdat hij het allemaal liever niet zag. Dat maakte dat ik de zorgen om Kobe vooral alleen moest dragen, en zo raakte ik steeds meer geïsoleerd van de buitenwereld.

Krampachtig zocht ik naar iemand die me zou begrijpen, naar een moeder die hetzelfde meemaakte met haar kind. Maar zo’n lotgenoot bleek onvindbaar… Eén collega had ooit een gelijkaardig verhaal gehoord van een kennis: haar zoon was ook lang gameverslaafd geweest, maar uiteindelijk was hij eruit geraakt. Dat verhaal heb ik heel lang met me meegedragen als een soort talisman, een reddingsboei: ooit komt het weer goed met Kobe.”

Niet meer naar school

Omdat Kobes gameobsessie maar bleef aanslepen, heb ik uiteindelijk professionele hulp gezocht. Die zoektocht verliep heel moeilijk. Op Kobes school werden we doorverwezen naar het CLB, maar die hadden te weinig ervaring met gameverslaving. Rond zijn vijftiende ben ik met Kobe naar een psycholoog gegaan die wél bekend was met de problematiek. Die man ging er dan weer vanuit dat ik als moeder Kobes gamegedrag te somber inzag: ‘Zolang uw zoon nog functioneert op school, zie ik geen enkel probleem, mevrouw.’ Kobes gezicht klaarde op, maar mijn mond viel open van verbazing. Mijn hele moederinstinct schreeuwde dat het de verkeerde kant opging met mijn zoon. Kon ik er dan zo ver naast zitten?

“Volgens de psycholoog was er niets aan de hand, maar mijn moederinstinct schreeuwde dat het de verkeerde kant opging met mijn zoon”

Nog wat later hebben we Kobe laten testen op autisme. Zelf had ik de diagnose van licht autisme jaren eerder al gekregen en ik vermoedde dat Kobe weleens hetzelfde kon hebben. Uit de test kwam inderdaad naar voren dat Kobe op het ASS-spectrum zat én hoogbegaafd was. ‘Dat profiel blijkt vaak gevoelig voor gameverslavingen’, kregen we te horen. En dat was het dan.

Intussen werd Kobes gamegedrag steeds slechter. Thuis zat hij alléén nog maar achter zijn computer, studeren deed hij niet meer. In het vijfde jaar waren zijn schoolresultaten zo belabberd dat Kobe alle motivatie verloor. Hij bleef steeds vaker thuis. Zogezegd omdat hij buikpijn had, maar eigenlijk wilde hij gewoon niet meer naar school. Omdat ik die stress elke ochtend niet meer aankon – gaat hij vandaag naar school of niet? – heb ik hem uiteindelijk thuisgehouden. Kobe heeft nog geprobeerd om via de Examencommissie zijn diploma te behalen, maar ook dat draaide uit op een mislukking.

Daar zaten we dan, met een zoon van zestien die niet meer naar school ging. Ik voelde dat het tijd was voor een serieus gesprek: hoe zag Kobe zijn toekomst ? Wat waren zijn plannen, zijn dromen? Voor Kobe bleek dat heel simpel: ‘Ik blijf hier gewoon thuis wonen, mama, bij jullie. Het liefst voor altijd.’ In een flits zag ik mezelf daar zitten, met een volwassen zoon die nooit buitenkwam en niets anders deed dan de hele dag gamen. Dat beeld benam me de adem: van zo’n toekomst zou ik gek worden! Ik heb Kobe toen duidelijk gemaakt dat hij alleen thuis mocht blijven wonen, als hij iets zou ondernemen. Studeren, werken of zich laten opnemen voor zijn gameverslaving: die drie opties kreeg hij van mij. Kobe heeft dan voor een nieuwe studie gekozen: hij volgt nu een IT-opleiding, waar hij leert programmeren. Die studie gaat hem goed af, zonder dat hij er al te veel voor hoeft te doen.

Ook ik heb eindelijk hulp gevonden na ons ontnuchterende gesprek. Hulp waar we als gezin écht iets aan hebben. Bij Matthias, zelf een ex-gameverslaafde, leren Kobe en ik op een positieve manier met elkaar te overleggen over zijn schermtijd. Zo werken we tegenwoordig met een timer op de internetmodem. Véél duidelijker dan die eindeloze vage discussies van vroeger. Matthias heeft me ook doen inzien wat Kobe zo leuk vindt aan die gamewereld. Hij is er goed in, maakt er vrienden en voelt zich geapprecieerd door anderen. Allemaal dingen die hij – deels door zijn autisme – veel moeilijker vindt in de ‘echte’ wereld.”

Met kleine stapjes vooruit

Toch lig ik er ’s nachts soms nog wakker van: in hoeverre heeft Kobe een probleem en in hoeverre is dit gewoon het leven dat hij wíl leiden?’ Kobe komt weinig buiten, heeft geen ‘echte’ vrienden, is in niets anders geïnteresseerd, maar lijkt wel gelukkig met zijn leven. Mag je daar als moeder dan wel op ingrijpen? Bij een drugs- of alcoholverslaving kun je die grens veel makkelijker trekken, denk ik. Een ex-alcoholverslaafde mag geen druppel meer aanraken als hij wil genezen, maar bij gameverslaafden is het al heel wat als ze gewoon wat minder tijd achter de computer doorbrengen. Hoeveel minder is dan genoeg? Daar kan ik echt mijn hoofd over breken. Om nog maar te zwijgen van het eindeloze schuldgevoel dat ik als moeder meedraag. Natuurlijk vraag je je of je iets anders had kunnen doen? Zo blijkt Kobe een heel laag zelfbeeld te hebben: hij ziet zichzelf gewoon niet zo graag als anderen. Komt dat door mijn opvoeding? Aan zulke vragen ontkom je niet als ouder.

Na al die jaren ben ik het ook moe om altijd maar de ‘gendarme’ voor Kobe te spelen. Als moeder wil je je kind ook tonen dat je hem graag ziet. Dat probeer ik nu te doen met kleine dingen. Dan maak ik een bananenmilkshake voor hem, omdat hij dat zo lekker vindt. Bovendien krijgt hij zo toch nog wat vitamines binnen. Diep vanbinnen weet ik ook wel dat Kobe me graag ziet. Ik durf hem al eens te plagen: ‘Hoe zit het ondertussen met je sociale vaardigheden, Kobe?’ Hij lacht dan vrolijk mee, omdat hij stiekem wel weet dat ik hem als geen ander ken.

Sinds Kobe opnieuw naar school gaat, lijkt het wat beter met hem te gaan. Hij vraagt nu zélf soms om de internettimer wat vroeger te zetten, zodat hij kan studeren. Maar als moeder moet ik er heel intensief mee bezig blijven. Het feit dat Kobe nu IT studeert, komt alleen maar omdat ik hem die studie heb aangereikt. En zo gaat het bij alles: Kobe kan wel vooruit in het leven, maar alleen als ik hem daarvoor de concrete stappen toon. Dat moeten ook heel voorzichtige, kleine stapjes zijn, anders klapt hij dicht.

Ik denk niet dat Kobe ooit volledig van zijn gameverslaving zal afkicken. De echte wereld is gewoon te groot en te eng voor hem. Online is alles veel veiliger en voorspelbaarder. En toch… Soms droom ik stiekem dat het internet eens voor een heel lange tijd uitvalt. Zodat Kobe wel van zijn computer móét weggaan. Zo’n crisis zou keihard zijn voor hem, maar op de lange duur ook louterend. Alleen kan ik zoiets natuurlijk moeilijk zelf forceren.”

Expert Matthias Dewilde over gameverslaving

“Games bieden jongeren de structuur en uitdaging die ze in het echte leven niet vinden”

Matthias Dewilde was vroeger zelf gameverslaafd en geeft nu vormingen rond opvoeding in een digitale wereld. Binnenkort verschijnt zijn boek ‘Game Over’, over het aanpakken van gameverslaving bij jongeren.

Hoe vaak komt gameverslaving voor?

Matthias Dewilde: “Vaker dan je zou denken: bij tien procent van de jongeren tussen de twaalf en zestien jaar is het gamegedrag problematisch, drie procent van hen is écht verslaafd. Toch hoor je er niet zoveel over, omdat het allemaal thuis gebeurt, in besloten kring én achter gesloten deuren.”

Vanaf wanneer wordt gamen echt een probleem?

“De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gebruikt negen criteria om in te schatten hoe ernstig een verslaving is: als je andere hobby’s wegvallen, als je je slecht voelt wanneer je moet minderen met gamen, als je steeds meer moet gamen om je goed te voelen… Maar eigenlijk komt het hierop neer: als je voelt dat gamen je leven negatief beïnvloedt, bijvoorbeeld op vlak van je gezondheid, je sociale leven en je schoolresultaten, kun je er het best mee aan de slag gaan.”

Zijn alle kinderen er even vatbaar voor?

“Er bestaat wel zoiets als een typisch profiel voor gameverslaafde jongeren. Het zijn vooral introverte, intelligente jongens die weinig behoefte hebben aan sociaal contact en een kei zijn in logisch denken. Ook de link met een autismestoornis, zoals bij Kobe het geval is, zien we wel vaker.”

Waarom zijn net deze jongeren zo vatbaar voor een gameverslaving?

“Games bieden hen de structuur en logica die ze moeilijker vinden in de ‘echte’ wereld. Spelletjes hebben vaak heel duidelijke regels over wat je wel en niet kunt doen. Bij communicatie tussen mensen – zeker vanaf de puberteit – zijn die regels veel vager en complexer. Bovengemiddeld intelligente jongens vervelen zich vaak ook op school. In computergames vinden ze wél de uitdaging die ze op de schoolbanken missen. Plus: het biedt hen een laagdrempelige, veilige vorm van sociaal contact. Tijdens het gamen communiceren ze wel met hun tegenstanders, maar dan vanuit de beschermde omgeving van hun slaapkamer. Ze kunnen dat contact beter controleren dan in de echte wereld, door even offline te spelen als ze geen zin hebben om te babbelen.”

Wat kun je als ouder doen als het gamegedrag van je kind uit de hand loopt?

“Ouders begrijpen de games die hun kinderen spelen meestal niet, en wat we niet begrijpen, durven we nogal snel te veroordelen. Op die manier wordt de afstand tegenover je kind alleen maar groter. Tót je helemaal geen grip meer hebt op hun leefwereld. Toon dus wat vaker interesse in hun games. Hoe beter je die wereld gaat begrijpen, hoe beter je afspraken kunt maken over hun gamegedrag. Een objectieve begrenzing, zoals de digitale timer van Tinne, is daarbij een goed idee. Anders wordt ‘nog een kwartiertje spelen’ al gauw een halfuur of langer en verzeil je als gezin elke avond in een eindeloze discussie.”

Hoe wordt een gameverslaving behandeld?

“Door jongeren te helpen slagen in het echte leven. Eigenlijk willen ze niet alleen in hun game een held zijn, maar ook in het echte leven. In hun eentje slagen ze daar niet in. Daarom helpen we deze jongeren hun eigenwaarde te verhogen en positieve ervaringen op te doen in de echte wereld. Op die manier zullen ze minder de behoefte voelen om eindeloos in hun gamewereld te vluchten.”

Denk je dat jouw kind een gameprobleem heeft?

Dan kun je terecht bij:

  • De Druglijn (stuur een mailtje via druglijn.be of bel 078-15 10 20). Op hun website vind je ook een zelftest om te onderzoeken hoe ernstig het gameprobleem is.
  • In het Psychiatrisch Centrum Alexianen in Tienen kun je terecht voor therapie specifiek voor gameverslaafden.
  • Ervaringsdeskundige Matthias Dewilde begeleidt ouders én kinderen met een gameproblematiek (matthias@matthiasdewilde.be of 0499-38 95 30). Met zijn bedrijf GameChangers (gamechangers.be) biedt hij ook infoavonden en workshops aan voor ouders en jongeren.

Uit: Libelle 11/2020 – Tekst: Margot Kennis

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!