Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Openhartig: Mieke ontdekte dat ze het kind is van haar moeders minnaar

Door Evy Kempenaers

Gunther was vriend aan huis bij Miekes ouders. Ze vond altijd al dat haar groene ogen verdacht veel op de zijne leken, maar had nooit gedacht op haar 37ste te ontdekken dat hij ook echt haar biologische vader was.

Mieke (38): “Als kind zat ik niet altijd even goed in mijn vel. Ik voelde me niet helemaal op mijn gemak bij mijn ouders en soms grapte ik weleens dat ik van een andere planeet kwam, of van de melkboer. Maar dat wat ik diep vanbinnen voelde, ook echt waar zou kunnen zijn, had ik niet voor mogelijk geacht.

“Papa was extreem streng voor mij en ik heb altijd gevoeld dat ik er te veel aan was voor hem”

Vooral de relatie met mijn vader is altijd heel moeilijk geweest, we begrepen elkaar niet. Papa was extreem streng voor mij en ik heb altijd gevoeld dat ik er te veel aan was voor hem. Alsof ik een obstakel was dat tussen hem en mijn mama stond. Hij kon van die rare dingen doen. Als ik in huis mijn pantoffels niet droeg, verweet hij mij: ‘Weet jij wel wat dat kost, een dokter?’ en ‘Moeten wij dat weer voor jou betalen?’ In mijn beleving hebben mijn ouders nochtans nooit financiële zorgen gehad.

Papa kon ook behoorlijk bruut zijn met mij. Een keer kieperde hij zelfs alles wat loslag in mijn kamer door het raam naar buiten, omdat ik niet flink had opgeruimd. Mama schipperde altijd tussen ons, maar zodra hij thuiskwam, kreeg ik stress, want wat ik ook deed, voor papa was het nooit goed genoeg.”

Die stijlvolle ‘collega’ van mijn moeder

“Hoewel het niet altijd even goed boterde tussen ons drie, gingen we een paar keer per jaar samen op stap. Gunther* en zijn vrouw, kennissen van mijn ouders, gingen soms ook mee. Ik herinner mij een reisje naar Duitsland, een paar etentjes op restaurant…

Gunther was een collega van mijn moeder, ze werkten al jaren in hetzelfde bedrijf en waren heel erg close. Ik was enig kind, en eigenlijk vond ik het best fijn dat zij er vaak bij waren. Vooral Gunther had ik graag, hij was altijd happy, straalde zelfvertrouwen uit en had altijd de leukste verhalen in petto. Gunther was een echte verkoper: zijn haar lag perfect in de plooi, hij droeg een leren jasje of een maatpak, reed met de mooiste auto… Hij had stijl en ik keek zelfs een beetje naar hem op.

Gunther kwam ook regelmatig over de vloer bij ons thuis, maar altijd als mijn vader er niet was. Rond mijn verjaardag bijvoorbeeld, stond hij altijd onverwachts voor de deur ‘om nog gauw een cadeautje af te geven’: een boek, een Parker-pen, een flesje parfum… Ik vond dat leuk, zo was Gunther, en ik stelde me er verder geen vragen bij. Eigenlijk is hij mijn hele leven passief aanwezig geweest. Toen hij te weten kwam dat ik op mijn negentiende thuis vertrokken was omwille van de onhoudbare ruzies, belde hij mij op en zei: ‘Als er ooit iets is, mag je mij bellen’.

Aanvankelijk vond ik dat attent van hem, maar toen ik een paar jaar later beviel van mijn eerste kind, zaten er plots een kaartje en een foto van hem in mijn bus. Ik voelde mij er erg verward door, want het contact tussen hem en mijn ouders, en ook tussen ons, was intussen verwaterd. Ik belde hem op en vroeg hem vlakaf waarom hij mij zo bleef volgen, en waarom hij zich verantwoordelijk voelde voor mij. Maar het enige wat hij zei, was: ‘Je moet daar niet te veel achter zoeken. Hoelang kennen wij elkaar nu al? Ik heb je nog in mijn armen gehad toen je pas geboren was!’

“Ik heb altijd met een soort van onbestemd gevoel van fysieke herkenning gezeten, telkens ik hem zag”

Toch kwam dat vreemde gevoel dat ik als tiener ook al had opnieuw naar boven. Ik herinner mij nog een biologieles, waarin het ging over bloedgroepen en de kleur van ogen en zo. Niks van wat ik daar leerde, klopte met mijn eigen situatie! Mijn bloedgroep matchte niet met mijn ouders, mijn groene ogen komen bij niemand in de familie voor. Maar als ik daar thuis over sprak, werd dat weggelachen. Ik snapte er niks van, maar het maakte mij wel heel onzeker.

Intussen was het mij opgevallen dat Gunther wél groene ogen had en dat mijn kaaklijn meer op die van hem leek dan op die van eender wie in mijn eigen familie. Ik heb altijd met een soort van onbestemd gevoel van fysieke herkenning gezeten, telkens ik hem zag. Maar nooit ging het verder dan de vluchtige gedachte: hier klopt iets niet.”

Begin van een verwoede zoektocht

“De ruzies met mijn ouders escaleerden doorheen de jaren, en toen ik Gunther vorig jaar opnieuw ontmoette, vertelde ik hem dat ik weeral een tijdje geen contact had met hen. ‘Ik heb geen klik met die mensen’, vertrouwde ik hem toe. En toen kwam het eruit… Helemaal opgedraaid door wat ik allemaal vertelde, klapte hij uit de biecht: ‘Tja, natuurlijk klikt het niet, dat jouw vader onvruchtbaar is, dat is toch algemeen geweten?’

Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken, ik dacht echt dat ik ging flauwvallen. ‘Hoezo onvruchtbaar?’ zei ik. ‘Wel ja, onvruchtbaar. Heeft je mama dat dan nooit verteld?’ vroeg hij. Vanaf dat moment wilde ik echt de waarheid horen. Ik was het beu om met al die leugens en onzekerheid te leven. En Gunther vertelde me het hele verhaal. Of toch zijn versie van de feiten, want ik weet eerlijk gezegd niet meer wie of wat ik moet geloven.

Zijn verhaal gaat terug naar 1983, een jaar voor mijn geboorte. Mijn vader en moeder waren al eind jaren 70 getrouwd, en toen er jaren later nog steeds geen kind was, werd de druk om zwanger te worden heel groot. Volgens Gunther stond mijn moeder op een dag huilend aan zijn deur, ze hadden de resultaten van de vruchtbaarheidstest van mijn vader gekregen en die bleken niet goed.

Gunther zei dat hij haar wilde helpen: hij kwam door zijn werk als vertegenwoordiger in ongeveer alle ziekenhuizen van de Benelux. Hij kende niet alleen de specialisten in vruchtbaarheidstrajecten, maar was bovendien ook spermadonor. Eender hoe, hij zou kunnen helpen…

Toen ik dat allemaal hoorde, stond ik perplex, maar meteen daarna vroeg ik hem: ‘Hoezo, donor? Ben jij dan mijn vader?’ Mijn hart bonsde echt uit mijn lijf, zou hij mij dáárom al mijn hele leven volgen? Uit een soort van schuldgevoel? Maar het enige antwoord dat ik kreeg, was: ‘Ik weet het niet.’ Ik schreeuwde hem toe hoe dat nu in godsnaam mogelijk was dat hij dat niet wist, maar meer kwam ik op dat moment niet te weten.

Hoe ik na dat gesprek ben thuisgeraakt, kan ik me niet meer herinneren, het was gewoon kortsluiting in mijn hoofd. Het voelde allemaal zo surreëel. Kort daarna ben ik mijn stamboom beginnen te maken. Niks of niemand kon mij nog tegenhouden om de waarheid te achterhalen, ik had al veel te lang in onzekerheid geleefd. Ik maakte een profiel aan op de website myheritage.com, begon als een gek te googelen en zat met zoveel vragen dat ik contact opnam met de vzw Donorkinderen.

“De resultaten van die DNA-test linkten mij aan heel veel mensen over de hele Benelux, ik had geen idee van wat ik in gang had gezet”

Ik wist niet zeker of ik wel via inseminatie verwekt was, maar ik was zo ten einde raad dat ik me érgens aan moest vastklampen. Zomaar een DNA-test vragen aan Gunther durfde ik niet. Het idee dat hij mij na al die jaren misschien opnieuw zou afwimpelen, kon ik niet aan. Bij de vzw Donorkinderen stelden ze mij gelukkig gerust: of ik nu het resultaat van een affaire of een donorkind was, zij zouden me helpen om klaarheid te scheppen. Dat was een hele opluchting.

Ik kocht zo’n commerciële DNA-test, nam een swap van mijn speeksel en stuurde alles per post naar Amerika. Acht weken later kreeg ik een melding op mijn gsm, ik lag nog in bed. Wat bleek? De achternaam van Gunther stond tussen mijn verwanten! Hij was dus wel degelijk familie. Oh my god, zou het écht? Het was heel veel om te vatten. De resultaten van die DNA-test linkten mij aan heel veel mensen over de hele Benelux, ik had geen idee van wat ik in gang had gezet.”

Die ene wilde nacht

“Met de hulp van vzw Donorkinderen, zocht ik contact met verschillende mensen uit mijn verwanten-lijst. Sommigen stelden me voor om ook een DNA-test te doen, en daar had je het: de zoon van Gunther bleek mijn broer te zijn. Gunther was dus mijn biologische vader, er was geen ontkennen meer aan! Hoe was het in godsnaam mogelijk dat ik dat al die jaren niet geweten had? Ik was al zevenendertig!

Stilletjesaan kwam het besef: daarom is hij mij al die jaren blijven volgen en overlaadde hij mij als kind met cadeautjes, kaartjes en bezoekjes. Wat ik voelde, was de bevestiging van wat ik al die jaren diep vanbinnen had gevoeld, én totaal ongeloof: met wat voor een leugen had ik mijn hele leven al geleefd!

Op een avond belde mijn moeder mij in een razernij op met de vraag wat ik van plan was. Ze gaf me de boodschap dat mijn vader dit niet hoefde te weten. Ze klonk ontzettend koud en onverschillig, ze kleineerde mij zelfs en lachte me uit. Ik was boos en verdrietig, ik heb zelfs tegen haar geschreeuwd, maar zij loste niks. Ik ben zelf ook mama, en ik kan echt niet begrijpen hoe je het over je hart kunt krijgen om je kind haar hele leven lang te blijven voorliegen.

“Gunther insinueerde dat mijn moeder het hele inseminatietraject had willen omzeilen en hem erin had geluisd”

Uiteindelijk kreeg ik van Gunther wél meer verhaal. ‘Je mama heeft me liggen gehad’, klonk het. Na een personeelsfeestje in 1983 vroeg mama een lift naar huis aan Gunther. Hij stelde wel de voorwaarde dat ze eerst nog samen iets zouden gaan drinken. Wat er die nacht verder nog gebeurde, mocht ik zelf invullen, maar twee maanden later kwam mama op het werk vertellen dat ze zwanger was. Toen Gunther vroeg waar ze mee bezig was, zou zij hem hebben toegesist: ‘Dit kind is van mij, ik hou het en jij kunt daar niks aan doen.’

Gunther insinueerde dat mijn moeder het hele inseminatietraject had willen omzeilen en hem erin had geluisd. Maar als dat waar is, betekent dat dat ik het kind van mijn moeders minnaar ben. Het was voor mij allemaal te gek voor woorden, ik had geen idee meer wie of wat ik nog kon geloven. En dat zal ik jammer genoeg nooit weten. Dat heeft mijn moeder ook letterlijk zo tegen mij gezegd: ‘Je zult het nooit weten, Mieke. Je vader en ik zijn destijds naar een ziekenhuis geweest en hebben dat daar geregeld. Meer ga ik daar niet meer over zeggen.’ En ze voegde er nog aan toe: ‘Waar jij toch een drama over maakt!’

Ze vond mijn woede en verontwaardiging belachelijk, maar ze had natuurlijk ook nooit gedacht dat de waarheid aan het licht zou komen. Mijn moeder heeft er alles aan gedaan om mijn vader te doen geloven dat ze zwanger werd via een anonieme inseminatie, en dat Gunther nu ‘toevallig’ mijn vader blijkt. Maar ik kan dat verhaal over dat personeelsfeest niet vergeten. Voor mij staat het vast: ik ben het kind van mijn moeders minnaar.

Boos, bang en verdrietig

“Intussen blijkt wel dat Gunther heel vaak zijn zaad gedoneerd heeft aan fertiliteitsklinieken. Alleen al via één ziekenhuis blijkt hij acht andere nakomelingen te hebben. En ik heb ook ontdekt dat hij nog bij andere minnaressen kinderen heeft verwekt. DNA liegt niet, hè. Sommige halfbroers en halfzussen heb ik al ontmoet, enkelen van hen lijken als twee druppels water op mij.

Velen onder ons hebben ook kinderen, en wonen in dezelfde regio. Ik mag er niet aan denken dat zij ooit verliefd zouden worden op elkaar en iets met elkaar zouden beginnen! Soms kan ik daar echt op flippen, want wie weet hoelang Gunther is blijven doneren? En met wie ik nog allemaal verwant ben? Van het idee dat ik zelf kinderen had kunnen hebben met een halfbroer of halfzus, zonder het te weten, word ik misselijk. Genetisch zijn er zoveel issues die zich dan kunnen stellen.

Wat ik ook heel erg vind, is dat niemand er ooit aan gedacht heeft om mij in te lichten. Ik had toch recht op de waarheid? Het gaat echt om een identiteitskwestie. Je hebt als kind het recht om te weten waar je vandaan komt, van wie je je fysieke kenmerken, karakter en gezondheid hebt… Een kind is geen blanco blad, hè.

“Van het idee dat ik zelf kinderen had kunnen hebben met een halfbroer of halfzus, zonder het te weten, word ik misselijk”

Maar het ergste van al vind ik dat mijn vader en ik nooit een eerlijke kans hebben gehad. Hoe moeilijk moet het voor hem zijn geweest om elke dag aan tafel te zitten met een kind dat niet van hem was? Om te doen alsof? Wellicht heeft hij dat nooit kunnen verkroppen.

Vernemen dat mijn vader eigenlijk mijn vader niet was, heeft mij gebroken. Ik weet niet meer wie ik ben. Ik zie voortdurend de hele film van mijn jeugd terug voor mijn ogen, tal van gesprekken en fragmenten blijven maar door mijn hoofd flitsen. Mijn moeder heeft mijn vader altijd afgeschilderd als een agressieve dronkaard, en ik dacht dat dat door mij kwam. Hoe anders was mijn band met hem geweest als mijn moeder gewoon eerlijk was geweest? Ik kan echt niet begrijpen hoe je zoiets als moeder kunt laten gebeuren.

Mijn vader en ik hebben geen contact meer, hij heeft mij intussen blijkbaar zelfs onterfd, maar toch gaat er geen dag voorbij zonder dat ik aan hem denk en zonder dat ik stilsta bij hoeveel pijn die hele situatie hem moet hebben gedaan. Ik ben boos en verdrietig tegelijkertijd. Gunther vroeg onlangs om mijn kinderen te mogen ontmoeten, maar hij kan nu niet zomaar een plek in mijn leven opeisen. Ondanks alles, heb ik maar één vader, en dat is mijn opvoedvader.”

* Gunther is niet zijn echte naam. Omwille van privacy-redenen hebben we een andere naam gebruikt. Wie achterblijft met vragen na het lezen van dit artikel, kan contact opnemen met de vzw Donorkinderen via donorkinderen.com

Uit: Libelle 30/2022

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!