Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Ann De Wulf

Openhartig: mijn zus werd mijn broer

Door Evy Kempenaers

Kim was het gewend dat haar zus meer op een jongen leek dan op een meisje, maar dat ze haar lichaam ook echt zou laten transformeren, vond ze moeilijk. Die ingrijpende beslissing zette de verhouding tussen de twee op scherp, maar uiteindelijk maakten afkeuring en onbegrip plaats voor mildheid en oprechte trots.

“Eigenlijk is hij altijd al een jongen geweest”

Kim (43): “Dat de band met mijn broer op ons veertigste inniger zou zijn dan ooit tevoren, had ik nooit kunnen denken. Zoals we hier vandaag samen zitten en grapjes tegen elkaar maken… we zijn twee handen op één buik geworden. Nochtans is dat niet altijd zo geweest. Toen we jong waren, konden we niet méér van elkaar verschillen.

“Voor een feestje wilde ik écht een fiere jongedame van haar maken. Als ik daar nu aan terugdenk, vraag ik mij af: wat bezielde mij toch om daar zo erg op aan te dringen?”

Ik ben altijd ‘grote zus’ geweest en hield erg van typische meisjesdingen. Ik droeg jurkjes, speelde met make-up en liep verkleed en op hoge hakjes door het huis… Mijn kleine zus zag mij bezig, maar deed nooit mee. Zij droeg liever joggingbroeken of brede shorts met losse slobbertruien en speelde met legoblokken. Terwijl ik mij als tiener graag optutte, verstopte mijn zus zich altijd onder een stoere pet. Ze reed rond met haar BMX, speelde baseball en prutste graag aan brommers. Ik vond daar niks aan, sterker nog: ik begreep écht niet hoe zij daar zo in kon opgaan.

Als ik met vriendjes en vriendinnetjes op straat speelde, zeiden ze weleens: ‘Hey Kim, ik heb je broer gezien!’ Mijn broer? Ik had helemaal geen broer… ‘Dat is mijn zus’, antwoordde ik dan stellig. Daarop deden ze soms wat lacherig, maar dat trok ik me niet te hard aan. Mijn zus leek nu eenmaal op een jongen. Kort haar, sportieve kleren, schouders naar voren, beetje ineengedoken… Ik was dat zo gewend.

Ik weet nog dat ik haar voor een feest van onze oma eens een jurk heb laten uitkiezen en haar heb geschminkt, maar daar stond ze helemaal niet mee. Zelfs in de meest vrouwelijke outfit straalde zij mannelijkheid uit. Het was gewoon onmogelijk om een fiere jongedame van haar te maken. Als ik daar nu aan terugdenk, vraag ik mij af: wat bezielde mij toch om daar zo erg op aan te dringen?”

In het verkeerde lichaam

“De tienerjaren van mijn zus liepen niet over rozen. Op haar vijftiende raakte ze per ongeluk zwanger en kreeg ze een zoon. Totaal onverwachts werd ze tienermoeder en stond haar leven op zijn kop. Zwanger zijn, bevallen van een kind, al die hormonen die dan door je lijf razen… het ging haar niet goed af.

Gelukkig konden zij en kleine Thomas op veel steun van onze ouders rekenen. Mama stond altijd voor hen klaar en dat was nodig ook, want mijn zus zat heel slecht in haar vel. Blijkbaar kwam wat zij al die maanden in de spiegel had gezien helemaal niet overeen met hoe ze zich voelde. Mijn zus zag zichzelf niet als een vrouw, maar als een man. Een man in een véél te vrouwelijk lichaam.

Maar het leven ging verder en zelf was ik te zeer op zoek naar wat stabiliteit in mijn eigen gezin, om de psychische problemen van mijn zus er nog bij te kunnen nemen. We zagen elkaar wel, maar intense gesprekken over onze zielenroerselen of diepste emoties kwamen er niet van. Zij is ook nooit zo’n prater geweest, en ik vrees dat het nooit echt tot mij is doorgedrongen hoe erg ze met haar lichaam worstelde, hoe diep ze zat.

Tot we zo’n tien jaar geleden wél eens alles op tafel hebben gelegd. Die middag vertelde ze me voorzichtig hoelang ze haar borsten al intapete om zo plat mogelijk te lijken en dat ze zich kraste om de pijn vanbinnen minder te voelen. Ik vond dat heel erg om te horen, maar had ook moeite om het te begrijpen, vrees ik. Hoe kon je nu zozeer met je identiteit worstelen? Ik was een vrouw in een vrouwenlichaam, voor mij was dat heel simpel. Dat mijn zus eruitzag als een jongen, was ik gewend, maar dat ze zich ook echt een jongen voelde, vond ik… raar.

“Ik had moeite om het te begrijpen. Hoe kon je nu zozeer met je identiteit worstelen? Ik was een vrouw in een vrouwenlichaam, voor mij was dat heel simpel”

Een klein jaar later kwam ze mij vertellen dat ze een reeks operaties wilde ondergaan om van geslacht te veranderen. Ze was al volop bezig met de psychologische gesprekken bij het genderteam van het UZ Gent. Mijn zus in een traject om man te worden? Toen ze die woorden uitsprak, wist ik niet wat ik hoorde. Ik was het gewend dat ze op een jongen leek en zich ook zo gedroeg, maar dat ze werkelijk ook iets aan haar lichaam zou laten veranderen, was voor mij echt een stap te ver. Dat ze haar borsten zou laten verwijderen, tot daar aan toe, maar een volledige transitie?! Nee toch!

Mijn eerste reactie was: ‘Maar dat kun je toch niet doen?! Dan zien wij elkaar nooit meer terug in de hemel!’ ‘Dat kan me niet schelen!’ riep ze terug. Mij kan het wél schelen, ik hoop echt om hem ooit in een of ander hiernamaals terug te kunnen zien. Niet dat ik vandaag zo praktiserend ben, maar ergens geloofde ik toch: God heeft je ofwel als vrouw, ofwel als man op de wereld gezet en dat moet je aanvaarden. Maar voor mijn zus was er geen weg terug, ze zou een man worden en ze was honderd procent overtuigd van haar keuze.”

Getuigenissen op tv

“Die eerste jaren van het traject had ik het er dus niet makkelijk mee, maar gelukkig zag ik in die periode een tv-programma over transgenders. Daar hoorde ik mannen en vrouwen getuigen over hoe zij hun lichaam en identiteit beleefden en eindelijk begon ik een beetje te snappen hoe mijn zus zich moest voelen. Die mensen konden hun gevoelens ook zo helder verwoorden, iets wat mijn zus al die jaren nooit had gedaan.

Stilaan begon het mij te dagen hoe bevreemdend het moet zijn als wat je in de spiegelt ziet, niet overeenkomt met hoe je je voelt. En hoe eenzaam het voor mijn zus moet zijn geweest dat ze dat gevoel met niemand echt kon delen… Ik was er behoorlijk van slag van, het was alsof ik een soort van klik maakte.

Na die uitzending pakte ik de telefoon en belde ik haar op om te vertellen wat ik had gezien en gehoord. ‘Ik begin een beetje te begrijpen waarom je die ingrepen wilt laten doen’, zei ik. ‘Wie ben ik om te zeggen wat jij wel of niet mag doen om je goed in je vel te voelen. Als een transgender- behandeling is wat jij nodig hebt, dan steun ik je daarin.’

“Stilaan begon het mij te dagen hoe bevreemdend het moet zijn als wat je in de spiegelt ziet, niet overeenkomt met hoe je je voelt”

Er volgden lange en moeilijke jaren, zowel fysiek als mentaal, en het enige wat ik kon doen, was vanaf de zijlijn toekijken. Maar nu is alles achter de rug en ben ik ontzettend trots op hem dat hij heeft doorgezet. Je moet ongelooflijk zeker van je stuk zijn om zo’n traject te doorstaan, want het is een beproeving op alle vlakken. De hormonen, de operaties, de littekens, de meningen en commentaren… Je moet het allemaal niet onderschatten.

Maar mijn zus is nu mijn broer en ik zie ook dat het plaatje veel beter klopt. Tristan – dat is zijn nieuwe voornaam – straalt dat ook uit, hij is veel zelfzekerder geworden. Vroeger stak hij zich altijd zoveel mogelijk weg, wilde hij niet worden gezien, maar vandaag staat hij er. Ik ben zo blij voor hem dat hij zich eindelijk goed in zijn vel voelt. Ik kan me hem natuurlijk nog voorstellen zoals hij vroeger was, maar ik zie hem niet meer als dat meisje van weleer. Ergens voelt het zelfs alsof hij altijd al een jongen is geweest.

Tristan is nog steeds geen grote prater, maar de transitie heeft ons wel dichter bij elkaar gebracht. Ik ben ontzettend blij dat ik de klik heb gemaakt en hem uiteindelijk heb kunnen steunen in zijn keuze. Het was een moeilijke weg voor hem en dat is het nog steeds. Sommige commentaren kwetsen serieus en het is niet altijd gemakkelijk om dan je rug te rechten.

Als er iets is gebeurd dat hem raakt, probeer ik er zo goed mogelijk voor hem te zijn. Dan stuur ik lieve berichtjes en laat ik hem zoveel mogelijk weten dat ik trots op hem ben en hem graag zie. Hoe ouder we worden, hoe intenser onze band. We zijn een goeie broer en zus voor elkaar.

Eindelijk het gevoel dat alles klopt

Tristan (40): “Ik wil zo weinig mogelijk worden herinnerd aan de vrouw die ik vroeger was. Ik ben Tristan nu, en ik ben een man. Dat mensen mij als transgender niet herkennen, vind ik positief, ik ben blij met wat ik uitstraal. Dat is lang anders geweest.

“Toen ik amper vijf was, vroeg ik een piemel aan Sinterklaas”

Ik was nog erg jong toen ik al voelde dat er iets niet klopte aan mijn lichaam: amper vijf jaar was ik, toen ik aan Sinterklaas een piemel vroeg. Alle andere cadeaus interesseerden mij in de verste verte niet, die piemel was het enige waar ik echt naar verlangde. Ik wilde gewoon een jongen zijn. Mijn ouders vonden altijd wel dat ik eruitzag als een kwajongen, maar verder schonken ze niet veel aandacht aan wat ik daarover zei of dacht.”

Liever papa

“Ik groeide op, kreeg mijn zoon Thomas, en probeerde mijn leven te leven. Maar toen ik negentien was, kreeg ik het pas echt ontzettend moeilijk met mezelf. Heel voorzichtig vertelde ik aan mijn zoontje van vijf dat ik liever zijn papa wilde zijn dan zijn mama. ‘Dat wil ik niet!’ riep hij boos. ‘Ik heb geen papa en ik wil ook geen mapa.’

Daarop liet ik het onderwerp rusten, ik wilde mijn zoontje niet ongelukkig maken. De jaren daarop probeerde ik alles zo goed mogelijk op zijn beloop te laten en leefde ik het leven dat de maatschappij van mij verwachtte. Als vrouw. Maar diep vanbinnen bleef het knagen. Het gevoel dat ik helemaal geen vrouw wilde zijn, kwam telkens weer naar boven. Tot het een dikke tien jaar later was geculmineerd in: als ik dan toch als vrouw verder moet, wil ik helemaal níét meer leven.

Mijn strop hing al klaar op zolder. Ik was echt ten einde raad, want hoe hard ik ook zocht naar een manier om mezelf te aanvaarden als vrouw, ik kón het niet. Thomas wist al lang hoezeer ik met mijn lichaam en het leven worstelde en toen hij die strop zag, vroeg hij: ‘Wat heeft dat te betekenen? Mama, het gaat niet meer, hè? Ik heb liever dat je mijn papa wordt, dan dat ik helemaal geen mama of papa meer heb. Misschien moeten we samen bekijken wat de dokters kunnen doen.’

“Ik ben mijn zoon zo dankbaar. Hij heeft mijn leven gered”

En daarop hebben we een afspraak gemaakt met het genderteam van het UZ Gent. De steun die ik toen van Thomas kreeg, betekende echt ontzettend veel voor mij. Ik zal hem daar altijd dankbaar voor blijven, want eigenlijk heeft hij mijn leven gered.”

Loodzwaar traject

“Het hele traject in het UZ Gent heeft zo’n zes jaar geduurd. Bij mijn aanmelding kwam ik meteen op een wachtlijst van zes maanden terecht. Daarna volgden een jaar psychologische gesprekken, een hormoonbehandeling en de ene na de andere operatie. Ik liet mijn borsten verwijderen, mijn baarmoeder, eierstokken… Mijn lichaam heeft erg afgezien, maar die littekens zijn de prijs die ik er met plezier voor betaal.

Na de allerlaatste operatie keken mijn zoon en ik samen naar het resultaat en maakten we een foto. Dat was grappig en ontroerend tegelijk. Dat hij me toen ook voor het eerst ‘papa’ noemde, heeft me diep geraakt. Als ik nu in de spiegel kijk, heb ik het gevoel dat alles klopt. Ik vind mezelf ook veel mooier als man dan als vrouw. Ik verzorg me beter en ga met plezier naar de kapper en de barbier. Vroeger wilde ik me verstoppen, nu voel ik dat ik gezien mag worden, dat ik er mag zijn. Ik zit zóveel beter in mijn vel.

Ik ben ontzettend blij dat Kim destijds is bijgedraaid en mij al die jaren heeft gesteund. De meesten van mijn vrienden en familie hebben gelukkig ook de klik gemaakt. Alleen mijn oma heeft het er soms nog moeilijk mee en vergist zich nog weleens van naam, maar voor haar ben ik milder. Ik weet dat ze het goed bedoelt.

Dat is niet bij iedereen zo: sommige mensen die mij nog kennen van vroeger, maken doelbewust scherpe en kwetsende opmerkingen om mij onderuit te halen. Ik vraag mij af waarom. Ik weet dat ik geen evidente keuze heb gemaakt, maar nu ik mezelf eindelijk weer respecteer, hoop ik dat anderen dat ook zullen doen.”

Uit: Libelle 39/2022. Tekst: Evy Kempenaers, foto: Ann De Wulf

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!