Getty Images

Openhartig: als je de woning verlaat waar je altijd hebt gewoond

Door Evy Kempenaers

Er komt een moment waarop het huis waarin je kinderen opgroeiden, te groot, te oud, te zwaar wordt om te onderhouden… en je voelt dat je beter zou verhuizen. Twee lezeressen vertellen hoe het was om die moeilijke knoop door te hakken.

Marina verkocht na het verlies van haar man, de woning waarin ze bijna 40 jaar samen hadden gewoond

Marina (62): “Toen bij mijn man een aantal jaar geleden een hersentumor werd vastgesteld, sloeg dat nieuws in als een bom. Onze wereld en die van onze kinderen stortte in elkaar. We hadden nog zoveel plannen samen, we moesten nog aan ons pensioen beginnen! Maar de prognose was duidelijk: het zou niet lang meer duren voor ik er alleen voor stond.

Maar in plaats van zich zorgen te maken over zijn gezondheid, bekommerde Jean-Pierre zich vooral over mij. Hij wilde mij zoveel mogelijk ellende besparen en wilde dat alles goed geregeld was. Ook waar ik zou wonen, want hij vond het huis veel te groot voor mij alleen. ‘Je moet het verkopen en iets anders zoeken, iets nieuws’, zei hij. Maar ik kon het huis waar we zevenendertig jaar lang samen hadden gewoond, toch niet zomaar achterlaten? Hij drong aan en begon er steeds opnieuw over, maar mijn hoofd stond er niet naar. Het enige wat ik wilde, was voor hem zorgen en er zijn als hij mij nodig had.

De stap naar een appartement

Maar het onderwerp ging niet uit zijn gedachten. Tijdens een van onze gesprekken zei hij dat hij er gerust over wilde zijn dat ik het goed zou hebben. Om hem te sussen, beloofde ik dat ik er werk van zou maken, maar eerlijk gezegd kwam er niks van. Ik had helemaal geen behoefte om te verhuizen, mijn prioriteit lag bij hem en ik had de energie niet om zo’n verhuis te organiseren.

Alleen al bij het idee van wat dat allemaal met zich mee zou brengen en hoe mijn leven zou veranderen, zakte de moed me in de schoenen. Het was niet aan de orde, dat was duidelijk. En toen mijn man was overleden, bleef ik waar ik was: in het huis waar wij al die jaren ons leven hadden gedeeld. Al bleven zijn woorden nazinderen… ik had hem toch beloofd erover na te denken? Stilletjesaan veranderde mijn blik op de toekomst, en een jaar na zijn overlijden werd ik toch nieuwsgierig.

“In de hoop op die manier een moeilijke periode te kunnen afsluiten, tekende ik het compromis”

Dan begon het te kriebelen als ik met mijn fiets langs een immokantoor reed en durfde ik al eens te stoppen om te kijken wat er uithing. Zo viel mijn oog op een nieuwbouwproject in de buurt, vlak bij de plek waar mijn dochter met haar gezin woont. Ik heb nog wel even geaarzeld. Was ik hier klaar voor? Ga ik die stap echt zetten, dacht ik. Ga ik nu echt van een groot huis met drie verdiepingen naar een appartement verhuizen? Maar in de hoop op die manier een moeilijke periode te kunnen afsluiten, tekende ik het compromis.

Afscheid nemen

Het moeilijkste moest natuurlijk nog komen. Ik heb er meer dan een jaar over gedaan om ons huis, kamer per kamer, leeg te maken. Ik kwam spullen tegen die ik al jaren niet meer had vastgehad. Foto’s, trouwboeken, trofeeën van mijn man als duivenmelker… Hartverscheurende keuzes heb ik moeten maken, maar ik kon toch niet álles houden?

Zijn kleerkast leegmaken vond ik verschrikkelijk, aan elk kledingstuk hing een herinnering vast: het hemd dat hij droeg tijdens een weekendje in de Ardennen, zijn wandelschoenen… Het heeft me heel veel tijd gekost en er zijn veel tranen gevloeid, maar ergens was het ook mooi. Keukengerei, kandelaars, meubels… ik heb er zorgvuldig afscheid van genomen en ben echt dankbaar voor al die jaren die we samen hebben gehad.

De allerlaatste keer dat ik de deur achter me dichttrok, ben ik in huilen uitgebarsten. Het deed zoveel pijn om die periode af te sluiten: onze eerste huwelijksjaren, spelende kinderen, de honden in de tuin. Ook het beeld van ons eerste kleinkind met Bompi in de tuin staat op mijn netvlies gebrand: dat was hun domein en zal het in mijn gedachten altijd blijven.

Nieuwe eigenaars

Toen ik hoorde dat de nieuwe eigenaars het huis hebben gerenoveerd, moest ik even slikken. Ik ben er nooit meer binnen geweest, want ik wil het mij herinneren zoals het was. Toen ik eens bij mijn vroegere buren op bezoek ging, zag ik dat ze in de tuin een boom hadden gekapt. Mijn man had die boom nog geplant en de datum in het tuinhuis gegraveerd. Hij had altijd bijgehouden hoe hij groeide… Het was zíjn boom. Dat die nu weg was, brak mijn hart.

“Ik zag dat de nieuwe eigenaars een boom hadden gekapt. Het was de boom van mijn man. Dat die nu weg was, brak mijn hart”

Ondertussen ben ik tevreden in mijn eigen stekje. Het is een pak kleiner, maar het is niet omdat je voorwerpen wegdoet, dat de herinneringen ook verdwijnen. Ik heb nog héél veel foto’s. Mijn nieuwe appartement is leuk en de kinderen en kleinkinderen komen er graag. Het huis verkopen was een moeilijke beslissing, maar ik heb er geen spijt van. Het is ook niet zozeer het huis dat ik mis, maar wel het leven dat wij samen hebben gehad. Dat zal ik nooit vergeten. Het was zo mooi.”

Toen de man van Liliane ziek werd, verhuisden ze samen naar een serviceflat

Liliane (77): “Toen de kinderen nog klein waren, konden mijn man en ik een prachtig huis kopen in Zurenborg, een heerlijk bruisende wijk aan de rand van Antwerpen. Zodra we het mooie, oude herenhuis met vier slaapkamers zagen, was het liefde op het eerste gezicht, zo karaktervol!

Er was nog wel werk aan, maar dat vonden we niet erg. Integendeel, het gaf ons de kans om het nog meer op onze smaak af te stemmen. Zo braken we beneden een paar muren uit en plaatsten we vooraan een nieuwe keuken. Die keuken werd mijn favoriete plek, ik heb er altijd met veel plezier gekookt. De salon werd onze vaste stek om samen te ontspannen, Willy en ik hielden van gezelligheid. Ik zie hem daar nog zitten in de zetel, terwijl hij de route voor één van onze vele wandeltochten uitstippelde.

We hebben een mooi leven gehad in dat huis, we voelden ons daar goed. En niet alleen in het huis, maar ook in die buurt, want het rook er altijd zo bijzonder! Die wirwar van geuren, knoflook en kruiden, maakte mij altijd goedgezind. Ik hield er zo van om een koffietje te gaan drinken in de buurt of om thuis verjaardagsfeestjes en logeerpartijtjes te organiseren of vrienden uit te nodigen. Wat hebben we er graag gewoond! Maar het heeft niet mogen blijven duren.

“Dat mooie, grote herenhuis begon niet alleen onhandig te worden, op den duur werd het ook echt gevaarlijk”

Een noodoplossing

Zo’n vijftien jaar geleden werd Willy ziek. Het viel op dat hij tijdens onze wandeltochten niet meer mee kon. Hij had altijd zo’n pijn aan zijn benen, zei hij. En hij viel verschillende keren. Aanvankelijk hoopte ik nog dat er niks ernstigs aan de hand was, maar onderzoeken wezen uit dat Willy aan parkinson leed. Wat de dokters ook probeerden, geen enkele behandeling sloeg aan. Willy werd steeds minder mobiel en steeds vergeetachtiger.

Dat grote huis begon niet alleen onhandig te worden, op den duur werd het ook echt gevaarlijk. Ik moest Willy keer op keer de trap op helpen en op een dag viel hij in de badkamer. Het heeft bijna twintig minuten geduurd voor ik hem weer overeind kreeg. Toen wist ik: dit kan zo niet langer. Het deed me ontzettend veel pijn om te beseffen dat het niet meer lukte.

De beslissing om te verhuizen hebben we heel overhaast genomen. Móéten nemen, eigenlijk. Mijn dochter werkt in een woonzorgcentrum en vertelde dat er een serviceflat was vrijgekomen. We moesten dus snel beslissen. Het voelde als een noodoplossing. Het was beter geweest als we eerder naar een appartement hadden uitgekeken, dan hadden we niet zo halsoverkop moeten verhuizen.

Hartverscheurende keuzes

Het huis leegmaken was verschrikkelijk moeilijk, het grootste deel hebben mijn kinderen in mijn plaats gedaan. Ik kón het niet. In de serviceflat was er ook zo weinig plaats: we moesten hartverscheurende keuzes maken: het was óf mijn verzameling uilenbeeldjes óf de grote cd-collectie van Willy. Voor een paar van mijn mooiste exemplaren heb ik nog een plekje gevonden, maar het werd de cd-collectie van Willy die mee verhuisde. En dat vond ik erg pijnlijk. Ik was echt gehecht aan mijn uiltjes, vrienden hadden ze uit de hele wereld meegebracht. Dat ik daar afstand van moest nemen voelde alsof ik een stuk van mezelf kwijtraakte.

De dag dat we naar de serviceflat verhuisden, trok ik de deur van ons huis met een heel vreemd gevoel achter me dicht. Het deed me veel verdriet om al die herinneringen achter te laten. Geen wonder, heel ons leven zat erin, we hebben daar veertig jaar gewoond! Ik ben nooit meer teruggegaan. Die confrontatie vond ik te moeilijk en te pijnlijk. Willy, daarentegen, leek het allemaal best te vinden. ‘Hier zit ik goed’, zei hij toen hij voor het eerst aan het raam van onze nieuwe flat ging zitten. Maar volgens mij besefte hij niet meer goed wat hij achterliet.

“Ik ben nooit meer teruggegaan. Die confrontatie vond ik te moeilijk en te pijnlijk”

Blijvend gemis

Toen we amper een paar maanden in die serviceflat woonden, ging Willy’s gezondheid opeens pijlsnel achteruit. Ik denk dat hij zijn ziekte nooit goed heeft kunnen aanvaarden en dat hij besloot om te stoppen met vechten. Op den duur wilde hij zelfs zijn medicatie niet meer nemen. Ons huis was net verkocht toen hij stierf. Ik voelde mij totaal verloren, want daar zit ik dan alleen, op dat flatje in het woonzorgcentrum.

Ik was amper 72 en had geen idee wat ik daar moest beginnen, tussen al die hulpbehoevende mensen. Hoe dikwijls heb ik toen niet gedacht: ‘Verdorie, waarom hebben we dat huis zo snel verkocht? Hadden we daar maar mee gewacht…’ ‘Maar mama, hoe had je dat dan gedaan, alleen in dat grote huis?’, kreeg ik te horen van mijn kinderen, maar ik wás daar graag en had dat ook alleen gekund.

Mijn kinderen horen het niet graag, maar ik mis het nog altijd. Intussen woon ik hier zes jaar. Het heeft lang geduurd, maar stilaan heb ik mijn draai toch gevonden. Ik ben een van de meest actieve bewoners en engageer mij waar ik kan: ik bezorg elke dag de kranten en doe dan op een ochtend zo’n tien à twaalf babbeltjes. En elke middag help ik in de eetzaal met eten rondbrengen en twee middagen per week hou ik de cafetaria mee open. Dat geeft mij veel voldoening. Ik ga ook regelmatig wandelen met de bewoners in een rolstoel en ik brei sjaals en dekentjes.

Al die activiteiten brengen mij troost, want anders denk ik te veel na. Dan draait mijn hoofd overuren en denk ik aan vroeger, aan alles wat is geweest. Soms doet dat gemis echt fysiek pijn. Al die mooie jaren samen komen niet meer terug. maar gelukkig blijven de herinneringen wel voor altijd bestaan. Ik heb de foto’s van Willy een mooie plek gegeven en slaap nog steeds in ons bed van vroeger. De buurt waar ik nu woon, is een pak minder aantrekkelijk dan Zurenborg, maar de afstand is gelukkig niet al te groot.

Voor een koffietje of een lunch trek ik nog regelmatig naar mijn favoriete plein, maar de straat waar wij vroeger woonden, zal ik altijd mijden. De confrontatie met het huis waar wij ons hele leven samen hebben gewoond, kan ik niet aan.

Lees het volledige artikel in Libelle 25/2022.

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content