Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Openhartig: als je ouders in het buitenland gaan wonen

Door Diny Thomas

Het zijn niet altijd de kinderen die het ruime sop kiezen, soms zijn het mams en paps die beslissen om hun geluk in een ander land te gaan zoeken. En dat is evenmin makkelijk.

“Soms voelt het alsof ze ons vergeten zijn”

Miekes (31) vader woont in Frankrijk. Ze mist hem nog meer nu ze een zoontje heeft

Dat papa een vijftal jaar geleden met z’n nieuwe liefde naar Roubaix verkaste, deed me eerlijk gezegd weinig. Ik had de scheiding duidelijk nog niet verteerd. Hij had mama laten zitten voor zijn Franse minnares, en dat heb ik hem lang kwalijk genomen. Dat en het feit dat mama naast me kwam wonen, was genoeg om hem moeiteloos los te laten.

De ommekeer kwam er toen papa een jaar later vertelde dat hij samen met zijn vriendin wegging uit Roubaix. Heel even dacht ik dat hij terug zou keren, maar toen hij zei dat ze in Hautot-sur-Mer gingen wonen, op een dikke 350 kilometer van ons, brak er iets in mij. Mijn man en ik waren al een tijdje bezig met onze kinderwens en opeens kwam het besef dat mijn vader, opa in spe, veel ging missen uit het leven van ons kind.

Ik heb nog even de hoop gekoesterd dat hij voor zijn kleinkind zou terugkeren naar België, maar zijn vriendin heeft zelf drie kinderen en zij wil uiteraard ook graag op een dag oma zijn. Ze moesten een keuze maken.

Vandaag is Ralf anderhalf en moet ik zeggen dat papa wel echt z’n best doet voor zijn kleinzoon. Hij komt geregeld een weekend logeren en zelf gaan we een keer of vier, vijf per jaar naar Hautot-sur-Mer. Maar telkens als Ralf zijn opa ziet, moeten ze van nul beginnen. Dan steekt hij zich weg tussen mijn benen. Hij ziet zijn opa gewoon te weinig. Het is telkens confronterend om te zien dat de band die zij hebben, nog niet heel sterk is. Als Ralf mijn mama ziet, dan rent hij op haar af en geeft haar een dikke knuffel, zoals het hoort te zijn.

“Papa doet zijn best voor zijn kleinzoon, en ik weet dat ook hij soms verdriet heeft”

Vroeger had ik het gevoel dat papa’s vriendin belangrijker was dan mijn zus en ik. Het leek voor hem zo makkelijk om een nieuw leven te beginnen in Frankrijk. Nu weet ik dat ook hij veel verdriet heeft. Hij weent niet als we afscheid nemen, maar hij blijft nooit lang staan om ons uit te wuiven, net omdat hij het zo moeilijk vindt om ons te laten gaan. Hij zal het wel nooit met zoveel woorden zeggen.

Ik denk dat hij bang is ons te kwetsen, en bang voor de reactie: ‘Je hebt er zelf voor gekozen.’ Maar het is wel zo natuurlijk. Hij liet zijn dochters achter voor de liefde. Vroeger zou ik hem dat gewoon gezegd hebben, maar nu ik mama ben en er een tweede op komst is, liggen de kaarten anders. Ik heb maar één vader en het is niet altijd even makkelijk, maar… moeilijk gaat ook.”

Heidi’s (51) ouders wonen al twaalf jaar in het verre Nieuw-Zeeland

“De dag dat mama en papa op het vliegtuig stapten en voorgoed naar Nieuw-Zeeland gingen, moet zowat de ergste dag van mijn leven zijn geweest. Het leek wel alsof ik mijn thuis samen met hen zag wegvliegen naar de andere kant van de wereld. Ik voelde me een klein kind dat compleet verloren liep, zo zonder ouders.

En dat gevoel heb ik nu, na twaalf jaar, soms nog. Ik mis hen, voor het minste. Dan sta ik te kokkerellen en wil ik mama vragen hoe zij haar mosselen alweer maakt. Of dan ben ik papa’s vroegere boezemvriend in ’t dorp tegengekomen en wil ik hem dat zo graag vertellen. Of dan beslissen we op een hete zomerdag om te barbecueën en wil ik hen vragen of ze niet afkomen. Maar dat gaat allemaal niet meer.

“Ik zou mama zo graag kunnen bellen, gewoon om te vragen hoe ze alweer mosselen klaarmaakt”

Ik sta nog vaak met de telefoon in mijn handen, om dan te beseffen dat mama en papa waarschijnlijk nog, of al, in bed liggen – het is daar tien uur later dan hier. Ik heb het geluk dat ik schoonouders heb die zich ontfermen over mij alsof ik hun eigen kind ben. Ik heb een lieve tante die doet wat een mama hoort te doen en mij eens goed vastpakt op momenten dat ik het nodig heb. Maar niets voelt hetzelfde.

Vroeger dacht ik dat je rol als ouder op een dag gewoon stopt, maar nu weet ik dat je als kind je ouders nodig hebt. Je hele leven lang.”

Hildes (45) mama woont de helft van het jaar in Zweden

Ting! Het was op een vrijdagmiddag, nu drie jaar geleden, dat ik een berichtje kreeg van mama. Ze zat op dat moment met haar vriend in Zweden – mijn vader overleed enkele jaren geleden en Guido sleurde haar uit die put. Het was een foto van hen twee, met daaronder: ‘Hilde, we hebben een appartement gekocht’.

Ik kwam compleet uit de lucht vallen. Mama reisde misschien wel graag de wereld rond, maar ze was ook altijd blij om terug thuis te zijn. Waarom zou ze dan in hemelsnaam zo ver weg iets kopen? Maar blijkbaar voelden ze zich daar zo thuis, dat ze er meer tijd wilden spenderen. Ik dacht eerst dat ze met ‘meer tijd’ eens een lang weekend of een week of twee bedoelden, maar voor ik het wist, zaten ze vaker ginds dan hier.

Tuurlijk heb ik mama weleens gezegd dat ik het lastig vind om haar zo weinig te zien, maar ze begrijpt niet waarom. ‘Ik ben er toch nog’, zegt ze dan. Da’s waar, ze is niet voorgoed weg, maar ze is er wel gewoon vaak níét. Drie jaar geleden ben ik halsoverkop weggegaan bij mijn man. Scheiden is altijd lijden en hoewel mama mij en mijn twee dochters in huis heeft genomen, was ze er vaak een maand, twee maanden niet. Dat deed pijn. Op het moment dat ik mijn mama het hardste nodig had, zat ze liever in Zweden met Guido.

“Als de meisjes vragen wanneer oma er nog eens is op hun verjaardag, breekt mijn hart”

Ook later, toen ik terug zelf een huis had met nog veel werk aan, bleef ze naar Zweden trekken. Ze kwam wel het behangpapier aftrekken en hielp met het schilderwerk, maar opeens was ze weer weg. Ik bleef achter in een krot, met een gebroken hart en zónder mama. Alsof dat nog niet genoeg was, stuurde ze me om de haverklap een foto van een nieuw schilderij dat ze op de kop had getikt, of haar nieuwe zetel, en dat terwijl ik ’s avonds op een stoel in een lege living moest zitten. Ik weet dat het niet terecht is, maar het voelde toen echt alsof ze mij in de steek liet.

Het klinkt misschien alsof ik mama het geluk niet gun, dat zegt ze zelf soms ook. Tuurlijk wil ik niets liever dan dat ze gelukkig is, maar moet dat per se in Zweden zijn? Ik heb het gevoel dat ze alleen mama en oma is als het haar uitkomt, maar zo werkt het toch niet?

Laatst hoorde ik mijn meisjes discussiëren in bed over wanneer hun oma er nog eens was op hun verjaardag. ‘Toen ik acht werd?’ hoorde ik de oudste zich luidop afvragen. Ze is nu tien. Mijn hart lag in duizend stukken. Waarom kunnen mijn meisjes en ik haar geluk niet zijn?

Ingrids (45) ouders kochten vier jaar geleden een huis in Alicante

“Mijn ouders hebben hun leven lang een bakkerij gehad, geen wonder dat echt iederéén hen kent. ‘En, alles oké met mama en papa?’ is het eerste wat mensen me vragen. ‘Ze hebben het toch goed, daar in Spanje…’ Ja, da’s waar, ze hebben het er echt naar hun zin. Maar iedereen lijkt te vergeten dat ze mij, hun enige dochter, en hun drie kleinkinderen hebben achtergelaten.

Het is niet dat ik het hen niet gun. Ik heb altijd gezegd dat ik hen niet ging tegenhouden. Maar nu het zover is, heb ik soms spijt dat ik hen toch heb laten gaan. Als ik aan mama en papa denk, dan komen er alleen maar mooie herinneringen naar boven.

Als tiener stond ik geregeld in de bakkerij. ’s Nachts hielp ik mijn vader met bakken en tussen het geknetter van de verse broden en de heerlijke geur van de chocoladekoeken hadden we gezellige gesprekken. Dan vertelde ik hem over mijn eerste vriendje, over de fratsen die ik meemaakte met mijn beste vriendin, over mijn toekomstplannen.

Op woensdagnamiddag hielp ik mama in de winkel, in de weken voor Sinterklaas en Pasen pakten we samen chocolade mannekes in en op oudejaarsavond ging ik van de fuif rechtstreeks naar de bakkerij om de ontbijtmanden klaar te zetten. Het was op zo’n momenten dat mama dikwijls verzuchtte dat ze haar oude dag liever niet in het dorp doorbracht. Ze ging het liefst naar de zee, of naar de Spaanse kust. Voorgoed. ‘Je hebt gelijk, mama. Jullie hebben al die jaren zó hard gezwoegd’, zei ik haar dan. ‘Gewoon doen.’

Het moet nu zo’n vier jaar geleden zijn dat mama en papa een huis kochten, in Alicante. Ik zie ze nog zo zitten aan mijn keukentafel, met een pak frieten tussen ons in, stralend na een week in Spanje. ‘Sylvie, het is zover’, zei mama aarzelend. ‘We hebben gekocht.’ Nog geen jaar later waren ze al weg.

Ik herinner me de dag dat ik mijn ouders aan de luchthaven afzette, samen met mama’s beste vriendin, alsof het gisteren was. Dat was veel moeilijker dan gedacht. Natuurlijk was ik blij dat ze eindelijk konden profiteren van het leven. Zeker papa, die na al die jaren in de bakkerij bloemastma had gekregen en daar in Spanje nooit last van had. Maar eens ze in de mensenmassa verdwenen, overviel het verdriet me.

Mama’s vriendin pakte me stevig vast en fluisterde in mijn oor: ‘Kind toch, wat doen ze je aan! Ik zou het niet kunnen, mijn kinderen en kleinkinderen achterlaten.’ Het klinkt dramatisch, maar ik voelde mij op dat moment alleen op de wereld. In de steek gelaten zelfs. Ik had al geen broers of zussen, geen grootouders, geen schoonouders en nu ook geen thuis meer.

“ ‘Spanje is niet het einde van de wereld, op twee uurtjes vliegen ben je hier’, zegt mama. Maar zo simpel is het niet”

Dat ik het moeilijk heb, weten mijn ouders niet. Ik heb hen weleens willen vertellen dat ik hen verschrikkelijk hard mis, dat ik me soms zo eenzaam voel, maar ik wil hen niet kwetsen. Zeker papa niet. Moest hij weten hoe ik me voel, dan zou hij zijn koffers pakken en terugkeren. Mama daarentegen zou me niet begrijpen, denk ik. ‘Alicante is toch niet het einde van de wereld. Op twee uurtjes vliegen ben je hier’, heeft ze zo dikwijls gezegd.

Maar zo simpel is het niet. Ik heb drie pubers in huis die elk een eigen leven hebben, de vliegtickets zijn niet altijd goedkoop, zeker niet in het hoogseizoen, en mijn man heeft maar twintig dagen verlof op een jaar. En ja, we mogen altijd bij hen logeren, waardoor het ons een pak minder kost, maar hun huis is maar voorzien op twee mensen, geen zeven. En in de buurt valt er weinig te beleven voor onze jongens.

Dit jaar zijn we voor de eerste keer eens níét naar Spanje gegaan. Dat was lastig om te vertellen. Zij zien hun huis als gratis verlof voor ons, maar wij zijn het anders gewend. Wij gaan altijd naar een vakantiepark waar de kinderen kunnen voetballen of basketballen, met een zwembad en een bar, waar mijn man op tijd en stond een pintje kan drinken. (lacht) Ik denk niet dat ze ons begrijpen. Een tijd terug vroeg papa of we volgende zomer dan terug naar Frankrijk gaan. Hij zei het al lachend, maar ik voelde aan alles dat het hem pijn deed.

Het laatste jaar merk ik dat het alleen maar moeilijker wordt om de band met mama en papa overeind te houden. Met Sinterklaas bijvoorbeeld kregen de kinderen plots niks meer van mijn ouders. Een traditie die zij zelf zo lang in stand hebben gehouden, was plots gedaan. Bleek dat ze het gewoon vergeten waren. Dat vind ik het ergste, dat het voelt alsof we niet meer belangrijk genoeg zijn.

Toen ik er voorzichtig naar polste, stond het wel meteen op de rekening van de kinderen, maar toch. Ze komen niet af voor de diploma-uitreiking van de kinderen, ze gaan zelfs de achttiende verjaardag van de oudste missen. Mijn man kan zich daar heel druk om maken. ‘Ze hebben maar één dochter, en maar drie kleinkinderen’, zegt hij dan. Ik begrijp hem, maar ik wil er geen punt van maken. Ik ben mijn ouders al voor een groot stuk kwijt, ik wil ze niet helemaal verliezen.

Ik denk niet dat mama en papa ooit nog terugkeren. Onlangs hebben ze enkele dagen bij ons gelogeerd, en ik voelde dat ze zich hier niet meer thuis voelen. Papa ergerde zich aan alle zones dertig, de fietsstraten, de Antwerpse ring. Ik denk wel dat als mama er op een dag niet meer zou zijn, hij met zijn valies voor mijn deur zou staan, en dan neem ik hem maar wat graag in huis. Maar ik hoop er niet op. Ik zie dat ze het goed hebben met hun twee, en ik gun hen alle geluk op de wereld. Zelfs al doet het zo verdomd veel pijn.”

Uit: Libelle 36/2022.

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!