Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Openhartig: de partners van deze lezeressen zijn depressief

Door Els De Ridder

Wanneer je man mentaal worstelt, dan heeft dat een impact op je relatie en je gezin. Twee lezeressen vertellen hoe ze daarmee omgaan, de relatietherapeut legt uit waarom hulp inschakelen een slim idee is.

Freya’s man vindt het leven te zwaar, maar wil geen hulp zoeken

Freya (41): “Een zonnetje in huis is Wim nooit geweest. We zijn meer dan twintig jaar samen en zijn melancholische aard is mij intussen bekend. Zelf ben ik heel positief ingesteld, wat onze relatie altijd netjes in evenwicht hield. Tot bij hem het licht uitging en mijn vrolijkheid en liefde niet meer bleken te volstaan om hem op te beuren.

We leerden elkaar kennen in onze tienerjaren, toen Wim een verdienstelijk snowboarder was. Velen keken naar hem op en hij genoot van de aandacht en appreciatie die hij kreeg via de sport. Onze levensvisie was naïef maar mooi. We zouden elkaar graag zien en zo vrij mogelijk door het leven gaan: werken om te leven en te genieten en ons zo weinig mogelijk verplichtingen laten opleggen. We waren een perfect team. Behoefte aan kinderen hadden we niet en samen reisden we de wereld rond.

“Voor wim was het leven leiden eerder lijden”

Maar ooit eindigt de speeltijd en dient het volwassen leven zich aan. We vonden een vaste job en kochten een huis. De verplichtingen van het ‘grotemensenleven’ verstikten Wim. Het leven leiden was bij hem eerder lijden. Elke dag op een vast uur opstaan en jezelf naar een saaie job slepen, binnen achter een pc zitten terwijl buiten de zon schijnt, vastzitten aan een maandelijkse afbetaling… hij vond het allemaal maar niks.

Bovendien verschoof het snowboarden een beetje naar de achtergrond. Enerzijds wegens tijdsgebrek, maar anderzijds door rugklachten die hem ervan weerhielden nog gekke toeren uit te halen. Hij kon de jonge garde niet meer volgen en merkte dat hun adoratie stilaan verdween. Wim voelde zich versleten en baalde van het stramien waarin hij als werkende mens terechtgekomen was. Het leek me allemaal wat overdreven voor een man van vijfentwintig en ik lachte zijn besognes liefdevol weg. We hadden niks te klagen, toch?

“‘Het werk is een gevangenis, de wereld is corrupt en het leven is oneerlijk, dus je kunt er maar beter zelf tijdig mee stoppen’, oordeelde hij”

Toen zijn vader overleed aan kanker, kwam hij in een neerwaartse spiraal terecht. Hij piekerde continu en wisselde apathische periodes af met woedebuien van frustratie, waarbij ik dan de volle laag kreeg. Hoe ik ook mijn best deed om hem te steunen, het hielp niets. De emmer liep volledig over toen twee jaar geleden ook zijn moeder overleed. Wim werd panisch voor ziekte, aftakeling en het idee beperkt door het leven te moeten gaan. Hij besliste dat hij niet oud wilde worden. ‘Het werk is een gevangenis, de wereld is corrupt en het leven is oneerlijk, dus je kunt er maar beter zelf tijdig mee stoppen’, oordeelde hij.

En sindsdien heb ik hem niet meer op andere gedachten kunnen brengen. Aan alles voel ik dat Wim depressief is en dat hij professionele hulp moet zoeken, maar dat weigert hij. Zijn probleem – de ondraaglijkheid van het bestaan – is immers onoplosbaar. Ook de huisdokter dringt niet tot hem door. We praten tegen een muur. Het is vreselijk om hem zo lusteloos te zien, maar ik zit met een dubbel gevoel. Enerzijds hoop ik met hem oud te mogen worden, maar anderzijds ben ik zijn verhaal over de miseriemaatschappij beu. Ik haal wél voldoening uit mijn werk, mijn hobby’s en vriendschappen en ik weiger mee te gaan in zijn doemdenken.

“Onlangs flapte hij eruit dat hij zichzelf nog een jaar of vijf ziet leven. In die tijd wil hij zijn geld opdoen om er dan zelf uit te stappen”

Zijn gepieker bezorgt hem allerlei lichamelijke stressklachten, die voor hem dan weer het bewijs zijn dat hij aftakelt. Zorgeloze dagen kennen we allang niet meer. Zijn angst voor de toekomst maakt ons huidige leven donker. Zo flapte hij er onlangs nog uit dat hij zichzelf nog een jaar of vijf ziet leven. In die tijd wil hij zijn geld opdoen om er dan zelf uit te stappen.

Uit onmacht suggereerde ik dat ik hem zou verlaten als hij geen hulp zoekt. Hij haalde gelaten zijn schouders op en zei dat hij het zou begrijpen als ik wegga. Ik wil echter blijven geloven dat er nog voldoende liefde is tussen ons, maar dat we elkaar op dit moment gewoon niet zo goed begrijpen. Natuurlijk, hoe ouder we worden, hoe groter de kans dat Wims vrees werkelijkheid wordt en dat we inderdaad te maken krijgen met lichamelijke klachten. Dat idee maakt me bang.

Momenteel houdt Wim het bij woorden, maar zal hij dan tot daden willen overgaan? En wat is dan de ultieme leeftijd waarop het volgens hem alleen maar bergaf zal gaan? Ik probeer het los te laten, wat heel moeilijk is. Om elkaar te ontzien, leiden we nu min of meer ons eigen leven, ook al wonen we in hetzelfde huis. Wim geeft me veel vrijheid omdat hij beseft dat ik het anders niet blijf trekken. Zo ga ik binnenkort met een vriendin op vakantie.

Wat overheerst, is een gevoel van onmacht. Wim is ziek en ik kan hem niet genezen. Zolang hij het probleem zelf niet erkent, trappelen we ter plaatse. Het initiatief moet van hem komen. Zijn enige suggestie om toch iets positiefs met het leven te doen is zo vaak mogelijk naar het buitenland te gaan en er misschien zelfs te gaan wonen. Binnenkort gaan we op verkenning in Griekenland, maar ik vrees dat hij niet veel energie heeft om écht uit te zoeken of die piste haalbaar is. Ik zie het dus eerder als een vlucht, maar grijp me vast aan elke strohalm. Ik blijf hopen dat de zon ooit ook voor hem weer gaat schijnen en dat we elkaar tegen dan onderweg niet kwijtgeraakt zijn.”

Sarahs man werd een tijdlang opgenomen op een psychiatrische afdeling

Sarah (38): “Jef was eerst mijn beste vriend, pas later werden we een koppel. Ik viel op zijn sociale en zelfzekere kant, en snapte zijn droge humor. We gingen veel uit, maakten graag plezier, bouwden een nest en kregen twee kinderen. Jef zette de stap naar een eigen zaak, en ik was een gepassioneerde leerkracht. Het leven lachte ons toe: het ging snel, en het was veel, maar het lukte. Of zo leek het toen toch. Pas erna viel het me op hoe die zwaarte toen al op de loer lag, op ons begon te wegen, en hoe de depressie heel sluimerend en heel geleidelijk aan zijn weg vond naar ons leven.

En ook het hoofd van Jef vulde met alsmaar donker wordende gedachten. De opvoeding van de kinderen zat grotendeels bij mij, omdat Jef zo’n drukke job had. Hij droeg een immens verantwoordelijkheidsgevoel tegenover zijn zaak: uitvallen was voor hem geen optie, want de business moest blijven draaien. Hij moest zich steeds vaker bezighouden met het vele papierwerk, en de professionele passie leek te verdwijnen. De ochtenden dat hij zich met het lood in de schoenen naar zijn werk sleepte, werden talrijker en ik zag steeds vaker een futloze man.

“Een psycholoog, dat was voor mietjes, vond Jef”

Maanden verstreken, maar Jef bleef ontkennen dat hij het moeilijk had. Een psycholoog, dat was voor mietjes. Jef bleef wel eens twee weken thuis op doktersadvies. En snel erna een maand, maar altijd zonder therapeutische hulp. Intussen werd hij een papa en echtgenoot die steeds meer tijd doorbracht in de zetel, slapend en suffend. Corona bracht even een verplichte, maar deugddoende pauze, en dat haalde druk van de ketel. Maar bij de heropstart van de zaak volgde voor Jef de genadestoot. Hij kon de job niet meer aan. Mijn man was niet meer in staat om te werken en bracht zijn dagen slapend door, at amper nog.

De kinderen pasten zich aan, want ‘papa rust’. We hebben toen wel veel gebabbeld, en ik zag Jef na een tijd eindelijk voor zichzelf toegeven dat hij niet meer kon. Dat was zeker een doorbraak. Hij was zo diep gezakt dat hij moest toegeven dat hij depressief was, opgebrand. Hij moest leren aanvaarden dat dat niet iets is van losers, maar dat het iedereen kan overkomen, en de hardste werkers eerst. We hakten samen de knoop door, en verkochten de zaak.

“Ik heb me zó schuldig gevoeld: je bent een koppel, een team, en nu schoot ik zo tekort”

Maar dat riep in zijn hoofd weer nieuwe vragen op en zorgde voor meer onzekerheid. Hij was altijd thuis, en altijd aan het doemdenken en ik stelde mijn veto: hij moest zich professioneel laten helpen, anders zou ons gezin eraan kapotgaan. Ik zag hem doodgraag, en het kwelde me ontzettend om hem zo te zien. Ik heb me ontzettend schuldig gevoeld, omdat ik niet in staat was mijn man te helpen. Je bent een koppel, een team, en nu schoot ik zo tekort. Ik hield me al die tijd sterk, want ik besefte uiteraard: als ik nu uitval, dan is het allemaal ‘naar de bom’.

De realiteit was dat Jef een zware depressie had en dat een opname helaas nodig was. Op bezoek gaan bij Jef op de psychiatrische afdeling was in het begin geen pretje. Ik mocht omwille van de coronaregels niet zo vaak langskomen als ik zou willen, en die keren zag ik vooral een onrustige man, een man met paniekaanvallen, een man die moeite had met afscheid. Heel heftig was dat. Jef moest ook al zijn vooroordelen over psychologische en psychiatrische hulp opgeven. Het was niet iets marginaals, zo’n soort aandoening overkomt de besten. Hij moest volhouden, het was een belangrijke kans om erna weer verder te kunnen.

De aanpak in het centrum was compleet: Jef kreeg medicatie, volgde mindfulness, had groeps- en individuele gesprekken. Hij deed er aan sport en kreeg artistieke therapie. Jef heeft nooit iets met kunst gehad, maar daar ging hij er wel in op. En heel voorzichtig aan zag ik hem weer opklaren. Tijdens zijn verblijf daar kon ik ook even op adem komen. Dat ik kon blijven lesgeven, was een groot geluk. Het was even vluchten uit de realiteit. Een vriendin en een goede collega kenden het volledige verhaal, en bij hen kon ik altijd terecht. Dat gaf me een heel gerust gevoel.

Jef mocht na een tijdje naar huis komen op woensdag en op weekenddagen om de band met zijn gezin te behouden. Ik weet nog goed die keer dat ik hem Halloweenpompoenen zag knutselen met de kinderen – nooit eerder zag ik zo’n betrokken papa. De dagen dat hij thuis was, waren altijd fijn. We gingen samen wandelen, kookten iets lekkers en keken met de kinderen wat tv. Het lukte hem ook om opnieuw rekening te houden met mij en ik dacht stil, maar hoopvol: je bent terug!

Nu ja, nog niet helemaal, want Jef zou in totaal drie maanden in het psychiatrisch centrum blijven. Dat de opname van Jef samenviel met de start in het middelbaar van onze zoon was niet evident. Felix is gevoelig en kreeg het moeilijk. Hij besefte beter dan zijn kleinere zus dat papa door een lastige periode ging, hij was bezorgd en begreep dat een opname niet niks is. Ik ben toen meteen met Felix naar een therapeut gestapt om erover te praten. Die praatsessies luchtten hem ontzettend op, en Felix kon verder.

“Veel mensen dachten dat deze episode in ons leven zou uitdraaien op een scheiding, maar het is net de liefde die ons heeft gedreven”

Wij hebben ons lesje geleerd. Hier geen taboes meer rond psychologische hulp. Sinds kort is Jef thuis, en daar zijn we allemaal erg blij om. Weer compleet, zoals het hoort. En het lukt ons. Jef wil opnieuw gaan studeren en intussen vrijwilligerswerk doen. Bezig blijven en werken aan hoop en perspectief. Veel mensen dachten dat deze episode in ons leven zou uitdraaien op een scheiding, maar het is net de liefde die ons heeft gedreven. Als je geen sterke relatie hebt, dan wandel je in zo’n moeilijke omstandigheden makkelijk weg. Zelf ben ik er altijd in blijven geloven: in ons, in Jef. Door eerlijk te zijn, vol te houden en vertrouwen te blijven hebben, zijn we uit die diepe put geraakt…

En ook door dat perfecte plaatje te leren loslaten, want dat bestaat niet. Het is Jef en mij, ons gezin, uiteindelijk gelukt, maar het was niet eenvoudig. Daarom vind ik het belangrijk om het taboe dat rond het inschakelen van psychologische hulp hangt uit de wereld te helpen. Het redt levens. Het redt gezinnen. Vandaag hoed ik me voor de terugslag, en vraag ik me soms af wanneer ik aan het wankelen zal gaan. Want ik ben de afgelopen tijd zeker over mijn grenzen gegaan. Maar buiten een weekje ziekteverlof, kon ik blijven functioneren.

Misschien heb ik gewoon die drive in me, die extra veerkracht. En ben ik zoals mijn vriendinnen me al lachend noemen: een echte ‘powerbomma’ – ik ben de oudste van de bende, moet je weten. Hoe dan ook ben ik ontzettend dankbaar voor zulke vrienden én ontzettend opgelucht met weer een happy man aan mijn zij.”

Wat zegt de expert?

Margo Van Landeghem is psycholoog en relatietherapeut.

Je partner kan door een dip gaan, en dat overkomt de beste. Maar welke signalen kunnen wijzen op een depressie, en neem je dus maar beter ernstig?

“Vaak merk je aan het gedrag van je partner dat er iets scheelt: hij slaapt meer, of kan net niet meer slapen. Hij drinkt meer, is angstig of gaat zich meer isoleren.

Je een tijdje minder goed voelen is vaak een normale reactie op een gebeurtenis: een ontslag, de kinderen die uit huis gaan… Niet meteen panikeren bij zulk gedrag dus. Maar wanneer de klachten maanden blijven aanslepen, dan kan er sprake zijn van een depressie en heb je professionele hulp nodig.”

Je ziet je partner worstelen. Hoe kun je daarover een gesprek aanknopen?

“Omschrijf concreet wat jou de laatste tijd opvalt aan zijn gedrag, spreek je bezorgdheid uit en creëer openheid. Spreek vanuit jezelf, bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je meer drinkt en je terugtrekt. Ik maak me zorgen. Maak jij je hierover ook zorgen?’. Als jij zorgend bent en je partner een makkelijke prater is, kan daar een goed gesprek uit voortkomen.

In realiteit gaan hier soms eerst frustraties en ruzies aan vooraf. Is je partner introvert, of heeft hij altijd geleerd om zelf zijn boontjes te doppen, dan is praten en hulp vragen moeilijk.”

Hoe kun je als omgeving de drempel naar professionele hulp helpen verlagen?

“De huisarts is een logische, eerste stap. Die zal je doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater, en indien nodig medicatie voorschrijven. Pak dat als een gezamenlijk probleem aan: bestempel je man of vrouw niet als ‘de zieke van het gezin’, maar motiveer waarom hulp een slimme beslissing is, waar het hele gezin iets aan heeft.

Eventueel kunnen ook vrienden of familie die keuze helpen motiveren. Het helpt je partner in te zien dat zijn probleem toch groter is dan hij zelf denkt.”

Wanneer je partner psychisch ziek is, haalt dat je gezin uit balans. Hoe kun je ook goed voor jezelf blijven zorgen?

“Probeer de zorg voor je partner niet in je eentje op te nemen, want dat gaat ten koste van jezelf. Laat je helpen: praat met je huisarts, en laat je steunen door je vrienden en familie. Offer je eigen leven niet op, en blijf dingen doen die je graag doet.

Wat niet helpt, is je partner met de vinger wijzen of zelf relationeel afhaken. Tracht zo goed mogelijk in verbinding te blijven met je partner via een goed gesprek. Dat zal niet altijd lukken, en je relatie zal onder druk komen te staan. Maar durf erop te vertrouwen dat die barstjes ook weer hersteld kunnen worden.”

Wat als de psychische klachten chronisch zijn?

“Dan spreken we over een levenslange kwetsbaarheid. Tijd en professionele hulp zullen je helpen om die beperking te accepteren en ermee te leren leven. Vergeet daarbij niet dat de mens een sociaal dier is: we verwerken en regelen onze emoties in relatie met anderen. De steun uit je omgeving is dus belangrijk.”

Loop je als partner het risico om ook zelf in een depressie te belanden?

“Streef niet naar zo snel mogelijk opnieuw gelukkig zijn, maar aanvaard dat het nu lastig en rot is. Die acceptatie geeft rust”

“Dat risico bestaat zeker. Een psychisch zieke partner zorgt voor stress, en dat heeft een weerslag op je lijf en op je psychisch functioneren. Het creëert kwetsbaarheid. Goed zorg dragen voor jezelf is noodzakelijk. Aanvaard dat het soms allemaal te veel is, dat je zin hebt om te vloeken of weg te lopen. Dat is normaal. Streef ook niet naar zo snel mogelijk opnieuw gelukkig willen zijn. Beter is het om te aanvaarden dat het nu lastig en rot is. Die acceptatie geeft rust.”

Op tegek.be/depressie vind je info, tips en getuigenissen, zowel voor mensen die zelf kampen met een depressie als voor hun naasten.

Uit: Libelle 38/2021 – Tekst: Els De Ridder

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content