Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Openhartig: Chantal en Ingrid vonden de liefde bij een weduwnaar

Een relatie beginnen met een weduwnaar, is een verhaal van vreugde én verdriet. Maar Chantal en Ingrid bewijzen dat zo’n oude en nieuwe liefde perfect naast mekaar kunnen bestaan.

Chantal is 8 jaar samen met de weduwnaar van haar overleden vriendin

Chantal (56): “Ik ben ondertussen acht jaar samen met Walter, maar eigenlijk is het Greetje, zijn overleden vrouw, die ons aan elkaar ‘gekoppeld’ heeft. En daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor.

Greetje en ik, dat was vriendschap door dik en dun. Ik heb haar leren kennen via de hengelclub waar we allebei lid van waren. Na al die jaren waren we echte maatjes geworden, we vertelden elkaar alles en konden altijd bij elkaar terecht met onze zorgen. Ook met haar man Walter klikte het vrijwel meteen. Ik kende veel mensen in de club, maar het liefst van al trok ik toch met hen twee op, Greetje en Walter. Als koppel hadden ze het helaas niet gemakkelijk, want Greetje had borstkanker. Ze had zich al eens door die ziekte heen gesparteld, maar tien jaar geleden is ze hervallen. Greetje besloot meteen om opnieuw keihard te vechten. Maar je zag gewoon aan alles dat die tweede keer er veel harder inhakte…

Een vreemd verzoek

Volgens mij voelde ze zelf ook aan dat het deze keer niet goed zou aflopen, want op een dag nam ze me apart voor een gesprekje. Ik weet het nog goed, ze had me die dag, samen met haar kleindochtertje, uitgenodigd om haar haar af te knippen. Door de chemo zou ze toch weer kaal worden en dat schrikbeeld wilde ze haar kleinkind liever besparen. Tijdens die knipbeurt zei ze plots: ‘Chantal, Walter is een heel goede man. Doe me een plezier en neem jij hem hierna.’ Ik schrok zo hard van haar woorden dat ik de schaar bijna uit mijn handen liet vallen. Ik was zelf al bijna twee jaar single na mijn scheiding, maar het was nooit in me opgekomen om op die manier naar Walter te kijken. We waren goede vrienden, dat wel, maar van enige aantrekkingskracht was er geen sprake. Toch zag ik dat het haar menens was en dat ze geen grapje maakte.

“Kort voor haar dood zei Greetje plots: ‘Walter is een goede man, Chantal, neem jij hem hierna.’ Ik wist niet wat ik hoorde!”

Niet lang na dat vreemde gesprek is Greetje gestorven. Ze was er toen nog maar 48. De ochtend na haar overlijden belde Walter me op, ik was de eerste met wie hij contact zocht na haar dood. Ook de weken daarna zocht hij me regelmatig op, op zoek naar troost en steun voor zijn onmetelijke verdriet. Ik heb hem in die periode nooit afgewimpeld. Omdat we zo’n goede vrienden waren én omdat ik zijn pijn beter dan wie ook begreep. Want ook bij mij hakte het verlies van Greetje er keihard in. Ze was al die jaren mijn rots in de branding geweest en nu was ze er plots niet meer. Walter en ik misten haar allebei verschrikkelijk, maar bij elkaar vonden we troost en konden we onze tranen delen.

Geheim voor de buitenwereld

Als ik er nu op terugkijk, was die periode na Greetjes dood best verwarrend. Ik huilde vaak om mijn beste vriendin, maar tegelijk voelde ik die band tussen Walter en mij steeds sterker worden. Toen ik merkte dat we almaar dichter naar elkaar toegroeiden, heb ik hem alles verteld over het vreemde laatste ‘verzoek’ van Greetje. Ik denk dat die woorden hem het zetje hebben gegeven dat hij nodig had, want niet veel later zijn we een koppel geworden. Al hebben we onze relatie nog wel een tijd voor de buitenwereld geheimgehouden. We waren allebei bang dat mensen het veel te snel zouden vinden na Greetjes dood. Gelukkig bleek onze angst totaal ongegrond, want onze omgeving was net heel blij voor ons. De kinderen van Greetje — Walters stiefkinderen – hebben onze relatie eigenlijk direct aanvaard. Lise, de dochter van Greetje, zei meteen: ‘Weet je, ik ben blij dat jij er voor Walter bent, Chantal.’ Na de dood van hun moeder waren zijn stiefkinderen heel bezorgd geweest om Walter. Ze vreesden dat hij zich volledig zou verliezen in zijn verdriet. Ze hadden ook elk hun drukke gezinsleven, dus was het niet vanzelfsprekend om elke dag bij hem langs te gaan om te zien of alles oké was. Ik denk dat ze het feit dat Walter zo snel iemand nieuw had gevonden daarom een beetje als een opluchting zagen: nu was er ten minste nóg iemand in zijn leven om voor hem te zorgen.

“We hebben onze relatie nog wel een tijd voor de buitenwereld geheimgehouden. We waren allebei bang dat mensen het veel te snel zouden vinden na Greetjes dood”

Na al die jaren voel ik me ook echt een volwaardig lid van Walters, en Greetjes, familie. Als zijn stiefkinderen iets nodig hebben, zullen ze sneller naar mij bellen dan naar hem. (lacht) En als de kleinkinderen jarig zijn, ben ik het die Walter eraan herinnert om een cadeautje te kopen. Het gebeurt ook regelmatig dat we samen een groot familiefeest houden, met al mijn kinderen en zijn stiefkinderen erbij. Sinds de dood van Greetje zijn er aan Walter zijn kant ook nog drie kleinkinderen bijgekomen. Zij hebben hun echte grootmoeder helaas nooit gekend, maar ik merk wel dat ze mij een beetje als hun oma beschouwen. Ook de band met Greetjes kinderen is er alleen maar inniger op geworden. Toen haar dochter een paar jaar geleden problemen had in haar relatie, gingen we regelmatig samen iets eten zodat ze haar hart eens goed kon luchten. Ik denk niet dat ze me per se als een vervangmama zien, maar wel dat ik die rol van ‘moederlijke’ steun een beetje voor hen opvang. En omgekeerd staan zij ook altijd voor mij klaar. Walter is niet zo’n prater, en al zeker niet over zijn gevoelens. Bij zijn stiefkinderen kan ik daarover af en toe eens mijn beklag doen: ‘Troost je, Chan, bij mama was hij ook al geen grote babbelaar.’

Traantjes bij haar lievelingslied

Ondertussen zijn Walter en ik acht jaar samen en in die acht jaar is onze relatie wel veranderd. In het begin was het verdriet om Greetje nog heel intens aanwezig. Walter ging haar elke dag groeten op het kerkhof en dan ging ik trouw met hem mee. Uit die bezoekjes putten we allebei veel troost, het was echt deel van ons gezamenlijk rouwproces. Na al die jaren is het verdriet om Greetje niet verdwenen, maar het is wel zachter geworden. Walter en ik hebben ondertussen ook een heel leven samen opgebouwd: in de hengelclub, maar ook thuis, want we zijn eigenlijk voortdurend samen. Al zal het verdriet om Greetje nooit helemaal verdwijnen. Dat willen we ook allebei niet. We hebben het nog minstens een keer per week over Greetje, soms bewust, soms terloops. Walter pinkt ook nog regelmatig een traantje weg om haar, bijvoorbeeld als hij haar favoriete liedje op de radio hoort. Ik begrijp dat volledig, want ook ik mis mijn maatje nog elke dag. Tegelijk ben ik Greetje zo dankbaar voor dat ene, vreemde gesprek jaren geleden, want Walter is inderdaad een héél goede man… Hij staat altijd voor me klaar en is de partner van wie ik vroeger niet durfde te dromen.

“Walter pinkt nog regelmatig een traantje weg, maar ik begrijp dat volledig… Ook ik mis mijn maatje nog elke dag”

Af en toe word ik nog overvallen door een sombere gedachte: ‘Als Greetje niet ziek was geworden, dan had ik nooit de liefde bij Walter gevonden…’ Maar dat idee probeer ik dan snel om te buigen in iets positiefs. Uiteindelijk was het Greetje zélf die Walter aan me heeft ‘toevertrouwd’. En dus zou ze vast toch blij zijn dat we nu een koppel vormen? Stiekem denk ik graag dat ze af en toe op ons neerkijkt vanuit de hemel en dan moet glimlachen: ‘Het is goed zo, jullie tweetjes’.”

Ingrid en Dirk vonden elkaar 5 jaar geleden in het gedeelde verdriet om hun overleden partner

Ingrid (69): “Na de dood van mijn man had ik mezelf gezworen dat ik voor altijd single zou blijven. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat ik ooit nog iemand zou tegenkomen die ik graag kon zien. Bovendien had ik destijds eeuwige trouw beloofd aan mijn echtgenoot Fons en daar wilde ik me kost wat kost aan houden.

“Ik vond het echt een openbaring hoe goed ik met Dirk over mijn verdriet kon praten. Hij begreep mij, omdat hij precies hetzelfde had meegemaakt”

Maar dat was buiten Dirk gerekend… Toen ik hem leerde kennen was ik al meer dan acht jaar alleen. Mijn man was gestorven aan een slepende spierziekte. Zijn aftakelingsproces had heel lang geduurd en de laatste jaren had ik fulltime voor hem gezorgd. Toen hij uiteindelijk stierf, heb ik lang in de put gezeten. Uitstapjes en avondjes uit zeiden me niet zoveel meer, maar één vriendin bleef maar aandringen: ‘Ga toch eens mee met onze vriendengroep, ik beloof je dat je het fijn zult vinden’. Uiteindelijk ging ik toch een keertje mee, vooral om van haar gezeur af te zijn. (lacht) Op de lunch stelde ze me voor aan haar vrienden, onder wie Dirk, die ook weduwnaar bleek te zijn. Een van de volgende afspraken bleken Dirk en ik de enigen die waren komen opdagen. We besloten dan maar onder ons tweetjes te gaan lunchen. Dat etentje draaide uit op een urenlang, vertrouwelijk gesprek over het verlies van onze partners. Dirk had zijn vrouw nog maar een goed jaar daarvoor verloren, maar toch herkende ik veel van mijn eigen verdriet in zijn verhaal. Allebei hadden we onze partner jarenlang verschrikkelijke pijnen zien lijden, allebei torsten we een wonde mee die nog lang niet was geheeld… Ik vond het echt een openbaring hoe goed ik met Dirk over mijn verdriet kon praten. Met vrienden had ik dat natuurlijk ook al geprobeerd, maar ik bleef altijd met het gevoel achter dat die mijn pijn niet écht begrepen. Dirk deed dat wel, omdat hij precies hetzelfde had meegemaakt. 

Verteerd door schuldgevoelens

Ik was zo blij dat ik bij Dirk een luisterend oor had gevonden. Tot hij na een tijdje opbiechtte dat hij verliefd op me was… Ik schrok van zijn bekentenis en zette meteen een punt achter onze lunchafspraken. Een nieuwe relatie, dat kon toch niet? Ik voelde me verscheurd: ik wilde Dirk zo graag een kans geven, maar werd tegelijk verteerd door schuldgevoelens, tegenover mijn overleden man en mijn kinderen. Uiteindelijk ben ik ten einde raad naar mijn huisarts gestapt, die me meteen geruststelde: ‘Ingrid, je hebt die belofte van trouw gemaakt tot de dood jullie scheidde, maar ook niet langer…’ Vanaf dan heb ik me geleidelijk aan meer opengesteld voor Dirk. Toen we officieel een koppel werden, stond ons nog wel een uitdaging te wachten: onze kinderen inlichten. Vooral Dirk was bang dat zijn kinderen het veel te snel zouden vinden, maar het tegendeel bleek waar. Ze waren net blij dat hun vader weer een partner aan zijn zijde had, omdat hij zich anders misschien totaal van de wereld zou afsluiten. Zelf was ik ook bloednerveus om Dirk voor te stellen aan mijn kinderen, maar ze hebben hem vanaf dag één aanvaard.

“Een nieuwe relatie, dat kon toch niet? Ik voelde me verscheurd: ik wilde Dirk zo graag een kans geven, maar werd tegelijk verteerd door schuldgevoelens”

Een gedeeld verdriet is natuurlijk niet voldoende om een relatie op te bouwen. Dirk en ik waren allebei ver in de zestig, dus het was niet zo vanzelfsprekend om ons nog aan te passen aan een nieuwe partner. Ik heb bijvoorbeeld lang moeten wennen aan het karakter van Dirk, dat helemaal anders was dan dat van mijn overleden man. Fons was altijd heel positief en vrolijk, terwijl Dirk veel introverter en serieuzer is. Het zat ’m soms ook in de kleine dingen. Als ik vroeger een nieuwe jurk aanhad, maakte mijn man daar meteen een complimentje over. Maar Dirk had voor dat soort dingen gewoon geen oog. En hoe herkenbaar ons verdriet ook was voor mekaar, we gingen er wel elk op onze eigen manier mee om. Dirk kan bijvoorbeeld maar geen afscheid nemen van de kledij van zijn vrouw, terwijl ik die van mijn man net meteen na zijn dood heb weggedaan. Zulke verschillen moet je respecteren, anders lukt het gewoon niet.

Een nieuw evenwicht zoeken

In het begin hadden Dirk en ik ook een heel ander idee over wat onze relatie precies moest inhouden. Ik was na al die jaren nogal gesteld geraakt op mijn vrijheid, terwijl hij het liefst zoveel mogelijk samen wilde doen. Zo had hij dat bij zijn vorige vrouw ook altijd gekend. Hij vroeg me bijvoorbeeld vrij snel om bij hem te komen inwonen, maar dat zag ik echt niet zitten. Dat evenwicht vinden heeft tijd gevraagd, maar nu zijn we allebei heel blij met onze lat-relatie. Ik denk dat onze relatie ook alleen maar werkt, omdat we écht veel aan mekaar hebben. Dirk is voor mij een enorme steun, elke dag opnieuw. Na de dood van mijn man had ik niemand meer om mijn dagelijkse zorgen mee te delen, maar bij Dirk kan ik uithuilen over mijn grote en kleine verdrietjes. En we beleven ook héél veel fijne momenten samen. Dirk heeft zelf geen kleinkinderen, maar hij is gek op die van mij, dat zijn echt zijn vier oogappels. Mijn jongste kleindochtertje heeft hem ook vanaf het prille begin ‘opa’ genoemd, en je ziet ‘m echt gloeien van trots als ze hem zo noemt. Omgekeerd hebben mijn kleinkinderen ook veel aan Dirk, want sinds de dood van hun ‘echte’ grootvader is hij zo’n beetje hun nieuwe opa.

Verdriet op de achtergrond

“Onze overleden partners worden niet doodgezwegen, maar het Grote Verdriet rakelen we niet meer voortdurend op”

Praatten Dirk en ik in het begin nog veel over ons verdriet, dan is dat na vijf jaar wel wat naar de achtergrond verschoven. Onze overleden partners worden zeker niet doodgezwegen, maar ze komen nu eerder toevallig onze conversaties binnenwaaien. Als Dirk bijvoorbeeld een complimentje geeft op mijn kookkunsten, zeg ik soms: ‘Dat was nog een receptje van Fons’. Maar het grote verdriet van toen, dat rakelen we niet meer zo vaak op. We vinden het wel allebei belangrijk om de herinnering aan onze geliefden levend te houden. Zo hebben we allebei een foto van hen op de kast staan, hij met een bloemetje erbij, ik een kaarsje… En op Allerheiligen bezoeken we samen hun laatste rustplaats, dat slaan we nooit over.

Na ons moeilijke afscheid waren we allebei niet meer op zoek naar iemand, maar nu ben ik blij dat Dirk en ik elkaar alsnog gevonden hebben. We zullen die andere nooit kunnen vervangen, maar we kunnen wel nog heel gelukkige jaren beleven samen. Dat is meer, veel meer, dan waarop ik tien jaar geleden durfde hopen…”

Rouwexpert Manu Keirse over de balans tussen oud verdriet en nieuwe liefde

“Wie met een weduwnaar samen is, stapt eigenlijk met drie de relatie in”

Welke plaats geef je aan de overleden geliefde van je partner in jullie relatie?

Manu Keirse: “Wie met een weduwe of weduwnaar samen is, stapt eigenlijk niet met twee, maar met drie de relatie in. Want het is niet omdat de vorige geliefde overleden is, dat die niet meer sterk in de beleving van je partner aanwezig is. Geef je partner dus zeker de ruimte om dat verdriet af en toe ter sprake te brengen. Als die dat niet kan, zal er altijd een deel van zijn of haar persoonlijkheid geen plaats krijgen in jullie relatie.”

En wat als je allebei een geliefde hebt verloren, zoals Ingrid en Dirk?

“In dat geval moet je je er bewust van zijn dat mannen en vrouwen vaak anders rouwen. Vrouwen tonen hun verdriet meestal in emoties en tranen, terwijl mannen zo’n verlies rationeler benaderen. Die twee rouwstijlen hebben elk hun bestaansrecht, maar als nieuwe partners moet je ze wel respecteren bij de ander.”

Hoe lang wacht je best na de dood van je partner om opnieuw de liefde te vinden?

“Dat is voor iedereen anders. Er zijn mensen die na een overlijden het beste herstellen door de genegenheid van een ander, en die dus sneller een nieuwe relatie zullen aangaan. Voor de omgeving geldt vooral: oordeel niet over zo’n nieuwe relatie, maar laat iedereen daarin zijn eigen snelheid bepalen.”

Uit: Libelle 02/2021 – Tekst: Margot Kennis

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!