Getty Images

Openhartig: als je je stiefkind na de scheiding niet meer mag zien

Door De Redactie

Je wordt verliefd op een partner die al kinderen heeft. Je sluit hen in je hart en zorgt voor hen als je eigen kroost. En dan loopt het huwelijk stuk en moet je hen weer afgeven… Tinne, Steven en Nele maakten het mee.

Tinne heeft al jaren geen contact meer met haar stiefzoon

“Zes jaar zorgde ik dag en nacht voor mijn stiefkinderen. Na de scheiding mocht ik hen zelfs niet meer zíén. Daar ben ik kapot van geweest”

Tinne (45): “Ik ben negen jaar na mijn scheiding nog steeds bewust vrijgezel. Gaan samenwonen met een man die al kinderen heeft? Nooit meer. Ik ben minnares geweest, heb een latrelatie gehad, maar voor stiefkinderen ben ik bang geworden. Bang om een band op te bouwen en hen nadien kwijt te raken. Bang dat het niet zal klikken, dat ik hen niet zal aankunnen, dat ook. Na wat ik heb meegemaakt, heb ik duizend angsten over kinderen van een ander.

Lege koelkast, geen speelgoed

We zijn slecht gestart, mijn stiefkinderen en ik. Toen ik voor het eerst in het huis van mijn ex kwam, was er niks. Tom had twee kleine kinderen van twee en vier, maar de koelkast was leeg, er waren geen meubelen, er was amper speelgoed.

Ik was 26 en net begonnen als psychologe in een groepspraktijk. Tom had ik leren kennen via vrienden. Hij had een drugsverleden, maar was eruit gestapt en wilde een beter leven voor zijn kinderen – in tegenstelling tot zijn ex die nog steeds in het verkeerde milieu zat. We werden verliefd, ik wilde hem helpen, hem redden. Ik vermoed dat dat als therapeut wat in mijn natuur zit. (lachje) De eerste keer dat ik bij hem bleef slapen, vroeg ik naar de kinderen. Of dat geen kwaad kon. ‘Die komen ’s morgens niet naar mijn slaapkamer’, zei hij. Diezelfde ochtend stond zijn zoontje van vier aan zijn bed. Hij schrok zich rot en liep weg. Zijn vader liep niet achter hem aan, ik ben ’m uiteindelijk gaan vertellen wie ik was.

Ik had snel door dat er iets niet klopte met zijn zoontje. Toen zijn moeder zwanger was van hem, was ze al verslaafd aan drugs en drank. Uiterlijk zag je niks aan Elias, maar hij was een onhandelbaar kind. Bij z’n moeder werd hij, net als zijn zusje Anna, fysiek en emotioneel verwaarloosd. Te koud gekleed in de winter, geen deftig huis, dat soort dingen. Na een jaar heb ik hun echte moeder uit haar rechten laten zetten. Die was niet kwaad, integendeel. Ik denk dat ze opgelucht was. ‘Tinne gaat voor mijn kinderen zorgen’. Wist zij veel dat ik dat niet kon.

Elias vroeg constant negatieve aandacht als zijn papa in de buurt was. Hij zette mij op tegen zijn vader, maakte de hele tijd ruzie met Anna. Dat kind haalde het bloed vanonder mijn nagels. Maar ik begreep dat. Hij was niet veilig gehecht, had geen mama meer, en Tom werkte als zelfstandige en was weinig thuis. Ik heb alle zorg op mij genomen, ik heb echt geprobeerd om een nest te maken voor Elias en Anna. Maar dat was niet simpel. Ze hadden extreem veel nood aan structuur. Soms ging het, en dan hadden we prachtige momenten met ons drie. Maar even vaak ontplofte de boel.

Het was nooit genoeg

Na enkele jaren werd ik zwanger van Otis. Een liefdeskind noemde Tom hem. Zijn eerste twee kinderen waren geboren in marginaliteit, hij was jong en onwetend geweest. Maar dit kind wilde hij wél, vertelde hij.

Ik was nog maar een paar uur thuis met Otis toen Elias hem pijn deed. Hij had de baby vast bij z’n nekje. Toen ben ik zwaar uitgevlogen: aan mijn kind raakt niemand. Sinds dat moment ging de band met Elias bergaf. Ik zag hem graag, maar ik kon hem niet vertrouwen, niet bieden wat hij nodig had. Ik heb hulp gezocht bij kindertherapeuten, en dan beterde het even, maar daarna liep het altijd weer mis. Hij kreeg problemen op school, werd met de dag moeilijker. Hij had een hechtingsstoornis, vroeg constant aandacht en liefde. Maar het was nooit genoeg.

Toen Otis bijna drie was, vertelde Tim ’s morgens in bed dat hij wilde scheiden. We zouden naar Planckendael gaan die dag, en hij zei: ‘Tinne, ik denk dat we er beter mee stoppen.’ Hij verweet me dat ik hem niet graag zag, wat ik niet begreep. Ik weet tot op de dag van vandaag nog altijd niet waarom we precies uiteen zijn. Ja, er waren veel spanningen. De kinderen, en zeker Elias, gaven stress. En de hele zorg kwam op mijn nek terecht, ik voelde me alleen. Maar ik zag hem graag, nog altijd trouwens.

Ik ging ervan uit dat ik co-ouderschap over de drie kinderen zou krijgen, dat leek me evident. Maar het eerste weekend kwamen enkel Otis en Anna, Elias was er niet bij. En Anna gedroeg zich onhandelbaar, ik herkende haar niet. De keer erna kwam Otis alleen. Elias en Anna mochten niet. Tims moeder had haar eisen gesteld: ‘Het is gedaan met Tinne, dus de kinderen moeten haar niet meer zien.’ Ik heb altijd een moeilijk contact gehad met haar. Ze heeft veel goed gedaan in de jaren dat Tim en ik samen waren, maar ook veel stuk gemaakt.

Ik had Anna en Elias zes jaar bij mij gehad, dag en nacht. En ik heb hen altijd graag gezien. We hebben kwade tijden gekend, maar ook heel mooie momenten. Ik had hen allebei in mijn hart opgenomen, ten koste van mezelf, mijn relatie met Tim. Ik deed alles voor hen: opstaan, naar school brengen en halen, naar hobby’s en therapie rijden… En nu mocht ik hen zelfs niet meer zien. Als ik Otis ging brengen of halen, gebeurde de overdracht in de gang. De deur naar de living waar zij zaten, bleef dicht. Dat deed pijn. Maanden heb ik daarvan afgezien, ik miste hen verschrikkelijk.

Vogel voor de kat

Een dik half jaar na de scheiding was ik van de grootste schok bekomen. En naast gemis begon ik ook opluchting te voelen. Mijn leven opnieuw opbouwen, meer gaan werken om financieel rond te komen… ik was ergens blij dat ik Anna en Elias niet meer moest ‘meesleuren’. Ik kocht een huis voor één kind in plaats van drie. Die herwonnen vrijheid om voor een kind te zorgen die het kot níét op stelten zette, gaf me wat ademruimte. Er was nog verdriet, maar mijn leven viel weer in de plooi.

Intussen zijn mijn stiefkinderen vijftien en zeventien. Anna zie ik soms. Zij komt haar kleine zus al eens halen om de stad in te gaan, we hebben een redelijk goed contact. Elias heb ik nooit meer gezien. Hij is een vogel voor de kat, zijn vader wacht tot hij achttien is om hem buiten te kunnen zetten. Nu kan ik zeggen: ik ben blij dat ik het niet meer hoef mee te maken, ik zou dat niet aangekund hebben. Ik mis hen, maar ik heb ermee leren leven, en er ook de positieve kant van gezien. Ze zijn nooit van mij geweest, en ze zullen nooit van mij zijn, en dat is oké.”

Steven mist zijn stiefdochter van vijf nog elke dag

“Ik hoef geen stiefvader te zijn, maar misschien had ik wel een soort ‘nonkel’ kunnen zijn. Voor babysit en andere hulp”

Steven (38): “Een week geleden, precies 957 dagen nadat Evelyn mij aan de deur heeft gezet, heb ik haar en haar dochtertje Stella voor het eerst teruggezien. Ik was in de supermarkt toen ik hen plots voor me zag, op een paar meter afstand. Stella hing verveeld in de winkelkar terwijl haar moeder olijven aan het proeven was. Ik stond aan de grond genageld. Ze is intussen een meisje van vijf; elke dag na onze breuk had ik aan haar gedacht. Haar haartjes waren langer en voller, maar haar gezichtje herkende ik nog. Ze zagen mij eerst niet staan. Plots merkte mijn ex me op. Ze schrok, keek me kwaad aan, rolde met haar ogen en maakte zich snel uit de voeten. Of mijn stiefdochter mij heeft opgemerkt of herkend weet ik niet. Ik durfde geen oogcontact te maken.

De ontmoeting was vreemd, onwezenlijk zelfs. Al die jaren heb ik gedacht: wat als ik hen tegenkom? Zou mijn dochter mij nog herkennen? Zou ze naar me toelopen en met haar armpjes uitgestrekt ‘Ste-Jo’! roepen, zoals ze me altijd noemde? En zou ik me kunnen inhouden om Evelyn niet de huid vol te schelden in het bijzijn van haar dochter? Omdat ze Stella van me heeft afgenomen en dat ze op geen enkel moment heeft stilgestaan bij wat dit voor míj en zelfs voor haar kind heeft betekend? Maar toen ik hen daar zag, kon ik geen woord uitbrengen.

Van een luisterend oor naar meer

Evelyn was net gescheiden en had een dochter van een jaar toen ik haar opnieuw tegen het lijf liep. We kenden elkaar nog van ons vorige werk. Ze was gekwetst uit haar huwelijk gekomen, ik was haar luisterende oor. We begonnen af te spreken en werden verliefd.

Na een maand stelde ze me voor aan haar dochter, een schat van een meisje. Nog eens een maand later trok ik bij haar in. En zo zat ik plots in een gezinsleven met een baby. Pampers verversen, ’s nachts opstaan als ze wakker werd, naar de crèche brengen… ik deed het met liefde. Om tien uur ’s avonds was ik doodmoe, op stap gaan kwam er niet meer van. Maar op geen enkel moment voelde dat als een opoffering, integendeel. Het was de mooiste tijd van mijn leven. Elke dag draaide rond dat kleine wondertje dat nieuwe dingen leerde. Als ze ’s ochtends wakker werd riep ze ‘Ste-Jo’ – ik heet Steven, mijn stiefdochtertje maakte daar Stejo van. Als ze iets wilde laten zien zei ze: ‘kijk Ste-Jo!’ Als ze moe was stak ze haar handjes uit en zeurde ze ‘Ste-Jo’, tot ik haar in mijn armen nam. Ik zag Stella elke dag groter worden, de wereld ontdekken. En ook al had ik haar niet verwekt, mijn liefde voor haar groeide mee.

‘Laat het toch gewoon los’

Na een relatie van anderhalf jaar zette Evelyn me aan de deur. Ze was niet meer gelukkig, zei ze. Ik begreep er niks van. In het begin was ik haar grote held, nu was ik de boeman die niks goed meer kon doen. Ik was er kapot van. Ze is mijn laatste spullen komen afzetten met Stella in de wagen op de achterbank. 2,5 was ze toen. Ze stak haar armpjes naar me uit en riep ‘Ste-Jo, Ste-Jo!’

Dat beeld bleef me achtervolgen. Ik wilde Evelyn niet kwijt, en Stella al helemaal niet. Het was de pure angst om diegenen die ik het liefste zag te verliezen, die de situatie deed escaleren. Ik had beter gezegd: ‘Oké, onze relatie stopt, maar wat is er mogelijk voor de dochter die ik anderhalf jaar mee heb opgevoed?’ Dat heb ik niet gedaan. Ik was kapot van verdriet, wilde een uitleg. Ik mailde haar, belde, bleef sms’en. Evelyn dreigde de politie erbij halen, ik riep woedend dat ze dat maar moest doen. Twee dagen later stonden er twee agenten aan mijn deur met de vraag om Evelyn gerust te laten.

Hoe harder ik haar probeerde aan te halen, hoe meer ze me wegduwde. En dus contacteerde ik haar alleen nog op bepaalde momenten – haar verjaardag, Moederdag. Ik had een cadeautje achtergelaten bij haar huis, wat ze als belaging heeft aangeklaagd. Ik ben het nog twee keer moeten gaan uitleggen bij de politie. Zij begrepen me niet, ze werden er lastig van, net zoals mijn advocaat. ‘Laat het toch gewoon los’, zeiden ze.

Ik kón Evelyn intussen loslaten, echt waar. Maar ik miste Stella. Omdat ze niet mijn biologische dochter was, moest ik me neerleggen bij de situatie. Maar dat kon ik niet. Ik voelde me een vergeten vader, en de meeste mensen hadden geen begrip voor mijn verdriet. ‘Het is toch jouw kind niet?’ Ik zou het vroeger ook vreemd gevonden hebben om een kind te missen waar ik geen biologische band mee had. Maar nu ik het meemaakte, voelde het als een vreselijk onrecht dat me was aangedaan.

Nog heel even Ste-Jo zijn…

Pas toen Evelyn nog maar eens een klacht voor stalking had ingediend, vertelde mijn advocaat me dat er zoiets bestond als bezoekrecht dat wordt toegestaan bij ‘een bijzondere, emotionele, niet-biologische band’. Dat stamt nog uit de tijd dat holebikoppels wettelijk nog geen kinderen konden adopteren. Er waren toen koppels die samen de biologische kinderen van één van de partners uit een vorige relatie opvoedden. En als die relatie op de klippen liep, bestond er zoiets als het recht van de niet-biologische ouder om die kinderen te blijven zien. Mijn advocaat vertelde me erover, maar raadde me af om dat aan te vragen. Ik had al te lang geen contact meer gehad met Stella, en bovendien hing er een klacht van stalking boven mijn hoofd. ‘Geen enkele rechter zal dat toestaan’, zei hij. Het was te laat. Maar als ik eerder had geweten dat er zoiets bestond, dan had ik álles gedaan om Stella in mijn leven te houden. Misschien had ik er met Evelyn over kunnen praten. Dan hadden we een juridisch kader gehad voor een dialoog of bemiddeling. Ik besef dat zij dat wellicht niet fijn gevonden zou hebben. Ze zou het gevoel gehad hebben dat ik haar kind wilde afpakken. Ik snap dat van haar kant, maar het was niet wat ik voor ogen had. Ik hoef echt geen stiefvader te zijn die op zijn strepen staat voor Stella. Maar misschien had ik wel een nonkel in de buurt kunnen blijven. Iemand die tot haar ‘stam’ mocht blijven behoren, los van een biologische vader en moeder. Iemand op wie ze kan rekenen voor babysit of andere hulp.

Weet je, scheidingen komen vandaag zoveel vaker voor, dus het zou goed zijn als we hier wat meer over zouden praten zodat we dat anders kunnen aanpakken in de toekomst. Ik weet dat ik haar niet meer elke dag kan zien. Maar gewoon af en toe nog eens terug ‘Ste-Jo’ zijn voor haar, en haar verder zien opgroeien op welke vorm of onder welke voorwaarde dan ook, daar hoop ik nog steeds op.”

Nele mocht contact houden met haar stiefzoon na de scheiding

“Ik eis niks van hem, maar als Jordi me met Moederdag een sms’je stuurt, maakt dat me heel gelukkig”

Nele (38): “Als mensen me vragen hoeveel kinderen ik heb, antwoord ik altijd: ‘twee: Jordi en Emme’. Ook al is Jordi mijn stiefkind en woont hij intussen weer bij zijn papa, hij voelt evenveel als mijn kind als mijn dochter Emme.

Supporteren aan de zijlijn

Ik was amper 22 toen Jordi in mijn leven kwam. Ik heb hem voor het eerst ontmoet op Leuven kermis. Een geweldig kereltje van 2,5 jaar, het klikte meteen tussen ons. Ik bracht hem naar school, ik stond ’s nachts op voor hem, nam sociaal verlof als hij ziek was. Alle dingen die je doet voor je kind, en die ik nadien ook voor Emme deed, de dochter die ik acht jaar later samen met Jordi’s papa kreeg. Ik had er nooit één seconde bij stilgestaan dat ik hem op een dag zou moeten missen.

Toen ons huwelijk enkele jaren na Emmes geboorte op de klippen liep, was mijn grootste angst om Jordi kwijt te raken. Niet het huis, dat konden we oplossen. Maar hoe moest het met mijn pluszoon? Jordi was het eerste kleinkind in mijn familie; mijn ouders, nonkels en tantes beschouwden hem als mijn zoon.

Voor Emme regelden we co-ouderschap. Jordi ging een week naar zijn papa en een week naar zijn mama, ik zat niet mee in die regeling. Ik begreep dat, maar ik wilde hem wél blijven zien. Hij had intussen een eigen gsm, hij was al twaalf, dus we konden elkaar blijven horen. Mijn ex en ik zaten niet in een vechtscheiding, hij stond dat contact toe. Zijn echte moeder ook, want zij had gezien hoe goed ik al die jaren voor haar zoon had gezorgd.

In het begin hoorden we elkaar niet veel, ik wilde hem de kans geven om te wennen aan de nieuwe situatie. Na een tijdje hadden we meer contact en ging ik al eens naar zijn voetbalmatch kijken. Dan stonden we daar allemaal te supporteren: zijn moeder, mijn ex, mijn familie…

Een rouwproces

Ik heb heel hard moeten leren loslaten in die periode. Dat moest ik ook bij Emme, die één week op de twee naar haar papa ging. Maar bij Jordi ging het loslaten heel abrupt en snel. Ik heb het daar in het begin heel moeilijk mee gehad. Een relatie zien stukgaan of je pluskind niet meer zien, dat is een ander soort verdriet. Het is allebei een rouwproces, maar een scheiding is iets tussen twee volwassenen. Terwijl: een kind blijf toch steeds een kind. En ja, er was weleens ruzie tussen ons, hij begon te puberen, maar ik zag hem wel als míjn zoon.

Ik weet niet wat ik zou gedaan hebben als zijn ouders het contact verboden hadden. Ik ben zowel ouder als plusouder, ik kan het van twee kanten bekijken. Je wilt als ouder je kind niet nóg meer delen dan je al moet, dat snap ik. Als stiefouder moet je loslaten, en hopen dat je zijn kind mag blijven zien. Dat is vandaag nog steeds zo. Jordi is negentien en heeft z’n eigen leven, maar we horen elkaar meermaals per week. Hij kan altijd bij mij terecht, dat weet hij. Voor zijn achttiende verjaardag ben ik met hem naar Tomorrowland geweest. Vorig jaar kwam hij me op kousenvoeten vragen of ik zijn begeleider wilde zijn voor zijn rijbewijs, samen met zijn mama. Het helpt natuurlijk dat ik geen opvoedende rol meer heb. Tegen mij kan hij al eens komen klagen als hij thuis ruzie heeft. (lacht)

Jordi moet zich opsplitsen tussen zoveel partijen – zijn papa heeft inmiddels ook een nieuwe vriendin – dus ik mag niet verwachten dat hij met kerst mee bij mij aan tafel zit. Ik laat los, ik eis niks. Maar als hij me met Moederdag een sms’je stuurt, maakt me dat heel gelukkig.”

Wat met stiefouders na een breuk?

Anja Pairoux, plusoudercoach: “Een plusouder wordt na een scheiding heel vaak niet gezien, niet gehoord, niet erkend. Hun omgeving reageert met onbegrip: ‘Je wist toch waar je aan begon?’ En: ‘Het is toch logisch dat je dat kind niet meer mag zien?’. Stiefouders wéten dat wel, maar die reacties van onbegrip maken het extra pijnlijk.”

Heb je als stiefouder dan geen enkel recht om je stiefkind te blijven zien?

“Nee. Volgens de wet heb je als stiefouder wel plichten, maar geen rechten. Zo ben je verplicht om te zorgen voor de kinderen die onder je dak wonen. Als je wettelijk samenwoont of gehuwd bent met de ouder van die kinderen en die ouder zou sterven, heb je zelfs financiële verplichtingen. Er bestaat wel zoiets als een recht om je stiefkind te blijven zien áls je kunt aantonen dat er een band is opgebouwd, zoals Stevens advocaat vertelde. Dat kan bijvoorbeeld als je gezamenlijke kinderen hebt die hun stiefbroer of stiefzus moeten blijven zien. In Stevens geval waren die er niet, dan wordt het héél moeilijk om daar aanspraak op te maken.”

Zou het een goed idee zijn dat er een wettelijk kader komt dat stiefouders rechten geeft?

“Dat wetsvoorstel heeft al op tafel gelegen, maar ik ben geen voorstander. Het is al moeilijk genoeg voor twee ouders om overeen te komen na een scheiding. Als een stiefouder ook nog eens met een papiertje komt zwaaien, moet het kind met nóg meer mensen gedeeld worden. Daarmee is het leed niet opgelost, het geeft alleen maar meer aanleiding tot gevecht. Stiefouders hebben geen wetgeving nodig vind ik, maar wél een juiste plek in het verhaal. In Denemarken moeten koppels die scheiden verplicht een psycho-educatietraject volgen om te leren omgaan met ouderschap na scheiding. Een nieuw-samengesteld gezin werkt compleet anders dan een klassiek gezin, de rollen zijn anders. We vinden vandaag allemaal dat we de perfecte ouders moeten zijn, en ook de perfect gescheiden ouders. Dat legt heel veel druk op. De nieuwe partner springt halsoverkop mee op de trein die al vertrokken is bij de scheiding. Als stiefouder ben je als de dood om het fout te doen. De druk is immens. En daar loopt het vaak mis. Gescheiden ouders en stiefouders moeten beter geïnformeerd worden over hun rollen.”

Wat is dan een goeie rol als stiefouder?

“Tinne, Steven en Nele hadden zelf nog geen kinderen toen ze hun stiefkind(eren) leerden kennen. Ze hebben al hun enthousiasme voor het ouderschap in hun rol gelegd. Ze namen het kind op in hun hart als een eigen kind, zagen een toekomst: het zien opgroeien tot volwassene, kleinkinderen krijgen… Als dat beeld aan diggelen valt, is het héél pijnlijk, pijnlijker dan de relatiebreuk zelf. Want het gaat om een kínd dat je in je hart hebt gesloten

Op voorhand zou ik hen gezegd hebben: ‘bewaak goed je grenzen’. Je bent niet de vader of moeder, je zult dat nooit zijn. Dat moet je van bij de start beseffen: ‘Als deze relatie afspringt, verlies ik ook de kinderen.’ Weet je, als stiefouder moet je je plaats in het leven van de kinderen op een andere manier trachten in te vullen. Je krijgt die plaats niet door de was en de plas te doen, door hen naar school te brengen. Dat kan iedereen en daarin ben je makkelijk vervangbaar. Als plusouder moet je je richten op je meerwaarde als individu, door dat waar jíj voor staat. Een vertrouwenspersoon waar het kind bij terechtkan, of als nonkel bijvoorbeeld zoals Steven zegt. En dát in de rol waar je als stiefouder naartoe moet. Die is niet meteen zichtbaar, maar komt pas na een tijdje. In mijn praktijk richt ik stiefouders daarnaar: kies zélf in waar je beschikbaar voor wilt zijn, kijk goed naar waar jíj energie uit haalt.”

Hoe kun je ervoor zorgen dat je nog een rol mag spelen in het leven van je stiefkind na een breuk?

Bij een breuk is het belangrijk om je communicatie te richten op de andere partij. Je moet duidelijk maken dat je niks wilt ‘afpakken’, maar dat je wilt ondersteunen, de band die jullie hebben, wilt eren. ‘Ik wil klaarstaan, maar voor de rest hou ik me aan de zijlijn.’ Daarvoor is natuurlijk wel vertrouwen nodig langs beide kanten, wat er bij Steven bijvoorbeeld niet (meer) is. Zijn ex is als een leeuwin voor haar kind, en hij heeft te hard geprobeerd. Als het dan fout loopt, ga je door een zwaar rouwproces van verdriet en woede. Al geloof ik dat het ook een kans is om te groeien, om te leren. Niet in die zin van: ‘ik wil nooit nog kinderen van een ander’, maar wel: ‘waar ben ik mezelf verloren?’ Dat zien, kan de weg zijn naar heling en herstel.”

Meer info: www.plusouderconsulenten.be. Hier vind je ook een gratis gids voor plusouders.

Uit: Libelle 10/2020 – Tekst: Annelies Dyck

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content