Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Eindelijk uit de schulden: zij zochten én vonden hulp

Door Karolien Joniaux

Soms zijn een paar flinke tegenslagen voldoende om in een spiraal van financiële ellende terecht te komen. Ingrid en Cindy trokken tien jaar geleden aan de alarmbel en kropen gelukkig uit het donkere gat.

Financiële rampspoed

Ingrid belandde in een financiële put na een paar fout gelopen relaties

Ingrid (64): “Toen mijn kinderen opgroeiden, was er van financiële zorgen geen sprake. Ik heb altijd keihard en ook graag gewerkt. De mooiste jaren bracht ik door als cafébazin achter de toog. Ik genoot ervan om onder de mensen te zijn. Nadat bleek dat mijn man een affaire had – met een van de klanten nota bene – besloot ik op mijn negenenveertigste heel stoer om in mijn eentje een ander café te huren.

Maar de combinatie van huren en de lening afbetalen van het vroegere café was achteraf gezien als alleenstaande gewoon niet haalbaar. De druppel kwam toen ik een nieuwe man leerde kennen. Ik was tot over mijn oren verliefd en vroeg hem bij mij te komen wonen, maar ik besefte niet dat ik niet alleen hem, maar ook zijn schuldeisers in huis haalde. De relatie was van korte duur, maar het gat dat intussen was geslagen, was te groot: maandelijks moest ik nu in mijn eentje drieduizend euro ophoesten en een bruin café, hoe succesvol ook, brengt zoveel niet op.

“Voor de buitenwereld probeerde ik door te doen alsof er niets aan de hand was”

De rekeningen begonnen zich op te stapelen. Brouwerskosten, sociale lasten, elektriciteit… Daarna kwamen de aanmaningen met intresten erbij. Ik wilde ze wel betalen, maar hóé? Met geld dat ik niet had? Voor de buitenwereld probeerde ik door te doen alsof er niets aan de hand was. Elke dag opnieuw deed ik mijn café open en babbelde ik vrolijk tegen de klanten, maar onderhuids sluimerde altijd die angst.

Want iets simpels als thuis de brievenbus leegmaken of de voordeur opendoen, leidde altijd tot slecht nieuws. Meer rekeningen. Deurwaarders die de inboedel kwamen opschrijven. Gelukkig is het nooit zover gekomen dat ze daadwerkelijk meubelen zijn komen ophalen – die afgang voor de ogen van de rest van het dorp lijkt me verschrikkelijk – maar het voelde alsof ik voortdurend aan het watertrappelen was en het een kwestie van tijd was tot ik kopje-onder zou gaan.”

Intrekken bij zoon en schoonzoon

Hoewel ik het hen nooit met zoveel woorden had gezegd, was het mijn twee zonen ook niet ontgaan hoe zwaar ik het had. Ze waren ook weleens in het café terwijl ik een deurwaarder probeerde af te wimpelen en de man van Tom, mijn oudste zoon, was mijn boekhouder. Dan is één en één snel twee.

‘Kom moeder, ik trakteer je op een tripje naar Turkije’, zei Tom op een dag. Hij deed het af als een break om even op adem te komen, maar eenmaal ginder nam hij me apart voor een gesprek. ‘Dit is niet meer houdbaar, moeder, dat weet je zelf ook. Er zit niets anders op dan het café op te geven, dat is al één huurlast minder. Kom maar bij ons wonen zodat je in alle rust naar oplossingen kunt zoeken.’

Ik was enorm geraakt door zijn voorstel. Het leek de omgekeerde wereld: een moeder die op haar vijfenvijftigste bij haar kind gaat wonen, maar ik wíst dat er niets anders opzat. Samen met mijn zonen verkocht ik de inboedel van het café en verhuisde ik mijn spullen naar Tom en Peter, vijftig kilometer verderop. Tot op vandaag ben ik hen daar nog dankbaar voor. Om op tijd aan de noodrem te trekken, voor ik me nog meer in de schulden werkte.”

En dan is er de bemiddelaar…

Het stopzetten van mijn huur was een eerste stap, maar daar waren mijn rekeningen nog niet mee betaald. Ik zette me over mijn schroom heen en klopte met een bang hart aan bij een paar instanties. Op de hulpkas voor werklozen kon ik geen beroep doen omdat ik zelfstandige was en het OCMW oordeelde dat ik er zonder hun hulp ook wel zou komen. Het was om moedeloos van te worden.

Tot ik via via bij een schuldbemiddelaar belandde en kon instappen in een collectieve schuldenregeling: ‘Je gaat nú op zoek naar een nieuwe job’, zeiden ze daar. ‘Tot je die gevonden hebt, hou ik alle schuldeisers tegen. Vanaf dan beginnen we met een afbetalingsplan.’ Je kunt je niet voorstellen welke last er toen van mijn schouders viel. Niet langer de hete adem van de schuldeisers in mijn nek en alle administratie die me uit handen werd genomen.

“Doordat iemand anders het roer moest overnemen, voelde ik me vooral heel nederig en klein”

Ik zocht en vond een job als poetsen strijkhulp en vanaf dan schoot alles in gang. Tot op vandaag is het de beste beslissing die ik in mijn leven heb genomen: mijn trots opzijzetten en een beroep doen op een schuldbemiddelaar. Het was wennen hoor, net omdat ik het grootste deel van mijn leven nooit schulden heb gekend. Ineens moest ik tegenover een onbekende toegeven welke foute beslissingen mij hier hadden gebracht. Doordat iemand anders het roer moest overnemen, voelde ik me vooral heel nederig en klein.

Een schuldbemiddelaar zal niet zeggen: ‘Ocharme, in wat voor miserie ben je toch beland…’ Die zal zeggen: ‘Zo gaan we het aanpakken, mevrouw Kuppens. En je hebt te luisteren, willen of niet.’ Omdat ik dat eerste jaar bij mijn zoon kost en inwoon kreeg, kon mijn volledige maandloon naar die schuldenput gaan, maar toen ik nadien een eigen appartementje wilde huren, moest ik dat met hangende pootjes aanvragen, als een puber die toestemming vraagt aan haar ouders.

Ook toen bleef de knip erop: ‘Verwarmingskosten? Je doet maar een extra trui aan. Zoveel brandstofverbruik voor een familiebezoek? Je móét hen niet bezoeken, hé.’ Meer dan eens kookte ik vanbinnen om die toon, maar meestal zweeg ik gewoon. ‘Oké, mevrouw.’ ‘Dank u wel, mevrouw’. Nu, achteraf bekeken, ben ik dankbaar dat de schuldbemiddelaar toen zo streng is geweest. Anders was het me nooit op deze manier gelukt.”

Alles om dankbaar te zijn

Uiteindelijk heeft het maar vier jaar geduurd voor ik schuldenvrij was. Van de brouwer tot de mazoutleverancier, iedereen heeft zijn geld teruggekregen. Als alleenstaande heb ik het nog steeds niet breed, maar er ligt groente en fruit in mijn koelkast en ik hoef geen kou te lijden.

Soms denk ik nog weleens met heimwee terug aan vroeger. Ik ben heel gelukkig geweest in mijn café, tussen de klanten, vóór de betalingen me inhaalden. Ook al heb ik mijn kinderen en kleinkinderen om me heen, die gezellige drukte, de muziek en de zottigheid, die mis ik nog steeds. Maar als je bedenkt in welke uitzichtloze situatie ik tien jaar geleden zat, heb ik vooral veel om dankbaar en trots te zijn.

Ik ben er trots op dat ik hulp heb durven zoeken; al wie ik geld verschuldigd was, kan ik weer recht in de ogen kijken. En ik ben trots op mijn twee fantastische zonen die voor hun moeder in de bres zijn gesprongen en die trouwens nog steeds bijspringen als het een maand eens minder gaat. Onlangs zei Nico, de jongste, nog: ‘Als er iemand veel heeft doorworsteld in het leven, ben jij het wel.’ Dat ik er ondanks al die tegenslagen op deze manier nog sta… ook dat is iets om trots op te zijn.”

Cindy kon haar medische rekeningen niet meer betalen

Cindy (36): “Als kind heb ik nooit honger gehad, maar geldproblemen waren bij ons wel dagelijkse kost. Door mijn moeilijke thuissituatie groeide ik op bij mijn meter, de zus van mijn mama die zich als pleegouder over mij ontfermde, maar ook zij zat krap bij kas. Meer dan eens hoorde ik haar en mijn nonkel ruziën over de rekeningen en op mijn tiende wist ik al perfect wat een deurwaarder was. Mijn meter moest ook constant geld lenen bij mijn grootmoeder, omdat ze weer eens een tv op afbetaling had gekocht of een nieuwe set meubelen die we eigenlijk niet konden betalen.

“Als je als alleenstaande terugvalt op invaliditeit ben je gedoemd om schulden te maken”

Toen ik op mijn achttiende op eigen benen ging staan, was ik vastberaden het anders te doen. Alles wees er ook op dat ik daarin zou slagen. Van de dienst Pleegzorg had ik een mooi spaarboekje meegekregen van achttienduizend euro en ik vond een goeie job bij De Voorzorg waar ik hard voor werkte. Maar op mijn vierentwintigste kreeg ik een verdict dat mijn kaarten voorgoed door elkaar schudde: lymfeklierkanker. Ik stond voor een lang en zwaar traject. Medisch én financieel.

Als je als alleenstaande terugvalt op invaliditeit ben je gedoemd om schulden te maken. Je hebt je ziekteverloop ook niet zelf in de hand. Door de kanker moesten mijn baarmoeder, eileider en blindedarm worden weggenomen. Ik rekende op één operatie – en dus op één factuur – maar het werden er drie. Mijn uitkering kon de huur van mijn huisje niet dekken, dus belandde ik in steeds groezeligere appartementen.

Toen ik ging aankloppen bij het OCMW voor hulp, kreeg ik het deksel op de neus. Om een beroep te kunnen doen op budgetbeheer was mijn schuldenstapel te hoog, maar voor een collectieve schuldenregeling was hij dan weer te laag. Onrechtstreeks kreeg ik te horen: werk jezelf nog maar wat meer in de nesten, dán pas zullen we je helpen. Ik voelde me machteloos en nutteloos. Het is vernederend als je je eigen kost niet kunt verdienen, maar ik kón gewoon niet werken. Ik sliep veel en ondertussen stapelden de schulden zich op.”

Leven als een dakloze

Toen ik wél recht kreeg op schuldbemiddeling, besefte ik heel goed dat dat mijn enige kans was. Dat ik me aan de regels moest houden, of ik geraakte deze uitweg kwijt: in vijf jaar tijd moest ik zoveel mogelijk schulden afbetalen; ik kreeg een minimaal bedrag als leefgeld en mocht géén nieuwe schulden maken. De druk die dat laatste met zich meebracht, was enorm. Ik heb op slag mijn autootje verkocht. Ik mocht er niet aan denken dat ik een ongeval zou krijgen, of dat er onvoorziene kosten zouden opduiken.

Om de andere kosten te drukken, zocht ik een klein studentenappartementje midden in de stad vlak bij goedkope winkels. En overdag leefde ik zoals een dakloze. Ik griste eten uit de containers achter supermarkten, controleerde de gleufjes van parkeermeters op vergeten muntjes en klopte voor een douche, maaltijd of een babbel aan bij daklozenwerking
Kamiano.

“Naast mijn strijd tegen de schulden, voerde ik ook nog eens die lichamelijke strijd”

Eerlijk? Het was hard. Keihard. Ik leefde van dag tot dag en soms zelfs met de hoop om de volgende ochtend niet meer wakker te moeten worden. Want naast mijn strijd tegen de schulden, voerde ik ook nog eens die lichamelijke strijd. Officieel had ik de kanker verslagen, maar intussen was ik chronischepijnpatiënt. Het enige wat me rechthield, was het perspectief: vijf jaar volhouden en dan waren al mijn schulden weg. Dan kon ik opnieuw iets beginnen op te bouwen.”

Geen angst en nieuw geluk

“De dag dat mijn collectieve schuldenregeling werd afgesloten, zal ik nooit vergeten. Ik werd opgeroepen bij de arbeidsrechter en die vertelde dat ik er – zelfs met alleen die sobere invaliditeitsuitkering – in geslaagd was twee derde van mijn schulden weg te werken. De rest werd kwijtgescholden. De rechter gaf me zelfs complimenten omdat ik het traject zo vlekkeloos had doorlopen. Van de emotie ben ik door mijn benen gezakt. Eindelijk viel de constante angst, de voortdurende druk om geen om onvoorziene kosten te mogen maken, weg. En eindelijk kwam er weer ruimte vrij om te leven, in plaats van te overleven.

Nu, vijf jaar later, liggen de kaarten helemaal anders. Ik moet nog steeds rondkomen met een invaliditeitsuitkering en mijn fibromyalgie blijft een dagelijks gevecht, maar ik heb een lieve man gevonden met wie ik mijn leven én de kosten kan delen. Ik heb intussen ook een zoontje, die wel weet dat mama het moeilijk heeft gehad, maar die daar zelf zo weinig mogelijk hinder van ondervindt. Met carnaval krijgt hij een verkleedpak en met Kerstmis staat er een boom met pakjes onder. Zoiets was tien jaar geleden ondenkbaar geweest.

“Eindelijk kwam er weer ruimte vrij om te leven, in plaats van te overleven”

Ik doe er intussen ook alles aan om mijn pijn de baas te kunnen: meer sporten, coaching en slaaptherapie. Op een dag hoop ik zo toch opnieuw een deeltijdse job te vinden. Als mijn lichaam dat toelaat. Dat heb ik nu wel geleerd.”

Lees het volledige artikel in Libelle 13/2022.

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content