Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Soms wil ik gewoon een meisje zijn dat wegkruipt in iemands armen”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Soms is het te veel, soms gaat het niet meer. Iedereen heeft z’n grenzen en de een is al beter in het bewaken ervan dan de ander. Ik behoor helaas tot de groep mensen die er niet zo goed in is. Ik zeg te vaak ‘ja’, ook al heb ik eigenlijk niet voldoende tijd, ik doe veel voor anderen, ik wil graag bewijzen dat ik het kan, dat ik niet snel opgeef. Vaak heb ik er ook niet zoveel moeite mee, mijn kunnen en mijn energie zijn beide erg rekbare begrippen, het duurt lang voor ik op mijn adem trap. (Dat geldt dan weer niet voor sporten, haha).

“Iedereen heeft z’n grenzen en de een is al beter in het bewaken ervan dan de ander. Ik behoor helaas tot die laatste groep”

[read more]

Een vriend zei me: “Jij neemt gewoon veel initiatief en daardoor lijken anderen initiatiefloos, terwijl ze dat niet per se zijn”, dus nam ik me voor om minder initiatief te nemen, om minder etentjes in gang te steken, minder weekendjes te regelen, minder te doen. Maar dat botste dan weer met mijn goesting om bezig te zijn. Mijn lijf, mijn algehele zijn, zou misschien meer baat hebben bij af en toe niks doen, maar volledig stilvallen, was nooit echt aan mij besteed. Bezig zijn, het is niet alleen een manier om verdriet te overwinnen, het is ook eigen aan het beestje hier.

Ik hoef er geen tekening bij te maken dat er ooit en altijd wel ergens een breekpunt komt. Een mens kan veel aan, maar niet alles. Sinds Stijn gestorven is, zit ik op een sneltrein die met een rotvaart door het landschap dendert. Altijd en alleen maar rechtdoor. Er leek de afgelopen drieënhalf jaar geen enkele mogelijkheid om af te stappen, dus deed ik wat ik moest doen: naast mijn eeuwige ‘bezig zijn met van alles en nog wat’, naast mijn ‘geen probleem, ik regel het wel’-ingesteldheid, stond ik er ineens helemaal alleen voor.

Twee jonge kinderen vielen op mij terug, het huishouden kwam op mijn schouders terecht, de rekeningen belandden net als vroeger in de brievenbus, de kinderen moesten naar school, naar hobby’s, er moest eten op tafel komen, we wilden nog steeds veel dingen doen, vrienden zien, bij familie zijn. En in alles bleef ik maar gaan, zonder echt om te kijken. En alsmaar meer hoorde ik: “Wat ben jij een sterke vrouw.”

Ik stelde mij wel kwetsbaar op – absoluut, leve kwetsbaarheid! –, maar zelfs in die kwetsbaarheid vonden mensen mij sterk. En hoe langer hoe meer besefte ik dat maar een handvol mensen ook zag hoe ik soms compleet tegen de vlakte ging, hoe fragiel ik ook kan zijn, wat voor een onnozel, kwetsbaar vogeltje ik bij momenten ben. Ik voelde dat ik alsmaar meer op de tippen van mijn tenen begon te lopen.

Ik wil niet altijd maar de vrouw zijn die alles aankan, die onder tijdsdruk kan werken, die honderden balletjes tegelijk in de lucht weet te houden, die een huishouden in haar eentje rechthoudt, die altijd maar alleen instaat voor de kinderen, zowel praktisch als emotioneel. Het zat er dan ook aan te komen, al duwde ik het ver voor mij uit.

Op een avond komt alles samen in mijn hoofd en lijkt er kortsluiting te ontstaan. Ik probeer stamelend en met handen en voeten aan het lief uit te leggen wat er door mijn hoofd gaat, ik durf zelfs openlijk te zeggen dat ik het mis hoe Stijn mij zag, dat hij mij ook op de meest fragiele manier kende en dat ik het zo ongelooflijk beu ben dat ik alles maar alleen doe, dat mensen mij bekijken als de vrouw die alles aankan.

“Ik ben het zo ongelooflijk beu dat ik alles maar alleen doe, dat mensen mij bekijken als de vrouw die alles aankan”

Dan zwijg ik, niet goed wetend of wat ik zeg niet te vaag is, te hard, te moeilijk. Ik vraag het lief of hij het begrijpt. Hij knikt, en zegt: “Ik denk het wel, ja” en zwijgt dan even. En dan: “Je bent altijd zorgend voor anderen, maar je wilt gewoon dat iemand ook eens voor jou zorgt.” Ik hap naar adem, zeg dat dat exact is wat ik voel en barst in huilen uit, terwijl het lief mij tegen zich aantrekt en ik door dat tegen de vlakte te gaan eindelijk tot rust lijk te komen.

Wat wil ik doodgraag af en toe gewoon een meisje zijn. Eentje zoals in verhaaltjes, een meisje dat omarmd wordt, dat ergens veilig kan schuilen. Een meisje tegen wie iemand zegt: “Kom maar bij mij, hier is het veilig, alles is oké.” Wat ben ik blij dat, na al die tijd, het lief er is. En dat hij het begrijpt. Zonder meer.

[/read]

Lees meer van Hannelore Bedert:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!