Alles wat je moet weten over het dragen van een beugel

Alles wat je moet weten over het dragen van een beugel

Staan je tanden niet mooi recht, te ver naar voren of juist naar achter? Het dragen van een beugel kan de oplossing zijn. Maar welke beugel heb je dan precies nodig en bij wie kun je terecht? Een praktisch overzicht.

In cijfers

  • Eén op de drie jongeren heeft tegenwoordig een beugel.
  • In 2015 brachten maar liefst 10.171 kinderen jonger dan negen jaar een bezoekje aan de orthodontist voor een beugel. Op vijf jaar tijd is dat aantal gestegen met 27 procent.
  • Het aantal volwassenen dat een beugel draagt, is de laatste jaren fors gestegen. 10 tot 20 procent van de beugeldragers is ouder dan 18. Het gaat vooral om twintigers en dertigers, maar ook het aantal 40-plussers met een beugel neemt flink toe.

1 millimeter per maand…
verschuiven tanden en kiezen dankzij een beugel.

Waarom een beugel?

Dokter Guy Willems, tandarts-orthodontist in het UZ Leuven: “Een beugel zorgt niet alleen voor een mooiere glimlach, maar ook voor een gezond gebit. Sommige afwijkingen, zoals een kruisbeet waarbij je bovenste tanden niet mooi op je onderste passen, veroorzaken kauwproblemen, een versnelde slijtage van de tanden, kaakgewrichtsproblemen met als gevolg hoofdpijn en spierpijn of zelfs spraakproblemen.

Scheve tanden zijn ook moeilijker om grondig te poetsen, wat kan leiden tot tandbederf of tandsteen. Met een beugel kunnen die problemen makkelijk verholpen worden, waardoor je weer een mooi en gezond gebit krijgt.”

Een mondje vol scheve tanden

Scheve tanden kunnen verschillende oorzaken hebben. Op een aantal daarvan heb je weinig of zelfs geen invloed, zoals aangeboren aandoeningen of ernstige afwijkingen:

  • Plaatsgebrek in de tandenboog, waardoor er dus te weinig plek is voor de tanden om mooi recht door te komen.
  • Sommigen hebben simpelweg een kleiner gebit dan anderen, maar ook doorkomende wijsheidstanden kunnen hiervoor zorgen.
  • Groeiachterstand van de kaak, waarbij bijvoorbeeld de bovenkaak sneller groeit dan onderkaak.
  • Ook een kaakbreuk of bepaalde ziektes kunnen leiden tot een afwijkende kaakstand.
  • Problemen met de tandenwisseling (als een melktand te lang blijft staan, heeft de blijvende tand geen plaats om door te komen en zoekt die ergens anders een plekje uit)

Maar er zijn ook een aantal factoren die niet aangeboren of erfelijk zijn:

  • duimzuigen, wat kan leiden tot een open beet of vooruitstekende tanden als je daar niet mee stopt vóór de wisseling van de voortanden. Het is dus aan te raden je kind vanaf vier jaar het duimen, én het tutteren, af te leren,
  • foute mondgewoontes zoals de tong of de lippen tussen de tanden houden, waardoor er een vergrote afstand tussen de bovenste en de onderste tanden ontstaat. Logopedie is de perfecte manier om die gewoontes af te leren.
  • Ademen door de mond in plaats van de neus, wat kan leiden tot een overbeet (waarbij de onderkaak kleiner is dan de bovenkaak) , een kruisbeet (waarbij één of meerdere bovensnijtanden zich achter de ondersnijtanden bevinden) of een te smalle kaak.
  • Een valpartij waarbij één of meerdere melktanden uitvallen. Daardoor kunnen de andere melktanden en kiezen beginnen schuiven en krijgen de blijvende tanden, die pas later doorkomen, te weinig plaats om mooi recht door te komen.

Tandarts of orthodontist?

Tandarts-orthodontist Guy Willems: “In de normale gang van zaken stelt de tandarts een diagnose. Als die van mening is dat een orthodontische behandeling nodig is, dan verwijst die de patiënt door naar een orthodontist. Maar je hebt geen verwijsbrief nodig om bij de orthodontist aan te kloppen. Er zijn ook tandartsen die zélf beugels zetten. Wel is er een duidelijk verschil tussen een tandarts en een orthodontist.

Een tandarts:

  • onderhoudt het gebit: gaatjes opsporen, tanden trekken, tandsteen verwijderen, …
  • is geen orthodontist, maar kreeg in de opleiding wel een introductie in de orthodontie.

Een orthodontist:

  • plaatst beugels en voert correcties uit aan de kaken
  • draagt de beschermde titel van orthodontist aangezien die na vijf jaar tandheelkunde, nog eens vier specialisatiejaren aflegde.
  • Een patiënt kan om verschillende reden toch kiezen om een beugelbehandeling door de tandarts te laten uitvoeren: omdat die de arts vertrouwt, omdat er geen orthodontist in de buurt werkt of omdat de wachttijden te lang zijn. De keuze is volledig aan de patiënt.”

Wegwijs in de beugelmarkt

Voor elk probleem een ander type

  1. De activator: dit is een uitneembare beugel die je dag én nacht moet dragen om een overbeet te corrigeren. Het bestaat uit een gedeelte voor de onderkaak, en eentje voor de bovenkaak, waaraan de beugel wordt vastgemaakt. De tanden verschuiven met deze beugel ongeveer één millimeter per maand
  2. De plaatbeugel: dit is een beugel die bestaat uit een stukje kunststof dat tegen je gehemelte zit. Het wordt vastgemaakt met haakjes rond de kiezen, maar je kunt de beugel wel makkelijk in en uit doen. Het verhelpt vooral kleine tandproblemen, zoals scheefstaande tanden en kiezen.
  3. De buitenbeugel: beïnvloedt de groei van de bovenkaak. De achterste kiezen worden verschoven zodat de andere tanden meer plek krijgen en scheve tanden weer recht komen te staan.
  4. De blokjesbeugel: zet elke tand individueel op de juiste plaats, doordat elke tand een eigen blokje krijgt
  5. De linguale beugel: doet hetzelfde als een gewone blokjesbeugel, met als grote verschil dat de blokjes niet op de voorkant, maar op de achterkant van de tanden worden geplaatst waardoor de beugel onzichtbaar wordt.
  6. De retentiebeugel: zorgt ervoor dat je tanden na de beugelbehandeling mooi recht blijven staan. Dat kan een draadje achter de tanden zijn, of een uitneembare plastic beugel die je enkel ’s nachts moet dragen

Vraag van een lezeres

Ellen (52): “Ik heb een nikkelallergie. Kun je dan wel een beugel dragen?”

Dokter Guy Willems: “Bij een consultatie wordt altijd gevraagd of de patiënt een bepaalde allergie heeft, zodat daar rekening mee gehouden kan worden. Als de patiënt een nikkelallergie heeft, plaatsen we meestal eerst een plaatje om te kijken in welke mate het lichaam reageert op het metaal. Als de patiënt binnen de twee dagen toch allergisch reageert, dan zijn er twee mogelijkheden: of we schakelen over op nikkelvrije materialen, maar die zijn niet zo makkelijk te krijgen, of we zetten de behandeling stop. Maar we zien vaak bij patiënten die aangeven allergisch te zijn voor nikkel, dat in de mond zelf amper een reactie te zien is. Een nikkelallergie komt trouwens ook maar heel zelden voor.”

De behandeling

Een beugelbehandeling bestaat uit twee fases:

  1. De actieve fase waarin de tanden, de kaken of ze allebei worden gecorrigeerd met behulp van een beugel. Daardoor komen de kaken, de tanden en de kiezen mooi in rij en passen ze perfect op elkaar. Een vaste beugel zet de tanden recht, een losse beugel stuurt de groei van de kaken bij. Het is dus mogelijk dat je zowel een vaste als een losse beugel moet dragen. Om de vier à zes weken moet je regelmatig op controle en wordt de beugel bijgesteld of aangepast.
  2. De retentiefase waarin het bereikte resultaat zo goed mogelijk wordt behouden. Het is mogelijk dat de tanden na de behandeling nog verschuiven en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Met een retentiebeugel behoud je je mooie glimlach.

Hoe lang duurt de gemiddelde behandeling?

Dokter Guy Willems: “Gemiddeld duurt een beugelbehandeling zo’n 2,5 jaar. Maar als het om een klein probleem gaat, zoals een tand die niet helemaal recht staat, kun je ook sneller van die beugel verlost zijn. De behandeling omvat wel meer dan alleen de beugelperiode, dus hou er rekening mee dat het héle traject nog wat meer tijd in beslag neemt.

Eerst komt de patiënt op consultatie. Dan kijken we naar wat precies het probleem is. Gaat het om een slechte beet? Of hebben de tanden niet genoeg ruimte om zich te settelen? Aan de hand van röntgenfoto’s achterhalen we waar het precies fout loopt.

Daarna bespreken we de mogelijkheden en als de patiënt een beslissing heeft genomen, beginnen we aan het échte werk: de beugel maken en plaatsen. Eens dat gebeurd is, komt de patiënt om de vier à zes weken op controle. Dan kijken we of de beugel nog intact is en of de tanden en kiezen verschuiven zoals verwacht.

Meestal stellen we de beugel ook bij, door bijvoorbeeld een nieuwe, sterkere draad te plaatsen of de elastiekjes te vervangen van de blokjesbeugel. Op die manier wordt er opnieuw druk uitgeoefend op de tanden.

En eenmaal we het gewenste resultaat behaald hebben, wordt de beugel vervangen door een retentiebeugel, om alles netjes op z’n plaats te houden. Die draag je nog zeker één tot twee jaar na de actieve fase, maar na zes of zeven maanden moet je die niet meer élke nacht dragen en mag je stilletjes aan afbouwen.”

Niet zonder risico?

Elk voordeel heeft z’n nadeel, en dat is met een beugel niet anders. Deze risico’s houden beugeldragers best in hun achterhoofd:

  • Cariës, ontstoken tandvlees of ontkalking: beugeldragers hebben veel meer moeite om goed te poetsen, waardoor je dus sneller last krijgt van gaatjes en ontstekingen
    wortelresorptie (waarbij de wortelpunten afronden): wortelpunten, de uiteindes van tanden en kiezen die in je tandvlees zitten, worden meestal wel wat stomper en korter doordat je tanden weerstand ondervinden van het bot wanneer ze van plaats veranderen. Als meer dan drie millimeter van de wortel verdwijnt, heeft dat een negatieve impact op de levensduur van de tanden. Het komt niet vaak voor, maar als het toch gebeurt, dan wordt de behandeling aangepast of zelfs stopgezet.
  • Kaakgewrichtsklachten: pijn aan de kaken is vervelend, zeker als je daardoor ook last krijgt van hoofdpijn én spierpijn. Die kunnen op élk moment van de behandeling voorkomen, door de druk die wordt uitgeoefend op het gebit, maar zijn gelukkig niet blijvend.

Opgelet!

Tanden en kiezen ontwikkelen, net zoals het hele lichaam, een hele leven lang. Om te voorkomen dat de tanden en kiezen weer verschuiven, is een goede nazorg heel belangrijk.

Vraag van een lezeres

Loes (37): “Kun je makkelijker gaatjes of verkleuringen krijgen door een beugel?”

Dokter Guy Willems: “Het dragen van een beugel op zich zorgt niet voor meer gaatjes of verkleuringen. Maar het is wel moeilijker om je tanden grondig te poetsen, met al die blokjes en draadjes in je mond. Als je dus niet goed poetst, loop je wel meer risico op gaatjes of verkleuringen. Daarom is een goede mondhygiëne extra belangrijk. Na elke maaltijd je tanden poetsen en voor het slapengaan nóg een keer. Een hele inspanning, maar het loont.”

Goed poetsen doe je zo!

  • Om gaatjes en verkleuringen te voorkomen, is een goede mondhygiëne héél belangrijk. Daarom raadt men aan je tanden minstens drie keer per dag te poetsen: ’s morgens na het ontbijt, ’s middags na de lunch en ’s avonds voor het slapengaan.
  • Hou ook een vaste volgorde aan. Van buiten naar binnen en van voor naar achter.
  • Let ook goed op dat je tandenborstel niet versleten is. Gebruik een tandenborstel met een kleine en niet te ruwe borstelkop, ook als je met een elektrische tandenborstel poetst. Om de drie maanden een nieuwe kopen, of als de haartjes uit elkaar staan, is zeker geen overbodige luxe.
  • Klaar met poetsen? Kijk dan even in de spiegel of je geen restjes meer ziet en je tanden én beugel weer mooi glimmen.

Hoe jonger, hoe beter

Eerst alle melktandjes wisselen en pas dan een beugel? Nee hoor!

Kinderen kunnen in principe al rond hun zevende starten met een beugel, want de wisselfase eindigt op ongeveer acht jaar. Het grote voordeel van jong starten met een beugel is dat de kaakgroei nog beïnvloed kan worden, wat bij volwassenen niet meer kan. En de groei van de kaken bepaalt juist voor het grootste deel de plaats van de definitieve tanden en het feit of ze mooi recht komen te staan. Er zijn ook veel meer mogelijkheden voor kinderen dan voor volwassenen en het effect is vaak ook groter. Daarnaast vinden lage schoolkinderen het minder erg dan pubers om met een beugel rond te lopen. Tegen de tijd dat ze naar het middelbaar gaan, hebben ze een mooi, gezond en sterk gebit. Tot slot betaalt de mutualiteit méér terug bij kinderen die jonger zijn dan negen.

Jong beginnen beugelen, heeft dus alleen maar voordelen.

Vraag van een lezeres

Sanne (48): “Mag je met een beugel alles eten en drinken?”

Dokter Guy Willems: “Met een beugel kun je alles drinken, maar met voedsel moet je toch een beetje opletten. Vooral eten dat vrij hard is om in te bijten. Een beugel is namelijk kwetsbaar en door harde stukjes eten kunnen draden verbuigen en slotjes afbreken. Ook plakkerig voedsel is geen goed idee, want dat kleeft aan je beugel en krijg je maar moeilijk weg. Nootjes, harde snoepjes, toffees en kauwgom vermijd je dus best. Maar je hoeft zeker niet alles van het menu te schrappen. Een appel bijvoorbeeld kun je perfect eten als je die helemaal schilt en in stukjes snijdt.”

Nooit te oud voor een beugel

Of je nu negen jaar oud bent, of vijfenvijftig, je bent nooit te oud voor een beugel. Er zijn zelfs orthodontisten die 60-plussers behandelen. Je leeftijd maakt dus niet uit, maar je gebit moet een beugel natuurlijk wel aankunnen. Het bot, het tandvlees en de tanden en kiezen zelf moeten wel in goede gezondheid zijn. Een beugel trekt namelijk bacteriën aan, waardoor er sneller ontstekingen kunnen ontstaan.

Let wel: als je een roker bent, kan het zijn dat je, ongeacht je leeftijd, geen beugel kunt verdragen. Rokers hebben veel vaker last van geïrriteerd tandvlees, waardoor het lastiger is om een beugel te plaatsen én te dragen. Ook als je bepaalde medicijnen inneemt, dan gaat het vooral om ontstekingsremmers, kan het zijn dat een beugel geen optie is. Je zal dan eerst een proefbeugel krijgen om te zien of het daadwerkelijk werkt.

Blijvend resultaat

Bij 80% van de beugeldragers verschuiven de tanden en de kiezen opnieuw na afloop van de behandeling. Daarom raden orthodontisten je aan om een retentiebeugel te dragen: een nachtbeugel of een draadje aan de achterkant van je tanden.

Maar waarom is een retentiebeugel nodig?

  • De tanden moeten terug in het bot vastgroeien, en daarvoor moet het wortelvliesje rondom de tand terug in de rustfase gaan. Dat kan gemakkelijk negen maanden duren. Daarom moet je dus de eerste maanden élke nacht de retentiebeugel dragen, waarna je stilletjes aan kunt beginnen afbouwen.
  • Als het gezicht, en dus de kaken, nog niet volgroeid zijn, kunnen tanden en kiezen weer gaan schuiven. Dat duurt ongeveer tot de leeftijd van 16 à 17. Bij jongens net iets langer: tot 21 jaar.
  • Als de wijsheidstanden nog moeten doorbreken, en dat kan grote veranderingen in het gebit veroorzaken.

Het kostenplaatje

Bijna alle orthodontisten zijn niet geconventioneerd, en dat betekent dat ze in principe vrij hun erelonen bepalen. Een beugelbehandeling kan dus bij de ene orthodontist net iets duurder zijn als bij de andere, al is het verschil vaak klein. De prijs hangt natuurlijk af van de het soort beugel dat je krijgt, de behandelingsduur én de moeilijkheidsgraad, maar deze richtprijzen geven je een idee.

  • Een orthodontische behandeling bij kinderen: € 500 – € 700, waarvan een deel wordt terugbetaald als de patiënt jonger is dan 9 jaar, of als een aanvraag werd ingediend voor de leeftijd van 15 jaar.
  • Uitneembare beugel: € 300 en € 500 euro, zonder de maandcontroles waarvoor je zo’n € 30 tot € 40 euro betaalt.
  • Vaste beugel, zoals blokjes: voor een behandeling van twee jaar betaal je gemiddeld rond de € 3.000 euro, zonder vooronderzoeken, radiografieën en bijkomende apparatuur zoals schroefjes of veren.
  • Linguale beugel: voor de onzichtbare beugel op de bovenste tanden en gewone blokjes op de onderste rij betaal je zo’n € 5.000 euro. Als je zowel vanboven als vanonder voor een linguale beugel kiest, kost je dat meer dan 6.000 euro

Wees verzekerd

Niet alle tandartsbezoeken worden door de verplichte ziekteverzekering terugbetaald. Sommige behandelingen betaal je voor een groot deel of zelfs helemaal uit eigen zak. En dan kunnen de kosten soms hoog oplopen. Als je kind een beugel moet dragen, betaal je al snel 1.000 euro, of meer, uit eigen zak.

Met een tandzorgverzekering trek je het grootste deel van de kosten terug van de mutualiteit en betaal je zelf maar een klein deel. Ook volwassenen kunnen dan rekenen op een verhoogde tussenkomst, terwijl je met enkel een ziekteverzekering de volle pot betaalt.

Opgelet! Als je een tandzorgverzekering wil afsluiten omdat je dochter een beugel moet dragen, of je zelf een ernstig tandprobleem hebt, hou dan rekening met de wachtperiode. Het kan tot twaalf maanden na afsluiting van de verzekering duren tot je recht hebt op een tussenkomst. Ga je dus tijdig informeren!

Tekst: Diny Thomas

Lees meer:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)