Zo vinden kleine vogels de weg (terug) naar je tuin

Zo vinden kleine vogels de weg (terug) naar je tuin
Three house sparrows perching on fence


Zachte temperaturen, een rijkelijk gevulde voederplank en het zonnetje dat – stilaan maar zeker – je grasperk terug kleurt. En toch spot je voor de tijd van het jaar nauwelijks kleine vogels in je tuin. 
Natuurpunt legt uit hoe dat komt.

Jullie hebben massaal vogels geteld tijdens het Grote Vogelweekend: 508.636 vogels om precies te zijn. Maar liefst 26.086 Vlamingen zaten trouw op post. Een record in de geschiedenis van het Grote Vogelweekend volgens Natuurpunt. Er werden ook tal van vragen opgestuurd, maar de vraag die op ieders lippen brandde was: “We zien veel kraaien, eksters en kauwen. Maar waar blijven de kleine vogels?”

Meer grote dan kleine vogels = toeval?

Hoewel kleine tuinvogels zoals de merel, de huismus en de staartmees het nog steeds goed doen in onze Vlaamse tuinen, neemt de populatie gestaag af. De toename van kraaiachtigen zoals de kauw, de ekster en de zwarte kraai (predatoren) heeft niet echt iets te maken met de daling van kleine vogels. Predatoren zijn sociaal, erg slim en passen zich makkelijk aan. Ze zijn minder schuw, waardoor ze vlak bij de mensen voedsel vinden. Kraaiachtigen eten geen gezonde jonge vogels, hooguit de zwakke en gekwetste. De bedreiging voor kleine tuinvogels komt dus ook van elders:

  • Katten(kwaad): het aantal slachtoffers die de huiskat op z’n palmares heeft staan,  is enorm. Zonde, want de vogels worden zelfs niet opgegeten.
  • Er zijn te weinig (veilige) broedplaatsen
  • Tuinen zijn te net en steriel: vogels kunnen niet meer schuilen.
  • Gebruik van pesticiden: onkruid wegspuiten is giftig voor dier en insect.

Kraaien, eksters en kauwen in je tuin doen trouwens ‘goed’ werk. Zo verorberen ze heel wat slakken, iets wat de meeste tuinliefhebbers wel appreciëren.

5x zo trek je kleine vogels aan

Maak je tuin nu éxtra aantrekkelijk, en geniet vanaf de lente van hun vrolijk getjilp en gezang.

    1. Creëer voldoende schuil- en broedplaatsen: met hagen, rommelige hoekjes en dichte struiken maak je je tuin veel vogelvriendelijker.
    2. Plaats de voederplank niet te dicht bij het raam. Zo vermijd je dat vogels tegen het raam vliegen. Hang ook voldoende vetbollen omhoog of kies voor een overdekte voedertafel met een laag dak. Dit vinden kauwen niet aantrekkelijk.
    3. Zorg voor drinkwater. Een ondiepe schaal water volstaat. Vriest het niet meer? Dan kun je een grotere schaal zetten, zodat de tuinvogels kunnen baden.
    4. Niet alle vogels vinden gestrooid voedsel lekker. Denk daarom aan alle soorten. Voeder gevarieerd en voorzie zowel zaden, fruit, nootjes, pindakaas en vetbollen.
    5. Trek de natuur aan door de natuur na te bootsen. Bloemen, fruitbomen en voldoende struikgewas zijn een zaligheid voor vogeltjes.

Luk Daniëls van Natuurpunt geeft ons nog enkele hapklare tips mee: 



Bron: Natuurpunt. Beeld: GettyImages

Ook interessant:

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)