Guido’s kijk: “Luxueus of volks, je voelt je altijd welkom in Italiaanse eettenten. Iets waar wij nuchtere Vlamingen van kunnen leren”

Guido's kijk: "Luxueus of volks, je voelt je altijd welkom in Italiaanse eettenten. Iets waar wij nuchtere Vlamingen van kunnen leren"

Guido Everaert is marketeer, reclameman, copywriter en lesgever. Hij heeft vier volwassen kinderen: Eline, Johannes, Lise en Marie, en ook een hond: Rufus. Guido is gescheiden en woont samen met zijn nieuwe liefde. In zijn tweewekelijkse column ontdek je hoe hij naar het leven kijkt.

Ik ben een restaurantmens. Ik hou van eetgelegenheden, en echt niet alleen omwille van het eten. Ik ben er heilig van overtuigd dat goede gesprekken ontstaan wanneer ze omkaderd worden door fonkelende glazen en mooi tafellinnen. Het gevoel dat je je alleen maar hoeft te concentreren op je tafelpartner en zo tot de allerdiepste inzichten komt.

Mijn restaurantbeleving staat of valt echter niet enkel bij mooi servies en goed eten. Het heeft ook veel te maken met gastvrijheid en service. Houterige kelners die op de lachspieren werken en stijve maîtres die dan weer de kringspier beroeren, omdat je schrik hebt om iets verkeerd te doen, zijn niet echt aan mij besteed. Stokstijfstrakke bediening staat haaks op warme sfeer.

Wat ik echt wil – denk ik – is familie om mij heen. Mensen die mij het gevoel geven dat ze blij zijn om mij te zien. Niet om het geld uit mijn zakken te slaan maar omdat ze me graag mogen, of tenminste overtuigend kunnen doen dat dat zo is.

Wat dat betreft zijn de Italianen meesters. Ik laat in het midden of dat is omdat ze allemaal een heilig ontzag voor hun mama hebben, of omdat de eetcultuur zo centraal staat in hun beleving, maar ik kom ontzettend graag in Italiaanse eettenten. Luxueus of volks, je voelt je er altijd welkom.

Ik denk dat we er als noeste, nuchtere en stugge Vlamingen ook iets kunnen van leren. In het dorp waar mijn gade Karin haar tenten opgeslagen heeft, het pittoreske Zoersel, kun je uitmuntend eten. De porties zijn gul en goed bereid. Toch heeft het jaren geduurd eer iemand me daar bij de voornaam aansprak.

Nu wil het toeval dat er sinds een paar jaar een nieuwe Italiaan is bijgekomen, op een plek waar al ongeveer alles is geweest, zonder ooit succesvol te zijn. Er is al een bloemenwinkel geweest, een uitzuipkroeg, een schuchtere poging tot nachtclub. Een jazzcafé en iets wat redelijk onbestemd voorzag in eten en drinken. Nooit echt goed van de grond gekomen. Deze zou het dus ook niet redden volgens ons.

Locatie hoor ik u denken. De zaak bevindt zich op de grote baan, aan de rand van het dorp. Er is meer dan genoeg parking en het is recht tegenover één van die bekende baancafés die Vlaanderen rijk is, waar je nooit volk zou vermoeden maar dat altijd stampvol zit.

En nu is er dus een Italiaans restaurant. En kijk, ze hebben bewezen dat het wel kan. Avond na avond zit het ding stampvol. Er loopt al eens iets mis, maar het wordt met zwier opgelost. Het is er druk, lawaaierig, en gezellig. Ze zijn ontzettend attent. Ik ben er ‘Guido’, of ‘the boss’, vanaf de tweede keer dat ik er binnenstapte. Ze weten dat Karin er soms met haar zoon Robbe komt, voor ze op weg gaan naar Delft. Ze weten ook dat hij daar studeert en ze onthouden dat ook gewoon. Ze geven je het gevoel dat je er toe doet.

“Toen ik op een druilerige dag in panne viel voor hun deur, snelden ze uit het restaurant, compleet met startkabels en sleeptouw”

Hartelijk en vriendelijk, op een manier zoals het in de horeca moet zijn. Maar het bijzondere eraan is, dat ze het menen. Dat bleek nog meer, toen ik onlangs op een druilerige regendag in panne viel met mijn auto, op het kruispunt voor hun deur. Het regende, ik hinderde. Auto’s toeterden, bestuurders foeterden en ik sukkelde.

Ik kreeg het ding niet aan de praat, ik kon de auto ook niet wegduwen zonder gevaar voor eigen lijf en leden. En daar kwamen ze uit het restaurant gelopen. Twee jonge kerels, compleet met startkabels, sleeptouw en een extra wagen, die klaar stond.

Ze regelden het verkeer, hielpen duwen en brachten de wagen in veiligheid op de parking. Ik ben er zeker van dat ze me ook zouden geholpen hebben om de motor eruit te tillen en de reparatie daar en dan op te starten.

Sindsdien hebben wij een band. Ik voel me er thuis. ’t Is familie geworden. Ik van hen, en zij van mij. Zo weinig is er maar nodig. Een beetje warmte. En lekker eten uiteraard!

Meer lezen van Guido?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)