Guido’s kijk: “Ik prevel ‘dank u’, als een boer met kiespijn. Maar ik meen het écht hoor”

Guido's kijk: "Ik prevel 'dank u', als een boer met kiespijn. Maar ik meen het écht hoor"

Guido Everaert is marketeer, reclameman, copywriter en lesgever. Hij heeft vier volwassen kinderen: Eline, Johannes, Lise en Marie, en ook een hond: Rufus. Guido is gescheiden en woont samen met zijn nieuwe liefde. In zijn tweewekelijkse column ontdek je hoe hij naar het leven kijkt.

Kerstmis. Cadeautjes. Sfeer. Familiefeesten. Is het heel erg als ik hier en nu beken dat ik er helemaal, maar dan ook helemaal niets mee heb?

Ik kan nochtans helemaal los gaan op kerstmarkten. En ik kook graag, en ik heb graag rijk gedekte tafels met mooie wijnen en gesprekken die doorgaan tot in het late. Maar nu zou ik het liefst slapen en weer wakker worden in 2020, ergens in het voorjaar.

Het is niet altijd zo geweest. Ik denk met veel warmte en een beetje weemoed aan tijden waarin ‘de nonkels’, keurig in pak, kraaknette witte hemden en onverwoestbare polyester dassen, thuis ontvangen werden. Een lange tafel, die mooi gedekt was. Mama had een nieuw kleedje aan en was naar de kapper geweest. Papa was druk in de weer met platencollecties, barmeubels met drank en lichten in de kerstboom, die niet flikkerden zoals hij dat verwachtte. Wij waren allemaal proper gewassen en hadden een vlijmscherpe scheiding in ons natte haar. En uiteraard nette kleren. We mochten nog even tv-kijken voor het bezoek aanbelde.

Eerst aperitieven in het salon. Daar lagen nootjes en zoutjes op zo’n étagère-ding. Drie verdiepingen hoog. En sigaretten van de meest courante soort lagen in een grote schaal. Natuurlijk werd er binnen gerookt! De blauwe walm hoorde er even hard bij als de fonduepotten van de jaren ’80. Het begon beschaafd met het aperitief van het moment. De verschrikkelijkste mixers, de meest complexe cocktails, inclusief die zoete maraschinokersen. Of vermouth. En sloten limonade voor de kinderen. Er waren nog tradities.

Soep moest er geschonken worden. Liefst met room en cognac. En garnaalcocktail, of iets gefrituurd als voorgerecht. De eerste wijnvlekken op het tafelkleed vielen samen met het uittrekken van de jassen. De eerste brandvlek van een sigarettenpeuk kondigde ook het losknopen van de dassen aan. De mannen werden luid, de tantes giechelden en zorgden geruisloos voor de logistiek. Het is haast ondenkbaar nu.

Hemdsmouwen werden opgestroopt, bier, wijn en sterke drank werden in willekeurige volgorde naar binnen gewerkt, en smeuïge verhalen volgden elkaar op. Tot we naar de middernachtmis gingen. Voor ons als kind was dat al een gebeurtenis, we mochten laat opblijven. De prijs die we daar moesten voor betalen was mild, een misdienst. De hoop op sneeuw. Ze was er niet als we binnen liepen in de kerk en ze was er meestal ook niet als we terug buiten stonden. Maar toch!

Minder heimwee heb ik naar de cadeautjes. Ik heb een afschuw van cadeautjes. Om zoveel verschillende redenen. Er is de pijn van de ontgoocheling, die eraan vast hangt. Je kreeg een of ander stuk speelgoed op batterijen, maar die batterijen zaten er niet bij. Frustratie! Of je had duidelijk laten weten wat je precies wou, en kreeg een goedkopere imitatie. Jeugddromen aan gruizelementen. Onvermijdelijke, verstandige cadeaus, kleren, vulpennen. Rijke tantes die weinig geld gaven, nonkels die twee keer gaven, uit verstrooidheid. En altijd ‘dank u’ prevelen.

Tot op de dag van vandaag schijn ik erg slecht te zijn in het expressief uiten van mijn dankbaarheid; ik kan me geen houding geven, ik sta daar maar en ik zeg ‘dank u’. Als een boer met kiespijn, maar ik meen het echt. Het woord is daarvoor uitgevonden. Ik slaag er niet in om opgewonden gilletjes te slaken of blij te rologen en dingen te zeggen als ‘Ma, oh, ma, neen, dat had ge echt niet, ooh, dat is echt geweldig, just wat ik altijd wou….’. Ik kan het niet. Ik zeg ‘dank u’, of ‘erg vriendelijk, bedankt’. En dat schijnt niet goed te zijn.

Nog veel erger is dat ik ook echt niet goed ben in het kiezen van cadeautjes. Mijn vriendin is er continu alert voor. Die ziet dingen, soms al in januari, en bedenkt dat het erg passend zou kunnen zijn voor deze of gene. Ze koopt, bewaart en slaagt er zelfs in om nog een passend tekstje te schrijven. Alle ontvangers blij, met kreetjes.

Mijn arsenaal daarentegen, wordt altijd kleiner. Met cd’s en bonnen moet je niet meer afkomen. Boeken dan maar, of wijn, whisky, niet zo grappige ‘grappige T-shirts’ en daar houdt het op. Originaliteit is ver te zoeken. Het lukt mij nooit. Ook omdat ik het meestal nogal last minute moet doen. Als ik van één van mijn kinderen discrete hints krijg, wil ik daar wel op ingaan maar blijkt ook dat die winkels de dag voor kerstmis niet open zijn, of te ver.

Niemand is blij met mijn cadeaus, ik zelf ook niet. Dat vat het hele kerstgebeuren wel samen.

Meer lezen van Guido?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)