Het Libelle Zomerverhaal: deel 4

Het Libelle Zomerverhaal: deel 4

Zomer 1988. Twee families trekken samen naar Oostenrijk. Maar een bekentenis tijdens de heenreis zet alles op losse schroeven. Raken ze ooit op hun bestemming, Schoppernau? Houdt de vriendschap stand, daar in de bergen? En wordt het alsnog een leuke vakantie, met z’n allen in één chalet? Dat lees je 7 weken lang op onze site.

Wat voorafging:
Het gezelschap heeft z’n intrek genomen in het vakantiehuis. De sfeer is ijzig, nadat Elly heeft ontdekt dat haar man John ‘iets’ heeft gehad met Liliane. Toch maken ze zich klaar voor de afgesproken wandeling.
***
“Ga jij met die schoenen, Elly?”
“Euh, ja, Rogier, waarom?”
“Ah, zomaar.”
Elly had die ochtend ook wel gezien dat zij zich anders gekleed had dan de rest van het gezelschap. Rogier, Liliane, Ramses en Quinten hadden alle vier stevige bergbottines aan en een beige broek met overal zakken. Alsof de Vereeckens zich een familieverpakking dezelfde kleren hadden aangeschaft. Rogier had bovendien een vreemd vilten hoedje op zijn hoofd. Het leek wel alsof hij niet alleen ging wandelen, maar ook te allen tijde klaar moest zijn om mee ten strijde te trekken met de bende van Willem Tell. Haar eigen gezin had gekozen voor sportieve shorts, losse T-shirts en makkelijke sportschoenen om de bergen te trotseren. Kristof had een zwart petje van ‘Top Gun’ op met twee gouden vleugels op de klep zodat hij niet zou verbranden. Want dat gebeurde snel, wist Elly nog van vorig jaar in Spanje. En ook al was het hier een pak minder warm, met die ijle berglucht wist je maar nooit.

Elly was de enige met een luchtige, lange rok en witte ballerina’s. Helemaal zoals ze het zich had voorgenomen tijdens het bekijken van ‘The Sound of Music’ een half jaar geleden. Toen was ze voor het eerst beginnen dromen van Oostenrijk. En deze outfit hoorde daarbij. Want zeg nu eerlijk: waar in die film loopt Maria rond met stevige wandelschoenen? Elly wilde niet stevig stappen, Elly wilde huppelen over de alpenweiden op de tonen van ‘Edelweiss’. En daarvoor was ze perfect gekleed. Ze had dan ook niet gereageerd toen Rogier haar er – ongetwijfeld goedbedoeld – vanochtend over had aangesproken. Elly zei toch ook niets over dat belachelijke hoedje van hem, en dat baardje? Wie dacht hij wel dat hij was? Robin Hood? Trouwens, wat zat die Rogier eigenlijk op háár te letten? Hij had beter zijn eigen vrouw in de gaten gehouden.

Het was intussen tien uur ’s ochtends. De zon scheen volop, het begon al lekker warm te worden. En Elly wilde vooral proberen te genieten. De problemen zou ze wel oplossen wanneer ze er de fut voor had. Niet nu.
Op de rots onder aan de berg stond gemarkeerd: ‘Neuhornbach, 2,5 Stunden’. Tweeënhalf uur wandelen tot de top. Tot dat fantastische uitzicht over de hele vallei waar Rogier vanochtend aan het ontbijt zo lyrisch over was geweest. Tot aan die lekkere worstjes die ze er zouden eten, ‘mit Brot und Zenf’.
Alsof Elly zo’n klimmetje niet zou aankunnen met haar ballerina’s. Dan kenden ze haar nog niet.

Tweeënhalf uur wandelen tot de top, alsof Elly zo’n klimmetje niet zou aankunnen

“Allez dan, on y va”, sprak Rogier. En het gezelschap trok zich op gang. Het bos in, de berg op. Liliane ergerde zich zoals altijd aan het Frans van haar man, ook al had ze die ochtend best wel andere zorgen aan haar hoofd.
“Ben je zeker dat het gaat, Elly?”
“Natuurlijk, Liliane. Waarom zou het niet gaan? De zon schijnt… Wat zou er nu mis kunnen zijn?”
Kathleen en Ramses keken elkaar aan en draaiden met hun ogen. ‘Oude mensen,’ dachten ze allebei tegelijk, ‘de hel’. En ook: ‘Gaat dit nu echt nog de hele vakantie blijven duren?’
***
Hoewel ze de slaapkamer boven had, weg van het lawaai van de living, was Elly die ochtend als eerste wakker geworden. Niet verwonderlijk, want na al het gedoe was ze de avond ervoor uren voor de rest gaan slapen. En had ze als enige amper van de wijn gedronken. Elly had nog een hele tijd in tranen wakker gelegen, starend naar het plafond, tot ze uiteindelijk in een rusteloze slaap was beland. Ze had niet eens gemerkt dat John later die nacht naast haar gekropen was, en misschien maar beter ook.

Zij was het geweest die de kleine Kristof en Quinten al voor 7 uur Frosties en melk had gegeven. En zij was degene die de kinderen, terwijl de rest nog lag te slapen, al stilletjes aan het spelen had gekregen. Kwam die pocketeditie van ‘Zeeslag’ toch nog van pas. Toen ook de anderen – Liliane eerst, onmiddellijk gevolgd door Rogier en even later John – eindelijk naar beneden kwamen, stond de tafel al gedekt en had Elly spek met eitjes gemaakt voor het hele gezelschap. Onderhuids mocht ze dan briesen van woede, ze bleef de zorgzame moeder en vrouw die goed wilde doen voor iedereen. Het was een deel van zichzelf dat ze nooit kon afzetten. Ze had verse koffie én thee gezet, omdat ze niet zeker wist wat de Vereeckens ’s morgens dronken. Koffie, zo bleek. Net als haar John. Elly zwoer bij thee.

Uiteindelijk kwamen ook de twee tieners naar beneden. Eerst Kathleen, een paar minuten later Ramses. Ongetwijfeld gewekt door het lawaai en de geur van het spek. Want pubers, die kunnen nogal eten, wist Elly.
“Blij dat jullie er ook bij konden zijn”, zei John met gevoel voor sarcasme.
“Pa-paa-aaaa. Moet dat nu al? Ik ben hier nu toch?”, zei Kathleen met een slaapkop, haar haar nog danig in de war en de prut nog in haar ogen. “Pfft, als het zo’n dag wordt… Mag ik ook thee, mama?”
“Laat ze nu John, ze is hier toch?”, verdedigde Elly haar dochter, terwijl ze een kopje thee uitschonk.
John zweeg onmiddellijk. Hij had geen zin in een confrontatie met Elly – niet nu, niet straks, nooit eigenlijk. Al zat die er natuurlijk wel aan te komen, dat besefte hij ook.
Het was Rogier, de enige die nog altijd niks vermoedde, die de ongemakkelijke stilte doorbrak. “Mes amis, hopelijk zijn jullie beentjes al ingesmeerd, want vandaag starten we met de beklimming van de Neuhornbach.” Niemand luisterde aandachtig. “Geen al te lange wandeling, maar wel een goede opwarming. En naar ik me laten vertellen heb, zouden de vergezichten boven op de berg fantastisch zijn, met een zicht over de hele regio. En – en dit is vooral belangrijk voor Quinten en Kristof – boven zouden ze heel lekkere Wienerle hebben.”
“Wat is dat, ‘Wiene’le?”, vroeg Kristof.
“Worrrstjes, Kristof. Wienerrrle is Duits voor lekkere worrrstjes. Hotdogworrrstjes” Rogier legde extra veel nadruk op de ‘r’, in de hoop dat Kristof er iets van zou opsteken. “Als jullie de top halen vandaag, krijgen jullie lekkere Wienerrrle”, zei Rogier enthousiast. Al was het maar omdat hij eindelijk een publiek – hoe jong ook – had voor zijn exposé.
“Jeuj, hotdogs!”, riepen de twee kleinsten in koor.
Kathleen en Ramses waren minder enthousiast. De pubers hadden echt geen zin in een wandeling. “Mogen Kathleen en ik niet gewoon gaan zwemmen, mama? De zon schijnt. Je had gezegd dat dat mocht”, probeerde Ramses nog zeurderig.
“Het is de eerste dag, Ramses, nu nog niet”, reageerde Liliane kort. “Ik beloof dat je later deze week mag. Maar nu gaan jullie gewoon mee.”
“Ma-ma-aaa.”
“Dat is het laatste wat ik erover zeg, Ramses! En eet nu gewoon je eitjes op.”
“Als jullie klaar zijn met eten, kun je je tanden gaan poetsen en je klaarmaken”, begon Elly de tafel af te ruimen. “Hoe laat vertrekken we, Rogier?”
“Ik stel voor binnen een halfuur.”
“Oké, om tien uur zijn we weg”, besloot John. Elly keek hem strak aan. ‘Heb ik jou iets gevraagd?’, vlamde uit haar ogen. Net als: ‘En denk maar niet dat ik het vergeten ben.’
***
Op het vlak van vergezichten voldeed de wandeling helemaal aan Elly’s verwachtingen. Eerst had je de prachtige naaldbomen, waar de zon voorzichtig tussen kwam priemen. Gaandeweg maakte het bos ruimte voor open bergweiden die een majestueus zicht boden op andere bergen en de vallei onder hen, die met een lappendeken van steeds kleiner wordende huisjes was bedekt. En dan die bloementapijten. En die geur! Zalig, puur natuur, ook al betekende dat evengoed dat je er bij momenten de geur van koeienvlaaien bij moest nemen. Maar dan nog. Zo zuiver, dat had je bij ons in België niet. Zelfs de andere wandelaars, die ze sporadisch tegenkwamen tijdens de klim, leken vriendelijker dan de mensen van bij ons. ‘Gemütlich’. Stuk voor stuk zeiden ze bij het voorbijwandelen ‘Grüss Gott’, ‘God groet je’. Ze prevelde het ook telkens terug, ook al had ze nu niet erg veel met God. En had ze na een tijdje niet al te veel adem meer over.

Want dat had Elly wel een beetje onderschat. Al die speculaasjes van de afgelopen jaren moesten mee de berg op. Haar conditie was ver onder nul gezakt. Dat ze Ramses en Kathleen niet zou kunnen volgen, daar was ze wel van uitgegaan. Zulke jonge benen, daar kon ze al even niet meer tegenop. Maar dat intussen, zowat halfweg de berg, nu ook John, Rogier en de twee kleine kinderen al een meter of honderd voor haar uit liepen, dat stak toch. Waarom bleef John trouwens niet gewoon bij haar? Of zou hij haar nu bewust ontwijken? En welk recht had hij daar in godsnaam eigenlijk toe? Het was wel híj die háár bedrogen had. Zij was degene die nu mocht beslissen wanneer iemand het op zijn of haar eentje moest uitzingen, niet hij. Enkel Liliane – haar zogezegde ‘vriendin’ – bleef bij haar wandelen, maar ook haar bemoedigende woorden was Elly stilaan beu.
“Komaan Elly, we zijn al halfweg!”
En die ballerina’s, die waren nog het ergst van al: die pijn. Die godverdomde, dreunende pijn.
“Mijn voeten…”, zuchtte Elly. “Ik. Kan. Niet. Meer.” Ze stopte. Ze zou geen stap meer bergop zetten die dag.
“Mannen! Mannen! Wacht eens even!”, riep Liliane de anderen toe. “Het gaat niet met Elly!” Met tegenzin kwam iedereen op zijn stappen terug.

Waar ergens in heel die ‘The Sound of Music’ zit de scène waarin die altijd zo frivool zingende Maria haar blaren moet doorprikken van alle steentjes die tussen haar ballerina’s gekropen zijn? Dat wilde Elly weleens weten. Waar in die film zat die scène, of hadden ze die eruit geknipt? Ze was het voorbije uur steeds minder fan geworden van Maria. Het bloed stond niet enkel figuurlijk in haar ogen, maar intussen ook letterlijk tussen haar tenen. Samen met de jaloezie en de woede die al sinds gistermiddag opkropte tegenover haar John en Liliane, maakte het dat ze niet meer kon. “Ik geraak er niet, Liliane. Mijn tenen doen te veel zeer”, sprak Elly hijgend, en ze toonde haar blote voeten aan haar buurvrouw. Helemaal rood. Dat zag er inderdaad niet fraai uit.
“Wat is er aan de hand, Lili?”, vroeg Rogier, toen hij samen met de anderen terug tot bij de vrouwen was afgedaald.
“Elly kan niet meer verder”, antwoordde Liliane. “Niet op die schoenen. Weet je wat, ik zal wel met haar naar beneden gaan.”
“Ja maar, dan gaan wij ook naar beneden!”, pikte Ramses meteen in.
“Ja, dan kunnen wij eindelijk gaan zwemmen”, zei Kathleen snel.
“Zullen we dan maar allemaal teruggaan?”, dacht John goed te doen. Waarop Kristof onmiddellijk begon te huilen. “Wat is er, jongen?”
“Je had beloofd dat ik een hotdog zou k’ijgen! Een Wiene’le.” John zou gezworen hebben dat hij bijna een ‘r’ hoorde uit de mond van zijn zoontje.
“Ik wil óók een hotdog”, begon nu ook Quinten te zeuren. “En ik wil de top halen, want daar is sneeuw.”
Het was Elly zelf die met de oplossing kwam aandraven. “Weet je wat, gaan jullie anders met de jongens naar boven. Ik zal met Liliane wel terug naar beneden gaan.”
“En wij ook!”
“Ja, en dan gaan Ramses en Kathleen ook al maar mee, kunnen die gaan zwemmen.”
De tieners, die onder hun kleren hun zwemkledij al hadden aangetrokken, konden hun enthousiasme amper wegsteken. “Goed idee, mama!”
Het zou Elly meteen de kans geven om eindelijk eens te kunnen praten met Liliane. Want ze wou nu stilaan wel weten wat die te zeggen had over wat er gebeurd was. Hoe ze zich zou verdedigen. En of ze het überhaupt zou toegeven.
***
Kathleen en Ramses hadden hun moeders snel achter zich gelaten op de weg terug naar beneden. Van aan het huisje moesten ze gewoon de centrale baan door het dorp kruisen, dan het bruggetje over de rivier nemen en een minuutje of vijf langs een zandweg tussen de velden stappen tot aan het openluchtzwembad. Het bordje ‘Leisure Park’ wees de weg.
Dat ‘Leisure Park’ was een stuk aanlokkelijker dan Kathleen het zich had kunnen voorstellen. Een groot modern zwembad, met wipplanken en glijbanen, omgeven door een perfect getrimde ligweide, met een mooi terras, speeltuin en beachvolleybalvelden waar ze zo op het eerste zicht al enkele mooie jongens in actie zag. Hier zou ze wel aan kunnen wennen.

Ze was ook best onder de indruk geweest van Ramses, die haar zonder omwegen naar hier had geleid, nadat zijn vader hem wel eerst had verteld hoe ze bij het zwembad zouden komen. En hen 200 schilling had meegegeven – “Onthoud het, hè Ramses. Dat is maal drie” – voor inkom en middageten.
“Is het oké als we ons hier leggen?”, vroeg Ramses enigszins verlegen aan Kathleen, terwijl hij wees naar een willekeurige lege plek op het gras.
“Ja, natuurlijk, voor mij is alles eender.”
Ramses opende zijn rugzak, gaf Kathleen haar handdoek en begon de zijne ook uit te rollen. Hij deed zijn wandelbottines, kaki short en T-shirt uit. Ramses was mager in zijn zwemshort, maar wel met afgetekende lijnen van zijn buikspieren, waarboven een minuscuul toefje borsthaar zichtbaar was. Kathleen, die zich in haar badpak al aan het insmeren was, keek even opzij. En bloosde toen hun ogen kruisten.
“Wat is er?”
“Niks. Gewoon. Moet jij ook zonnecrème hebben?”
“Nee, ik verbrand toch niet”, zei Ramses stoerder dan hij het bedoelde.
Kathleen glimlachte. Ze legde zich languit op haar rug om te zonnen en zette de oortjes van haar walkman op. The Smiths. Ze had het cassetje van Ramses geleend. ‘Girlfriend in a coma. I know, I know, it’s serious…’ Ze keek nog eens rond. De stoere jongens die salto’s maakten van de wipplank, de volleyballers met hun blinkende blote basten, de niet onaardige Ramses naast haar… Zoveel mooie jongens. Ze sloot haar ogen en liet de warme zon haar werk doen. Ramses wilde een gesprekje aanknopen, maar wist niet meteen wat te zeggen. Dus liet hij Kathleen maar. “Ik ga al zwemmen”, riep hij. Ze had het niet eens gehoord.
***
Lange onderlinge gesprekken hadden John en Rogier nooit echt gehad. Daarvoor waren de twee te verschillend. En ook nu, tijdens de beklimming van de Neuhornbach, leek het eerder alsof ze om de beurt een stelling poneerden dan dat er een conversatie aan de gang was tussen twee mensen die naar elkaar willen luisteren.
“Die goal van Van Basten, dat was toch iets, hè Rogier?”
“Euh ja, dat heb ik gehoord, ja. Op het EK was dat, niet? In West-Duitsland.” Rogier had niet zoveel met voetbal.
“Heb jij dat niet gezien dan?”, reageerde John vol ongeloof. Welke man had dat nu niet gezien? Het werd stil. Kristof en Quinten wandelden vrolijk voor hen uit.
“Heb jij toevallig ‘Perestrojka’ al gelezen, van Gorbatsjov, John?”, vroeg Rogier even later.
“Dat is toch die met die wijnvlek, hè? Die Rus? Nee, zijn boek heb ik nog niet gelezen… Ik lees sowieso niet zoveel.”
“Ah, dat is anders wel de moeite. Hij legt daarin uit…”
“Ik vind trouwens ook: je autobiografie mag je pas schrijven als je dood bent”, onderbrak John Rogier onmiddellijk.
“Maar dat is geen auto…”
“Zeg, en wat denk je van KV Mechelen voor volgend seizoen? Die Ohana, die kan er wat van…”

Gelukkig was de kleine Quinten er om het ‘gesprek’ een halt toe te roepen. “Daar is het! Ik zie het!” Ze waren er, op de top van de Neuhornbach, waar een gezellige chalet met zonneterras hen stond op te wachten. De vier zetten het op een lopen. Een eindsprintje, op naar hun hotdogs en naar die frisse pint die ze verdiend hadden. Een bevallige serveuse – in traditionele Oostenrijkse dirndl-jurk – kwam hun bestelling opnemen. “Zwei grosse Bier und zwei Coca-Cola”, zei Rogier in zijn beste Duits. En dan tegen Kristof: “En bestel jij nu maar zelf, hè Kristof, je weet toch nog wat worrrstjes zijn in het Duits?”
“Voor mij… Wienerrrle”, perste Kristof er verlegen uit.
“Mit Brot und Zenf und Ketchup, viermal”, vulde Rogier onmiddellijk aan. De serveuse nam de menukaarten mee.
“Maar Kristof, je kunt het!”, reageerde John verbaasd en enthousiast tegelijk. “De ‘r’, je kunt het! O, dat maakt me zo blij, kerel!”
“Wienerrrle. Wienerrrle. Ik kan het, papa! Ik kan het!” Het kind glom er helemaal van.
“Dat moeten we straks aan mama vertellen, die gaat trots zijn! En ik ook, hoor. Zo knap.” John vergat in alle triomf zelfs even dat Elly misschien niet in de stemming was om trots te zijn.
“Dat moeten we vieren, mannen”, was ook Rogier enthousiast. “Ha, daar zijn onze drankjes al. Santé!”
“Prrrot!”, brabbelde Kristof intussen tegen zichzelf. “Ik kan errr nog één, papa! Prrrot! Hahaha, prrrot! Ik kan het!”

Op de terugtocht ging de sfeer – net zoals zijzelf – pijlsnel bergaf

De sfeer bij Elly en Liliane ging – net zoals zijzelf – pijlsnel bergaf. Ze hadden eerst allebei nog proberen te doen alsof Elly’s pijnlijke voeten het grote probleem waren. “We gaan die snel verzorgen, Elly, ik heb daar nog wel een sopje voor”, had Liliane gezegd, terwijl ze Elly ondersteunde op weg naar het dal. “En morgen doe je maar een paar sportschoenen van mij aan, ik heb er toch drie bij.”

Elly had amper gereageerd. Het borrelde vanbinnen, ze was aan het bedenken hoe ze het gesprek ging draaien naar datgene waar ze het echt over wou hebben. Trouwens, als die Liliane dacht dat Elly háár schoenen zou willen dragen, dan had ze het helemaal verkeerd voor… Ze had al wel genoeg gedaan, zeker?

Het was pas toen ze beneden waren en ze hun vakantiehuisje zagen blinken in de stralende zon, dat Elly al haar moed bijeenraapte en de vraag stelde die al de hele ochtend op het puntje van haar tong lag. Ze móést het weten. Ze moest een verklaring hebben.
“Waarom jij wel en ik niet, Liliane? Zeg me dat eens.”
Liliane panikeerde. “Hoe bedoel je, Elly?”
“Je weet goed genoeg waarover ik het heb. Wat heb jij dat ik niet heb? En geen leugens meer. Ik kan er niet meer tegen.”
In de verte loeide een koe en floten enkele vogeltjes. De lucht was stralend blauw, de zon zacht en warm. Het uitzicht niet minder dan idyllisch. Maar toch zakte de grond weg onder de voeten van Liliane.
“Wat is er gebeurd tussen jou en John, Liliane?”

Elly raapte al haar moed bijeen en stelde dé vraag: “Wat is er gebeurd tussen jou en John, Liliane?”

Volgende week deel 5: de bekentenis

Tekst: Wim Hellemans & Annelies Dyck – Illustratie: Mireille Kouwenberg

Herlees hier de vorige delen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)