De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Zwarte katten, ladders en een verloren knoop: Anne Davis over bijgeloof

Onder een ladder lopen brengt ongeluk en iemand niet in de ogen kijken bij het toosten, betekent zeven jaar slechte seks. Grappig, maar: durf jij écht met bijgeloof te spotten? Anne Davis alvast niet.

Anne Davis over bijgeloof

Toen ik de echtgenoot pas kende, geloofde hij niet in klavertjesvier. Die bestonden volgens hem niet, laat staan dat ze geluk zouden brengen. We waren ergens in een wei, en ik zei dat ik er een zou zoeken. Het werd een van die momenten die je nooit meer kunt herhalen: ik bukte me en had meteen een klavertjevier vast. Puur geluk dus, en sindsdien gelooft hij erin. Dat klavertje van toen heb ik nog, en later heb ik er nog eentje bijgekregen van een Libelle-lezeres. Ze staan samen in een lijstje in de slaapkamer. Want een klavertjevier brengt geluk en geluk, daar moet je zuinig op zijn.

Ja, het is bijgeloof, natuurlijk. Maar als een klavertjevier zomaar voor het oprapen groeit, dan laat je het toch niet staan? En wie kan zeggen dat hij helemaal niet bijgelovig is? Toen Neil Armstrong indertijd in de Apollo 11 stapte, nam hij een geluksteddybeer mee, en dat was echt niet om een babbeltje mee te slaan. Als de eerste man op de maan bijgelovig mag zijn, waarom ik dan niet?

“Neil Armstrong nam een geluks-teddybeer mee de ruimte in. Als de eerste man op de maan bijgelovig mag zijn, waarom ik dan niet?”

Natuurlijk moet een mens daarin niet overdrijven. Als je alle bijgelovige dingen moet doen die er zijn om ongeluk te vermijden, heb je daar een dagtaak aan. Altijd uitkijken dat je niet op een scheur in een tegel gaat staan, want daar komen boze dingen van. Zo’n enge konijnenpoot in je handtas, voor de zekerheid. Nooit niezen aan tafel, want anders gaat er iemand dood.

Maar aan de andere kant weet je maar nooit, dus zijn er dingen die ik wél doe. Het is niet moeilijk om een omweggetje te maken zodat je niet onder een ladder hoeft… En waarom zou je een paraplu in huis opendoen? Daar regent het toch niet? En over schoenen op tafel hebben de echtgenoot en ik al héél vaak ruzie gehad. Ten eerste is het gewoon vies – ook als het nieuwe schoenen zijn – en ten tweede brengt het ongeluk. Reden genoeg om die schoenen netjes op de grond te laten staan.

Zeven jaar slechte seks

Sinds ik in Engeland woon, heb ik ook nieuwe vormen van bijgeloof leren kennen. Daar brengt het ongeluk als je een ekster ziet, maar gelukkig kun je daar iets tegen doen door te zeggen: “Goedemorgen meneer de ekster, hoe gaat het met je vrouw vandaag?” Twee eksters zien, brengt dan weer geluk. Daar doe ik niet aan mee; ik heb al heel mijn leven lang eksters gezien zonder ze te tellen, laat staan ze aan te spreken, en ik ga er nu niet meer mee beginnen. Trouwens, misschien brengen ze alleen echte Engelsen geluk of ongeluk.

Er zijn ook dingen die ik wél weet, en de Engelsen niet: mijn Britse vriendin wist niet dat je elkaar in de ogen moet kijken bij het proosten, omdat je anders zeven jaar slechte seks hebt. Ik heb haar niet gevraagd hoe het al die jaren in bed ging, maar ik vrees natuurlijk het ergste.

“In België kom je beter geen zwarte kat tegen, maar in Japan brengt ze geluk. Zeker bij single vrouwen, want ze belooft een stoet aanbidders”

Er zijn ook dingen die in verschillende landen iets anders betekenen. Zo brengt de zwarte kat die je in België beter niet tegenkomt in Japan juist geluk. Al helemaal bij vrouwen die vrijgezel zijn, want zo’n kat belooft een stoet aanbidders. In veel oosterse landen moet je niet ’s avonds je nagels knippen, want dan ga je vroeg dood. En verstop je duimen als er een begrafenisauto voorbij komt, anders sterven je ouders jong. Fluiten in het donker is ook geen goed idee, want dan zit de kans erin dat je ontvoerd wordt door gevleugelde geesten. Het getal 4 brengt ongeluk in China omdat het te veel op het woord voor de dood lijkt. En ooit heb ik een Chinees vriendinnetje van de zoon een kaars cadeau gegeven, en dat was helemaal mis. Bij hen horen kaarsen bij begrafenissen…

Ook in Europa zijn er verschillen. In Frankrijk mag je geen nieuwe kleren aan op vrijdag, en in Spanje zetten ze een cactus voor het raam om de boze geesten buiten te houden. Geel dragen in Spanje is ook geen goed idee, en dat heeft met zwavel of de duivel te maken. Op een doordeweekse dag kan het wel, maar liever niet als je examen moet doen of gaat solliciteren. En in Turkije moet je na het donker geen kauwgom kauwen, want die verandert dan in het vlees van de doden. Genoeg om het kauwen maar voorgoed af te leren.

Geen kamer 13 in een hotel

Er zijn ook vormen van bijgeloof die in veel landen hetzelfde zijn. Vaak komen ze voort
uit de religie. Zout over je schouder gooien zou zo’n religieuze oorsprong hebben. Op ‘Het Laatste Avondmaal’ van Leonardo da Vinci is te zien dat Judas de verrader zout morste. Hoewel er ook wordt gedacht dat je zout over je schouder gooit voor het geval de duivel achter je staat; die is dan meteen verblind. Dat je nooit onder een ladder door moet lopen, komt dan weer van de Heilige Drievuldigheid, waar de driehoek die de ladder vormt, symbool voor staat. Die Drievuldigheid wil je natuurlijk niet verstoren. Het heeft dus niks te maken met het gevaar dat er een pot verf boven aan die ladder kan staan.

“Ooit vlogen de echtgenoot en ik op vrijdag de 13de naar Japan, en het vliegtuig was quasi leeg, zodat we languit over een paar stoelen konden slapen”

Dat 13 een ongeluksgetal is, wordt in verband gebracht met het Laatste Avondmaal, waar Jezus met zijn 12 discipelen aan tafel zat, en we weten allemaal hoe dat is afgelopen. Met 13 aan tafel gaan is dan ook een slecht idee, wat een probleem kan zijn als je toevallig 11 kinderen hebt. De oplossing: zet een extra bordje bij voor een 14de eter en je kunt smullen zonder zorgen.

In het hotel waar ik opgroeide, was er geen kamer 13, alleen 12 en 14, en dat schijnt in veel hotels het geval te zijn. Ikzelf heb geen moeite met dat ongeluksgetal. Ooit zijn de echtgenoot en ik op vrijdag de 13de naar Japan gevlogen, en het vliegtuig was prettig leeg, zodat we languit over een paar stoelen konden slapen. De echtgenoot, die vliegangst heeft, had niet in de gaten dat het vrijdag de 13de was, en tegen dat we aankwamen, was het al zaterdag de 14de.

Toch maar even aankloppen

Andere vormen van bijgeloof gaan terug naar de eeuwenoude angst voor kwade geesten. Dat je een paraplu niet binnenshuis moet opendoen, is logisch, want dan vallen alle boze geesten eruit en dat wil je natuurlijk niet hebben op je keukentafel. Daarom zou je ook nooit een hoed op bed mogen leggen; daar konden ook geesten in zitten. Trouwens, dat idee kwam uit een tijd toen de mensen met luizen kampten, en er geen afdoende middeltjes tegen hadden. Normaal dat je dan dubbel zuinig bent op je schone lakens. Een enge vind ik deze: als er een dode in huis is en je gaat brood bakken, zal het deeg niet rijzen.

Op zich niet zo’n probleem, want er zullen maar weinig mensen zijn die denken: O, opa is dood, ik ga gezellig een broodje bakken. Maar in de middeleeuwen deden ze daar misschien niet zo moeilijk over. Afkloppen is ook zo’n bekende. Dat heeft te maken met het feit dat gedacht werd dat goede en kwade geesten in bomen woonden. Dus moest je er maar op vertrouwen dat je met je geklop de goede geesten opriep, en de kwade weg kon jagen. Afkloppen doen ze in veel culturen, en ik doe het ook. Lang heb ik tegen mijn schedel geklopt als er geen hout in de buurt was, maar sinds ik weet van die goede en kwade geesten, doe ik dat niet meer.

Knoop gevonden, zoon oké

Dan heb je nog vormen van bijgeloof die bijna rituelen zijn, en die vaak in families voorkomen. Een vriendin van me heeft ooit gehoord dat stofzuigen op nieuwjaarsdag ongeluk brengt, en dat doet ze dus niet, en voor alle zekerheid gebruikt ze ook de wasmachine en de afwasmachine niet. Haar dochter heeft het ritueel overgenomen, dus op nieuwjaarsdag hebben ze samen alle tijd voor iets gezelligs.

Maar het gekste familieritueel had een andere vriendin van me. Als ze vroeger met het hele gezin in de auto zaten en ze kwamen een hooiwagen tegen, moesten ze allemaal hun kraag vasthouden tot ze een dier op vier poten tegenkwamen. Gelukkig woonden ze op het platteland. En als ze gingen wandelen op de promenade, moesten ze tegen de reling schoppen voor ze mochten omkeren. Dat schoppen doet die vriendin nog altijd, al is ze intussen oma, maar dat van die hooiwagens is een beetje vervallen. Ook al omdat ze nu in de stad woont.

“Ik heb ze zelf ook, van die rituelen. Toen ik een groentetuin had, moest ik van mezelf 100 boontjes plukken voor ik naar binnen mocht, nooit 99 en nooit 101”

Ik heb ze zelf ook, van die rituelen. Toen ik een groentetuin had, moest ik van mezelf 100 boontjes plukken voor ik naar binnen mocht, nooit 99 en nooit 101. Nog eerder, als ik examen moest doen en ik was niet zenuwachtig genoeg, dan wist ik zeker dat het mis zou gaan. Dus maakte ik mezelf extra nerveus, en deed alsof ik zeker wist dat ik het niet zou halen, want alleen dan kon het achteraf meevallen. En altijd als er iemand in een vliegtuig zit, moet ik dat toestel met mijn gedachten in de lucht houden, wat niet meevalt bij langeafstandsvluchten.

Ik weet ook nog dat er jaren geleden iets was met mijn zoon in Japan, en net op dat moment verloor ik een knoop van mijn jas. Als ik die knoop terugvond, zo wist ik, dan zou het allemaal in orde komen. Nog nooit heb ik zo hard naar een knoop gezocht als toen… Ik heb ’m nooit gevonden, maar ik heb een beetje gesmokkeld en naar het merk geschreven waar mijn jas vandaan kwam. Die hebben me toen niet één, maar twee nieuwe knopen gestuurd en ja hoor, het kwam allemaal weer goed, daar in Japan. Tegenwoordig moet ik nooit meer examen doen, en met covid heb ik al heel lang geen vliegtuigen meer in de lucht moeten houden. Maar als het ooit weer zover is, hou ik me stijf vast aan mijn rituelen. Want je weet immers maar nooit, en ik doe er niemand kwaad mee.”

Bron: Libelle 04/2022 –  Tekst: Anne Davis

LEES OOK:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content