Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Blaastraining: hoe nuttig is het en hoe begin je eraan? De uroloog legt uit

Door Jolien Thieleman

Blaastraining om je plas wat langer te kunnen ophouden. Belangrijk is het alleszins, vertelt uroloog dr. Nele Toussaint, maar niet in elke situatie. Wanneer heb je er baat bij, en hoe begin je er dan precies aan?

Wat is blaastraining?

Bij blaastraining leg je de blaas een gestructureerd patroon op om de intervallen tussen het plassen te verlengen (en zo minder snel naar het toilet te moeten). Dokter Nele Toussaint: “Het is de eerste stap in de behandeling van een overactieve blaas, waarbij je heel frequent moet plassen (meer dan 7 keer per dag, of meer dan 2 keer ‘s nachts) en last hebt van een sterke en plotse plasdrang en daarbij je toiletbezoek bijna niet kunt uitstellen.”

Overactieve blaas

Dokter Toussaint: “Een plasdrang krijg je gradueel, het bouwt op van een zachte naar een sterke drang. Dat is niet het geval bij een overactieve blaas, waarbij je die sterke drang veel te snel krijgt. Studies bewijzen dat je met blaastraining dat gevoel kunt verleggen. Je kunt je blaas aanleren om je plas langer op te houden, en niet meteen bij de eerste drang naar het toilet te moeten spurten.”

Een overactieve blaas kan voorkomen op alle leeftijden, van kind tot bejaarde. Er zijn verschillende oorzaken:

  • Een chaotisch drink- en plaspatroon: bij mensen die heel veel of net heel weinig drinken, en dat op onregelmatige basis.
  • Constipatie: zorgt voor meer druk op je blaas, waardoor je sneller zult moeten plassen.
  • Neurologisch: bij mensen die bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson hebben, is de bezenuwing van de blaas aangetast. In deze situatie is vaak een combinatie van medicatie en blaastraining nodig.
  • Een blaasontsteking of blaaskanker: oorzaken die moeten worden uitgesloten vooraleer iemand met blaastraining begint.
  • Een bijwerking van medicatie: medicijnen tegen een hoge bloeddruk kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat je regelmatig moet plassen.
  • Obesitas: kan zorgen voor meer druk op de blaas.
  • Cafeïnehoudende drankjes, prikkelende dranken, alcohol en pikant voedsel: prikkelen de blaasspier.
  • De manier waarop je plast: zeer snel plassen, of al ‘hangend’ boven de toiletbril bijvoorbeeld. Zorgt ervoor dat je de blaas niet ontspannen kunt leegplassen.
  • Er zijn ook patiënten waarbij geen precieze oorzaak kan worden gevonden.

Wanneer kan blaastraining helpen?

Blaastraining is enkel en alleen geschikt voor de behandeling van een overactieve blaas. Vooraleer je ermee begint, is het dus van belang om onderliggende oorzaken uit te sluiten, vooral als de klachten nog maar enkele dagen of weken aanhouden.

“Vaak de drang hebben om te plassen kan ook wijzen op een blaasontsteking of blaaspoliepen, waarbij het zeker geen goed idee is om je plas op te houden. Laat daarom altijd een diagnose stellen. Vaak is dat via een urinestaal bij de huisarts, waaruit al heel veel kan worden afgeleid.”

Beginnen met blaastraining: enkele tips

1. De juiste diagnose

Belangrijk: ga eerst naar een arts voor de correcte diagnose en om infecties of oorzaken van kwaadaardige aard uit te sluiten.

2. Plaskalender

Start je met blaastraining, dan is het een goed idee om gedurende een aantal dagen een plaskalender bij te houden. Schrijf op hoe vaak en hoeveel je drinkt, en hoe vaak en hoeveel je daarna moet plassen. Zo krijg je een beter beeld over de frequentie.

3. Stapsgewijs verlengen

Voel je veel te snel de drang om te gaan plassen, probeer het interval dan stapsgewijs te verlengen: naar een uur, anderhalf uur, twee uur… Tot je aan 5 à 6 toiletbezoeken zit per dag. “Dit aantal wordt in de urologie als normaal beschouwd. Een gemiddeld plasvolume bij een volle blaasgevoel is daarbij rond de 400 milliliter”, verduidelijkt dokter Toussaint.

4. Regelmatig drinken

Hou er een strikte vochtinname op na en drink op vaste momenten. “Door een hele dag kleine slokjes te nemen, prikkel je voortdurend de blaas, waardoor je vaker naar het toilet zult moeten. Het belangrijkste is om regelmaat te hebben, en best ineens een glas water te drinken.

Als leidraad nemen we vaak ‘om de twee uur drinken, om de twee uur plassen‘, maar dit kan verschillen van persoon tot persoon. Om de twee uur drinken is dikwijls ideaal, want zo kom je op ongeveer twee liter per dag. Als je urine quasi doorzichtig is, dan zit je goed.”

5. Opletten met bepaalde voedingsmiddelen

Cafeïnehoudende dranken (zoals cola, koffie en energiedrankjes) en alcohol beïnvloeden de blaasspier en kunnen ervoor zorgen dat je blaas prikkelbaar wordt. Hetzelfde geldt voor bruisende dranken (zoals spuitwater) en pikant gekruid voedsel. Probeer ze dus te vermijden tijdens je blaastraining.

6. Bekkenbodemspieren

Ook de bekkenbodemspieren spelen een rol als je last hebt van een overactieve blaas. “Wat kan helpen bij een sterke plasdrang, is je bekkenbodemspieren samentrekken voor een drukverlagend effect. Zo kun je een toiletbezoek nog even uitstellen.”

7. Druk op het perineum

Ook druk geven op het perineum, de zone tussen de vagina/balzak en de aars, kan helpen. “Duw stevig met je hand of ga bijvoorbeeld zitten op een hard oppervlak, zoals een stevige stoel, in plaats van in de zetel. Zo stuur je het signaal dat je blaas is ‘afgesloten’, waardoor je de plasdrang wat kunt verlagen.”

8. Afleiding zoeken

“Evident, maar effectief: zoek afleiding. Tel eventueel tot honderd en terug, doe iets wat je leuk vindt, kijk televisie, … zodat de sterke plasdrang wat wegebt.”

9. Niet wiebelen

Loop vooral niet heen en weer als je dringend moet plassen. “Beweging prikkelt de blaas. Probeer je dus rustig te houden, in plaats van continu te wandelen of wiebelen.”

10. De juiste houding

Op de juiste manier plassen, en daar genoeg tijd voor vrijmaken, is erg belangrijk om infecties en een overactieve blaas te vermijden. “Zorg voor een comfortabele houding op het toilet en plaats je twee voeten op de grond of op een bankje. Plas je blaas volledig leeg op een ontspannen manier.”

11. Gespecialiseerde hulp

Lukt het blaastrainen moeilijk of heb je vragen of twijfels? Dan kun je terecht bij de huisarts, uroloog of bekkenbodemspecialist. Zij zorgen voor een correcte begeleiding en opvolging.

12. Tijd en geduld

“Blaastraining is geen quick fix zoals dat bij een pilletje het geval is, maar weet dat je inzet beloond wordt. Sommigen zien al na 2 weken een effect, maar het kan tot enkele maanden duren om een goed resultaat te bereiken. Het vraagt dus wat tijd, moeite en geduld, maar het werpt absoluut z’n vruchten af”, besluit dokter Toussaint.

Met dank aan Dr. Nele Toussaint, uroloog bij ZNA Middelheim.

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content