© Getty Images

6 redenen waarom de natuur zo belangrijk is voor je mentale gezondheid

Wie wel eens met blozende kaken en helemaal uitgewaaid is thuisgekomen van een stevige wandeling, weet het al: de natuur is een uitstekend hulpmiddel om je hoofd leeg te maken en je geluksgevoel een boost te geven. Maar waarom is dat zo? Eline De Decker, experte mentaal welbevinden bij het Vlaams Instituut Gezond Leven vzw, geeft zes redenen.

1. De natuur zet aan tot reflectie

De ondergaande zon, regen op het dak of de vallende blaadjes in de herfst. Ze trekken je aandacht zonder dat het al te veel moeite kost. Daardoor blijft er in je hoofd nog ruimte om je gedachten te laten dwalen. Als je bijvoorbeeld langs een rivier wandelt, kun je tegelijkertijd nadenken over je oudste zoon die zich in nesten heeft gewerkt. Dat lukt minder goed wanneer je op een feestje bent of een meeting voorbereidt. Dat zijn immers situaties die veel van je aandacht vragen, waardoor er geen plaats is voor andere gedachten. Maar als je rustig kunt reflecteren over moeilijkheden, vind je meestal ook sneller een oplossing.

2. De natuur helpt je ontsnappen

Door in het bos of park te lopen of een strandwandeling te maken, krijg je het gevoel ‘er even volledig uit te zijn’. Dit gevoel komt voor een stuk omdat de natuur je uit de dagelijkse sleur haalt en je even niet wordt herinnerd aan verplichtingen en doelen.

Maar het is niet dit ‘ontsnappen’ alleen. Door in de natuur te zijn, ervaar je een verbondenheid met alles wat leeft. Het is alsof je uitzoomt en opgaat in een groter geheel waar wij als mens ook deel van uitmaken. Dat zorgt ervoor dat we makkelijker kunnen relativeren.

Het leidt ook tot verwondering: wolken die voorbijdrijven, de schoonheid van een dikke oude boom… Tijdens deze ‘magische momenten’ worden onze zintuigen zachtjes geprikkeld. In tegenstelling tot wanneer we over een drukke baan lopen en onze zintuigen altijd op scherp moeten staan of we worden overreden. Al die factoren samen maken dat onze ‘aandachtsvermoeidheid’ vermindert als we in de natuur zijn. En dit al na 15 à 20 minuten.

3. De natuur vermindert stress

Door (langdurige) stress maakt ons lichaam meer cortisol – het stresshormoon – aan. Hierdoor raakt onze hormoonbalans verstoord. Door te ontspannen, goed te slapen en gezond te eten kun je het cortisolniveau verlagen. Ook een natuurlijke omgeving helpt hierbij, want die heeft een kalmerend effect op ons zenuwstelsel.

Tegelijkertijd wordt het gelukshormoon serotonine geactiveerd als we in de natuur zijn. Deze neurotransmitter is belangrijk om depressieve gevoelens te voorkomen. De natuur bevordert dus je mentaal welbevinden of ‘geluk’. Dat is ook het uitgangspunt van de gelukswandeling. Tijdens zo’n wandeling ontdek je stap voor stap wat mentaal welbevinden is en hoe je het kunt verbeteren.

4. De natuur herstelt

Als mensen zijn we een onderdeel van de natuur en daardoor zijn we er ook onlosmakelijk mee verbonden. We hebben een aangeboren behoefte om verbinding te zoeken met de natuur: we zijn als het ware geprogrammeerd om natuurlijke landschappen rustgevend en herstellend te vinden.

Die liefde gaat terug naar toen we nog leefden als jager-verzamelaars. In die periode had de mens een voorkeur voor savanne-achtige landschappen. Die boden een weids uitzicht en hadden toch voldoende bosjes of struikgewas om achter te schuilen bij gevaar. Vandaar dat we ons meer op ons gemak voelen in weidse en groene omgevingen. En wie zich op z’n gemak voelt en niet continu op z’n hoede is voor gevaar, kan gemakkelijker zichzelf zijn, wat één van de bouwblokken van de geluksdriehoek is.

5. De natuur zit vol gratis geluksstofjes

Door in de natuur te zijn, heb je meer kans om zonnestralen op je lichaam te voelen en vitamine D op te nemen. Die zorgt ervoor dat we ons gelukkiger en energieker voelen. Vitamine D is ook belangrijk voor onze fysieke gezondheid: het zorgt voor minder ontstekingen, een goede botstructuur en spierkracht en versterkt ons immuunsysteem.

En dan zijn er ook nog de ‘geluksstofjes’ of bacteriën en fytonciden in de natuur. Ook die zorgen voor minder ontstekingen en een betere immuniteit. Zelfs indirect maakt de natuur ons gezonder. Bomen zorgen immers voor verkoeling en dempen het geluid, waardoor je ’s nachts beter kunt slapen. Ze verbeteren ook de luchtkwaliteit, wat een zegen is voor onze luchtwegen.

6. De natuur maakt je socialer

Natuur en groene ruimtes doen je spontaan meer bewegen en spelen, wat ook goed is voor de mentale gezondheid. Bovendien zetten ze mensen aan tot het leggen van sociale contacten. Mountainbiken, joggen, wandelen of afspreken met een vriend(in) is heel wat leuker in een park of een bos dan tussen de auto’s en de huizen in de stad.

En misschien nog belangrijker: die sociale verbondenheid, je goed omringd voelen, geeft ook je geluksgevoel een enorme boost. Wist je trouwens dat kijken naar bomen (zelfs door het raam!) ook al kan zorgen voor een goed gemoed en minder piekeren? Probeer het even uit als de natuur vandaag wat verder weg lijkt.

Lees ook deze artikels:

Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content