Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

11 vragen over je bekkenbodem beantwoord door de expert

Door Sanne De Lee

Ach, wat urineverlies tijdens het sporten: het hoort erbij, toch? Niet noodzakelijk, zegt onze expert. Ontdek hier alles over je bekkenbodem.

Dr. Hedwig Neels is Women’s health- en bekkenbodemkinesist en drijvende kracht achter het informatieplatform The Pelvic Floor, een project van de Universiteit Antwerpen.

1. Wat is de bekkenbodem?

Dr. Hedwig Neels: “De bekkenbodem sluit ons beenderige bekken af. Hij bestaat vooral uit spierweefsel, maar ook uit bindweefsel, ligamenten, zenuwen en bloedvaten. Bij vrouwen lopen er drie openingen door de bekkenbodem: de vagina, aars en plasbuis.”

2. Waar dient je bekkenbodem precies voor?

“Je kunt je bekkenbodem beschouwen als een hangmat die in je bekkenbotten rust. Hij sluit dus het bekken af – en helpt daarmee ook stoelgang, urine en windjes ophouden – én ondersteunt de organen die in je bekken liggen – de blaas, baarmoeder en darmen.

Daarnaast ondersteunt het ook je volledige lichaamshouding. Tot slot speelt hij een rol bij je seksuele beleving. De bekkenbodemspieren gaan seksueel genot mee opwekken en stimuleren.”

Veelvoorkomend? Zeker. Op te lossen? Absoluut!

3. Wat als je bekkenbodem niet goed functioneert?

“Een verzwakte bekkenbodem kan niet meer naar behoren ondersteunen en afsluiten. Dat zorgt voor klachten als incontinentie, verzakkingen, problemen met de stoelgang… Ook als de boel té strak gespannen is, ontstaan problemen. Je hebt dan bijvoorbeeld moeite om stoelgang en urine naar buiten te krijgen of pijn bij het vrijen.

Problemen met de bekkenbodem kunnen voor heel wat dagelijkse hinder en schaamte zorgen. Vrouwen zullen minder geneigd zijn om te sporten en te bewegen, kunnen dagelijkse activiteiten minder onbekommerd doen, ondervinden sociale hinder… Op die manier kan een heuse kettingreactie aan andere klachten op gang komen. En dat is jammer, want er valt wel degelijk iets aan te doen.”

De meest voorkomende klachten:

  • Urineproblemen: urineverlies of de blaas niet goed kunnen leegplassen.
  • Problemen met de stoelgang: het niet goed kunnen ophouden van stoelgang of net moeite hebben om stoelgang goed naar buiten te krijgen.
  • Verzakking van de bekkenorganen: wanneer blaas, baarmoeder of darmen niet meer goed ophangen in of ondersteund worden door het bekken.
  • Seksuele problemen zoals pijn tijdens het vrijen.
  • Pijn tijdens dagelijkse activiteiten, bijvoorbeeld aan de vagina, het staartbeentje of het bekken zelf.
  • Vaginale flatulentie: het oncontroleerbaar ontsnappen van lucht uit de vagina, waardoor het lijkt alsof je windjes laat.

4. Waarom krijgt de een meer last dan de ander?

Dr. Neels: “Bekkenbodemproblemen hangen samen met een aantal risicofactoren. Zo speelt het aantal zwangerschappen en vaginale bevallingen een grote rol: die zetten de bekkenbodem sterk onder druk, net als overgewicht.

Maar ook wanneer je langdurig geconstipeerd bent of vaak moet hoesten (omdat je rookt of een aandoening hebt van de luchtwegen) staat je bekkenbodem onder grotere druk.

Er is ook een genetische factor: sommige vrouwen hebben van nature een minder sterke bekkenbodemstructuur. Ook leeftijd en de menopauze spelen een rol.”

Orgaanverzakkingen komen voor bij de helft van de vrouwen die een bevalling achter de rug heeft.

5. Wat kan de dokter doen?

“Er zijn tal van mogelijke behandelingen. Oefeningen met behulp van je kinesist en aanpassingen van je levensstijl of gewoonten worden wereldwijd erkend als de beste eerste stap om problemen te voorkomen of op te lossen.

Een volgende stap kan medicatie zijn (bv. om een prikkelbare blaas tot rust te brengen). Bij orgaanverzakking kunnen we een pessarium inzetten: een ring die je inbrengt om de organen weer naar boven te duwen. En bij ernstigere problemen bestaan er allerlei chirurgische ingrepen. Blijf dus niet met je problemen rondlopen: er zijn heel wat oplossingen.”

6. Kun je zelf ook iets doen?

“Zeker en vast! Alles begint bij informatie. Leer je bekkenbodem kennen en begrijpen. Lees erover. Zo merk je sneller op wat abnormaal is. Wees ook alert voor cruciale factoren die een impact kunnen hebben op de gezondheid van je bekkenbodem. Denk aan een zwangerschap of bevalling, maar bijvoorbeeld ook overgewicht.

En tot slot zijn er de bekkenbodemspieroefeningen. Die hebben áltijd zin, weten we uit wetenschappelijk onderzoek. Ongeacht je leeftijd, levensfase of probleem.”

7. Zijn bekkenbodemproblemen normaal? Horen ze met andere woorden bij het vrouw-zijn?

“Dat mag zeker niet de boodschap zijn. Vrouwen hebben wel meer káns op problemen, doordat verschillende risicofactoren zich opstapelen. Maar net zo goed vallen die problemen te voorkomen of op te lossen. Is het dus een veelvoorkomend probleem bij vrouwen? Absoluut. Moeten we er ons daarom bij neerleggen? Nooit.

Het heeft altijd zin om erover te praten met je huisarts of gynaecoloog. Ongeacht of het nu om wat urineverlies na een bevalling gaat of om grotere problemen. Zodra je opmerkt dat iets niet meer functioneert zoals tevoren, is het raadzaam om naar de dokter te stappen.”

8. Krijgen mannen er ook mee te maken?

“Zeker, maar ze komen veel minder voor: mannen hebben immers een andere anatomie. Problemen met de bekkenbodem ontstaan veelal na een operatie aan de prostaat, waarbij de bekkenbodemspieren beschadigd raken. Ook kan een te strakke bekkenbodem resulteren in pijn, incontinentie, moeite om stoelgang naar buiten te drukken of een te snelle zaadlozing.”

9. Heeft een apparaatje als hulpmiddel zin?

Er zijn al heel wat apparaatjes om je te helpen bij het trainen van je bekkenbodemspieren. Je brengt het in en op basis van druk- of snelheidsveranderingen of verplaatsingen meet het toestelletje of je de oefeningen goed doet.

Dr. Neels: “Voor sommige vrouwen zijn ze een goed hulpmiddel om de therapie vol te houden. Maar de wetenschappelijk bewezen meerwaarde is op dit moment beperkt. Verkeerd gebruik is nooit uitgesloten, en bovendien hebben sommige vrouwen moeite om ze op te houden. Wil je er toch eentje proberen? Doe dit dan onder begeleiding van een expert.”

10. Waarop moet je letten als je oefeningen voor je bekkenbodem doet?

“Vooraleer je begint, is het belangrijk om te leren hoe je bekkenbodem aanvoelt. Span je spieren eens op en laat weer los. Voel de liftende beweging in je bekken. Merk je dat heel je lichaam mee opspant? Leer jezelf dan eerst aan om enkel en alleen je bekkenbodemspieren aan te spannen, vooraleer je start met de oefeningen. Dat is immers de manier waarop de bekkenbodem in het dagelijkse leven functioneert.

Ook tijdens je dagelijkse bezigheden kun je af en toe wat extra oefening inbouwen voor je bekkenbodemspieren. Maar overdrijf niet. Té gespannen spieren geven immers ook problemen. Ze hoeven echt niet altijd opgespannen te worden. Het mag dus geen gewoonte worden om je spieren tijdens het wandelen, fietsen of rechtop staan steeds strak op te spannen.”

Na zes weken kun je al een verschil voelen.

11. Hoe snel kun je resultaat verwachten?

“Om echt aan spieropbouw te doen, zou je drie keer per dag drie reeksen van acht à twaalf herhalingen per oefening moeten doen. Doe je dat echt elke dag? Dan zul je vanaf zes tot acht weken verschil opmerken. Is er voldoende krachtopbouw? Dan volstaat het om drie keer per week te oefenen. Maar het is vooral een kwestie van routine inbouwen en er een gewoonte van te maken.”

Meer weten over je bekkenbodem? Op de website van The Pelvic Floor vind je heel wat info.

OOK OVER JE BLAAS:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content