Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Dagboek van een overlever: 5 jaar na de aanslagen in de luchthaven van Zaventem

Door Karolien Joniaux

Op 22 maart 2016 is Nadia als douanier aan de slag op de luchthaven. In de vijf jaar die volgen, probeert ze wat ze die dag meemaakte een plek te geven, maar het trauma heeft haar leven voorgoed veranderd.

22 maart 2016: chaos en paniek

“Onze controle-actie zit er bijna op. In de bagagezaal, net onder de vertrekhal, zijn we al van vijf uur deze ochtend reiskoffers aan het controleren en ineens is er die knal. Een gesprongen leiding? Maar de inslag is zo krachtig… Ik wrijf een fijn laagje stof weg dat van het plafond op mijn haar is gevallen. Meteen daarna een reeks kleinere knallen. Mitrailletten? Een spijkerbom? Geen idee. Maar ik voel het in elke vezel van mijn lijf: dit is de dag waar we in ons achterhoofd voor gevreesd hadden.

Instant is er paniek. Mensen die wegvluchten. Of bevriezen. En ik die als leidinggevende alleen maar verantwoordelijkheid voel. Het is míjn taak om mijn mensen en de aankomende passagiers hier veilig weg te krijgen. Maar langs waar? De nooddeuren zijn geblokkeerd. Telefoon. Collega’s Walter en Arne van in de vertrekhal: dat we in geen geval naar boven mogen komen. Telefoon. Mijn ex-man: het is al in het nieuws. Ja, ik ben veilig, maar ik moet nu door. Ik denk dat het zo’n tien minuten duurt vooraleer de brandweer en de politie ons een uitweg bieden. Tien minuten van complete chaos en ontwetendheid.”

“Ik ontferm mij over een koppel dat op de grond ligt, hand in hand. Hij is zijn onderbeen kwijt. Zij wil hem niet loslaten”

“Collega Chris is intussen van de vertrekhal naar beneden gekomen. Ze kunnen boven alle helpende handen gebruiken die er zijn. Ik kan niet zeggen dat ik er zorgvuldig over nadenk. De adrenaline neemt het van mij over. Ik ren de roltrappen op en kom terecht in één grijs maanlandschap. Alleen wat dicht rondom mij plaatsvindt, kan ik thuisbrengen. Een dame van wie ik niet eens kan opmaken of ze nog leeft. Een militair naast haar: ‘Kun jij haar bloedgroep lezen? Mij lukt het niet’. Een brandweerman die mijn gsm ziet en vraagt een nummer in te tikken omdat zijn handen te hard trillen. Een valies die aan het dampen is – god weet waarom. Het zijn beelden die zo ver afstaan van alles wat ik gewoon ben.

Zo surreëel: een dampende valies, een brandweerman die niet meer kan bellen en een militair die niet meer kan lezen. Wat gebeurt er hier? Stilaan tekenen zich in de grijze massa meer details af. Brokstukken, lichamen, militairen in de weer met drukverbanden. Ik ontferm mij over een koppel dat op de grond ligt, hand in hand. Hij is zijn onderbeen kwijt. Zij wil hem niet loslaten. Ik ga op zoek naar haar handtas voor hun medische gegevens en blijf bij hen tot de hulpverleners hen wegdragen.

De beelden zijn gruwelijk, maar alles opschrijven helpt. Het helpt mij vat te krijgen op wat er vandaag is gebeurd, want in mijn hoofd is het te groots. Morgen schrijf ik verder. Nu ben ik alleen maar moe.”

23 maart 2016: van top tot teen verkrampt

Het lijkt alsof gisteren nooit echt heeft plaatsgevonden. Hoe kan het dat mijn dierbare werkplek, de plek waar ik me zo thuis voel, de scène is geworden van zoveel gruwel? Als ik wakker word, lijkt het alsof de spanning van gisteren zich heeft vastgebeten in mijn lichaam. Ik ben helemaal verkrampt, elke spier in mijn lijf doet pijn.

In mijn hoofd speel ik alles nog eens af. Hoe ik gisteren nog de hele dag op automatische piloot ben blijven gaan. Ik kon niet anders als leidinggevende. Na de evacuatie werd al het personeel verzameld in onze douanerefter aan de andere kant van de luchthaven. Zonder handtassen, zonder autosleutels. Elk van ons had andere dingen gezien en meegemaakt en er was niemand om ons op te vangen. Tijdens de schaarse momenten dat onze gsm’s ontvangst hadden, ben ik blijven regelen. Kon er psychologische hulp worden voorzien? Iets om te eten? Uiteindelijk hebben we iedereen onverrichter zake naar huis moeten laten gaan. Zonder omkadering van wat ons nu precies was overkomen.

Intussen stroomden de sms’jes van ongeruste familie en vrienden binnen. En van de school van mijn oudste zoon, Bram. Omdat ze me niet te pakken kregen, stond ik al de hele dag op een lijst met vermiste ouders die op de luchthaven werkten. Hadden ze maar gecheckt bij mijn ouders, of mijn ex! Ik ben meteen naar ginder gereden, zodat ze me in levenden lijve konden zien, maar tegen dan was het al twee uur in de namiddag. ’s Avonds, toen de kinderen bij hun papa waren, heb ik de tv aangezet en voor het eerst de beelden van Maalbeek gezien. Ik kan niet zeggen dat het me diep geraakt heeft. De informatie komt niet meer binnen. En toch voel ik dat alles anders is.”

27 maart 2016: elke toerist een terrorist

“Tijdens een wandeling aan zee zie ik in gedachten een bom ontploffen en het zand opstuiven. Het slagveld van Zaventem, in een andere setting”

“Even heb ik getwijfeld of ik het wel zou laten doorgaan, maar het weekendje Zeeland met mijn jongens is zo’n fijne traditie geworden dat het ons vast deugd zou doen. Bovendien zouden we aan de kust veiliger zijn dan thuis in Grimbergen, zo vlak bij Brussel, redeneerde ik toen we ernaartoe reden. Maar sindsdien ben ik geen enkel moment gerust. Ik heb hier nog geen oog dichtgedaan en als we gaan wandelen op het strand, geraak ik niet verder dan een duintop. Er is Zo Veel Volk. Allemaal onschuldige toeristen die genieten van de paaszon. Het ideale doelwit voor terroristen die ons in het hart willen raken. In gedachten zie ik een bom ontploffen en het zand opstuiven; het slagveld van in Zaventem, gewoon in een andere setting. Nu overheerst vooral verdriet. Een intrinsieke onbezorgdheid werd van me afgenomen. Onze jaarlijkse paastrip wordt nooit meer zoals voordien.”

18 april 2016: nul energie

“Ik ben nu bijna vier weken met ziekteverlof. Sommige collega’s wilden aan de slag blijven omdat ze thuis de muren opliepen, maar ik heb mijn rust broodnodig. ’s Nachts slaap ik nauwelijks en alledaagse taken lijken zoveel trager te gaan. Zoals je als tiener terugkomt van een weekendje Werchter: je energieniveau staat op een lager pitje en het lijkt alsof je even in een andere wereld bent geweest.

Ik ben de voorbije weken wel nog een paar keer teruggegaan naar de luchthaven, omdat het me deugd doet de heropbouw van dichtbij te volgen. Ook nu. Mijn chef komt even een praatje maken. Ze vraagt hoe het met me gaat en – langs haar neus weg – ook wanneer ik terug zou komen. ‘Je weet toch dat je de enige collega bent die nog thuiszit, hé Nadia? Zorg dat het later geen effect heeft op je carrièrekansen.’ Ik ben te verbouwereerd om te reageren. Het voelt als een stomp in mijn maag. Moet ik mij nu schuldig voelen omdat ik drie weken thuiszit? En ben ik dan de enige op wie dit zo’n impact heeft?”

4 mei 2016: weer aan het werk

Alweer bijna twee weken aan de slag. De heropstart lukt wonderwel, maar sinds zondag is de vertrekhal weer open voor publiek en dat is toch een ander paar mouwen. Meer passagiers betekent meer kans op terroristen. En een voortdurende staat van alertheid bij mij. Ik durf de vertrekhal niet meer dwars over te steken, door de incheckbalies heen. Ik loop nu helemaal om, dicht tegen de muren en scan iedereen om me heen. Wie ziet er verdacht uit? En van wie is die valies die daar zo onbewaakt staat? Een collega stelt voor om met me mee te wandelen als afleiding, maar dat maakt het nog vermoeiender. Ik kan niet én met haar babbelen én letten op wat er rondom me gebeurt.”

22 mei 2016: bij de koning

“Op het werk wordt al lang weer overgegaan tot de orde van de dag, terwijl voor zovelen onder ons geen dag meer hetzelfde zal zijn”

“Met vijfhonderd genodigden zijn we, hier in het koninklijk paleis. Familieleden van de overleden slachtoffers, luchthavenmedewerkers en hulpverleners. Her en der spot ik bekende gezichten; Nicole van de securitypost die door de ontploffing een oog is verloren, een bagagist die ik van ziens kende en die in een rolstoel belandde. Iedereen in de zaal heeft hetzelfde meegemaakt en dat creëert een ongelofelijke verbondenheid.

Er worden namen afgeroepen en gedichten voorgelezen en de leden van de koninklijke familie komen in kleinere groepjes een babbeltje slaan. Prins Laurent en prinses Claire zijn zelf heel open en polsen hoe het nu met ons gaat. Ze bedanken ons voor wat we gedaan hebben. Het is zo’n warm en oprecht gesprek. Ik voel me begrepen. Erkend. En ik besef nu dat ik dat op het werk zo mis. Daar wordt al lang weer overgegaan tot de orde van de dag, terwijl voor zovelen onder ons geen dag meer hetzelfde zal zijn.”

Juni 2016: speciale band

“Ongewild ontstaat er een opdeling tussen de collega’s. Zij die de 22ste een dagje vrij hadden en zij die erbij waren. Zij die de paniek in de bagageruimte hebben meegemaakt en zij die de ravage van de vertrekhal hebben gezien. Collega’s Arne en Walter waren die dag bij mij. Voordien was ons contact vrij oppervlakkig. Een twintigjarige kerel, een drieënveertigjarige vrouw en een zestigjarige man hebben op zich niet zoveel gemeen. Maar sinds die dag begrijpen we met een simpele blik wat er in de ander omgaat. Aan de ene kant doet dat ontzettend deugd, maar het maakt het ook complex. Als leidinggevende wil ik niet laten uitschijnen ‘favorietjes’ te hebben, maar als mens heb je samen wel iets heel ingrijpends meegemaakt…”

9 augustus 2016: paniekaanval in de grot

“Ik ben met de kinderen op vakantie in Frankrijk en vandaag bezoeken we de grotten van Gouffre de Padirac. Zelf ben ik er al een paar keer geweest, dus het is helemaal niet nieuw voor mij. Net als alle andere keren, dalen we de steile trappen af en terwijl de gids ons door de smalle ondergrondse gangen leidt, bekruipt mij ineens de angst. Dit is dé plek. Als iemand hier een rugzak laat ontploffen, zitten we als muizen in de val.

Het is niet de eerste keer dat de angstgedachten mijn hoofd binnensluipen, maar deze keer reageert mijn hele lichaam mee. Ik krijg hartkloppingen en een droge mond. Het is amper dertien graden, maar het zweet gutst van mijn rug. ‘De kinderen mogen niks merken’, herhaal ik de hele tijd in mijn hoofd. Dus focus ik me op mijn voetstappen. Nog drie gangen en dan komen we bij de bootjes die ons richting uitgang zullen varen. Intussen blijven mijn gedachten draaien: de angst wordt alsmaar erger. Ik moet hulp zoeken, daar kan ik niet meer onderuit.”

Oktober 2016: bij de psycholoog

“Ik heb een goed gevoel bij Hilde. Ze zeggen dat je een klik moet hebben met je psycholoog, en die is er. De eerste keer heb ik vooral veel verteld over de aanslag, maar nu krijg ik ook concrete trucjes aangereikt om mijn angstgedachten zelf onder controle te krijgen. Ademhalingsoefeningen. Even kijken naar foto’s van mijn kat op mijn gsm. De aandacht afleiden om weer te kalmeren. En alles wat bij mij een nieuwe paniekaanval triggert, noteer ik vanaf nu in een boekje, zodat ik het achteraf met Hilde kan bespreken. Waarom heb ik hier toch zo lang mee gewacht? Deze hulp had ik een halfjaar geleden al moeten krijgen…”

22 maart 2017: toeters en bellen

“Het klinkt vreemd, maar ik had naar vandaag uitgekeken. Eindelijk een moment om stil te staan, want buiten één groepssessie met een psycholoog in november, is daar op het werk nooit tijd voor gemaakt. Is het omdat men denkt ons te sparen door het niet op te rakelen? Of omdat gevreesd wordt dat we ons verdriet cultiveren als we het naar buiten laten komen? Hoe dan ook: ik vond dat we met ons team even samen moesten komen, los van de officiële ceremonie. Vandaar dat ik deze ontbijtsessie had georganiseerd, maar ik voel dat het door al het geregel aan me voorbijgaat. Heel even ga ik nog naar de officiële ceremonie, maar dat is met alle toeters en bellen te groots voor mij. Met schutters op het dak als beveiliging en met veel toespraken en emoties, terwijl de mijne potvast zitten. De dag is voorbij en ik besef dat ik helemaal niet heb stilgestaan. Wat een teleurstelling.”

Mei 2017: lichtjes of explosies?

“Vroeger kon ik er zo van genieten: de ochtenden waarop ik in alle vroegte naar het werk reed, met de witte vliegtuigstrepen kriskras door elkaar in het rode ochtendlicht. Telkens als ik de lichtjes van de luchthaven zag verschijnen, was ik oprecht gelukkig. Ik hield van deze plek. Maar nu zit ik met verkrampte handen aan het stuur. De lichtjes veranderen in mijn gedachten ineens in explosies. Een gruwelijk lichtspektakel boven het luchthavengebouw. Mijn fantasie slaat op hol.”

16 augustus 2017: van kwaad naar erger

“Hier zit ik weer. Weggedoken in de toiletten. Zonet zag ik een passagier met een volle baard en mijn lichaam sloeg tilt. Ik probeer het te onderdrukken, maar het vergt al mijn energie. Ik hoor ook voortdurend de woorden van mijn chef: ‘Denk aan je carrièrekansen.’ Niet dat ik nog een spectaculair carrièrepad voor ogen heb, maar de achterliggende boodschap is duidelijk: ik kan en mag dit niet laten merken.”

4 september 2017: verplichte rust

“Mijn lichaam is op. Ik heb de ene paniekaanval na de andere; mijn breakdown op de bus was de druppel. Het enige wat ik nu nodig heb, is rust”

“Wat ben ik opgelucht. De dokter heeft mij thuis gezet. Posttraumatisch stress-syndroom. Mij maakt hoe niet uit hoe ze het beestje noemen. Mijn lichaam is op. Ik heb de ene paniekaanval na de andere; mijn breakdown op de bus vorige week was de druppel. Het enige wat ik nu nodig heb, is rust. Tijd om te recupereren om er daarna weer te kunnen staan.”

December 2017: bodemloze put

“Ik dacht dat het me deugd zou doen om er even tussenuit te zijn, maar het voelt alsof er een put is opengegaan, waarin ik alsmaar dieper wegzak. De angst, het verdriet… Er komt geen einde aan. Dat kan toch niet, meer dan anderhalf jaar na datum? Wanneer begint het eindelijk eens de juiste richting op te gaan? Hilde probeert me intussen gerust te stellen. Sinds ik thuis ben, ga ik wekelijks bij haar langs, in plaats van maandelijks. Gisteren bekende ze dat ze dat eerste jaar zelf met de handen in het haar zat. Ik vertelde wel veel, maar vooral de feiten. Buiten de angst, blokte ik elke emotie af. Nu het muurtje om me heen afbrokkelt, kunnen we volgens haar eindelijk beginnen aan de verwerking. Maar waarom voelt dat dan niet zo?”

23 december 2017: EMDR-sessie

“Hilde en ik hebben een EMDR-sessie. Eén van de herinneringen die me blijft achtervolgen, is die van het koppel waarvan de man zijn onderbeen verloor. Elke keer als ik aan hem denk, duikt de machteloosheid weer op, en het schuldgevoel. Had ik meer kunnen doen? Tijdens de EMDR-sessie moet ik terug in die herinnering duiken, terwijl Hilde afwisselend tegen mijn linker- en rechterknie tikt. Doordat mijn hersenen zich op de twee dingen tegelijk moeten concentreren, vlakken de emoties beetje bij beetje af. Alsof het een neutralere herinnering is geworden zonder scherpe kantjes eraan.”

22 maart 2018: eindelijk tranen

“Eindelijk lukt het me om het verdriet waar ik zo lang tegen heb gevochten, gewoon te laten ‘zijn’ ”

“Eerst wilde ik niet gaan. De herdenking van vorig jaar was zo tegengevallen, dat ik mezelf ervoor wilde behoeden. Maar nu het officiële gedeelte achter de rug is, sta ik hier dan toch, samen met een paar collega’s . Het is de allereerste keer dat ik in het bijzijn van anderen ween, en ik zie hoezeer ze ervan schrikken. ‘Oei, die ziet daar nog fel van af!’ Maar het lucht zo op. Eindelijk lukt het me om het verdriet waar ik zo lang tegen heb gevochten, gewoon te laten ‘zijn’.”

26 juni 2018: shoppen op de Meir

“Mijn zonen Bram en Wout weten dat ik nog steeds last heb van angsten. Ik wil dat niet voor hen verbergen, maar tegelijk mag het hun leven ook niet beperken. Daarom gaan we vandaag shoppen in Antwerpen. In mijn hoofd is de drukke Meir dé plek waar terroristen hun slag kunnen slaan, dus ik heb het helemaal voorbereid met Hilde.

Zoals afgesproken, lopen we altijd aan de kant van de huizen in plaats van midden in de menigte, en als het me toch te veel wordt, laat ik wat stoom van de ketel door een zijstraat in te slaan. Het is intens, want iedereen die met zijn uiterlijk nog maar in de buurt kwam van de cliché-terrorist (heel onredelijk, ik weet het, alsof je dat van iemands gezicht kunt aflezen), hou ik angstvallig in de gaten. Maar ik ben zo blij dat het lukt en ik zie de jongens genieten. Ze kunnen er zelfs mee lachen: ‘Hou je al maar vast, hé mama, want dadelijk vliegen we weer in de lucht.’ Ik kan niet anders dan schaapachtig meelachen. Het is door hen dat ik nu stappen zet, die ik anders niet zou aandurven.”

5 januari 2019: Win for Life?!

“Ik sta op ontploffen. Zonet kwam er een mailtje binnen van iemand op de personeelsdienst. Een vriendelijke dame, althans in mijn gezicht. Per ongeluk had ze nu een mailtje over mij, naar mij gestuurd. Hoe ik dankzij de aanslag eigenlijk een ‘Win for Life’-lotje gewonnen heb. Ik weet exact wat ze bedoelt: ‘Ze zit al anderhalf jaar thuis en al die tijd is haar wedde blijven doorlopen. Wat een leven!’ Maar nog altijd bestaat mijn leven uit het hoogst noodzakelijke. De kinderen naar school brengen, een sessie bij de psycholoog hier, een angstaanval daar en vervolgens doodmoe in je bed kruipen. Wel, ze mag mijn ‘Win for Life’ hebben. Maar dan moet ze mijn beperkte sociale leventje en het onbegrip van de buitenwereld er wel bijnemen!” 

April 2019: werkkriebels

“Ik voel dat het stilaan tijd is om weer deel te nemen aan het professionele leven. Maar ook dat een job in de luchthaven niet meer voor mij is weggelegd. Ook al kan ik mijn angsten beter onder controle houden, het zou te veel energie vergen. Ik heb mijn licht opgestoken bij het labo van de douane in Vilvoorde en blijkbaar zoeken ze daar een leidinggevende voor de ondersteunende diensten. Wat zou dat plaatje goed kloppen: nog steeds een link met mijn douanewerk in Zaventem, maar zonder die massa volk om mij zorgen over te maken.”

6 mei 2019: nieuwe start

“Mijn eerste werkweek. Inhoudelijk is het helemaal mijn ding, maar wat heb ik het onderschat! Van over het hele land worden er stalen naar ons labo gestuurd die hier worden geanalyseerd. Nu ben ik weg van de massa, maar omringd met pakketjes! Een van de eerste keren dat ik er eentje in ontvangst moest nemen, had de koerier nota bene een donkere huidskleur en een volle baard. Nu wil ik echt niet racistisch zijn, maar mijn terrorisme-alarm sloeg helemaal tilt. Intussen ken ik de vaste koeriers stilaan van gezicht en ebt de angst weg. Maar het ontkracht wat iedereen altijd tegen me zei: ‘Verander gewoon van job en dan verdwijnen die angsten vanzelf.’ Zo simpel is het niet.”

Oktober 2019: ‘genezen?’

“‘Ben je nu genezen?’, vroeg een kennis, toen ik haar daarstraks tegenkwam. Ik ben er een beetje van mijn melk van. Hoe zien mensen mij dan? Alsof ik ziek ben? Ziek in mijn hoofd? Alsof die aanslag iets is waar je überhaupt van kunt genezen, zodat het helemaal uit je systeem is? Ik kan het mensen niet kwalijk nemen dat ze het niet helemaal begrijpen, maar het is zo jammer dat vrienden er zo snel overheen praten. Is het omdat ze niet weten hoe ermee om te gaan? Of omdat ze het plezant willen houden?”

22 maart 2020: stille verjaardag

“Alweer een jaar voorbij en toch een moeilijk moment. Normaal gezien had ik vandaag met een paar ex-collega’s afgesproken op de luchthaven, maar door die verdomde lockdown gaat het niet meer door. Het is vier uur ‘s nachts en ik doe geen oog meer dicht. Aftellen naar acht uur. Maar als het zover is, wordt op het radionieuws nauwelijks iets gezegd over vier jaar geleden. Alles draait nu zo om corona dat er geen aandacht meer is om ander leed te herdenken…”

Mei 2020: met dank aan corona

“Ik weet hoe zwaar veel mensen het deze periode hebben, maar zelf heb ik de afgelopen tijd veel stappen vooruitgezet. Minder volk op straat, minder triggers. Het geluid van de brandweer of een ziekenwagen associeer ik nu niet meer met een aanslag, maar – hoe erg ook – een zoveelste coronapatiënt die naar het ziekenhuis wordt gevoerd. Ik ben een beetje bang voor het moment dat de maatregelen versoepeld worden: zal het voor mij dan toch ineens te overweldigend zijn?”

November 2020: the simple life

“Ik heb de schoonheid van een vereenvoudigd leven leren omarmen. Ik kan veel minder, maar er moet ook veel minder”

“Heel lang is dat ‘Win for life’-lotje in mijn hoofd blijven hangen. Hoe dat gezorgd heeft voor een sterk vereenvoudigd en bekrompen leven. Eentje waarin ik veel minder aankan. Ik weet nu dat die angsten altijd wel deel zullen blijven uitmaken van mijn leven en dat, als ik vandaag naar Antwerpen ga, ik morgen best een recuperatiedag plan. Maar de laatste maanden heb ik de schoonheid van zo’n vereenvoudigd leven leren omarmen. Op zaterdag naast de poes gaan liggen en alleen maar luisteren naar haar gespin. Op zondag gaan wandelen en daarna rustig mijn dagboek herlezen. Ik kan veel minder, maar er moet ook minder en daar kan ik oprecht van genieten.”

Februari 2021: nooit vergeten

“Al sinds de feestdagen voorbij zijn, word ik naar 22 maart toegezogen. Ik kan alleen maar hopen dat er meer bij wordt stilgestaan dan vorig jaar. Voor iedereen die een familielid verloren heeft bij de aanslag, voor zij die nog operaties moeten ondergaan omdat ze letsels hebben voor het leven. En voor mensen als ik, die er ‘maar’ een trauma aan overgehouden hebben. Elk van ons verwerkt het op zijn manier, daar ben ik me van bewust, maar het zou ons zoveel erkenning geven, als het niet vergeten wordt.”

Uit: Libelle 10/2021 

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!