Openhartig: Als die banale ruzie met je broer of zus leidt tot een koude oorlog

Openhartig: Als die banale ruzie met je broer of zus leidt tot een koude oorlog
© Getty Images

De band tussen broers en zussen is vaak sterk. Maar soms loopt het mis, door een erfenis, een nieuwe partner of erger nog: een banale ruzie. Ook Stefanie en Reinhilde leven al jaren op gespannen voet met hun broer en zus.

Sinds de dood van haar vader heeft Reinhilde alle contact met haar zus verbroken

Reinhilde (67): “Als je mij tien jaar geleden had gezegd dat ik nooit meer met mijn zus zou babbelen, zou ik je gek verklaard hebben. Maar blijkbaar is zo’n familieruzie snel gemaakt. En vooral: niet zo snel bijgelegd…

Eigenlijk zijn de problemen begonnen toen mijn vader op zijn sterfbed lag. In het ziekenhuis kwamen we met het hele gezin samen: mijn moeder, mijn zus Francine, mijn broer Jacques en ik. Tijdens dat pijnlijke en intense familiemoment begon mijn moeder plots gemene opmerkingen te maken. Dat mijn zus vanaf nu haar administratie zou doen, iets dat ik al jarenlang deed. Die steek bleek nog maar het begin. Zodra papa overleden was, besliste ze koudweg dat Jacques en ik niet mee mochten naar de notaris: ‘Gaan jullie maar op een andere dag, ik ga alleen met Francine.’ Jacques en ik voelden ons aan de kant geschoven, maar ik wilde geen ruziemaken…

Graag verder lezen of kijken?
Dan vragen wij je om nu EENMALIG en GRATIS een account aan te maken. Vanaf dan krijg je toegang tot al onze artikels en video’s en krijg je deze melding niet meer te zien.
...

Tot ik bij de notaris nog meer schokkend nieuws kreeg: blijkbaar moesten mijn man en ik de helft van onze bouwgrond, die mijn vader ons ooit had geschonken, terugbetalen aan Jacques en Francine. Ik viel compleet uit de lucht, want destijds had de notaris ons verzekerd dat we nooit een cent zouden moeten betalen voor die grond. Toen ik daarover ging klagen bij mijn moeder, leek ze zich alleen maar te verkneukelen: ‘Tja, kindje, dat is nu eenmaal de wet.’ Op dat moment voelde ik diep vanbinnen iets knakken. Je moet weten dat ik altijd voor mijn ouders heb gezorgd: hun tuin onderhouden, hun boodschappen doen… Dat mijn moeder me nu zo staalhard aan de kant schoof, deed zo’n pijn. Sinds die dag heb ik al het contact met haar verbroken…

Ook Francine heb ik sinds die dag niet meer gesproken, want zij koos – uiteraard – de kant van onze moeder. In het begin dacht ik dat zij wel zou bijdraaien, maar intussen zijn we acht jaar verder en is de familie echt in twee kampen uiteengevallen. Langs de ene kant heb je mijn moeder en Francine, langs de andere kant Jacques en ik. Tussen die twee fronten is er gewoon geen contact meer. Dat gaat ver, hoor. Francine en ik wonen in hetzelfde dorp, maar als we elkaar toevallig tegenkomen in de supermarkt, negeren we elkaar volledig. Ook haar dochter Jill heb ik al acht jaar niet meer gezien. Intussen heeft mijn nichtje blijkbaar al kindjes, maar meer dan een glimp, toen ik voorbij Francine’s huis reed, heb ik van hen nog niet opgevangen.

“Het verdriet om Francine en mijn moeder snijdt diep. Vooral rond de feestdagen en mijn verjaardag krijg ik het moeilijk. Dan vlieg ik hier tegen de muren op”

Het verdriet om Francine en mijn moeder snijdt soms diep. Vooral rond de feestdagen en mijn verjaardag krijg ik het moeilijk. Normaal gezien zijn dat echt familiemomenten, maar in plaats daarvan vlieg ik hier tegen de muren op… De laatste jaren trekken mijn man en ik er daarom steevast op uit tijdens de feestdagen, om onze gedachten te verzetten. Het levert ook niets op om altijd maar aan die pijnlijke familieruzie te denken. Op een bepaald moment moet je gewoon verder, anders ga je kapot aan je verdriet. De eerste jaren kon het gemis me wel nog helemaal onderuithalen: Zal het ooit weer goedkomen? Wat zou mijn zus nu aan het doen zijn? Maar nu probeer ik het verleden te laten rusten en verder te gaan met mijn leven…

Waar liep het fout?

De voorbije jaren heb ik me al vaak afgevraagd wanneer de problemen zijn begonnen. Je hebt natuurlijk die hele historie rond onze bouwgrond, maar volgens mij gaat het dieper dan dat. Mijn zus en ik, wij stonden als kinderen vaak al lijnrecht tegenover elkaar. We hebben jarenlang een slaapkamer gedeeld, maar omdat ik heel netjes was en zij een echte sloddervos, hadden we vaak ruzie. Toen we ouder werden, hebben we die verschillen tussen ons wel meer leren aanvaarden. We liepen elkaars deur niet plat, maar we kwamen ten minste overeen. Volgens mij had dat ook zo kunnen blijven, als onze ouders ons niet zo tegen elkaar hadden opgezet… Want eigenlijk hebben zij ons al van jongs af aan anders behandeld. Ik was altijd het lievelingetje van mijn vader, terwijl mijn moeder altijd de kant koos van Francine. En Jacques, die bleef zo’n beetje in de kou staan… Ook nu gaat het voor mij om veel meer dan die bouwgrond. Die kan me eigenlijk gestolen worden. Veel pijnlijker vind ik die eeuwige verdeeldheid in ons gezin, die opnieuw is komen bovendrijven…

“Mijn zus en ik liepen elkaars deur niet plat, maar we kwamen overeen. Dat had ook zo kunnen blijven, als onze ouders ons niet zo tegen elkaar hadden opgezet”

Natuurlijk heb ik er al aan gedacht om weer contact te zoeken met Francine en mijn moeder. Maar voorlopig blijft die stap veel te groot. Ik ben bang dat ze gaan zeggen dat het nu ook niet meer hoeft voor hen. Of dat die pijn van toen me opnieuw helemaal onderuit zal halen. Toen papa stierf, heb ik zo vaak gehuild om ons gekibbel en geruzie… Dan heb ik liever helemaal geen contact meer, in plaats van zo’n slecht contact. Want dat familieverdriet, dat blijft een heel gevoelige snaar. Een jaartje geleden stootte ik nog op een foto van ons hele gezin samen, genomen op kerstavond. Bij het zien van al die blije gezichten voelde ik een steek door mijn hart gaan. Ik heb die foto maar snel weer opgeborgen, ergens diep in een lade… Ze zeggen weleens: ‘Familie is een vergiftigd geschenk, je kunt niet mét leven, maar ook niet zonder.’ Wel, dat is ook echt zo. Ik ben nog altijd heel kwaad op mijn zus, maar ik mis haar ook zo vreselijk hard. Stiekem blijf ik daarom hopen dat het ooit weer goed komt tussen onze twee kampen. Al zal mijn zus dan wel de eerste stap moeten zetten, vrees ik…”

Stefanie ziet haar broer elke week, maar heeft al 10 jaar geen woord meer met hem gewisseld

Stefanie (38): “Mijn grote broer Robbe heeft al tien jaar geen woord meer tegen me gezegd. En dan te weten dat de aanleiding voor onze koude oorlog zo vreselijk banaal is.

Het begon allemaal in 2010, toen mijn vriend en ik onze eerste auto wilden kopen en iemand zochten die borg wilde staan voor ons. Mijn ouders hadden al toegestemd, tot ze zich plots, van de ene op de andere dag, bedachten. Tot dat moment had ik nog nooit ruzie met hen gemaakt, maar toen ben ik toch serieus uit mijn krammen geschoten. Ik voelde me in de steek gelaten, begreep maar niet waarom ze ons plots niet meer wilden steunen. Robbe was getuige van die vlammende ruzie, maar hield zich op dat moment eerder afzijdig. Het conflict met mijn ouders heeft nog een paar dagen aangesleept, tot ik het niet meer uithield. Ik miste mijn ouders verschrikkelijk en kon gewoon niet langer kwaad op hen zijn. Nog geen week later ben ik ons geschil dan ook, rustig en beleefd, gaan uitpraten. Dat was meteen ook de eerste én enige keer dat ik ooit ruzie met mijn ouders heb gemaakt.

Zelf dacht ik dat de kous daarmee af was, maar mijn moeder waarschuwde me al meteen: ‘Robbe wil dat je nog eens je excuses aanbiedt, in zijn bijzijn. Daar staat hij op.’ Ik begreep helemaal niets van zijn vraag: Die ruzie was toch iets tussen mij en mijn ouders? En zij hadden mijn excuses toch al lang aanvaard? Maar blijkbaar vond hij mijn gedrag respectloos tegenover mijn ouders en onaanvaardbaar… Zelf vond ik die reactie totaal overdreven. Dat zal vast wel koelen zonder blazen, dacht ik. Maar niets bleek minder waar. Robbe bleef koppig op mijn excuses wachten en besloot in de tussentijd geen woord meer tegen me te zeggen. Maar geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om op zijn – in mijn ogen – onredelijke eis in te gaan. Je zou denken dat iemand na een tijdje wel toegeeft bij zo’n onbenullig geschil, maar kijk… Intussen zijn er tien jaar voorbij gegaan en Robbe en ik spreken nog altijd niet met elkaar. Het vreemde is dat we sinds dat geschil met mijn ouders nooit echt ruzie hebben gemaakt. Er heerst gewoon totale radiostilte tussen ons.

“Intussen zijn er tien jaar voorbij gegaan en Robbe en ik spreken nog altijd niet met elkaar.”

Wat de hele situatie nog ongemakkelijker maakt: Robbe en ik praten dan misschien niet meer met elkaar, maar we zien elkaar nog wel elke week bij onze ouders, op de wekelijkse familiebijeenkomst… In het begin voelde ik me wel heel opgelaten. Daar zaten we dan, om ter hardst te doen alsof we elkaar niet zagen. Maar zelfs die wederzijdse ‘blindheid’ went na een tijdje. Al moet het voor mijn ouders niet fijn zijn. Tijdens de feestdagen zitten we met z’n allen samen aan tafel, maar Robbe en ik wisselen geen woord met elkaar. Dat komt de gezelligheid natuurlijk niet bepaald ten goede… Mama heeft al weleens op Robbe proberen in te praten, maar hij is gewoon zo koppig. In onze familie zijn we eigenlijk allemaal keikoppen. Ik ook, hoor. Maar ik heb ten minste al meermaals geprobeerd om de plooien glad te strijken. Zo stuur ik Robbe op zijn verjaardag altijd een vriendelijk berichtje, al antwoordt hij daar nooit op. En toen ik zwanger was van Elias, mijn tweede, heb ik hem zelfs gevraagd om peter te worden. Elias wordt binnenkort zeven, maar een antwoord heb ik nog altijd niet… Mijn grootste verzoeningspoging ondernam ik een paar jaar geleden, toen er bij papa kanker werd vastgesteld. ‘Zullen we die onnozele ruzie niet gewoon achter ons laten, nu papa zo ziek is?’ Maar zelfs daar kreeg ik geen reactie op…

Plezante nonkel 

Als ik in een film of een roman iets tegenkom over ‘de prachtige band tussen broers en zussen’, moet ik altijd even slikken. ‘Dat hadden Robbe en ik ooit ook’, denk ik dan. En nu, nu is er gewoon niets meer tussen ons… Het wrange is dat we vroeger net heel goed overeenkwamen. Als kinderen waren we vier handen op één buik en ook later sprongen we nog regelmatig bij elkaar binnen, voor een koffie en een babbel. Als familiemens in hart en nieren vond ik die gedeelde momentjes echt heerlijk, ik mis ze nog elke dag. Mijn twee zonen probeer ik intussen zo goed mogelijk met elkaar te laten opschieten. Als ze ruzie maken over iets kleins, roep ik hen meteen tot de orde. Al merkt mijn oudste wel stilaan dat ik dat zelf niét doe met mijn broer: ‘Waarom praat jij eigenlijk nooit met nonkel Robbe? En waarom gaan we nooit bij hem langs?’ Ooit moet ik hem de waarheid vertellen, maar voorlopig weet ik gewoon niet waar ik zou moeten beginnen.

“Het wrange is dat we vroeger net heel goed overeenkwamen, ik mis onze gezellige babbels nog elke dag”

Vreemd genoeg praat Robbe wel nog met mijn twee zoontjes. Sterker nog: voor hen is hij een heel lieve en plezante nonkel, een echte speelkameraad bovendien. Daar put ik dan maar troost uit: ‘Hij zal me dan toch niet helemaal hebben afgeschreven, anders zou hij niet zo lief zijn voor mijn kinderen.’ Ik weet niet hoe Robbe nu precies over mij denkt, maar ik zie hem nog altijd graag. Robbe is en blijft mijn broer. Als hij ooit hulp nodig heeft, zal ik sowieso voor hem klaarstaan. Ik hoop gewoon dat hij ooit op één van mijn berichtjes reageert. En dat we dan eindelijk weer samen kunnen babbelen, zoals vroeger. Tot dan voelt mijn leven toch niet helemaal compleet…”

Hierop loopt het vaak spaak

Een erfeniskwestie: Niets zo heikel als geldkwesties, al spelen hier ook bijna altijd andere dingen mee (bv. een verschil in zorg voor de ouders, conflicten uit de kindertijd…)

De relatie met je ouders: Als ouder klikt het soms beter met je ene kind dan met je andere (bv. omdat je jezelf meer in dat ene kind herkent). Dat heeft ook een grote invloed op de relatie tussen je dochters en zonen onderling.

Het klikt gewoon niet tussen jullie: Je kiest je broers of zussen niet en jullie karakters kunnen dus mijlenver uit elkaar liggen.

De gezinssituatie van je ouders: Hoe je tegenover je broers en zussen staat, krijg je deels mee van je ouders. Gezinsconflicten in de vorige generatie zetten zich vaak door in de volgende.

Je partner: Als je trouwt, veranderen je normen en waarden ‘weg’ van je oorspronkelijke gezin, richting die van je partner. Dat kan voor familieconflicten zorgen.

Hulpbehoevende ouders: Jij vindt dat jullie zelf voor jullie bejaarde ouders moeten zorgen, terwijl je zus meent dat zij die zorg best zelf kunnen betalen. Er valt iets te zeggen voor beide standpunten, maar ze leiden wel vaak tot onenigheid.

Nele De Keyser bemiddelt bij conflicten 

“Door de bloedband laten we ons vaak van onze slechtste kant zien: we zijn het strengst voor de mensen die dichtbij ons staan”

1. Waarom blijven conflicten tussen broers en zussen vaak zo lang aanslepen?

Met je broer en je zus heb je een bloedband, waardoor je die relatie vaak als vanzelfsprekend beschouwt. Dat verklaart ook meteen waarom zo’n breuk meestal pijnlijk is. Je broer of zus is een genetisch stukje van jezelf, jullie zijn samen opgegroeid. Als dat contact stopt, verlies je ook die link naar je kindertijd. Maar: door die intense bloedband laten we ons ook vaak van onze slechtste kant zien, want we zijn het strengst voor de mensen die dichtbij ons staan. Soms is het daarom beter om je even af te vragen: Hoe zou ik mijn zus behandelen als ik haar minder goed kende? Zou ik me dan ook zo onbeleefd gedragen? Zo kun je al veel conflicten vermijden.”

2. Hoe kun je verder vermijden dat een conflict escaleert?

Door op een rustige manier uit te spreken wat je precies pijn heeft gedaan. En door die pijn vervolgens ook achter je te laten door de andere te ‘ont-schuldigen’: door bijvoorbeeld te erkennen dat het niet de schuld van je broer of zus is dat je ouders hem of haar altijd hebben voorgetrokken. Trouwens, zo’n breuk hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn. Het kan ook net een gezonde keuze zijn, als je broer of zus je maar naar beneden blijft trekken. Al is het wel belangrijk om lang en goed na te denken voor je zo’n radicale stap zet.”

3. Mag je als ouder bemiddelen tussen je ruziënde kinderen?

Volwassen kinderen moeten eigenlijk vrij zijn om het contact met hun broers en zussen zelf in te vullen, los van hun ouders. Maar bij een conflict kun je als ouder wel proberen een open gesprek met hen aan te gaan. Niet beschuldigend (‘Waarom komen jullie in godsnaam niet overeen met elkaar?’), maar wel vanuit je eigen pijn (‘Ik mis het contact tussen jullie twee, missen jullie dat ook?’).”

Uit: Libelle 46/2020 – Tekst: Margot Kennis – Illustratie: Getty Images



Graag verder lezen of kijken?
Dan vragen wij je om nu EENMALIG en GRATIS een account aan te maken. Vanaf dan krijg je toegang tot al onze artikels en video’s en krijg je deze melding niet meer te zien.
...

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)