Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Je kunt op het andere kussen een foto van papa leggen en het heel dicht bij jou nemen, zegt Polly. Dan slaapt hij toch een beetje bij jou”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Alleen slapen

Op de vraag “Hoelang is je man al overleden?” antwoordde ik de laatste maanden steevast “Bijna twee jaar.” Binnenkort moet ik de “bijna” weglaten. Het idee alleen al maakt me angstig, onzeker en vooral: triest. Ook al gaat het maar om één woord. Elke dag lijkt verder weg te zijn van Stijn, weg van de tijd die we samen hadden. Er lijkt alsmaar minder te zijn om mij aan vast te houden. Enkel de kinderen bieden houvast, omdat in hen nog steeds een heel groot stuk van Stijn aanwezig is. Maar ook dat is soms verwarrend, omdat je niet wilt en toch moet wennen aan het “met drie zijn”, niet meer “met vier”.

Iemand vroeg me deze week of het tweede jaar makkelijker is dan het eerste. Ik hoorde mezelf hardop grinniken, schrok van mijn eigen reactie. Het tweede jaar was niet makkelijker, integendeel. Het leven rondom ons leek nóg meer door te gaan dan het al deed tijdens dat eerste jaar, dat gekenmerkt werd door vele “eerste keren”, terwijl in het tweede jaar duidelijk werd dat er niet alleen een eerste keer was waar we ons door moesten spartelen, maar dat het vanaf nu altíjd zonder Stijn zou zijn. Dat je die eerste keren wel kunt overleven, maar dat er daarna nog vele keren zouden komen die er even zwaar inhakken.

Ik kan er niet omheen: ik leef opnieuw, vaak ben ik zelfs gelukkig, met de kinderen, vrienden, familie en soms zelfs helemaal in mijn eentje. Maar even vaak overvalt me een enorm gemis en wil ik alles geven om Stijn even terug te zien.

Het is er soms ineens, dat verdriet dat zich als een zwaar deken over mij heen legt. Heel af en toe vraag ik me af of ik ergens voor gestraft word. Natuurlijk is dat een idiote gedachte, maar als je begint na te denken waarom zoiets een mens overkomt, dan begin je overal aan te twijfelen. Als ik onderweg al iets verkeerds zou hebben gedaan, dan is de straf niet evenredig met iets wat zo klein moet zijn geweest dat ik het me zelfs niet eens meer kan herinneren. Laat staan dat de kinderen daar dan ook voor gestraft moesten worden. Als je er te lang over nadenkt, word je gek, geloof me. Gek en verdrietig. Niet de beste combinatie.

Tijdens het klaarmaken van het avondeten, zit Polly bij mij op het keukenblok. Ze kijkt hoe ik groenten klaarmaak, vraagt waarom ik stukjes zo klein en niet groter snij, waarom wortels oranje zijn, waarom…

Mama, mag ik bij jou slapen vannacht?”, vraagt ze, als was het een groentevraag in het rijtje.

Ik schud mijn hoofd, Polly weet wat de afspraak is. De kinderen mogen enkel bij mij slapen als broer of zus eens elders slaapt. En dan nog enkel maar een nachtje. Als één van hen bij mij in bed ligt, slaap ik onrustig en daar hebben we allebei de dag nadien niks aan, dus houden we het op zeldzame momenten. Die afspraak hadden we al vanaf het begin. De eerste nachten twijfelde ik nog, het leek zo normaal om de kinderen bij mij in bed te halen, maar Hoppe had al bij de eerste nacht aangegeven dat hij in zijn eigen kamer wilde slapen en Polly dacht er toen nog niet over na. Dus hield elk z’n eigen kamer, z’n eigen bed, en daar was ik dankbaar voor. Voor die ene plek waar ik echt even alleen kan zijn.

Mama slaapt graag alleen in haar bed”, zegt Hoppe tegen zijn zusje, op een toon die geen tegenspraak lijkt te dulden. Polly trekt een pruillipje, kijkt van haar broer naar mij, alsof ze hoopt dat ik alsnog zal toegeven.

“Goh,” zeg ik, “mama slaapt liever níét alleen, want ik zou liever hebben dat papa bij mij ligt.”

Maar dat gaat niet meer, hé”, zegt Polly met een frons op haar gezichtje.

“Nee,” glimlach ik, “dat gaat niet meer.” Het valt me op dat ik dat de laatste tijd als een feit kan bevestigen, dat het me niet meer zoveel pijn doet als enkele maanden geleden.

“Weet je wat je kunt doen, mama?”, vraagt Polly, terwijl ze peinzend met haar handje over mijn arm aait. “Je kunt het andere kussen heel dicht bij jou nemen en er een foto van papa op leggen. Dan slaapt hij eigenlijk toch gewoon een beetje bij jou. Niet helemaal. Maar toch bijna.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!