Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Zodra ik mijn ogen open doe, komt het het hardst binnen. Dat instant gevoel van complete eenzaamheid.”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Donkere dagen

Soms weet ik het ’s ochtends al. Zodra ik mijn ogen open. Misschien zelfs nog vroeger, misschien is het besef er al terwijl ik nog slaap. Maar zodra ik mijn ogen open doe, komt het het hardst binnen. Dat instant gevoel van complete eenzaamheid. Waar ik vroeger Stijn naast mij zag liggen, waar ik hem vroeger in de badkamer hoorde, of beneden in de keuken, is er nu een grote leegte. Ik ben er na twee jaar gewoon aan geraakt, zo gaat het met alles, denk ik. Elk begin is moeilijk, ik herhaal het zelf zo vaak tegen mijn kinderen. Leren fietsen, leren schrijven, leren zwemmen… alles begint met een enorme beklimming en heel vaak glij je uit om terug onderaan de berg te belanden. Zo gaat het ook met verdriet, merk ik.

In het begin krijg je de ene voet zelfs niet voor de andere gezet, pas na weken lijkt dat enigszins te lukken. Maar waar je bij pakweg fietsen merkt dat het gaandeweg lukt, dat je geen stappen meer achteruit zet, is het bij verdriet toch anders. Terwijl je aan het klimmen bent, terwijl je ervan overtuigd bent dat je goed bezig bent, staat er ineens iemand op die berg die je een duw geeft, waardoor je onderuitgaat en terug naar beneden dondert. Of er ligt een idioot klein steentje waarover je struikelt. Soms is er zelfs helemaal niks en glij je zonder aanleiding naar beneden.

Zo ook vandaag. Ik open mijn ogen en voel het meteen. Die enorme golf van eenzaamheid, dat gevoel alsof iemand naast je bed klaarstond en je een stomp in je maag geeft. Ik weet ondertussen dat het geen zin heeft om te blijven liggen, ik weet dat ik aan de dag moet beginnen, dat ik onder een frisse straal water moet gaan staan in de hoop het verdriet van mij af te spoelen. Ik weet dat ik moet handelen, iets om handen moet hebben, mezelf moet afleiden. Maar ik weet ook dat de kans groot is dat ik met exact hetzelfde gevoel weer in bed kruip vanavond.

“Ik nam heel veel persoonlijk en kon bij het minste onderuit gaan. Maar ik was er me wel van bewust, waardoor ik tegen dat gevoel kon vechten. En vooral: Stijn was er om te relativeren.”

Vroeger had ik ook geregeld zo’n dag. Nooit zo donker als hoe het nu vaak aanvoelt, maar toch, ik had er een handje van weg, van minder vrolijke gedachten toelaten en er ongelukkig door worden. Stijn lachte er vaak om, zei dat ik de dingen meer moest leren relativeren. Maar van een mug een olifant maken, ik was er nogal bedreven in. Er was zelfs niet veel nodig. Ik nam heel veel persoonlijk (zelfs al het niet eens over mij ging) en kon bij het minste onderuit gaan. Maar ik was er me wel van bewust, waardoor ik tegen dat gevoel kon vechten. En vooral: Stijn was er om te relativeren. Of om grapjes te maken, waardoor ik sneller vergat waarom ik nu eigenlijk ineens zo triest rondliep.

Nu is Stijn er niet. Nooit meer. En dat is de reden voor mijn verdriet. De enige reden zelfs. Hij is er niet om grapjes te maken. Of om gek te doen en mij af te leiden. Hoe dicht mijn kinderen ook bij mij zijn, hoeveel mensen er ook om mij heen hangen, hoeveel warmte en liefde ik ook voel… Stijn niet meer bij mij hebben maakt dat ik me soms helemaal alleen op de wereld voel. Ik weet ondertussen dat alleen lotgenoten volledig begrijpen waar ik het over heb.

Buiten valt de regen met bakken uit de hemel, alsof de zon – die gisteren rijkelijk aanwezig was – aanvoelde dat het vandaag niet de dag zou zijn om voluit te schijnen. Als het even ophoudt met regenen, trek ik het grote schuifraam open en wandel de tuin in, waar alles naar nat gras ruikt. Terwijl ik moet uitkijken waar ik mijn voeten zet, om straks niet helemaal verzopen terug naar binnen te gaan, bedenk ik me dat ik dit vroeger nooit deed. Dat ik nu soms bewust de tuin opzoek, zelfs op zo’n donkere dag als vandaag. Om adem te halen, om mijn hoofd leeg te maken.

Dat ik bewust luister naar het gekwetter van de vogels, dat het mij zelfs rust geeft, dat ik vijf minuten durf stil te staan en even niet denk aan dat allesoverheersende gemis, voelt als een stap in de goeie richting. Alsof Stijn mij weer een duwtje geeft om de berg op te klimmen. Ik hoor hem zeggen: “Zelfs als jij een kutdag hebt, blijven de vogeltjes zingen.” Om mij dan met glunderende ogen aan te kijken en luid te lachen om zijn eigen meligheid.

Man, wat mis ik hem.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!