Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “In de auto brul ik luidkeels met de kinderen mee met een liedje waar Stijn zo van hield. Een golf van liefde overspoelt ons”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Muziek

Muziek is altijd aanwezig geweest in mijn leven. Al van kleins af aan was ik aan het zingen, ik gebruikte mijn stem op alle mogelijke manieren, vond de stem zonder meer de mooiste van alle instrumenten. In het tweede kleuterklasje hoorde ik dat ik een engelenstemmetje had, enkele jaren later mocht ik solo’s zingen in het kinderkoor. Ik had niets met de katholieke kerk (ik was gedoopt, maar had er als kind geen idee van wat dat betekende: deel uitmaken van een geloofsgroep), maar dat zingen in een kerk, in die enorme klankkast, vond ik magisch. Hoe ouder ik werd, hoe meer muziek voor mij betekende. Ik ontleende cd’s uit de bibliotheek, nam liedjes op cassettes op tijdens radioprogramma’s, en begon uiteindelijk ook zelf muziek te maken.

Het leek dan ook voorbestemd dat ik verliefd zou worden op iemand die ook van muziek hield. Niet dat ik er bewust naar op zoek was, maar iemand die geen liefde voor muziek had, daar zou het niet mee klikken, daarvan was ik overtuigd. Toch niet op lange termijn. Ik zou op z’n minst na enige tijd iets als een gemis aanvoelen. Met een lief wilde ik naar concerten gaan, wilde ik naar muziek luisteren thuis, wilde ik lange autoritten van een soundtrack voorzien. 

Toen Stijn en ik een relatie begonnen, viel het ons op hoeveel cd’s we elk apart al hadden gekocht en verzameld, maar ook: hoeveel cd’s we allebei hadden, hoeveel gelijkenis er in onze muzieksmaak zat. Pas gaandeweg leerde ik ook de andere cd’s in Stijns collectie kennen. Waar heel veel Nederlandstalige muziek uit mijn platenkast onbekend leek voor hem, ging er voor mij een deur open naar een punkrockwereld waar ik nog nooit van had gehoord. Oké, jawel, ik had er al van gehoord, maar het genre interesseerde mij niet, dus ik had me er nooit in verdiept.

“Waar heel veel Nederlandstalige muziek uit mijn platenkast onbekend leek voor hem, ging er voor mij een deur open naar een punkrockwereld waar ik nog nooit van had gehoord”

Hoewel we een groot deel dezelfde smaak hadden, bleef er toch een zeer duidelijk stuk muziek over waar we apart van elkaar naar luisterden. Was ik de deur uit, dan wist ik dat de punkrock loeihard door het huis schalde, zat ik alleen in de wagen, dan zong ik luidkeels met vrouwelijke singer-songwriters mee. We dachten daar niet vaak over na, alleen op reis wilden we af en toe de ander ook even onderdompelen in muziek die niet gesmaakt werd, om al snel die poging op te geven.

Uiteraard deden we soms moeite. Stijn ging al eens mee naar een concert waarvan hij dacht misselijk te zullen worden, om dan achteraf te moeten toegeven dat het al bij al meeviel. Ik ging weleens mee naar een punkrockconcert om er te ontdekken hoe iedereen daar liefhebbers van andere muziek met open armen verwelkomt. Maar hoe hard we ook ons best deden, we raakten niet gewoon aan bepaalde muziekkeuzes van de ander. Er was een soort ‘aanvaarding’, maar als ik een vrouwelijke singer-songwriter door de boxen joeg, deed Stijn lachend alsof zijn oren begonnen te bloeden, terwijl ik helemaal opgedraaid en zenuwachtig werd van de te snelle drumpartijen in zijn punkrockmuziek.

Er zijn ergere dingen in het leven, dus de hoop dat de ander uiteindelijk zou toegeven, hadden we sowieso al niet meer.

Terwijl we na een uitstap met de wagen naar huis rijden, kiest Hoppe de muziek. Ik schrik even als de favoriete punkrockband van Stijn door de boxen schalt. Maar voor ik het besef, ben ik luidkeels met de kinderen aan het meebrullen op een van de liedjes waar Stijn zo van hield. Geen seconde erger ik me aan de drums, geen moment maakt me ongemakkelijk, ik voel alleen maar een golf van idiote liefde over mij heen stromen. In de achteruitkijkspiegel zie ik de kinderen uit hun dak gaan, de vrolijkheid in de auto is bijna tastbaar. Dit is de muziek van papa.

Thuis herhaalt het tafereel zich. Hoppe zet punkrockmuziek op, begint te dansen en voor ik het goed en wel besef staan we met z’n drietjes midden in de woonkamer rond te springen en te dansen. Lachend.

Terwijl ik Polly in het rond zwier, denk ik: Stijn zou me moeten bezig zien, hij zou eens met z’n ogen draaien, zeggen “zie je wel!” en dan wild en vrolijk met ons meedansen.

Kon dat maar. Al was het maar voor één lied.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!