Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Soms mis ik het wel, dat niet nadenken en gewoon dóén”

Hannelore Bedert (37) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (5). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Gewoon dóén

Polly heeft ergens onder in de berg speelgoed wat doosjes plasticine opgediept. Hoe ze die überhaupt gevonden heeft, weet ik niet, want de stapel in haar kamer is onoverzichtelijk en ik zie er mezelf allang niet meer aan beginnen om de boel op te ruimen. Geregeld kom ik haar kamer binnen, verbaasd over de chaos die ze alweer gecreëerd heeft, me realiserend dat mijn kinderkamer er ook zo zou kunnen uitzien, dat ook mijn ouders weleens met de handen in het haar in de deuropening keken naar de wereld die ik gebouwd had.

Hoe moet je in godsnaam zo’n kamer stofzuigen? Dat soort vragen stelt alleen een volwassene. “Ik geef het op”, zei ik onlangs toen ik haar kamer binnenkwam en op zoek ging naar een boek dat dringend terug naar de bibliotheek moest, waarop Polly schouderophalend zei: “O, maar ík weet alles liggen, hoor”, en doodleuk het bewuste boek van onder een hoge stapel verkleedkleren trok. Soms is Polly twee uur weg, op haar kamer, in haar eigen wereld.

“Wanneer mensen zeggen dat ze het kind in zichzelf levend hebben weten te houden, voel ik altijd een klein beetje respect”

Hoppe blijft graag in mijn buurt, heb ik al gemerkt. Een boek lezen in de keuken wanneer ik er bezig ben, in de tuin voetballen wanneer ik er aan het werken ben. Polly daarentegen komt zo nu en dan eens poolshoogte nemen, maar is het meeste van de tijd ‘bezig’ met god weet wat. Het kind heeft een grenzeloze fantasie en kan zich uren bezighouden in haar eentje. Heerlijk vind ik het om dat te zien, een beetje gek ook soms, al weet ik dat ik net zo was. Alleen bekijk ik het nu vanop een afstand, bij mijn eigen kind. En ik vind het wonderlijk. Misschien omdat ik het zelf niet meer kan, omdat ik het – hoe hard ik dat ook niet wil – toch wel wat verleerd ben.

Wanneer mensen zeggen dat ze het kind in zichzelf levend hebben weten te houden, voel ik altijd een klein beetje respect. Omdat zij iets kunnen waar ik zelf niet zo goed in ben. Tijdens feestjes, tijdens familiebijeenkomsten, gewoon thuis, waar dan ook, onder volwassenen of onder kinderen, kan ik nog wel speels zijn, maar die complete overgave waarmee kinderen zich in een spel gooien, die heb ik al heel lang niet meer.

Soms mis ik die onschuld, dat niet nadenken en gewoon doen. Springen en dan onderweg maar zien waar ik kan landen. Er is altijd een rem, iets wat me weerhoudt om écht zot te doen. En als ik het dan tóch eens doe, mij volledig ‘smijten’ zonder rem op, dan is het een eenmalig iets, denk ik de dag nadien: jezus, wat deed dát deugd, om het daarna weer weken of maanden níet te doen.

Ik vraag me af wanneer die rem er precies gekomen is. Ze kwam er niet omdat ik op jonge leeftijd weduwe werd, al zal de immense verantwoordelijkheid voor twee kinderen niet geholpen hebben. Ze kwam er niet omdat ik ineens afgestudeerd was en begon te werken, niet omdat ik twee kinderen kreeg (dat had net een stimulans moeten zijn), niet omdat ik frontvrouw en dus werkgever van een groep werd, niet omdat we verbouwden en ons sociale leven daardoor op een wat lager pitje kwam te staan.

De rem was er gewoon ineens. En net dat vind ik lastig. Ik heb graag duidelijke ankerpunten, zaken waar ik me aan kan vasthouden. En wat betreft die rem, tast ik in het duister. Rondom mij zie ik hetzelfde. Ik ken maar weinig mensen van mijn leeftijd die zich ten volle aan iets durven over te geven, die zonder zorgen durven te springen in onbekend water. Misschien wel voor even, tijdens een weekendje weg met vrienden, of tijdens dat uurtje in het zwembadje in de tuin op zomerdagen, maar nooit voluit, voor een lange tijd.

“Ik heb nog steeds veel fantasie, maar als volwassene wéét ik dat het fantasie is. Zonde vind ik dat”

Wat moet het heerlijk zijn, dat kind in je lijf nog steeds levend te voelen. Zorgeloos spelen, in een fantasiewereld kruipen en er supergelukkig zijn. Ik heb nog steeds veel fantasie, maar als volwassene wéét ik dat het fantasie is, dat de werkelijkheid anders in mekaar zit, waardoor ik me er nooit meer volledig aan kan overgeven zoals een kind dat doet. Zonde vind ik dat. Alweer iets wat ik op mijn denkbeeldige lijstje zet om de komende tijd deftig aan te pakken. Het begint stilaan een heel lange lijst te worden.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!