Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Koppig en trots als ik ben, wil ik veel zelf doen. Maar soms heb je simpelweg hulp nodig”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Een beetje hulp

Toen ik nog studeerde, was Stijn al enkele jaren aan het werk, dus besloot hij in Antwerpen een huis te kopen. We zouden het samen verbouwen, ik zou huren. Alleszins: we zochten een huisje in de veronderstelling dat we er samen zouden wonen en na een tiental jaar zouden verhuizen omdat het huis te klein werd voor een koppel met kinderen. Want dat we bij elkaar zouden blijven en dat we kinderen zouden krijgen, ooit, daar waren we vrij snel over uit.

“Stijn zei nog: ‘Als we later oud zijn, zullen we blij zijn dat we ’t huis niet hebben verkocht.’ Wisten wij veel dat we nooit samen oud zouden worden”

Na enkele jaren verhuisden we naar Gent, omdat het leven soms anders loopt dan gepland. Het huis in Antwerpen verkopen was in mijn ogen een betere optie, het zou voor wat financiële ademruimte zorgen, maar Stijn bleef hameren op ‘verhuur’. Hij zei: “We bijten nu door de zure appel en als we later oud zijn, zullen we blij zijn dat we ’t niet hebben verkocht.” Wisten wij veel dat we nooit samen oud zouden mogen worden. Wat mis ik die heerlijke naïviteit nog vaak, want die ben ik kwijtgespeeld, ergens onderweg.

Toen Stijn overleed, werd ik in mijn eentje huiseigenaar, van een woning die nog lang niet afbetaald was, bovenop een gezinswoning waarvan de lening ook nog jaren zou doorlopen. Een alleenstaande moeder, werkend in een zeer onzekere sector, die ook de verhuur van een woning op zich zou moeten nemen en à la minute naar Antwerpen zou moeten rijden wanneer er zich problemen voordeden in het huurhuis… de beslissing het huis te verkopen was vrij snel gemaakt. Iemand verliezen, wanneer dan ook, is een hel, maar op jonge leeftijd weduwe en alleenstaande moeder worden, het is door enkele zeer scheve wetten in ons land echt geen pretje.

Omdat de confrontatie te groot was, gaf ik de verkoop uit handen. Alles werd geregeld. En toen was er de definitieve verkoop en voelde ik: wat goed dat dit achter de rug is. Er moesten wel nog wat spullen uit de kelder weg, dat was me gezegd. Ik kan dus niet anders dan – in volle corona-tijd – in mijn eentje naar Antwerpen rijden om die spullen op te halen. De nieuwe eigenares is een open, jonge vrouw en het voelt goed om het huis in handen te geven van iemand die zin heeft om het aan te pakken, om er een mooi leven op te starten. Terwijl we door de hal naar de kelderdeur lopen, zegt de vrouw glimlachend dat er wel nog vrij veel in de kelder staat. Ik haal mijn schouders op, en denk: hoeveel kan er nu staan, zo groot is die kelder niet.

“Het is raar hoe weinig je kwaad kan zijn op iemand die ongewild moest vertrekken, maar zuchten? Ja, dat lukt nog net”

Beneden in de kelder verstom ik even. Stijn sloeg hier duidelijk meer gerief op dan ik wist. Lachend staan we samen naar de enorme berg dozen te kijken, ik had er geen idee van dat hier nog zoveel stond. Ik trek wat dozen open, begin te lachen, zucht en denk: allé, Stijn, en nu mag ik dat in mijn eentje gaan oplossen? Het is raar hoe weinig je kwaad kan zijn op iemand die ongewild moest vertrekken, maar zuchten? Ja, dat lukt nog net. De vrouw vraagt of ik hulp nodig heb. Natuurlijk heb ik hulp nodig, maar ze is volop aan het verbouwen, werk genoeg, dus zeg ik: “Nee hoor, ik roep wel als ik klaar ben.” De vrouw glimlacht, knikt en laat me alleen. Als ze boven aan de keldertrap is, draai ik me om naar de berg dozen en haal diep adem. Doos per doos begin ik naar boven te zeulen, maar bij de tiende trip van de kelder naar de auto en terug, overspoelt het me. In geen tijd sta ik in de kelder onbedaarlijk te huilen, alsof het verdriet ineens vanaf de straatkant via de kelderraampjes naar binnen gutst en over mij heen stroomt.

Aan de vrouw moet ik toegeven dat ik nog eens zal moeten terugkomen, met wat vrienden, omdat het in mijn eentje simpelweg te veel werk is. Ze glimlacht opnieuw, zegt dat dat geen probleem is. Wat hou ik ervan als mensen iets zonder veel uitleg begrijpen. Ik stuur een bericht naar wat vrienden, krijg meteen enthousiaste hulpreacties. Op weg naar huis bedenk ik me dat alles sinds het overlijden zo loopt. Dat ik – koppig en trots als ik ben – heel veel zelf wil doen, dat ik allerlei dozen zelf wil dragen, alle balletjes zo graag zelf in de lucht wil houden. Maar dat je soms simpelweg hulp nodig hebt. En dat het oké is die te vragen. En te aanvaarden.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!