Uit het hart van Hannelore: “Het heeft me maanden gekost, maar sinds kort zie ik het kerkhof weer als een mooie plek”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Kerkhofvrouwen

Als het even kan, ga ik in mijn eentje naar Stijn. Alleen met mezelf en met muziek in mijn oren. Ik doe het niet vaak, omdat het me veel energie kost om mezelf er voor op te peppen, maar het doet me elke keer goed. Alsof Stijn het fijn zou vinden dat ik eens ‘dag’ kom zeggen.

Het heeft me maanden gekost voor ik het kerkhof weer als een mooie plek kon zien, maar sinds kort lukt het me opnieuw. Ik zit op mijn knieën bij het graf en haal zorgvuldig de bladeren weg die zich de afgelopen dagen tegen de steen hebben opgehoopt. Terwijl ik het teveel aan onkruid uittrek en genoeg laat staan om de heerlijke overwoekering in zijn waarde te laten, hoor ik luide vrouwenstemmen. Als ik opkijk, zie ik twee dames naderen in het gangpad. Ze lopen naast elkaar, de ene ongeveer mijn leeftijd, de ander zo’n vijftien jaar ouder, schat ik. Ze lachen, luid, terwijl één van hen zwaar aan een sigaret trekt. Ze passeren me, knikken even, maar minderen hun volume niet.

Ik weet me niet meteen een houding te geven. Als kind wandelden we met een hele groep vanuit onze wijk door het kerkhof naar school. We deden dat zonder volwassenen erbij – in die tijd kon dat allemaal nog – maar toch werden we wat stiller zodra we de ingang van het kerkhof waren gepasseerd. Het zit er nog steeds bij me ingebakken, die gedwongen stilte, de nederigheid, waardoor ik begraafplaatsen altijd rustgevend heb gevonden. De vrouwen wandelen blijkbaar in cirkels, want voor de derde keer zie en hoor ik hen dichterbij komen. Net wanneer ik op het punt sta vanuit kniezithoogte naar hen op te kijken en hen met een verbeten blik mijn stilte-boodschap duidelijk te maken, is de oudste vrouw mij voor.

“Voor ik het goed besef, praat ik met de twee vrouwen op het kerkhof alsof onze mannen hier niet liggen. Alsof ze gewoon even samen op café zijn”

Met luide stem verkondigt ze: “Onze mannen liggen hier ook.” De jongste wijst met haar sigaret naar de graven in hetzelfde gangpad. “Hier wat verderop.” Ik sta recht, sla de grond van mijn knieën, haal de koptelefoon van mijn oren weg. Even weet ik niet wat zeggen. De vrouwen zijn echter helemaal in hun sas en beginnen me honderduit vragen te stellen. Voor ik het goed en wel besef zijn we over de drie mannen aan het praten alsof ze hier niet liggen, maar gewoon even naar hun werk zijn, of samen op café zitten. Er wordt gehuild tijdens het gesprek, maar nog meer gelachen. Drie vreemden, maar alle drie met hetzelfde gemis. Verdriet schept een band.

“Eigenlijk zijn wij kerkhofvrouwen”, zegt de oudste vrouw ineens. De jongste en ik kijken haar allebei met een diepe frons en grote ogen aan, maar de oudere vrouw lacht breeduit. “Het is toch zo?” zegt ze, haar schouders ophalend. “Niks mis mee. We zijn hier nu eenmaal vaker dan andere mensen, toch? Dus: kerkhofvrouwen.” We nemen afscheid, wensen elkaar courage en het beste toe, glimlachen wanneer we zeggen dat we elkaar hier waarschijnlijk nog weleens zullen treffen. De oudste vrouw grapt dat we bij de derde keer misschien een fles wijn mee kunnen brengen, kwestie van het gezellig te houden. We lachen, uitbundig en zonder enige schroom. Humor is zo vaak de beste en enige saus in dit soort situaties.

Terwijl ik naar huis wandel, bedenk ik me dat ik in mijn leven al veel ben geweest. Dat je uit alles wat anderen over je denken, hoe anderen je zien, bepaalde benamingen, bepaalde woorden, overhoudt wanneer je gevraagd wordt jezelf te omschrijven. ‘Meisje’, die naam had ik, maar die onschuld ben ik al jaren kwijt. ‘Vrouw’ ben ik al geruime tijd nu. ‘Lief van Stijn’ werd ‘vrouw van Stijn’, en ben ik in mijn hart nog steeds, maar volgens de letter van de wet niet meer. ‘Moeder’ ben ik, met vallen en opstaan, maar wel onvoorwaardelijk. Singer-songwriter, schrijfster, twijfelaar, koppige ezel, vriendin, emokieken…Lief” hoop ik ooit weer van iemand te kunnen worden, ‘mama’ zal ik altijd met liefde zijn.

Het lijstje met benamingen is lang geworden gedurende de jaren en waarschijnlijk zullen er nog bijkomen. De ene naam voelt al beter aan dan de andere, maar ze horen allemaal bij mij. Vanaf vandaag ben ik dus ook: ‘kerkhofvrouw’.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content