Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Toen Stijn stierf, leek mijn stem mee te zijn vertrokken. Ik dacht dat ik nooit meer muziek zou maken…”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Kom naar huis

Toen Stijn stierf, leek mijn stem mee te zijn vertrokken. Ik dacht dat ik nooit meer muziek zou maken, het idee alleen al maakte me misselijk. Mijn hele leven was veranderd slechts enkele uren nadat ik van het podium was gestapt en muziek leek met die nacht te zijn verbonden. Nog steeds voelt het alsof ik toen, bij dat laatste concert, afscheid heb genomen van mijn publiek.

Ik kan er in ons huis nochtans niet omheen. Overal staan gitaren en beneden staat de buffetpiano midden in de leefruimte. Jaren geleden polste ik terloops bij mijn ouders of de piano die bij hen ongebruikt in de huiskamer stond, misschien een nieuwe bestemming mocht krijgen. Mijn zus, broer en ik hadden alle drie leren spelen op die piano en ik bleef er verliefd op, hoe hard ik er soms ook op had gevloekt. Mijn eerste liedjes had ik aan die piano geschreven, het leek idioot een nieuwe piano aan te kopen als dat prachtding daar ongebruikt bij mijn ouders stond. De piano was na al die jaren deel gaan uitmaken van de woning van mijn ouders, er leek een leegte te zijn ontstaan toen we hem naar Gent verhuisden. Maar alles went. En er werd hier in huis weer volop op gespeeld. Tot midden februari 2019.

Stijn was gedurende de jaren deel gaan uitmaken van mijn artiestenleven. Hij verzorgde het artwork voor mijn albums, hij maakte de posters voor mijn concertreeksen, maar vooral: hij was mijn graadmeter. Vond hij een lied maar niks, dan belandde het vrij snel in de vuilnisbak. Was hij enthousiast, ook al voelde ik het zelf nog niet, dan werd het een lied waar ik later heel erg van zou gaan houden. Elke keer opnieuw. Weten dat hij bij de kindjes was wanneer ik ergens op een podium het beste van mezelf gaf, was rustgevend, de kinderen waren in goeie handen. Ik wist meteen na zijn overlijden dat de plaats die Stijn in mijn muziekleven had ingenomen, altijd leeg zou blijven.

Toen ik voor de eerste keer weer aan de piano durfde te gaan zitten, enkele weken nadat Stijn gestorven was, trilden mijn handen. Er hing geen drama aan vast, het was iets puur fysieks, de trillingen hielden niet op. En na enkele akkoorden zat ik gebroken aan de piano.
Het werd een lange weg, maar geen haar op mijn hoofd dacht eraan de piano weg te doen. Misschien zou ik zelf nooit meer muziek maken, maar af en toe kroop één van de kinderen op de grote stoel, dat leek genoeg. En ik hoorde Stijn zeggen: ‘Waag het niet die piano weg te doen, ooit komt het terug.’

“Enkele akkoorden spelen, keihard wenen, vloeken, en dan ineens: doorzingen, en voelen dat het ook deugd deed”

Pas na een jaar, tijdens een weekend waarin de kinderen bij de grootouders sliepen, vond ik ’s nachts de rust om het gevecht aan te gaan. Want dat was het: vechten. Enkele akkoorden spelen, keihard wenen, vloeken, zingen met trillende stem, en dan ineens doorzingen en voelen dat het – ondanks alle verdriet – ook deugd deed, dat mijn hele lijf het gevoel herkende, ook al was het nog maar in de verte.

Dat was stap één. Toen ik door Radio 1 gevraagd werd een versie te maken van ‘We zullen doorgaan’, de klassieker van Ramses Shaffy, kwam stap twee: muziek opnemen én aan een publiek laten horen. Met een klein hartje deed ik dat en ik werd omarmd, wat deugd deed. Maar de vraag ‘Wanneer schrijf je zelf weer muziek?’ klonk alsmaar luider. En ik had er geen antwoord op.

Tot ik ‘Kom naar huis’ schreef, ergens vlak voor de zomer, op een dag waarin het gemis om Stijn zo hard sneed dat ik er een uitweg voor moest vinden. En als vanouds bleken de piano en mijn stem de oplossing te zijn. Het lied schreef zich als vanzelf, de opnames later in de studio waren deugddoend en het voelde een klein beetje als ‘thuiskomen’.

Een aantal weken geleden gaf ik ‘Kom naar huis’ aan mijn publiek, ik gaf het uit handen. Het was een dag waar ik naar uitkeek, maar dat het zoveel pijn zou doen om het zonder Stijn te doen, had ik niet zien aankomen. Het feestgevoel dat normaal gepaard gaat met het uitbrengen van een nieuw album of een nieuwe single bleef uit en maakte plaats voor intens verdriet. Ik weet dat Stijn ontzettend trots zou zijn dat ik de stap heb gezet, maar godverdikke, wat doet het ongelooflijk zeer dit zonder hem te moeten doen.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!