De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Stijn zou niets liever hebben dan dat er een warme man mijn leven binnenwandelt, maar mijn hart lijkt helemaal op slot te zitten”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Nieuwe ontmoeting

Ik begin het nu toch echt te missen: een koffie drinken op een terras in de zon, uitgebreid op restaurant gaan of met een hele groep bij vrienden in huis hangen. Stijn en ik hebben het altijd graag gedaan, maar al vrij snel na zijn overlijden had ik er nóg meer behoefte aan. Misschien omdat ik tijdens zo’n uren mijn gedachten op nul kan zetten, omdat ik me dan heel even geen alleenstaande (ploeter)moeder voel, geen ‘weduwe van’, geen vrouw die zich tien jaar ouder voelt dan ze werkelijk is. Even geen zorgen, geen verantwoordelijkheden, even je voeten onder tafel schuiven en genieten van fijn gezelschap, het heeft mij altijd deugd gedaan. En ik mis die momenten.

Maar kijk, wandelen dus! Nog steeds. Tegenwoordig houdt élke afspraak een wandeling in. Vergaderen, interviews, overleggen of gewoon vriendschappelijk afspreken, alles gebeurt al wandelend.

Ook vandaag. Ik heb enkele uren niets in de agenda staan (wat me zelden overkomt) en ga wandelen met een man die daar al enige tijd om vroeg, om meteen erna op dezelfde locatie met een vriendin af te spreken. De eerste wandeling heb ik lang uitgesteld. Nog steeds voelen nieuwe ontmoetingen als een hoge berg om te beklimmen. Zodra ik aan het klimmen ben, valt het mee, maar aan de voet van de berg overvalt me elke keer twijfel en tristesse. Alsof het leren kennen van iemand nieuw, eender wie, altijd toch even verdriet oproept.

De vriendin is nog maar gearriveerd of ik word meteen aan een kruisverhoor onderworpen. Was de wandeling leuk? Was de man leuk? Is hij gescheiden? Heeft hij kinderen? Is hij mooi? Heeft hij humor?

Ik lach, beantwoord haar vragen, maar weet dat ze vooral wil weten “of hij een optie is”. Dat hebben alle vrienden tegenwoordig. De vraag “Is er al iemand anders?” is goedbedoeld en vind ik ook prima om te krijgen, maar het is grappig te merken hoe hard de anderen ermee bezig zijn, hoe vurig ze mij geluk toewensen in de vorm van een nieuwe relatie, een nieuwe man in mijn leven.

Een koude tante ben ik nooit geweest. En als ik me goed voel bij iemand, ben ik open en warm. Maar ik moet er wel klaar voor zijn, merk ik. En dat gaat niet vanzelf. Vrienden vragen me vaak of er een schuldgevoel is, naar Stijn toe, en dan moet ik lachen. Want Stijn zou niets liever hebben dan dat ik weer gelukkig kan zijn, dat er een warme man mijn leven binnenwandelt die mij weer het gevoel kan geven dat ik leef. Daar hoef ik zelfs niet over na te denken. Maar terwijl ik vroeger zo makkelijk mijn hart kon openstellen, lijkt het nu helemaal op slot te zitten. Dat zal verdwijnen, dat weet ik, maar voorlopig is het een bevreemdend gevoel, dat ‘hart op slot’.

Terwijl we wandelen, probeer ik haar enthousiasme wat te temperen. Ik probeer met handen en voeten uit te leggen dat het me nog niet lukt, dat Stijn nog veel te aanwezig is om me al open te stellen voor iemand nieuw. Dat ik het ook niet wil forceren, dat de dingen komen zoals ze dat doen.

“Gek zou ik worden van dat fysieke gemis”, zegt ze ineens.

Ik haal mijn schouders op, zeg dat dat op zich wel meevalt, dat het helpt om voor de rest geen eenzaamheid te voelen, dat ik dat fysieke contact waarschijnlijk meer zou missen als ik ook de indruk zou hebben geen vrienden om mij heen te hebben. Er is dan wel afstand, en ja, ik heb geen partner, maar ik ben niet alleen.

“Weet je wat ik wél mis? Echt mis?”, vraag ik, waarop ik glimlachend een lange stilte laat vallen. De vriendin knijpt haar ogen samen, steekt een hand omhoog, en zegt dan: “Ik weet het! Kussen.”

Ik glimlach, knik.

“Ik heb kussen altijd intenser, mooier en warmer gevonden dan eender welk ander fysiek contact”, zeg ik. “Maar het zal ook mijn grootste drempel worden. Ik was al zo lang met Stijn samen, dat ik er niet meer bij stilstond hoe fijn dat was.”

“Er zijn veel leuke mensen”, zegt de vriendin glimlachend. “Maar zonder kussen is het vriendschap.”

“En maar goed ook”, zeg ik en ik trek mijn jas wat steviger om mij heen. “Doe mij voorlopig maar gewoon heel veel vrienden.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content