Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Elke dag kan ik een beetje meer ‘de oude Hannelore’ zijn”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Weer op een podium

Ik sta ondertussen bijna twee jaar niet meer op het podium. Mijn laatste concert dateert van 16 februari 2019. Ik herinner me dat ik genoot van het concert. Ik herinner me ook dat het koud was op het podium, raar hoe dat soort details blijven hangen. Ik zong ‘Afspraak’, het lied dat ik schreef voor mijn nicht die aan kanker overleden is. Achteraf kwamen mensen mij zeggen hoeveel steun ze al hadden gehad aan dat lied.

Ik herinner me hoe ik met een van mijn muzikanten naar huis reed, hoe gezellig het was. Ik herinner me ook dat ik me van geen kwaad bewust was. Dat ik de muzikant thuisbracht, dat ik naar Stijn belde om te zeggen dat ik er bijna was. Ik herinner me dat ik ernaar uitkeek thuis te zijn, dat ik blij was dat Stijn nog niet in bed lag, dat hij op mij wachtte.

“Muziek maken lukt me ondertussen, maar live zingen? Het idee alleen al bezorgt me rillingen”

Ik herinner me ook wat daarna gebeurde. Het reanimeren, de ambulanciers, familie, de kinderen… al vermoed ik dat die herinneringen vager zijn. Het is confronterend te merken dat ik me het concert van die avond gedetailleerd voor de geest kan halen, terwijl er over alles na mijn thuiskomst een soort waas hangt. Zelfbescherming misschien. Hoe dan ook: het is me tot op heden niet meer gelukt om met mijn eigen muziek op het podium te staan, deels omdat ik een concert nog steeds link aan thuiskomen in een andere wereld. Muziek maken lukt me ondertussen, maar live zingen? Het idee alleen al bezorgt me rillingen.

Nu ik ‘Kom Naar Huis’ heb uitgebracht, mijn eerste muzikale worp sinds die noodlottige nacht, wordt me gevraagd om het lied in een tv-show te brengen. Mijn eerste reactie is een heel duidelijke “nee”, maar de collega die de vraag stelt, weet me te overtuigen. De productieploeg beseft ten volle hoe emotioneel het voor mij zal zijn, de muzikanten ken ik stuk voor stuk, en vooral: het is de bedoeling dat ik het lied zing voor een lotgenote. Ik zeg dat ik erover zal nadenken, hoor Stijn in mijn hoofd zeggen: “Komaan, Bedert” en antwoord uiteindelijk – na lang twijfelen – toch maar “ja”.

“Er staat letterlijk een gigantische spot op mij gericht, maar ik voel me moederziel alleen. Af en toe knipoogt een muzikant mij bemoedigend toe.
Ik besef dat velen doorhebben dat
ik het moeilijk heb”

De week van de opnames begin ik echter te panikeren. We nemen pas in het weekend op, maar al op maandag davert de twijfel door mijn lijf. Tegen de avond ben ik misselijk en op dinsdagmorgen stap ik uit mijn bed met keelpijn en lijken mijn spieren in brand te staan. Ik probeer niet te denken dat het ene met het andere te maken heeft, maar het ziek zijn is wel héél toevallig. De hele week sleep ik me vermoeid en ziek door mijn werk. Ik ontdek dat Hoppe graag (en goed!) schouders masseert en denk de hele tijd: Bedert, serieus, het is verdikke maar één lied, doe niet zo dramatisch.

Op zaterdag is er camerarepetitie in de studio. Er wordt me uitgelegd waar ik moet staan, waar de lotgenote zal zitten tijdens de eigenlijke opname en hoe de opname precies zal verlopen. Ik denk alleen maar: als ik maar een noot door mijn strot krijg. Ik ben blij op voorhand te weten waar de lotgenote zal zitten en neem me voor tijdens het lied niet naar haar te kijken, wetende dat ik dan sowieso niet meer zal kunnen zingen.

Er staat letterlijk een gigantische spot op mij gericht, maar ik voel me moederziel alleen. Af en toe knipoogt een muzikant mij bemoedigend toe, ik besef dat velen doorhebben dat ik het moeilijk heb. En de hele tijd denk ik: wat doe ik hier in godsnaam? Pas terug in de auto breek ik en de hele weg naar huis zit ik te huilen.

De dag erna sleep ik me naar de studio, en ik voel me wat verloren tussen de andere artiesten die zich er helemaal in hun element voelen. In de studio sta ik te wachten tot iemand “Klaar voor opname” zegt. Terwijl er afgeteld wordt, sluit ik mijn ogen en zing. Pas wanneer ik mijn laatste noot gezongen heb, durf ik ze weer open te doen. Ik zie de lotgenote zitten en breek in stukjes uiteen.

En toch… Voor eender welke andere artiest daar was dit een eenvoudige opname. Voor mezelf voelt het alsof ik een enorme veldslag heb gewonnen. In de auto op weg naar huis besef ik: ik heb eindelijk weer durven te zingen, met levende, echte mensen in de buurt. Met kleine stapjes, maar toch: ik kan elke dag een beetje meer ‘de oude Hannelore’ zijn.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!