Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ook onze hond Vos begon te treuren in de weken na Stijns overlijden. Het was overduidelijk dat hij zijn baasje miste”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Dierenliefde

We hebben een kat in huis gehaald. Niet lichtzinnig, er is lang over nagedacht en gesproken, want hey, ik was geen kattenliefhebber, dus daar moest toch even stevig over onderhandeld worden. Ik realiseerde mij algauw dat ik mijn afkeer voor katten alleen maar baseerde op die paar katten van de buren die constant hun gevoeg in onze tuin kwamen doen. Of op die ene keer dat ik als tiener een stevige haal over mijn arm kreeg, waarna mijn huid er dagenlang uitzag als een wegenkaart. Doe mij maar een hond, dacht ik altijd, zo eentje als Vos, die we hier tien jaar lang in huis hadden. Een trouw, rustig, aangenaam beestje dat goed met kinderen overweg kon. Maar een tweede Vos bestond niet, dat wisten we al het eerste jaar. Onmogelijk. We hadden hem gered uit het asiel en het was het meest dankbare dier dat een mens zich maar kan inbeelden. Natuurlijk waren er ook dagen geweest waarop we serieus vloekten op die hond, wanneer we ergens op weekend gingen en we voor hem onderdak moesten zien te vinden omdat er geen dieren toegelaten waren, wanneer hij ons in al zijn enthousiasme als een zot besprong zodra we thuiskwamen, wanneer hij ’s nachts een spin zag en als een sirene begon te loeien en iedereen wakker maakte. Of die keer dat Stijn met vrienden én Vos naar de Ardennen trok, alwaar het dier een plas vuil water vond, zich er helemaal in rolde en voor de rest van het weekend naar rotte vis stonk. Dat waren de vloekmomenten. Maar daar tegenover stonden alle heerlijke dagen waarop hij bij ons in de zetel lag, in de tuin rondholde, de grote kindervriend uithing en simpelweg voor gezelligheid in huis zorgde.

In de nacht dat Stijn stierf kreeg ik telefoon van de politie. Blijkbaar was Vos bang geworden van alle commotie in huis – je zou voor minder – en was hij de openstaande voordeur uitgerend, de straat op, iets wat hij nooit deed. Paniek zet aan tot onverwachte daden. De politie bracht Vos terug thuis, nadat ze hoorden wat er bij ons thuis gaande was, zo midden in de nacht. Het was compleet absurd. De ene combi vertrok nadat er duidelijkheid was over de doodsoorzaak van de heer des huizes, de andere combi bracht de ontsnapte hond des huizes terug. Als ik er nu aan denk, kan ik er al mee lachen, toen was het compleet van de pot gerukt.

Hoe dan ook, Vos was terug thuis en Stijn vertrok die nacht. En dieren voelen verdriet aan, dus begon Vos ook te treuren in de weken na het overlijden. Het was overduidelijk dat hij zijn baasje miste en ik kon niet om met de treurende hond die alsmaar meer achteruitging. Hij verhuisde naar familie, op een boerderij, waar hij nog enkele mooie weken had, tussen andere dieren, om dan ineens in te slapen. Alsof hij zo eindelijk bij Stijn kon zijn.

Toen Vos naar de familie vertrokken was, voelde ik opluchting, want ik had op dat moment al te veel om voor te zorgen. De kinderen, mezelf, alle papierwerk… Maar eenmaal die storm was gaan liggen, begon ik het gezelschap in huis te missen. Hoe korter de dagen werden, hoe moeilijker het werd. De avond viel sneller en zodra de kinderen sliepen, viel er een stilte over het huis waar ik gek van werd.

Via via hoorden we dat er een kitten het nest mocht verlaten. Het beestje bleek een schattig, aaibaar donsbolletje te zijn en werd door de kinderen Pluisje gedoopt (ik kon erger voorkomen). Als ik het beestje bij thuiskomst vrolijk aan de zetel zie klauwen en door de woonkamer zie rennen, denk ik even: help, wat heb ik gedaan? Wanneer Polly begint te gillen omdat Pluisje nog maar naar haar kíjkt, twijfel ik ook. Maar als ik Hoppe bezig zie, hoe hij op zijn buik op het tapijt ligt, wachtend tot het kleine katje naar hem toe sluipt… het is heerlijk om te zien. Polly draait wel bij, hoop ik. Alles went. En schrik is gemaakt om te overwinnen, samen.

Als ik ’s avonds in mijn eentje in de zetel zit en het beestje komt spinnend tegen mij aan liggen, denk ik: zie mij hier nu, de anti-kattenvrouw, verliefd op zo’n bolletje pluis. Terwijl ik het ronkende bolletje over haar kopje wrijf, zeg ik luidop: “Voilà. Vaarwel avondeenzaamheid.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!