Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Comme chez Koen: “Dat spuitje is veel meer dan zomaar een inenting. Het is een pure dosis hoop”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Kwinten komt vandaag met een zorgelijk gezicht thuis. De schooldag is geëindigd met een uur ‘vie de classe’, een wekelijks routine-uurtje waarin de klastitularis het met de leerlingen over onderwerpen als discipline, een op til zijnde brandoefening, enzovoort heeft. Vandaag had ze het nog eens over corona.

Nu het vaccin langzaam maar zeker in het verschiet komt en het virushoofdstuk in de hoofden van veel mensen om afsluiting vraagt, had zij een groepsgesprek gepland over hoe de leerlingen tegen de voorbije twaalf maanden aankeken. Ze opende het gesprek nogal luchtig met de vraag: “Is er hier überhaupt al iemand van dichtbij betrokken geweest bij het virus?” Tot haar verbazing bleken niet minder dan drie leerlingen een grootouder te hebben verloren.

Hoewel zij er in al die tijd nooit veel over gepraat hadden, leidde het gesprek opeens tot emotionele getuigenissen en veel tranen bij de betrokken leerlingen. Prompt werd de lerares buitenspel gezet: de medeleerlingen namen het gesprek over en begonnen elkaar te troosten, terwijl hun leerkracht erbij zat voor spek en bonen. Toen de bel ging, waren ze nog lang niet uitgepraat en vertrokken de leerlingen redelijk ontredderd naar huis.

“Het mag nu wel écht gedaan zijn”, besluit Kwinten dof en streng, en hij wil er voor de rest niet meer over praten. Terwijl hij in zijn kamer huiswerk zit te maken, begin ik tegen Ilse nog maar eens over de impact die het voorbije jaar op deze generatie kinderen en jongeren heeft en nog zal hebben. Zullen zij binnen enkele jaren de meeste ellende gewoon vergeten zijn en hier enkel een vaag gevoel van onbehagen aan overhouden? Een beetje zoals onze generatie terugkijkt naar de onzekere en deprimerende jaren tachtig, met hun terroristische aanslagen, hoge werkloosheid en nucleaire dreiging. Of zou dit toch dieper zitten?

“Terwijl Kwinten in zijn kamer huiswerk zit te maken, begin ik tegen Ilse nog maar eens over de impact die het voorbije jaar op deze generatie kinderen en jongeren heeft en nog zal hebben”

“Gaan die jongelui elkaar ooit nog eens de hand durven schudden of een knuffel geven, of wordt die anderhalvemeterregel een deel van hun DNA?”, vraag ik me af.

“Je zult waarschijnlijk van alles zien,” zegt Ilse, “een deel van hen doet alsof er nooit iets aan de hand was en een ander deel blijft de rest van hun leven voorzichtig.”

“Dus eigenlijk gewoon een beetje dezelfde situatie als nu”, grinnik ik en denk aan hoe verschillend mensen in volle crisis met het virusgevaar omgingen en gaan.

“Ach, weet je, ik zal al heel blij zijn als hij eindelijk weer gewoon relaxed in de klas kan zitten.”

Ik weet wat Ilse bedoelt. Kwinten zit met zijn vijftien jaar in een enorm wisselvallige leeftijdscategorie. In zijn klas heb je heel wat jongens en meisjes die echt wel rijp zijn voor hun leeftijd, maar er zitten ook nog echte kinderen tussen. En met die laatsten loopt het in covidtijden weleens mis: ze zetten hun mondmasker niet of slecht op, trekken de maskers van hun klasgenoten af, dat soort dingen. Het gebeurt weleens dat Kwinten thuiskomt en bang vraagt of hij nu ziek gaat worden, omdat er iemand in zijn klas het hele uur hard heeft zitten hoesten.

“Ach, je had zelf toch je masker op en bovendien wordt de klas ook goed verlucht”, probeer ik dan te sussen. Maar vaker wel dan niet antwoordt hij dan dat alle vensters en deuren potdicht bleven omdat het anders te koud werd in de klas. Laten we dat maar de keerzijde van de Franse flair noemen.

“Weet je dat de meeste van mijn vrienden uitkijken naar de weken dat we thuis via de computer les volgen? Dat is toch niet normaal?”, zucht hij dan. Als zijn huiswerk klaar is, ziet Kwinten er nog altijd wat ongelukkig uit.

“Weet je wat?”, zegt Ilse. “Zodra het kan, gaan we nog eens een lang weekend naar Barcelona, lekker tapas eten en ijsjes smullen op de terrasjes!”

Enkele seconden lang beginnen zijn ogen te blinken, maar dan zegt hij: “Zodra het kan: hoe vaak hebben ik dát het laatste jaar al niet gehoord?”

“Ik weet het,” knik ik, “maar nu is er toch het vaccin!”

En plots licht zijn gezicht terug op, en voor de zoveelste keer beseffen we dat dat spuitje veel meer is dan zomaar een inenting, het is een pure dosis hoop.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!