Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Zo onwezenlijk. Mijn vader was er niet meer, maar ik moest eerst nog de wijngaarden besproeien”

Koen Strobbe (58) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

Deze Vaderdag vieren we voor het eerst niet in Frankrijk, maar in België. Kwinten heeft zoals elk jaar veel tijd gestoken in het zelf maken van een grappige kaart, en aan de ontbijttafel wachten lekkere croissants en pannenkoeken.

“Het is Ilses eerste Vaderdag zonder haar papa”

Ik weet dat het voor Ilse vandaag een moeilijke dag wordt. Het is haar eerste Vaderdag zonder haar papa, die intussen al bijna een jaar dood is. Je kunt haast niet geloven hoezeer de tijd vliegt, terwijl het verdriet slechts in slow motion evolueert. Zijn foto staat op een lage kast in de woonkamer. Telkens als je er voorbijloopt, ben je geneigd om eens vriendelijk te lachen of ‘hallo’ te denken.

Voor mij en Kwinten is het gemis al groot, maar voor Ilse moet het nog veel harder zijn om de leegte te voelen die zo’n foto achterlaat. Nauwelijks een jaar geleden waren aan dat gezicht een handdruk, een omhelzing en een warme stem verbonden, terwijl nu enkel die foto rest.

Jaar na jaar bestelden we vanuit Frankrijk een kilo Leonidaspralines (“Graag alleen de zwarte, mevrouw, want die heeft hij het liefst”) bij een winkel in het dorp waar Ilses ouders woonden. Maar dit jaar doen we dat dus niet. Vandaag wordt het een bloemstuk. Het is raar hoe dat verdriet om Ilses papa ook het gemis van mijn eigen vader regelmatig weer aanwakkert, hoewel hij er ondertussen al twaalf jaar niet meer is.

Toen hij overleed, na een lange strijd in het ziekenhuis, was het volop zomer en waren het Ilses mama en papa die in allerijl naar Frankrijk kwamen om op de kleine Kwinten te letten, en de wijnkelder en de B&B in het oog te houden zodat wij naar de begrafenis konden. Ik herinner me nog hoe onwezenlijk dat voelde: weten dat mijn vader er niet meer was, maar eerst nog alle wijngaarden moeten besproeien en de Franse vrienden optrommelen om mee een oogje in het zeil te houden, voor ik kon vertrekken.

De totaal verschillende manier ook waarop allerlei mensen met mijn verdriet omgingen. Collega-wijnbouwers die me op het hart drukten om snel en gerust te vertrekken: zij zouden er wel voor zorgen dat er niks misliep. Een Marokkaanse landarbeider die z’n pet afnam, het hoofd boog en met zijn twee handen in stilte mijn hand beetpakte bij wijze van rouwbetuiging. Maar ook één B&B-gast die nadat ze het nieuws had vernomen tegen Ilse zei hoe erg ze het vond, om er vervolgens op aan te dringen dat Ilse toch nog snel een kop koffie voor haar zou maken. Alles heeft z’n perspectief.

Ik herinner me ook nog de kille en bizarre formaliteiten die met zo’n overlijden gepaard gaan. Notarissen die je op hun manier vertellen dat het tijd is om even op de pauzeknop van je verdriet te drukken omdat er hier en daar iets getekend moet worden en dat de cijfertjes moeten kloppen. De manier ook waarop iedereen er in de dagen voor de begrafenis wonderbaarlijk in slaagt om sereen te blijven en alles te regelen. Naar de begrafenisondernemer gaan met mijn moeder, om een kist en een urne te kiezen. Je bezighouden met op dat ogenblik hoogst banale details, zoals welke kleur de gebeitelde lettertjes op de steen moeten hebben. De verbazing over hoeveel verschillende mensen er meedraaien in de industrie van de dood.

“Op de herdenking van mijn vaders sterfdag was mama bij ons en dat gaf mij telkens een gevoel van voldoening, dat ik toch ook iets kon betekenen in haar verdriet”

Na die begrafenis kwamen dan het zwarte gat, en het besef dat hij er nu écht niet meer was. De enorme bewondering voor de manier waarop mijn moeder omging met haar gebroken hart. En hoe raar het klonk om haar te horen zeggen dat ze wist dat ze zich sterk moest tonen. Omdat mensen haar in het begin wel zouden komen bezoeken en steunen, maar na een tijd weg zouden blijven als haar verdriet bleef duren.

Vier, vijf zomers na elkaar is mijn moeder telkens enkele maanden bij ons in Frankrijk komen wonen. Op de herdenking van mijn vaders sterfdag was ze dan bij ons en dat gaf mij, als ‘zoon die ver weg woonde’, telkens een gevoel van voldoening, dat ik toch ook iets kon betekenen in haar verdriet.

Kwinten slikt een laatste stuk pannenkoek door en vraagt waarom ik zo stil ben. En omdat ik helemaal geen zin heb om zijn vaderdagvreugde te vergallen, zeg ik gewoon dat het mij heel erg smaakt.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content