Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “De vrouw en haar kinderen vullen de kratjes met frambozen, maar het is niet om jam mee te maken …”

Koen Strobbe (58) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

In onze tuin staat een frambozenstruik, en nu ik met vakantie ben en mijn dagen vul met luieren en lezen, zijn verse frambozen de ideale snoepjes tijdens mijn lectuur. Ilse heeft haar zinnen al een tijdje gezet op het maken van enkele potten lekkere frambozenjam, maar gezien de besjes er bij mij zo vlot binnengaan, zijn er nooit genoeg vruchten op overschot.

Ik herinner me dat er in de buurt van mijn ouderlijke woonst wel wat frambozenvelden zijn waar je voor weinig geld zelf mag gaan plukken en dus beloof ik om na het volgende bezoek aan mijn moeder op frambozenjacht te gaan. Als ik aankom bij het veld waar ik als tiener nog frambozen plukte als vakantiejob, is alles anders dan toen. Het ambachtelijke veldje met houten tuinhuis, waar een gemoedelijke opzichter na de pluk de oogst woog, is nu een grote, professioneel beheerde plantage geworden.

“De vrouw is hier samen met haar kinderen om geld te verdienen voor hun vakantie”

Een vriendelijke dame geeft aan in welke rijen ik mag gaan plukken. Ofwel hangen de frambozen nu hoger dan vroeger, ofwel ben ik ondertussen al wat gekrompen, in elk geval valt het plukken reuze mee en moet ik me niet te veel bukken. Aan de andere kant van de rij waar ik pluk, loopt een dame van een jaar of vijfenveertig, samen met haar drie tienerkinderen. Ze zeulen een toren opeengestapelde kratjes met zich mee. Dit moet een familie échte frambozenliefhebbers zijn, denk ik bij mezelf, en aangezien de dame aan ongeveer mijn tempo vooruitraakt, vraag ik haar door de haag heen of ze misschien van plan is om héél veel jam te maken.

Maar de vrouw, die zich vlotjes voorstelt als Brenda, lacht m’n vraag weg. Ze is hier samen met haar kinderen om geld te verdienen voor hun vakantie. Met ‘vakantie’ bedoelt ze een midweek op een camping aan zee. Meer kan er niet vanaf, met wat ze hier verdienen. Ze is moeder van een eenoudergezin en gisteren is haar jaarlijkse vakantie begonnen, waardoor ze nu dus tijd heeft om hier te staan plukken en wat extra te verdienen, bovenop wat haar kinderen al binnenbrengen.

Geld is in haar gezin altijd een probleem, zegt ze. Op dit ogenblik zit haar hoofd al helemaal bij de dure spullen die ze straks voor haar dochters moet kopen, als het nieuwe schooljaar begint. Geld voor vakantie is er dan ook nooit. Alleen haar oudste dochter, die binnenkort achttien wordt, is als peuter eens mee op reis geweest, naar het Gardameer. De twee andere dochters zijn nog nooit ergens naartoe gegaan.

Toen een van hen maar bleef zeuren dat zij altijd thuisbleven, stelde de grote zus voor om hier te komen werken tot er genoeg was om eens een paar dagen weg te gaan. En sinds vandaag staat zijzelf dus ook mee te plukken, om de vakantiepot sneller gevuld te krijgen. Als ze hard doorwerken, is er op het einde van de week genoeg om vier dagen te kunnen genieten aan zee. Dat wordt een feest.

Ik pluk in stilte verder en mijn gedachten schommelen tussen medelijden met deze flinke vrouw, en respect voor de opgewekte manier waarop ze haar verhaal vertelt, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Als ik dat vergelijk met onze eigen ‘vakantieproblemen’, die zoals bij veel mensen vooral bestaan uit keuzestress of de schrik dat er gestaakt wordt in de luchthaven, dan verzinken die in het niets.

Ik denk terug aan Kwintens lagereschooltijd, toen een aantal ouders elke keer weer geld bij elkaar legden om enkele kinderen van zijn klas, die anders niet mee op schoolreis konden, te steunen. Ik vraag me af of haar dochters dat geluk ook hadden, of ze gewoon achterbleven toen de bus wegreed. Op het einde van de rij zie ik hoe het plukkende viertal z’n bakjes rangschikt. Hun shorts en T-shirts zijn rood van het frambozensap en alle vier zien ze er afgepeigerd uit. Maar niemand klaagt.

“Als ik haar verhaal vergelijk met onze eigen ‘vakantieproblemen’, dan verzinken die in het niets”

De moeder lijkt plots een beetje beschaamd, nu er geen frambozenstruiken meer tussen ons in staan. De meisjes gaan eventjes naast hun kratten op de grond zitten rusten, en staren onbestemd in de verte. Daar ergens wacht de zee, waar twee van hen straks voor het eerst op vakantie zullen zijn.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!