Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “‘Als u liever een droge dan een sappige kalkoen wilt, zal ik u niet tegenhouden’, zegt de poelier”

Koen Strobbe (57) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

We zijn het kerstdiner aan het plannen. Dat hoeft voor ons niet per se op kerstavond of kerstdag. Integendeel, kerstavond betekent voor ons gezellig spelletjes spelen, lachen en praten, dus als Ilse of ik dan constant heen en weer naar de keuken moet hollen, breekt dat de sfeer. We houden het liever bij allerlei hapjes die we op voorhand maken en die we dan gewoon uit de koelkast of de oven halen.

Maar goed, ik had het over het diner. Zoals elk jaar begint de voorbereiding daarvan met de grote vraag: kalkoen of niet? Een discussie die we in Frankrijk ook ieder jaar met Marceline en Aimé voerden, voor wie kerst zonder kalkoen geen kerst was. Kwinten haalt herinneringen op aan onze laatste kerst in Frankrijk, en hoe we daar een levende kalkoen kochten, maar het niet over ons hart kregen om het beestje te slachten.

“De poelier stelt me meteen een van de belangrijkste vragen in het grote kalkoendebat: ‘Wat heeft u liever, meneer: een kalkoen of een kapoen?'”

Ik zoek me suf naar een goede poelier in de buurt, want op de een of andere manier denk ik bij gevogelte uit de supermarkt altijd aan plofkippen, en wie wil er met kerst plofkalkoen op het menu? Wanneer ik eindelijk een echte poelier gevonden heb, stelt die me meteen een van de belangrijkste vragen in het grote kalkoendebat: “Wat heeft u liever, meneer: een kalkoen of een kapoen?”

Die discussie voelt een beetje als thuiskomen, want ook in Frankrijk, toch zo’n beetje de Champions League als het op praten-over-eten aankomt, staan de media elke kerst weer bol van artikels over de keuze tussen le dindon of le chapon, zoals de kapoen daar heet. Hoewel ik goed weet wat er gaat komen, kijk ik het betoog van de poelier dus met plezier tegemoet. “Zo’n kapoen is een beetje de os in kippenland”, gaat hij van start. “Wanneer je zo’n haan z’n balletjes afknipt, wordt hij veel groter en steviger, met een supermalse vlezigheid.” “Maar kalkoen…” werp ik op, waarop de poelier me meteen onderbreekt: “Kalkoen kan nooit echt tippen aan de sappige smeuïgheid van kapoenenvlees.”

Ik denk: oké, deze brave man hééft geen kalkoenen meer en wil me daarom absoluut een gecastreerde haan aanpraten, maar in z’n koeltoog zie ik toch beide soorten liggen. “En de prijs speelt ook al helemaal niet mee in de keuze, want die is zo goed als dezelfde”, zegt de poelier als hij ziet dat ik begin te twijfelen. “Maar het gaat om de gedachte. Ik wil kunnen zeggen dat we kalkoen gegeten hebben, geen… kíp.”

De poelier kijkt me wat meewarig aan en haalt zijn schouders op. “U weet toch dat kalkoen langer in de oven moet en daardoor minder sappig wordt? Maar oké, als u liever droge kalkoen wilt dan sappige kapoen: ik zal u niet tegenhouden.” Ik hou voet bij stuk en even later stap ik met een flinke kalkoen naar buiten.

Als het beestje uitgebeend op een grote plank in de keuken ligt, schiet me pas te binnen dat ik een van de belangrijkste ingrediënten voor de vulling vergeten ben: truffel. Iets wat in Frankrijk makkelijk te verkrijgen was, als je geluk had zelfs gratis uit het bos, maar hier duur en moeilijker te vinden is. Zeker nu, op korte termijn. Alles gaat weer de koelkast in en ik trek op pad. Ik besluit om mijn farce van kippengehakt te verrijken met morieljes, citroenzeste en stukjes pulled pork, om er toch de nodige verfijning in te brengen, ook zonder truffel.

“De kalkoen had waarschijnlijk sowieso anders gesmaakt, gewoon omdat we niet meer in Frankrijk zijn”

Als we later aan tafel zitten, smaakt de kalkoen ‘anders dan anders’. Ook heel lekker, maar zonder truffel natuurlijk niet hetzelfde. “Weet je,” zegt Ilse, “waarschijnlijk had hij sowieso anders gesmaakt, zelfs mét truffel, gewoon omdat we niet meer in Frankrijk zijn.” En ze heeft vanzelfsprekend gelijk: het is zoals de fles pastis die je koopt, omdat het drankje tijdens je vakantie zo heerlijk smaakt, maar die, eens weer thuis, al snel achteraan in de kast belandt.

Als kers op de gezellige avond bellen we naar Aimé en Marceline, want Aimé mag in de kerstperiode een aantal dagen naar huis. “Ik heb aan jullie gedacht bij het kopen van de kerstmaaltijd”, zegt Marceline trots. “Dit jaar eten we eens geen dindon, maar een chapon.”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!