Comme chez Koen: “Na een kwartiertje zoeken vinden we onze eerste truffel, zo groot als een kastanje”

Comme chez Koen: “Na een kwartiertje zoeken vinden we onze eerste truffel, zo groot als een kastanje”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Als er bezoek komt uit België wordt er altijd lekker gesmuld. Greetje en Luc huren een huisje in de buurt en zijn verlekkerd op truffels. ‘Echte’ truffels zijn een typisch winterproduct, maar nu vind je de iets minder geparfumeerde, maar ook een pak goedkopere zomertruffels.

We eten dus verse tagliatelle met een getruffeerd mascarponesausje. Luc hangt vol genot boven zijn bord en wappert het aroma met zijn handen naar zijn neus, als ik het kaasmolentje bovenhaal en ga raspen. Natuurlijk verwacht Luc verse parmezaan, maar ik heb voor de gelegenheid nog twee dikke truffels in het molentje gestopt. Terwijl de truffelweelde over zijn pasta dwarrelt, begint hij te stralen. Wanneer ik tijdens het dessert vertel dat wij onze truffels rechtstreeks bij de truffier hier in het dorp kopen, zegt Luc dromerig: “Daar zou ik weleens willen bij zijn, denk je dat jouw truffelzoeker ons zou willen meenemen?”

Drie dagen later tjokken we achter Marius aan, de plaatselijke truffelman. De avond valt en het begint al iets minder warm te worden, maar toch voelt mijn T-shirt na vijf minuten al klam aan. We wilden liever ’s morgens op pad gaan, maar daar wilde Marius niets van weten. “Tegen de avond vindt Diana de door de zon opgewarmde truffels makkelijker.” Diana is zijn bruine labrador, die hij met veel geduld tot snuffelmachine heeft opgeleid en vertroetelt als een prinses. Vroeger werd er vaak een varken gebruikt, maar zo’n beest is zo zwaar en sterk dat de truffelaar het niet kan tegenhouden en het veel truffels zelf opsmult. Honden hebben een even fijne reukzin en zijn tevreden met een stukje worst als ze een truffel vinden.

Ik ken Marius al heel lang, al van toen ik met de tractor natuurstenen bij hem ging halen voor de bouw van onze wijnboerderij. Hij was ploegbaas op de steengroeve, waar hij mij op een dag onder een stevig metalen afdak trok, omdat er bovenop de half afgekloven heuvel een lading dynamiet ontplofte, waarna het brokstukjes regende. Toen hij mijn bange gezicht zag, lachte hij en zij laconiek: “Zo gaat dat hier.” Op een dag las ik in de plaatselijke krant dat er een ‘incident’ was geweest in de steengroeve en dat Marius zijn linkerhand kwijt was. Toen ik hem een hele tijd later terugzag en hem condoleerde met het verlies van zijn lidmaat, lachte hij alweer: “Nu kan ik veel vroeger met pensioen, dus zo’n drama is het niet.” Sindsdien tuiniert hij, zit bij zijn vrienden in de kroeg en verdient stevig bij met zijn Diana.

“Ik vertel Marius niet dat ik hem ‘s ochtends al had gezien, omdat ik weet dat hij hij zijn top-truffelplekjes geheim wil houden”

Natuurlijk vertel ik Marius niet dat ik hem vanochtend vroeg al met zijn hond de bossen heb zien intrekken, en dat ik heel goed weet dat hij ons dan niet wilde meenemen omdat hij zijn top-truffelplekjes geheim wil houden, want zo gaat dat in truffelland. Maar kijk, na een kwartiertje zoeken in de garrigue vinden we onze eerste truffel, een mooi exemplaar ter grootte van een kastanje. Marius vindt hem al een ietsje te rijp en stopt hem zonder veel woorden Luc toe. Die is in zijn nopjes en steekt de truffel, alsof hij een klompje goud heeft gekregen, voorzichtig in zijn broekzak. Wat verder komen we op een plek waar de grond onder de eiken helemaal is omgewoeld.
“De rotzakken zijn langs geweest”, sakkert Marius.
Ik weet dat hij het over everzwijnen heeft. Er zijn er steeds meer en met hun gevoelige reukzin bieden ze hem stevige concurrentie.
“Als ik met die ene hand mijn jachtvergunning niet was kwijtgespeeld, dan schoot ik ze allemaal zelf af”, gromt hij.

Toch vinden we nog vijf mooie truffels voor het donker begint te worden. Bij zijn auto aangekomen, haalt Marius een weegschaaltje uit de koffer en port Luc aan: “Zestig euro en ze zijn van jou.” Luc durft natuurlijk niet te weigeren en koopt de truffels. Thuis lachen we om Marius’ sjachertalent en ik geef Luc nog wat truffelrecepten mee. Als Greetje en Luc een weekje later terug naar België vertrekken, komen ze nog nog eventjes goeiedag zeggen. Als ons tochtje met Marius ter sprake komt, lacht Luc: “Ja, dat was fantastisch, maar de eerstvolgende maanden kan ik geen truffels meer zien.”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)