Koen

Comme chez Koen: “‘Ik kreeg een klacht over u’, zegt de burgemeester. ‘Over u en uw monsterachtig beest’”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Ik zag tijdens het journaal nog maar eens een reportage over wandelgrage Vlamingen die in het weekend massaal de natuur in trekken. Elke keer weer zie je tijdens zo’n nieuwsitem hetzelfde stramien: eerst zoomt de camera in op massa’s geparkeerde auto’s die de straten rondom het stukje wandelnatuur blokkeren, het volgende beeld toont duizenden wandelaars die bospaden omtoveren tot natuurautostrades. De media kunnen duidelijk niet genoeg benadrukken dat gezonde buitenlucht schaars is in België.

Op zo’n momenten ben ik blij dat we hier gewoon de deur achter ons moeten dichttrekken om meteen in het bos te staan, waar we tijdens een twee uur durende wandeling meestal helemaal niemand tegenkomen. Het is hier zelfs zo uitgestorven dat, als ik er eens in mijn eentje op uit trek, ik van Ilse ab-so-luut mijn gsm met de locatie-app moet meenemen, zodat ik toch gevonden zou kunnen worden in geval van een of ander malheur.

“Wat verwacht je dat er kan gebeuren?”, grap ik dan. “Verscheurd worden door een groep hongerige everzwijnen? Of erger nog: in de pot belanden van een nog niet ontdekte stam die diep in het woud woont?”

“Lach maar,” zegt Ilse, “tot er je echt eens iets overkomt.”

“Dan heb ik altijd Bébé nog”, zeg ik vastberaden, want zodra de dorpshond het geknars van onze poort hoort, loopt hij binnen de paar minuten al met mij mee. Je vraagt je af wat voor plezier zo’n dier, dat toch de hele dag losloopt in het dorp, eraan heeft om mee te gaan wandelen, maar toch is hij telkens door het dolle heen als hij met mij mee het bos in mag.

Het nadeel is natuurlijk dat, als we per uitzondering toch eens andere wandelaars tegenkomen, de hond superenthousiast opspringt. En als hij op zijn achterpoten gaat staan, is Bébé makkelijk even groot als een volwassen mens…

Daar sta je dan, met een hond die niet van jou is en die ook helemaal niet naar je luistert. De mensen schreeuwen je toe dat je hem moet terugroepen en dat zo’n beest aan de lijn hoort. En als ze de factuur van de stomerij krijgen, mag je ze alvast betalen!

Dan kun je nog zoveel keer je schouders ophalen en zeggen dat je met die hond niks te maken hebt: niemand die het gelooft.

Wanneer de bestelwagen van de rijdende bakker luid claxonnerend beneden in het dorp staat, loop ik langs ons straatje naar beneden om wat stokbroden. Aan de bakkerswagen staat samen met de rest van het dorp ook de burgemeester te wachten.

“Ik heb een klacht over u gehad”, lacht hij als hij mij ziet. “Die nieuwelingen die onlangs de oude molen gekocht hebben, kwamen klagen dat er ‘een Belg’ door de bossen dwaalt met een monsterachtig beest, dat hij niet aan de leiband wil houden.”

“En wat heeft u hen geantwoord?”

“Dat ik het er met u over zou hebben”, klinkt het verrassend.

“Maar u weet toch…”, zeg ik met open mond.

De burgemeester begint te lachen. “Natuurlijk, maar probeer de ingewikkelde situatie van onze dorpshond maar eens aan die nieuwelingen uit te leggen. Ze zullen op termijn wel leren hoe de vork aan de steel zit.”

“En tot dan moet ik maar voor zondebok spelen?”, vraag ik lichtjes gepikeerd. “Denkt u dat het voor mij een pretje is om voortdurend door Bébé gestalkt te worden?”

De burgemeester kijkt om zich heen en fluistert: “Sowieso lost het probleem zich binnenkort zelf op.”

Ik kijk hem vragend aan.

“De gemeenteraad heeft beslist dat we definitief komaf gaan maken met loslopende honden in het dorp, want vroeg of laat gebeuren er ongelukken. En sowieso houden de meeste eigenaars hun hond goed bij en gaat het maar om enkele keikoppen die geen rekening willen houden met de andere mensen in het dorp.” Hij kijkt veelzeggend naar het erf van Bébés baas, waarvan even verderop de poort wagenwijd openstaat. “Wie nu nog hardleers blijft, kan zijn hond in het asiel gaan ophalen.”

Ik knik begripvol, maar als ik met mijn stokbroden weer naar boven ga, begin ik het witte monster dat mij zo vaak begeleidt al te missen. Een mens zou er nog bijna zelf een hond van gaan kopen.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."