Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Caroline Pauwels gefotografeerd door Tjorven Boucher

Caroline Pauwels overleden: dit inspirerende gesprek had Libelle vorig jaar nog met haar

Door Herte De Cleyn

Caroline Pauwels (1964-2022) was véél: rector van de Vrije Universiteit Brussel, hoogleraar communicatiewetenschappen (tevens aan de VUB), schrijfster, mama van twee kinderen én voorvechter van een mooiere wereld. Maar ze was vooral een echte optimist, ondanks de tegenslagen in haar leven. Vorig jaar had Libelle nog een inspirerend interview met haar.

Geen wonder dat Caroline Pauwels in 2021 het Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap –dat personen huldigt voor hun uitzonderlijke talenten en bijdrage tot het positieve imago en de uitstraling van Vlaanderen – mocht ontvangen. Ondanks haar ziekte – ze kreeg de diagnose maag- en slokdarmkanker waaraan ze uiteindelijk ook overleed – bleef ze zich enthousiast inzetten voor haar studenten en voor een betere wereld. In 2021 hadden we nog het voorrecht Caroline Pauwels te interviewen over hoe zij het leven bekeek: van de zonnige kant.

Caroline Pauwels openhartig

Je positieve uitstraling valt altijd op. Heb je dat optimisme met de paplepel meegekregen?

Caroline Pauwels: “Ik denk het wel. Er zijn in onze familie best wel wat verdrietige dingen gebeurd, maar telkens rapen we onszelf weer bij elkaar en zeggen we: ‘Kom, we doen voort’. Ik herinner me dat we op school eens moesten opschrijven wat we van onze klasgenoten vonden en bij mij had iemand geschreven: ‘Caroline leeft als God in Frankrijk’. En eigenlijk klopt dat nog altijd.

Ik fiets door de dag, leef heel graag, heb altijd goesting om dingen te doen. Al kan ik me soms ook verdrietig voelen, hoor. Over hoe slecht het met onze planeet gaat, bijvoorbeeld. Maar door de band genomen lijk ik heel hard op mijn meter, die ging ook lachend door het leven. Ik geloof dat humor moeilijke momenten lichter kan maken. Of dat nu in een vergadering is waarin harde beslissingen genomen moeten worden, of wanneer het leven je raakt.”

“Toen ik in Zuid-Afrika was, omschreven de mensen mij daar zo: ‘Ze komt binnen met een fonkel in die oog en een huppel in die stap’. Mooi, toch?”

Een van de thema’s van Theater aan Zee 2021, waar je curator van was, was zorgeloosheid. Lukt het jou om zonder zorgen te leven?

“Echt zorgeloos leven is onmogelijk, denk ik. Kleine zorgen kun je snel oplossen, maar dan zijn er natuurlijk ook de grote zorgen. Dat ik ziek ben, bijvoorbeeld. Maar ik heb iets frivools in mijn karakter, waardoor ik me toch vrij zorgeloos voel. Toen ik in Zuid-Afrika was, omschreven de mensen mij daar zo: ‘Ze komt binnen met een fonkel in die oog en een huppel in die stap’. Mooi, toch? Ik heb veel oog voor de kleine, plezante dingen die elke dag gebeuren.

Toen ik afgelopen zomer met een vriendin over de dijk van Oostende liep, merkten we daar een papa op die de gocart met zijn zoontje per ongeluk tegen een pilaar van de Thermae Palace-gaanderij geduwd had. Een accident, maar dat jongetje begon zó hard te lachen, dat mijn vriendin en ik spontaan mee begonnen te lachen. We hebben ook even met die vader gesproken. De dag nadien kreeg ik een mail van hem: hij bleek prof te zijn aan de universiteit van Gent én had net als ik geschreven over verwondering. Zo’n toevallige, wonderlijke ontmoetingen kunnen mijn week echt maken.

Niet perfect is ook goed

Caroline Pauwels
Caroline Pauwels gefotografeerd door Tjorven Boucher

Ons optimisme werd tijdens de voorbije coronaperiode wel flink op de proef gesteld.

Caroline Pauwels: “Ja, ik heb het gevoel dat onze emoties een beetje afgestompt zijn door die hele periode. Je kon het verdriet dat je voelde nauwelijks delen. En verdriet, dat was er. Zoveel mensen hebben iemand of iets – hun job bijvoorbeeld – verloren, maar konden dat door de afstandsregels nauwelijks kwijt aan iemand. Ik denk dat dat emotionele gaten in ons geslagen heeft. Mijn meter is gestorven tijdens de eerste lockdown, maar pas de voorbije zomer hebben we in familiekring afscheid van haar kunnen nemen. Tijdens de dienst voelde ik hoe hard ik naar zo’n gezamenlijk moment had zitten snakken.”

“Tijdens corona ergerde ik me aan de focus op de ‘ontsporingen’ van onze jeugd, ik vond de studenten net heel respectvol”

Onze jeugd werd vaak scheef bekeken, omdat ze zich zogezegd niet aan de coronaregels hielden. Hoe kijk jij daar, als rector, naar?

“Het heeft me wel geërgerd, de focus op de ‘ontsporingen’ van de jeugd in de media. Dat is zeker nieuws, maar ondertussen zaten de meeste jongeren wel thuis, uit schrik dat ze hun grootouders zouden besmetten. Ik vond dat de studenten net enorm respectvol en verantwoordelijk waren. Sommigen zullen dat ‘braaf’ noemen, maar ach, het is ook nooit goed. Dan zijn ze te braaf, dan weer te ambetant of te verwend… Zo zag ik het helemaal niet. Wij hebben de VUB juist zo goed kunnen besturen dankzij de studenten, omdat ze problemen opmerkten en oplossingen aanreikten die wij als volwassenen of oudgedienden niet zagen.”

Je bent als vrouwelijke rector een uitzondering. Voel jij je een voorbeeld voor andere vrouwen?

“Als vrouw in een topfunctie vind ik het belangrijk dat ik mijn stem wat vaker laat horen. Ik merk dat veel vrouwen die stap niet zetten, terwijl dat nog altijd broodnodig is. Ik wil ook tonen dat mijn leven zeker niet perfect is. Mijn kinderen heb ik alleen opgevoed. Dat was soms zwaar, maar ik stond er ook niet dagelijks bij stil of ik het wel perfect deed. De kinderen aten bijvoorbeeld heel laat en lagen pas drie à vier uur na de gebruikelijke bedtijd in bed. Het was ook niet altijd simpel, natuurlijk: een carrière uitbouwen, moeder zijn én mijn sociale leven draaiende houden. Ik ben dus nooit een rolmodel geweest, in de zin dat ik alles onder controle had. Ik zag mijn kinderen graag, maar wist ook: alleen maar het moederschap, daar ga ik niet happy van worden. Dat hebben zij gelukkig altijd begrepen.”

Ode aan het optimisme

In je boek ‘Ode aan de verwondering’ schrijf je: ‘Leer jezelf kennen’. Hoe goed ken jij jezelf ondertussen?

Caroline Pauwels: “Behoorlijk, al oefen ik nog elke dag.” (lacht)

“Negatieve kritiek laat ik makkelijker van me afglijden. Er is altijd wel iemand die zeurt, daar verspil ik mijn tijd niet meer aan”

Helpt de blik van andere mensen om jezelf beter te leren kennen?

“Ja, ik kan soms heel verwonderd zijn als iemand me vertelt wat ze van me vinden. Toen ik als kind op de tennisclub zat, vonden sommige mensen me nogal pretentieus, terwijl ik gewoon heel timide ben. Als ik de tennisclub binnenkwam, durfde ik niemand goeiedag te zeggen. Aan die schuchterheid heb ik proberen te werken. Al heb ik ook geleerd om negatieve kritiek makkelijker van me te laten afglijden. Er is altijd wel iemand die zeurt, maar daar verspil ik mijn tijd niet meer aan.”

Heeft dat je-m’en-foutisme ook met je kankerdiagnose te maken?

“Ik denk dat het daardoor nog meer scherpgesteld is. Mensen die elkaar de duvel aandoen, daar heb ik weinig mee. Mensen die positief zijn, díé zoek ik graag op. Niet omdat ze zorgeloos zijn, maar omdat ze anders met zorgen omgaan.”

Je schrijft in je boek dat het moeilijker is om verwonderd te zijn als je ziek of zwaarmoedig bent. Merk je dat zelf ook nu?

“Het is misschien een grotere opdracht, maar ook naar mijn ziekte probeer ik met verwondering te kijken. Naar wat de dokters allemaal kunnen vandaag, bijvoorbeeld. Of naar de verpleegsters aan mijn bed, en hun onverzettelijke optimisme. Maar natuurlijk sta ik, door mijn ziekte, ook vaker stil bij de eindigheid van het leven.”

“Ik probeer met verwondering te kijken, zelfs naar mijn ziekte. Naar wat dokters allemaal kunnen vandaag, bijvoorbeeld”

Ben je daar bang voor?

“Ik ben nog niet echt bang geweest, omdat die angst me alleen maar kan verlammen. Ik zie net scherper wat belangrijk voor me is, krijg zoveel liefde en vriendschap van mijn omgeving… Weet je, eigenlijk ben ik me altijd al bewust geweest van de eindigheid der dingen. Mijn motto is: ‘Wacht niet tot na je pensioen, maar geniet nú van het leven’. Mijn kinderen vinden het bijvoorbeeld grappig hoe hard ik kan uitkijken naar verjaardagen en Kerstmis. Maar ik vier het leven gewoon zo graag. Als het dan morgen gedaan is, heb ik tenminste een prachtig souvenir.”

Ik kan me voorstellen dat je kinderen je eerste bezorgdheid zijn als je zo’n diagnose krijgt.

“Absoluut, dat is het eerste waar je aan denkt: je kinderen en je familie. Mijn moeder reageerde nochtans nuchter: ‘Oké, Caroline, maar nu moet je verder. En op tijd gaan slapen, hé!’ (stil) Ik heb al veel gehuild om mijn ziekte, vooral als ik alleen ben. Ik maakte me vooral zorgen om mijn dochter, Anna Violette. Van mijn zoon Emil heb ik het gevoel dat hij al op de juiste rails zit, maar Anna Violette… Ze is nog volop haar weg in het leven aan het zoeken. Of ik denk aan de kleinkinderen die ik misschien nooit ga kennen. Dat zijn heel moeilijke gedachten, maar dat verdriet, of die zwarte gedachten, moet je af en toe ook gewoon toelaten.”

“Mijn motto is: ‘Wacht niet tot na je pensioen, maar geniet nú van het leven.’ Als het dan morgen gedaan is, heb je tenminste een prachtig souvenir”

Gezellig rond de tafel

Caroline Pauwels
Caroline Pauwels gefotografeerd door Tjorven Boucher

Binnenkort ligt je boek ‘Ronduit’ in de winkel. Waar gaat het over?

Caroline Pauwels: “In mijn nieuwe boek maak ik cirkels, omdat ik dat zo’n mooie metafoor vind. De eerste cirkel ben ik, dan volgen mijn familie, mijn vrienden, mijn collega’s, mijn werk… Zo deinen die cirkels almaar uit en raken ze elkaar. Ik schrijf ook hoe het leven meandert en wat daarbij echt belangrijk is. Dat is voor iedereen anders. Met mijn eerste loon heb ik bijvoorbeeld een lange eettafel gekocht, omdat ik gezellig rond de tafel zitten met de mensen die ik graag zie zo belangrijk vind. En misschien, heel misschien, heb ik het ook geschreven om een periode voor mezelf af te ronden.”

Op je website zag ik dat je veel belang hecht aan omkijken en introspectie. Wat zie je, als je omkijkt?

“Dat het leven onvoorspelbaar is. Maar ik probeer vooral aan looking back to look forward te doen. Aan het einde van het jaar ga ik onder de kerstboom liggen en overloop ik het voorbije jaar. En stel me vooral de vraag: ben ik blij met de dingen die ik doe en die ik gedaan heb? Als ik dat niet ben, dan weet ik dat ik zaken volgend jaar anders zal aanpakken. Zo ben ik dan ook weer: ik moet altijd even achteromkijken om vooruit te gaan.”

Uit: Libelle 40/2021 • Tekst: Herte De Cleyn • Foto’s: Tjorven Boucher

Lees ook deze interessante interviews:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!