Mijn verhaal: Nicole (59) heeft een poetsobsessie

Mijn verhaal: Nicole (59) heeft een poetsobsessie

Bevrijd, zo voelt Nicole zich na een grondige schoonmaakbeurt. “Soms stopte ik pas om 2 uur ‘s nachts met poetsen. En keek ik alweer uit naar de wekker die om 6 uur afliep, zodat ik opnieuw kon beginnen.”

Nicole (59): “Al sinds mijn veertiende beheerst schoonmaken mijn leven. Het begon met mijn slaapkamer. Die wilde ik elke dag brandschoon. Mijn moeder zei toen al dat ik aan de ‘kuisziekte’ lijd. Maar dat deerde me niet, ik genoot immens van het opgeluchte gevoel dat poetsen me gaf.

Poetsen werd pas echt een obsessie toen ik alleen ging wonen. Plots had ik een volledig huis voor mij alleen om proper te houden. Het leek wel of ik de Lotto had gewonnen! Ik werkte fulltime en was net bevallen van mijn dochter, maar mijn huis elke dag kraaknet houden, was een fluitje van een cent. Mijn dagelijkse routine startte om zes uur in de ochtend. Ik sprong uit bed en begon met afstoffen, tapijten uitkloppen, stofzuigen en het toilet poetsen. Ontbijten deed ik niet, daar had ik geen tijd voor. Als mijn werkdag erop zat, dagdroomde ik op de weg naar huis al van mijn poetsgerief en ging ik het rijtje af van wat ik nog allemaal kon schoonmaken. De badkamer werd van boven tot beneden opgeblonken en ook de twee slaapkamers keerde ik binnenstebuiten. Alle kleerkasten werden leeggehaald en afgekuist. Daarna nog een laatste checkup-ronde zodat elk pluisje en elke vingerafdruk verdwenen waren. Pas dan daalde een zalige rust over mij neer en kon ik opgelucht ademhalen. Mijn dagroutine eindigde rond 2 uur ’s nachts. En keek ik alweer uit naar de wekker die om 6 uur afliep.

Elke week was ik zo’n vijftig uren aan poetsen. Telkens volgens hetzelfde schema, waar ik geen centimeter van afweek. Meer dan eens belde ik afspraken af omdat ik vond dat mijn huis er nog te vuil bij lag. Ook dat koffietje met een vriendin kon altijd wachten. Mijn moeder en dochter begrepen het niet: ‘Waar ligt het vuil, dan?’, vroegen ze. Diep vanbinnen wist ik dat ze gelijk hadden, maar ik zag overal wel iets. Mijn dochter had het moeilijk toen ze nog thuis woonde, maar ze liet me doen. En ik probeerde ervoor te zorgen dat ze zo weinig mogelijk last had van mijn poetsmanie. Ik werd zelden kwaad als ze iets vuil maakte, maar kuiste in stilte zo snel mogelijk alles achter haar op. Nu ze volwassen is, heeft ze het zelf ook graag proper. Al zal ze nooit zo overdrijven als ik.

“Na elk bezoek ben ik blij dat ik weer alleen ben. De stoelen, het toilet,… ik móét ze meteen poetsen”

Mijn ex en ik scheidden toen onze dochter vier was en ik heb, gelukkig, al jaren geen man meer. Al was mijn poetsobsessie niet de reden van onze breuk, ik besef dat er niemand op die manier met mij kan samenleven. Een vingerafdruk bezorgt me vanbinnen een kleine woedeuitbarsting. Het bepaalt mijn humeur volledig. Ook als ik bezoek gehad heb, ben ik stiekem blij dat ik weer alleen ben. Dan was ik onmiddellijk de stoelen af en poets ik het toilet. Ik weet dat het overdreven is, maar ik kan het niet helpen.

Ik heb enkele keren geprobeerd om op hotel te gaan, maar telkens vond ik de kamer maar niets. Ik vond de badkuip te vuil, of de lakens te vies. Dus ging ik jarenlang naar het huis van een goede vriend in Spanje om jawel… te poetsen. Voor mijn vertrek poetste ik de hele nacht mijn eigen huis. Slapen deed ik wel op het vliegtuig. En in Spanje maakte ik minimum vier uur per dag het huis schoon. Voor mij was dat pure vakantie. Ik voelde mij er opperbest.

Maar vorig jaar brak mijn hart. Door een longziekte kan ik plots geen zware poetswerken meer doen. Dweilen, ramen lappen, plafonds schoonmaken, het kan allemaal niet meer. Het voelt alsof een stuk van mijn leven bruut werd weggerukt. Ik, de eeuwige spring-in-’t-veld, kan geen emmer water meer dragen. Ik heb te veel kapotte longblaasjes en mijn longen nemen onvoldoende zuurstof op. De minste inspanning is een uitputtingsslag. Nu schiet er een steek van jaloezie door mij heen als ik de buurvrouw haar terras zie schrobben. ‘Stond ik daar maar met een schuurborstel en een heerlijk geurend sopje’, denk ik dan. Ik stof nog steeds af, maar een vriend neemt de zwaardere taken van mij over. Hij weet hoe belangrijk een proper huis voor mij is.

De leegte die mijn longziekte met zich heeft meegebracht, is niet meer op te vullen. Nu zit ik drie dagen per week in het ziekenhuis voor revalidatie. Dan voel ik mij gefrustreerd. Ziekenhuizen mogen dan wel steriel zijn, voor mij zijn ze vuil. Ik zie overal wel iets dat properder kan. Poetsen beheerst dus ondanks alles nog steeds mijn leven. Thuis zoek ik nu kleine dingen, zoals goudwerk, die ik kan opblinken en schoonmaken. Eerlijk gezegd denk ik dat de obsessie nooit zal verdwijnen, tenzij ik hulp zoek. Soms vraag ik me af wat er met mij scheelt, maar dan denk ik er meteen bij dat ik het nooit anders zou willen. Ik doe het zo graag, en ik doe er toch niemand kwaad mee?”

Uit: Libelle 45/2018 – Coverbeeld: Getty Images

Lees ook deze verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)