De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
© Getty Images

Openhartig: Els en Jan vertellen hoe het is om te leven zonder smaken en geuren 

Door Diny Thomas

Eén van de vaak gehoorde symptomen van covid, is niks meer ruiken of proeven. En dat is een kwaal die niet te onderschatten is. Els en Jan vertellen over de grote impact op hun leven.

“Een lekker pakje friet, de geur van je vrouw… Het maakt het leven zoveel rijker. Écht genieten lukt niet meer”

Els ruikt en proeft niets meer sinds ze besmet raakte met het coronavirus

Els (52): “Ze zeggen dat je pas weet wat je mist als je het kwijt bent, maar dat klopt niet helemaal. Ik kan me de typische zomergeur van regen die op snikheet asfalt klettert, gewoon niet meer herinneren. Ook de zoete, zachte smaak van verse kreeft is mij totaal onbekend. Vreselijk is dat, want het zijn geuren en smaken die een mensenleven zoveel rijker maken, en die ik misschien wel voorgoed kwijt ben.

Het was op een woensdagochtend midden maart dat ik ’s morgens wakker werd in een slaapkamer die niet als de mijne voelde. Ik miste de muffe slaapgeur, de ochtendadem van mijn man die langs me lag te slapen. Eerst dacht ik nog dat ik niets meer rook door die hardnekkige verkoudheid die ik een week eerder had opgelopen, maar toen ook mijn kopje koffie helemaal geen smaak meer had, sloeg de angst me om het hart. Een dag eerder was een oud vrouwtje bezweken aan het coronavirus. Zou dat vieze beestje ook mij te pakken hebben gekregen? Mijn man suste me. Geef het wat tijd, het komt wel terug. De dagen nadien snuffelde ik aan alles wat op mijn pad kwam: badhanddoeken, zeep, javel, de kruiden in mijn keuken, mijn bruine labrador Luna die net uit de regen kwam. Maar zelfs de geur van een natte hond was nergens te bespeuren. Intussen had ik ook zowat alle symptomen van corona gehad. Kortademigheid, koorts, een droge hoest, huiduitslag. Omdat het hele land in lockdown was, wilde geen enkele arts me zien. Tien weken heeft het geduurd vooraleer ik al mijn moed bijeen had geraapt om bij een professor in het dorp aan te bellen. Wanhopig op zoek naar hulp. Enkele dagen later kon ik terecht in een Brussels ziekenhuis, waar ze me volledig binnenstebuiten hebben gekeerd. Ze hebben me dan ineens getest op covid. Maar ik was negatief, en ik had ook geen antistoffen in mijn lichaam. Toch waren de dokters het unaniem eens: het coronavirus had me te stekken gehad.

Te veel pilipili

Na vijftien weken serieus ziek geweest te zijn, ging het stilaan beter. Ik had geen koorts meer, de huiduitslag verdween en ik kreeg met de dag meer energie. Alleen geuren en smaken bleven weg. Een van de professors in Brussel had me aangeraden om mijn neus te prikkelen met allerlei kruiden. Ik heb wel honderd keer aan potjes vol peterselie, basilicum en munt zitten snuiven. Tot grote ergernis van mijn man. “De keuken lijkt wel een revalidatiecentrum”, zei hij dan. Na een tijdje heb ik alles in de vuilnisbak gekieperd, omdat het toch niet hielp. Ik wist dat het een jaar kon duren, maar mijn geduld was op.

“Ik heb wel honderd keer aan potjes vol peterselie, basilicum en munt zitten snuiven. Na een tijdje heb ik alles in de vuilnisbak gekieperd, omdat het toch niet hielp”

Het was heel moeilijk om te accepteren dat ik niet meer kon ruiken of proeven. Vooral het besef dat geuren en smaken je hele doen en laten bepalen en dat je zónder een stuk afhankelijker bent, kwam hard binnen. Ik herinner me nog goed dat mijn dochter op een avond langskwam en al van aan de deur riep: “Amai, dat stinkt hier”. Eerder die dag had ik witte kool klaargemaakt en terwijl dat in de oven stond, had ik me in de zetel genesteld met een goed boek. Natuurlijk was ik de tijd uit het oog verloren, en was ik vergeten dat ik niet meer op mijn neus kon rekenen. Aangebrand! Achteraf hebben we er goed om kunnen lachen, maar tegelijk beseften we dat het ook helemaal anders had kunnen aflopen. Wat als mijn dochter niet was binnengekomen? Mijn huis had kunnen afbranden. Niets ruiken is niet alleen vervelend, maar ook levensgevaarlijk.

Eigenlijk was het vooral een kwestie van nieuwe gewoontes kweken. Maar dat is niet simpel als je de vijftig gepasseerd bent, en vastgeroest zit in je routines. Plots moest ik al mijn potten en pannen op het vuur in ’t oog houden, en werd mijn man noodgedwongen gepromoveerd tot voorproever. Het gebeurde meer dan eens dat het vlees niet genoeg gekruid was, of erger: dat ik iets te veel pilipili in de soep had gedaan en het zweet van ons voorhoofd liep aan tafel. (lacht) Maar ook mijn badkamergewoontes moesten grondig herzien worden. In het begin was ik misschien wat te kwistig met deodorant en parfum. Ik vroeg doorheen de dag geregeld aan mijn man of het tijd was om te douchen, om zeker te zijn dat ik nog fris rook. Ongelooflijk dat geur- en smaakverlies een mens zo onzeker kunnen maken.

Minder sterke emoties

Het is ook onvoorstelbaar hoeveel mooier en intenser geuren en smaken je leven maken. Vroeger deden we steevast een scheutje lavendel in de jacuzzi. Puur genieten was dat. Het was dat prikkelende gevoel in mijn neus wat zo’n avond helemaal compleet maakte. Zonder vind ik er eerlijk gezegd niets meer aan. Net zoals ik niet meer kan genieten van die typische dennengeur die je neus binnendringt als je op de top van de Botrange staat. Vroeger sloot ik mijn ogen en ademde ik diep in en uit om alles in me op te nemen, maar nu heb ik het na één blik wel gezien. Het lijkt alsof mijn emoties geen hoogtepunt meer bereiken. Dat ik wel nog enthousiast kan zijn, maar niet meer extatisch. Dat ik me nog wel kan ontspannen, maar niet meer volledig kan overgeven.

“Jij moet niets hebben hé, je proeft dat toch niet”, krijg ik dan te horen. Alsof ik plots geen recht meer heb op een glas wijn of een etentje”

Je leert er wel mee leven, maar het onbegrip van de buitenwereld blijft moeilijk. Afgelopen zomer zat ik op het terras bij vrienden, en op het moment dat ze mijn glas wilden vullen met hun dure wijn, zeiden ze doodleuk: “Jij moet niets hebben hé, je proeft dat toch niet.” Zelfs mijn man vond het zinloos om met z’n tweetjes op restaurant te gaan. Weggesmeten geld. Alsof ik plots geen recht meer heb op een glas wijn of een chic diner. Uiteraard neem ik hen niets kwalijk, want zij weten niet wat het is. Maar ik wil niet elke keer opnieuw geconfronteerd worden met het gemis. Want dat is wat het is. En nee, de geuren en smaken van rode wijn of een werelds gerecht doen me niets, maar de beleving des te meer. Een namiddag op het terras bij vrienden zou nooit hetzelfde zijn zónder dat ene glaasje wijn. En wie houdt er nu niet van om eens een avondje níet te moeten koken?

Intussen ga ik al meer dan elf maanden zonder geuren en smaken door het leven. Toch zo goed als, want soms ruik of proef ik wél iets, maar helemaal verkeerd. Een tomaat smaakt tegenwoordig naar zeepsop, en spaghettislierten lijken wel van plastic. Een tijdje geleden was ik in de velden aan het wandelen met een vriendin, en dacht ik een zacht parfum te ruiken. Dat bleek een indringende mestgeur te zijn. (lacht) Dat is het grote voordeel: van vieze geurtjes heb ik geen last meer. Misschien nog leuker: ik ben intussen ook al zeventien kilo kwijt. Ik heb geen onweerstaanbare drang meer naar chocolade of chips en mijn porties zijn een stuk kleiner. Net genoeg om de honger te stillen. Dat is dan weer wel meegenomen.”

Jan verloor zijn smaak- en reukzin na een slag op het hoofd

Jan (51): “Ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Het was op een zaterdagnacht in januari, zeven jaar geleden, dat ik met de mannen een stapje in de wereld zette. Mijn neef was voor het eerst papa geworden, en dat moest gevierd worden. Op weg naar huis, in het midden van de stad, passeerden we een groepje jongeren. Zonder één woord gewisseld te hebben, kreeg ik een klap tegen mijn voorhoofd en werd het zwart voor mijn ogen. Pas drie dagen later werd ik terug wakker, met een barst in mijn schedel en een hersenbloeding. De schade zat vooral vooraan, daar waar de klap het grootste was. Al snel werd duidelijk dat ik nooit meer de oude ging worden. Terwijl ik voordien nooit mijn stem verhief, schoot ik voor het minste uit mijn krammen. Ik kon ook niets meer ruiken of proeven, en geen enkele dokter die me kon vertellen of dat ooit nog zou terugkomen, wat voor nog meer frustratie zorgde.

Als ik eerlijk ben, zag ik in het begin vooral af van de woede-uitbarstingen. Pas toen de medicatie op punt stond en de rust weer terugkeerde, drong het pas echt tot me door dat ik zonder geuren en smaken verder moest. De weken die volgden, waren lastiger dan ik had gedacht. Ik rouwde om mijn mazoutje dat nooit nog hetzelfde zou smaken, om de frietjes met mayonaise die nooit meer zouden proeven naar het weekend, om de lievelingsparfum van mijn vrouw waarvan ik het elke keer warm kreeg vanbinnen. Het voelde alsof ik alles wat zo vertrouwd was, van de ene dag op de andere moest afgeven. Maar ik wist ook dat ik niet eeuwig kon treuren om wat ik kwijt was, maar vooral blij moest zijn met het beetje smaak dat ik wél nog had. Als Mich me een stronkje witloof voorschotelde, proefde ik nog altijd de bittere smaak. Was ze wat te kwistig geweest met de chilipoeder, brak het zweet me nog altijd uit. (lacht) Zelfs kikkererwten, wat ik vroeger helemaal niet graag had, laat ik nog steeds links liggen. Er was een reden waarom ik dat niet lustte, toch?

Niet klagen

Net als een blinde meer vertrouwt op zijn oren, vertrouw ik nu op mijn ogen. Al zijn ze niet altijd een waardige vervanger voor mijn neus en smaakpapillen. Zo heb ik eens een hele pizza naar binnen gespeeld, met bedorven kip. Of zure soep die nog in de koelkast stond. Een tijdje geleden stond ik onder de douche, en kwam Mich plots de badkamer binnen. Onmiddellijk zwierde ze de ramen open en draaide ze de kraan toe. “Het stinkt hier naar gas!” En inderdaad, we zaten met een gaslek. Zonder mijn vrouw had ik het nooit geweten, en zou ik waarschijnlijk enkele minuten later in elkaar gestuikt zijn… Dan besef je hoe kwetsbaar je eigenlijk wel niet bent zonder geuren en smaken.

“ ‘Het stinkt hier naar gas!’ riep mijn vrouw. Zonder haar zou ik dat gaslek niet opgemerkt hebben. Plots besefte ik hoe kwetsbaar ik was”

Na zeven jaar heb ik het gelukkig wel een plaats kunnen geven. Natuurlijk is het ontzettend jammer dat ik veel moet missen van de wereld. De geur van het gras dat de voetballers die ik coach elke keer aan flarden trappen, de smaak van een lekker stoofpotje met versgebakken frietjes. Maar het is niet anders. Ik mag nog van geluk spreken dat smaak- en reukverlies zowat het enige is wat ik heb overgehouden aan die nacht. Een oude kameraad die net als ik een hersenbloeding heeft gehad, mag niet meer autorijden. En als hij iets vertelt, is dat op een en dezelfde toon. Dan heb ik niets om over te klagen, denk ik.

Wat me soms wel zorgen baart, is dat het zo onzichtbaar is. Een blinde man help je zonder pardon de straat over, een vrouw in een rolstoel geef je een zetje om op de trein te stappen. Maar wat als er brand uitbreekt en iedereen zich snel uit de voeten maakt, omdat ze niet wéten dat ik niets ruik? Soms heb ik het gevoel dat het vooral vervelend is voor anderen dat ik niets ruik of proef. Zo wilde ik voor kerst mijn dochter haar favoriete parfum cadeau doen. Ik was de winkel nog niet binnen of de verkoopster haalde al een tiental flesjes van het schap. Ik had twee keuzes: het spel meespelen, of eerlijk zijn. Dat is toch altijd een strijd van enkele seconden. Je wilt niemand kwetsen, maar ook niet liegen. Misschien denk ik er gewoon te veel over na, want toen ik de verkoopster vertelde dat ik niets ruik en mijn dochters lievelingsparfum kwam halen, nam ze meteen het juiste flesje en maakte ze er een prachtig cadeau van. Ze wenste me nog een prettige dag en zette alles wat ze had klaargezet weer netjes terug.”

Als tomaten naar zeepsop smaken

Marnick Clijsters studeerde af als huisarts en doctoreert momenteel aan de KU Leuven, waar hij onderzoek doet naar geurstoornissen. 

Reuk- en smaakverlies komen door corona nu vaker onder de aandacht. Hoe kan het toch dat je plots niets meer ruikt en proeft?

“Iedereen die ooit al zwaar verkouden is geweest of een luchtweginfectie heeft gehad, heeft ongetwijfeld enkele dagen minder of zelfs niets kunnen ruiken. Dat komt omdat (een deel) van de neus verstopt is en de geurstoffen niet tot aan het reukorgaan geraken. Maar het kan ook zijn dat het reukorgaan of het zenuwstelsel, daar waar de geuren verwerkt worden, geraakt is. Dat is soms het geval na een schedeltrauma. Voor het reukverlies bij corona blijft het voorlopig gissen naar een verklaring. Ofwel brengt het virus schade aan het reukslijmvlies hoog in de neus, maar het kan ook dat het signaal tussen het slijmvlies en de reukzenuw verstoord is. Dat zal verder onderzoek nog moeten uitwijzen.

Smaakverlies heeft, in tegenstelling tot wat iedereen denkt, weinig met de tong te maken. Het is wel zo dat de smaakpapillen op je tong zoet van zuur, zout, bitter en umami (vlees- of bouillonsmaak, red.) onderscheiden en je bubbels van champagne voelt prikkelen in je mond, maar de grootste smaakmaker zit in de neus: het reukorgaan. Dat bepaalt zeventig procent van de smaak. Valt dat weg, dan proef je een stuk minder. Probeer maar eens een gummibeertje te eten met je neus dichtgeknepen. Weg smaak!”

Kan het een blijvend probleem zijn?

“Absoluut. Geen enkele arts kan op voorhand zeggen of het reukverlies tijdelijk of permanent is. Het reuksysteem is neurogeen, wat wil zeggen dat het lange tijd nodig heeft om te herstellen. Sommigen kunnen na een week al terug ruiken, anderen pas na acht of tien maanden. Meestal geven we het een jaar de tijd. Is het dan niet beter, dan is het weinig waarschijnlijk dat de reuk ooit nog terugkomt. Het is dus nog even afwachten of het reuk- en smaakverlies bij coronapatiënten ook permanent kan zijn.”

Sommige patiënten ruiken of proeven constant een vieze geur of hebben last van smaakverandering. Hoe komt dat? 

“Voor de patiënt is het beangstigend als tomaten plots naar zeep smaken, of koffie naar petroleum. Maar voor een arts is dat alleen maar goed nieuws, want dat betekent dat het reuksysteem zich herstelt. Het is dan enkel nog een kwestie om de geuren en smaken juist te verwerken, maar ook dat normaliseert normaal gezien na een tijdje.”

Wat kun je zelf doen om te herstellen?

“Jammer genoeg bestaat er geen medicijn. Sommigen kunnen geholpen zijn met een reuktraining: regelmatig ruiken aan flesjes met aromatische oliën, zoals roos, munt en citroen, om geuren te leren herkennen. Baat het niet, dan schaadt het niet.”

Wat doet het met een mens, niet meer kunnen ruiken en proeven?

“Dat mag je niet onderschatten. Je verliest een zintuig dat je met de wereld verbindt. De smaak- en reukzin doen je niet alleen met volle goesting eten, maar ze waarschuwen je ook voor brandgevaar of een gaslek, om maar iets te noemen. Het kan je ook behoorlijk onzeker maken. Als je zelf niet weet of je fris ruikt of eerder naar zweet, maak je je continu zorgen. Dat is natuurlijk geen fijne manier van leven.”

Uit: Libelle 06/2021 – Tekst: Diny Thomas

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content