Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Openhartig: deze 4 lezeressen sloegen een andere weg in

Door De Redactie

Niets staat vast in het leven. Dat weten ook Lindsay, Evy, Aminata en Wendy. Hun toekomst kreeg een wending die ze niet hadden verwacht, en daar hebben ze geen spijt van.

Een nieuw begin

Lindsay was directrice van een woonzorgcentrum, tot ze vier jaar geleden haar eigen yogastudio opende

Lindsay (36): “Ik heb het altijd wat beter willen doen dan mijn ouders. Mama en papa hadden geen diploma, ze reden niet met een dure auto en een reis zat er al helemaal niet in. Begrijp me niet verkeerd, ik kwam nooit iets tekort, maar ik heb wel wat gemist als kind. Als je vriendinnen elke zomer naar hun vakantiehuis gaan in Frankrijk, dan steekt dat. Het motiveerde me om beter te doen.

Toen ik afstudeerde als verpleegkundige, ben ik me continu blijven bijscholen. Ik schopte het eerst tot zorgcoördinator en uiteindelijk tot directrice, om toch maar te kunnen zeggen: ‘Kijk mij eens!’ Uiteindelijk stond ik vier jaar aan het hoofd van het woonzorgcentrum in mijn dorp. Ik had een riant loon, een peperdure auto en een mooie titel. Ik had alles om gelukkig te zijn, en eerlijk, ik dacht ook dat ik gelukkig was, tot mijn huwelijk in 2018 uiteenspatte.

“Het was Kristof die me liet inzien dat ik al heel mijn leven een rol speelde”

Op dat moment stelde ik mijn hele leven in vraag: wie ben ik, en wat wil ik? Niet alleen als mama van twee tienerdochters, maar ook als directrice. Was ik wel gelukkig in het woonzorgcentrum? Zat ik misschien om de verkeerde redenen op die stoel? Vier jaar geleden ben ik naar het hoofdkantoor in Brussel gereden en heb ik mijn ontslag gegeven.

Het was Kristof, met wie ik inmiddels gelukkig getrouwd ben, die me liet inzien dat ik al heel mijn leven een rol speelde. Dat ik leefde naar de verwachtingen van anderen, en dat ik vergeten was wie de échte Lindsay was. Die hield van yoga en al jaren droomde van haar eigen studio. ‘Als dat is wat je wilt, dan moet je ervoor gaan.’ Dat was het duwtje dat ik nodig had om de stap te zetten.

Vandaag bestaat Heal Your Health, de yogastudio die ik samen met Kristof run, één jaar en de zaken gaan… goed. (lacht) Al was het wel met vallen en opstaan. Er waren momenten dat er veel volk over de vloer kwam, maar evengoed weken dat er bijna geen kat te zien was. Die eerste terugval was zwaar, maar nu weten we dat het in de vakanties altijd rustiger is en houden we daar rekening mee.

“Ik weet nu dat geluk niet in een dure auto of een mooi loon zit, maar in wat je graag doet”

Mensen kijken soms wel nog verbaasd op als ik vertel dat ik vroeger een woonzorgcentrum leidde, en dat ik dat alles heb opgegeven om yogalessen te geven. ‘Goed zot’, zeggen ze dan. (lacht) Maar ik weet nu dat geluk niet in een dure auto of een mooi loon zit, maar in wat je graag doet. Daarom zijn Kristof en ik al volop bezig met onze tweede grote droom: een leven onder de Spaanse zon. Over een jaar of drie, vier, als de kinderen groot genoeg zijn en de yogastudio op volle toeren draait, zijn we weg.”

Evy wilde geen kinderen en is nu plusmama van twee tieners

Evy (37): “Ik had zes jaar geleden nooit kunnen denken dat ik ’s avonds met twee tieners aan tafel zou zitten. Kinderen krijgen, was niet voor mij weggelegd, daar was ik jaren geleden al rotsvast van overtuigd. Niet dat ik niet graag kinderen zag, maar ik was te bang om hetzelfde leven te moeten leiden als mijn ouders.

Mijn zus heeft een zware handicap door zuurstoftekort bij de geboorte én een chromosomale afwijking. Daarbovenop heeft ze een zware autismespectrumstoornis: Karen praat niet, kan heel moeilijk uitdrukken wat ze nodig heeft en huilt heel vaak. Ze was nog heel jong toen duidelijk werd dat zij levenslang afhankelijk zou blijven van mijn ouders. Ze hebben altijd met veel liefde voor Karen gezorgd, maar ik zag wel hoe zwaar het voor hen was.

“Kinderen krijgen, was niet voor mij weggelegd, daar was ik jaren geleden al rotsvast van overtuigd”

De chromosomale afwijking bleek niet erfelijk, maar de angst om zelf ook een kindje te krijgen dat zoveel zorg nodig had, zat heel diep. Daarom heb ik als twintiger mijn kinderwens al opgeborgen. Beslissen dat ik nooit mama zou worden, was niet makkelijk, maar eens ik het voor mezelf had uitgemaakt, had ik er vrede mee. Ik zag er zelfs het voordeel van in. Terwijl mijn vriendinnen tussen de pampers zaten, had ik tijd om andere dingen te doen: ik ging uit, vertrok zo vaak mogelijk op reis en moest in mijn uurrooster als verpleegkundige nooit rekening houden met een gezin.

Ik vond dat leven prima, maar alles veranderde toen ik Stefaan ontmoette. Ik vond hem meteen een heel leuke en lieve man, maar… hij had twee kinderen. Dat was slikken, want hoe moest ik daarmee omgaan? Iedereen kent de verhalen van plusmama’s waarbij het niet klikt met de kinderen. Gelukkig liep het bij ons wel heel vlot: we hebben het voorzichtig aangepakt en dat werkte. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.

Vandaag zijn we zes jaar verder en ik ben zo blij dat die twee pubers in mijn leven zijn gekomen. Mikayla is het zonnetje in huis, ze doet voortdurend TikTokdansjes en houdt ervan om met ons gezelschapsspelletjes te spelen. Haar broer Milan zit meer in zijn eigen computerwereldje, maar hij is een echte charmeur, je kunt hem alles vragen.

Als vrouw die bewust gekozen had voor een leven zonder kinderen, was het even wennen om een nieuwe start te nemen als plusmama van twee, maar ik vind dat ik nu het beste van twee werelden heb. De ene week heb ik tijd voor Stefaan of voor mezelf, de andere week geniet ik van onze gezinstijd. Je mist niet wat je niet kent, maar ik ben zo blij dat die kinderen in mijn leven zijn.

“Vandaag zijn we zes jaar verder en ik ben zo blij dat die twee pubers in mijn leven zijn gekomen”

Deze zomer trekken we samen naar Duitsland… vroeger zette ik de bloemetjes buiten op reis, nu gaan we samen naar een pretpark. Mijn leven ziet er heel anders uit, maar de verantwoordelijkheid mogen dragen voor anderen doet me deugd. Ik ben zo blij dat zij er zijn, ik zou ze niet meer kunnen missen.”

Aminata vluchtte twaalf jaar geleden moederziel alleen uit Guinee en maakte van België haar tweede thuis

Aminata (44): “Als ik in Guinee was gebleven, had ik Russische roulette gespeeld. De militairen hadden er al jaren de macht en lieten dat heel duidelijk voelen. Een bende losgeslagen soldaten kon zomaar het vuur openen op straat. Elke dag dat ik naar mijn werk wandelde, of naar de supermarkt, was ik bang om te sterven. Wat als ik de foute mannen tegenkwam? Wat als ik één verkeerde beweging maakte?

Dat gevoel van continu op je hoede te moeten zijn, elke seconde van de dag te moeten vrezen voor je leven, heeft me op de vlucht gejaagd. In 2010 kwam ik na een lange tocht terecht in het opvangcentrum in Manderfeld, aan de Duitse grens. Daar stond ik dan, tussen honderden mensen die net als ik hoopten op een betere toekomst. Langs de ene kant was ik opgelucht: eindelijk was ik ontsnapt aan dat brute geweld. Maar tegelijk was het ontzettend zwaar om mijn familie, vrienden en alle herinneringen achter mij te laten.

“Dat gevoel van continu op je hoede te moeten zijn, elke seconde van de dag te moeten vrezen voor je leven, heeft me op de vlucht gejaagd”

Na enkele maanden in Manderfeld moest ik op zoek naar een eigen stek. Het zakgeld dat ik elke week kreeg in het opvangcentrum, hield ik altijd opzij. Maar wat ben je met dat geld als je geen papieren hebt? Uiteindelijk vond ik pas na anderhalf jaar een klein appartementje in Brussel. Intussen schreef ik me in voor de inburgeringscursus en de lessen Nederlands. Ik wist dat als ik iets van mijn leven wilde maken, ik ervoor moest werken. En hard.

Twee jaar later, toen ik eindelijk mijn papieren kreeg, ging ik terug naar de schoolbanken. Ik studeerde af als zorgkundige. Niet veel later vond ik een job in het woonzorgcentrum in Asse. Ik had evengoed als thuisverpleegkundige kunnen beginnen, maar in het rusthuis had ik het gevoel dat ik meer kon betekenen. Mijn mama is zelf tachtigplusser en niet meer zo goed ter been. Ik had zo graag voor haar gezorgd, zoals zij dat al die jaren voor mij heeft gedaan, maar dat ging helaas niet omdat zij in Guinee was gebleven. Dan zorg ik maar voor anderen van haar leeftijd.

“Of ik ooit terug wil naar Guinee? Misschien ooit, maar de komende jaren zeker niet”

Inmiddels ben ik al twaalf jaar in België en voel ik me hier thuis. Het bruisende Brussel heb ik verruild voor het rustigere Landen, en ik heb ook de liefde gevonden. Hij had al twee zonen, en intussen is er nog een derde bijgekomen.

Of ik ooit terug wil naar Guinee? Misschien ooit, maar de komende jaren zeker niet. Ik werk nog steeds in een rusthuis, maar dan hier in de buurt, ik heb een mooi huis en studerende kinderen. Zij zijn grootgebracht in België en dat wil ik hen niet afpakken. Ik wéét wat het is om je leven te moeten achterlaten. Nee, zolang zij hun mama nodig hebben, ga ik nergens naartoe.”

Na een dwarslaesie door een val leerde Wendy opnieuw lopen

Wendy (37): “Het was op een grauwe decemberdag in 2013 dat de spoedartsen me vertelden dat ik nooit meer zou kunnen stappen. Eerder die dag was ik, als architecte, naar een oud huis gaan kijken dat een kennis nog maar pas had gekocht. Daar, in de tuin, ben ik in een oude waterput gevallen die verstopt zat onder een verrotte vezelplaat en een berg onkruid.

“In het ziekenhuis viel dan het harde verdicht: mijn rug was gebroken en ik had een dwarslaesie”

Ik zie me nog zo wandelen door de tuin, toen de grond plots letterlijk onder mijn voeten wegzakte. Daar lag ik dan, meters onder de grond en niemand die me had gezien of wist wat er gebeurd was. Gelukkig had een buurvrouw me horen schreeuwen en belde ze onmiddellijk de hulpdiensten.

Of ik meteen wist hoe ernstig het was? Ik was vooral opgelucht dat ik de val had overleefd. Heel even dacht ik zelfs dat ik er met een openbeenbreuk vanaf ging komen. Tot ik merkte dat ik helemaal niets voelde. In het ziekenhuis viel dan het harde verdicht: mijn rug was gebroken en ik had een dwarslaesie. ‘Het spijt ons, maar je zult waarschijnlijk nooit meer kunnen lopen’, zegden de dokters me.

Ik herinner me de dag nog goed dat ik naar Pellenberg werd overgebracht voor mijn revalidatie. Ik dacht bij mezelf: waarom moet ik godsnaam revalideren, ik kan toch niks meer? Uiteindelijk besefte ik dat die revalidatie me moest klaarmaken voor een leven in een rolstoel. De eerste keer dat ik naar de kinesist moest, was zo confronterend. Ik herinner me nog dat ze zei dat ik ‘gewoon op de tafel moest gaan zitten’. Ik werd een beetje boos, want ik kon heus nog wel zitten, hoor. Niet dus… Toen de verpleegkundigen me neerzetten, viel ik gewoon om. Toen wist ik: ik ga echt alles opnieuw moeten leren.

“Zo voelt het wel: als een nieuwe kans”

Gelukkig heb ik die klik wel snel kunnen maken: ik zou dan wel niet meer kunnen lopen, maar met de rolstoel zou het ook nog wel lukken. Dat ik ooit wél nog zou kunnen lopen, had ik nooit durven hopen. En toch is het me gelukt. Na een maand of twee in Pellenberg kon ik voor het eerst mijn kleine teen bewegen en wat later zelfs mijn hele voet. Toen ik terug naar huis mocht, na een halfjaar in het revalidatiecentrum, kon ik zelfs al voorzichtig stappen. Met krukken, maar het lukte. Ook al zou ik nooit meer perfect kunnen wandelen, de hulpverleners in Pellenberg hebben er alles aan gedaan zodat ik nog iets kon maken van mijn tweede leven.

Want zo voelt het wel, als een nieuwe kans. Het had die dag veel erger kunnen aflopen. Nu, bijna tien jaar later, ben ik oprecht blij met het leven dat ik heb. Nee, ik kan niet perfect stappen, ik draag ook nog altijd een spalk, maar op momenten dat het moeilijker gaat, grijp ik naar mijn rolstoel, en dat is oké.

Het ongeval heeft me, hoe vreemd het misschien mag klinken, ook heel wat moois gebracht. Als architecte focus ik me sindsdien op inclusiviteit en ontwerp ik huizen voor slechtzienden, rolstoelers, of gezinnen die denken aan hun oude dag. Nog mooier is dat ik na mijn ongeval de liefde van mijn leven vond, Sven, op de rolstoelbasket. Hij is sinds zijn motorongeluk in 2011 verlamd tot aan z’n borst. We zijn misschien niet het doorsneegezin, en met twee dochters van twee en vijf is het leven een pak uitdagender geworden. (lacht) Maar we zijn gelukkig met ons viertjes, en dat is wat telt.”

Uit: Libelle 31/2022, tekst: Evy Kempenaers en Diny Thomas

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content