Getuigenissen
“Sinds ik noodgedwongen over mijn kleinkinderen moeder, ben ik geen verwenoma meer, maar een zorgoma”

Vorig jaar kantelde het leven van Sabine (57): een crisissituatie in het gezin van haar dochter, die alleenstaande mama is, deed haar besluiten om bij hen in te trekken. Ze zorgt er nu voor dat kleine Roy en Jade een warm en veilig nest hebben.

In de lente van vorig jaar kreeg ik op een zaterdagmiddag telefoon van mijn kleindochter Jade. Of ik snel wilde komen, want mama lag nog in bed en broertje Roy huilde en had honger. Toen ik bij hun huis aankwam, zag ik dat de rolluiken nog omlaag waren, ook al was het een stralende dag.

De keuken was een puinhoop: de tafel lag bezaaid met cornflakes, er was een brik melk omgevallen, de vloer plakte en op het aanrecht stapelde de vaat zich op. De koelkast was zo goed als leeg, hier waren duidelijk al even geen boodschappen meer gedaan.

De badkamer was vies en stonk: het vuilnisemmertje puilde uit van de vuile luiers. Toen ik kleine Roy op mijn arm nam, rook ik dat hij al lang niet meer gewassen was. ‘De pampers zijn bijna op’, zei zijn grote zus, waaruit ik kon concluderen dat zij al een paar dagen mee zorgde voor haar tweejarige broertje. Het meisje was zelf amper negen. Mijn hart brak.

Op een dag belde mijn kleindochter. Of ik snel wilde komen, want mama lag nog in bed en haar broertje had honger

Ik ging de slaapkamer van Sofie binnen en zag meteen hoe laat het was. Mijn dochter lag in bed met het donsdeken over haar hoofd, alsof ze zich wilde verschansen voor de buitenwereld. Toen ik op de rand van het bed ging zitten, haar naam zei en het dekbed even terugsloeg, keek ze me aan.

Ik las de opluchting in haar verwarde en vermoeide blik. ‘Oh mama, je bent er’, mompelde ze, waarna ze weer wegkroop onder het deken. Roy en Jade keken stilletjes toe vanuit de deuropening. Zo kon het niet verder. Daar, op dat moment, heb ik beslist dat me nog maar één ding restte: intrekken bij Sofie en haar kinderen.”

Wisselende stemmingen

“Sofie is mijn tweede kind, mijn zorgenkind. Zo rustig als haar broer als kind was, zo temperamentvol was zij. Impulsief ook, soms op het gevaarlijke af, met gevoelens die alle kanten konden uitschieten. Het ene moment wist ze met haar geluk geen blijf, het volgende moment zat ze in een hoekje te huilen of werd ze furieus, zonder dat wij begrepen waar die boze bui ineens vandaan kwam. Haar wisselende stemmingen namen nog toe in de puberteit.

Sofie is kwetsbaar en niet opgewassen tegen het leven. Zeker niet tegen een leven als alleenstaande mama van twee jonge kinderen

Ook werd toen duidelijk hoe moeilijk ze het had met vriendschappen en relaties. De ene dag was ze dol op een klasgenootje, de andere dag vond ze die niet meer leuk. Idem dito wat haar liefdesleven betreft, ze hopte van het ene vriendje naar het andere.

Op haar zeventiende belandde Sofie voor het eerst in een depressie. Ik heb toen ook gemerkt dat ze zichzelf kraste. De psychiater bij wie we terechtkwamen, dacht aan borderline, een persoonlijkheidsstoornis. Toen hij de symptomen ervan beschreef, leek hij het over Sofie te hebben. Ik wist meteen: dit is het.

Sinds dat moment heeft Sofie al veel therapieën en therapeuten uitgeprobeerd. Ze heeft ook al een viertal opnames in de psychiatrie achter de rug. Haar medicijnen neemt ze nu eens wel en dan weer niet. Professioneel is haar leven een aaneenschakeling van losse opdrachten en tijdelijke contracten – als ze al werk heeft.

Ook mannen komen en gaan. Ik ben de tel kwijt wat haar vriendjes betreft. De papa van Jade is nog tijdens de zwangerschap spoorslags verdwenen, die van Roy heeft vorig jaar finaal met haar gebroken, een paar weken voor Jade me belde met de vraag om langs te komen.”

Dag eigen leven

“Ik zorgde al regelmatig voor mijn kleinkinderen als Sofie opgenomen was of wankel stond. Maar dat was altijd tijdelijk. Kreeg Sofie weer wat meer grond onder haar voeten, dan ging ik terug naar mijn appartement en mijn eigen leven. Ik was gehecht aan mijn vrijheid. Sinds mijn scheiding woon ik weliswaar alleen, maar ik heb veel vriendinnen én een lieve vriend met wie ik een latrelatie heb.

Zo’n twee keer per week passeerde ik bij Sofie en de kinderen om te zien of alles oké was. Dat was een kleine moeite, want we wonen amper een kwartiertje van elkaar. En sinds Jade een jaar of zes is, weet ze dat ze me altijd mag bellen als er iets is. Maar af en toe binnenspringen en een oogje in het zeil houden, is nog iets anders dan definitief bij hen intrekken, zoals ik vorig jaar gedaan heb.

Als ik nu zou wegkijken, zou ik zowel mijn kleinkinderen als mijn kwetsbare dochter in de steek laten

De eerste maanden heb ik mijn appartement nog aangehouden, maar daarna heb ik mijn spullen gestockeerd en mijn flat verhuurd. Het had geen zin om mezelf een rad voor de ogen te draaien: ik was daar nodig. Als ik nu zou wegkijken, zou ik zowel mijn kleinkinderen als mijn kwetsbare dochter in de steek laten.

In het begin eisten allerlei praktische zaken me op: ik poetste het huis, deed boodschappen, maakte eten. Ik kocht kleren voor de kinderen, want ze waren overal uitgegroeid. Ik boog me over de gezinsadministratie en de achterstallige facturen.

Ik installeerde een stapelbed voor Jade en Roy, die vanaf nu een kamer zouden delen, en richtte de vroegere kamer van Jade voor mezelf in. Het moest maar even zo, ik had een plek in huis nodig waar ik me af en toe kon terugtrekken om tot rust te komen.”

Een nieuwe rol

“Jade en Roy waren vanaf dag één blij en opgelucht dat ik bij hen kwam wonen. Maar zowel de kinderen als ikzelf hebben erg moeten wennen aan mijn nieuwe rol. Vroeger was ik de oma die ze rond hun kleine vingertjes konden draaien. Misschien uit medelijden, om goed te maken dat ze in zo’n weinig benijdenswaardige positie opgroeiden.

Ze kregen regelmatig speelgoed en cadeautjes van me. Gingen we naar de speeltuin, of gewoon naar een winkel, dan hoorde daar altijd een ijsje bij. En als ik op bezoek was, kregen zij mijn onverdeelde aandacht en maakte ik tijd om samen met hen te spelen, te knutselen of pannenkoeken te bakken.

Nu is de situatie anders. Ik ben geen verwenoma meer, maar een zorg- en opvoedoma. Ik moet Roy leren om zijn speelgoed op te ruimen, zijn groenten te eten en op het potje te gaan. Ik moet erover waken dat Jade haar huiswerk maakt en onze afspraken over schermtijden naleeft. Ik ga naar oudercontacten, regel tandartsafspraken en het lidgeld van de scouts.

Ik doe mijn best om Jade en Roy niet alleen oneindig graag te zien, maar ook zo goed mogelijk op te voeden

Ik kan lang niet meer altijd meespelen als de kinderen dat vragen, omdat ik mijn handen vol heb. Als ze iets mispeuterd hebben, mag ik geen oogje meer dichtknijpen. En als ze niet willen luisteren, moet ik al eens mijn stem verheffen. Ik moet bijsturen, grenzen stellen en soms kordaat nee zeggen. Maar ik ben me bewust van mijn taak en mijn verantwoordelijkheid, en ik doe mijn best om Jade en Roy niet alleen oneindig graag te zien, maar ook zo goed mogelijk op te voeden.”

Ups & downs

“Vrienden en collega’s vragen me soms naar Sofie: hoe het nu met haar gaat, en hoe we de taken onderling verdelen. Ze weten dat ik bij mijn dochter ben gaan wonen in een crisisperiode, maar ze gaan ervan uit dat Sofie haar moederrol weer zal opnemen als ze beter is. Ik weet dan nooit zo goed wat ik kan antwoorden.

Moet ik vertellen dat Sofie nooit helemaal ‘beter’ zal zijn? Dat ze als borderliner van de ene dag op de andere opnieuw kan kapseizen? Dat ze in zo’n depressieve periode niet eens voor zichzelf kan zorgen, laat staan voor haar kinderen? Dat ze door haar onvoorspelbare gedrag en haar extreme emoties eigenlijk zelf nog een beetje een kind is? Ik wil Sofie niet afvallen: ze is mijn dochter, en ik hou van haar met heel mijn hart. Maar ik besef nu dat ik haar nooit zal kunnen loslaten, ook al is ze volwassen.

Als de kinderen zich pijn hebben gedaan of ’s nachts dorst hebben, roepen ze oma en niet mama

Sofie is labiel en kwetsbaar, niet opgewassen tegen het leven. Zeker niet tegen een leven als alleenstaande mama. Hoe ze als moeder functioneert, hangt bij haar af van hoe zij zich voelt. In goede periodes is ze echt wel een lieve en betrokken moeder, maar in slechtere periodes ligt ze zo met zichzelf in de knoop dat ze te weinig rekening houdt met haar kinderen. Zit ze heel diep, dan mag je bijna van verwaarlozing spreken.

Nadat ik bij haar was ingetrokken, heeft ze quasi onmiddellijk veel aan mij overlaten. Ze leek opgelucht dat ik het moederen grotendeels van haar overnam. Ik zeg wel degelijk ‘grotendeels’, want ze zorgt nog altijd mee voor Jade en Roy en ik blijf haar zoveel mogelijk overal bij betrekken. Ik stimuleer haar ook om regelmatig iets te ondernemen met de kinderen, los van mij.

Zo is ze onlangs met Jade naar de stad gegaan om te gaan shoppen: Jade wilde graag een hippe brede broek, en daar heeft zo’n jonge vrouw meer zicht op dan ik. Maar het initiatief ligt welaltijd bij mij: Sofie helpt mij, niet omgekeerd. Ik merk het ook aan de kinderen: als ze zich pijn hebben gedaan of ’s nachts dorst hebben, roepen ze oma en niet mama.”

Tijd voor mijn relatie

Mijn leven is enorm veranderd. Vroeger werkte ik vier dagen per week, nu nog tweeënhalf. Ik krijg het anders niet gebolwerkt. Gelukkig hebben mijn chef en collega’s op kantoor alle begrip voor mijn situatie. Dat is vooral nodig als een van de kinderen ziek is of als ik vroeger weg moet, om op tijd in de nabewaking te zijn.

Lessen overhoren, speelgoed opruimen, kinderen in bad en in bed stoppen: ik ben helemaal terug gekatapulteerd in de tijd. En ook al gaat het me nog goed af, ik voel toch dat ik sneller moe ben dan toen mijn eigen kinderen nog klein waren.

Als Jade en Roy eenmaal in bed liggen, heb ik alleszins niet meer de puf om nog veel in het huishouden te doen, laat staan om de deur uit te gaan. Los van het feit dat ik dat vermijd in periodes dat het met Sofie niet zo goed gaat. Mijn vriendinnen zie ik dan ook lang niet meer zo vaak als vroeger, en voor hobby’s heb ik nog nauwelijks tijd. Het zij zo.

Ook al gaat het moederen me nog goed af, ik voel toch dat ik sneller moe ben dan toen mijn eigen kinderen nog klein waren

Voor mijn relatie blijf ik wél bewust tijd maken. Mijn vriend vindt het jammer dat we elkaar nu minder zien, maar hij begrijpt dat ik Sofie en de kinderen niet in de steek kan laten. Hij springt in de week af en toe bij ons binnen en blijft dan mee-eten; de kinderen vinden het leuk als hij er is. We bellen elke avond met elkaar en op zondag ga ik naar hem toe. Die paar uurtjes samen zijn me heilig en geven me de energie die ik nodig heb om er weer een week tegenaan te kunnen gaan.

Soms moet ik een oppas regelen om weg te kunnen, maar daar probeer ik me niet al te schuldig over te voelen. Op die zondagavond na kunnen Jade en Roy altijd op me rekenen. Ook als hun moeder op de lappen gaat en pas twee of drie dagen later plotseling weer opduikt, zoals af en toe gebeurt. Ook als ze een paar weken opgenomen moet worden, zoals vorige zomer. Ik ben er voor hen.”

Zorgen over later

“Het is best zwaar om in deze fase van mijn leven dag in, dag uit te moederen. Maar ik doe het graag, en de kinderen zijn helemaal opengebloeid. Jade was vroeger een bang vogeltje, maar zit nu veel beter in haar vel. En Roy, die tot voor kort geen woord sprak, is een echte tateraar geworden. Kinderen hebben behoefte aan structuur en stabiliteit. Sofie kan hen dat niet bieden, ik wel. En ik vind het fijn om hen van zo dichtbij te zien opgroeien.

Als we ’s avonds aan tafel zitten, vertellen ze honderduit over school en waar ze mee bezig zijn. ‘Zo leuk dat jij altijd vraagt hoe mijn dag is geweest’, zei Jade laatst tegen me. Ik wist: dat heeft haar mama wellicht nog nooit gevraagd. Ik ben ervan overtuigd dat Sofie haar kinderen supergraag ziet. Maar omdat haar eigen gevoelens haar in de weg zitten, kan ze die liefde niet of nauwelijks tonen.

Het is zwaar, maar ik doe het graag. De kinderen zijn helemaal opengebloeid, ik geef hen warmte en liefde in overvloed

Aan de andere kant: als Jade of Roy in de zetel tegen aan haar kruipen, merk ik dat ze daarvan geniet. Soms maak ik me wel zorgen over later. Ik ben nu nog relatief gezond, maar ik word er niet jonger op. En Roy is nog maar drie jaar.

Stel dat ik ziek word, of dat ik er op een dag niet meer ben, wat dan? Ik heb daar al veel over gepiekerd en ook over gepraat met mijn zoon, de broer van Sofie. Hij heeft beloofd dat hij over zijn zus en haar kinderen zal waken als mij iets zou overkomen, dat is alvast een geruststelling.

Voor de rest moet ik het loslaten. Als het meezit, kan ik er voor Jade en Roy zijn tot ze volwassen zijn en uitvliegen. En al kan ik op mijn leeftijd niet meer alles doen wat een jonge mama kan, ik kan hen wel nog het allerbelangrijkste bieden: liefde en geborgenheid en een warm en veilig nest.

Lees ook deze artikels over moeilijke diagnoses:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes! 

Partner Content