© Getty Images

SOS familie: “Al twee jaar zien we onze kleinkinderen niet meer. Wij gaan kapot van verdriet”

Door De Redactie

In deze rubriek komen moeilijke familieproblemen aan bod waarmee onze lezeressen kampen. Elke betrokkene schetst zijn of haar verhaal, en de bemiddelaar weet raad!

Wat zegt oma Suzanne?

“Grootouders mogen hun kleinkinderen toch een beetje verwennen?”

Suzanne (62): “Wij gaan kapot van verdriet. Al twee jaar zien we onze kleinkinderen van tien en acht jaar niet meer. Wij hebben nochtans veel voor hen gezorgd. De kinderen kwamen elke woensdagnamiddag langs na school. We aten dan iets lekkers en Robert bracht hen naar hun hobby’s. ’s Avonds kwamen Bart en Lies hen halen en aten ze hier iets. De laatste woensdagavond dat de kinderen hier waren, was er een kleine discussie. Ik had voor iedereen verse chocomousse gemaakt, maar Jules mocht van zijn mama geen dessert omdat hij zijn wortelen aan de kant had geschoven. Ik had medelijden en gaf hem stiekem in de keuken zijn chocomousse. Lies kwam erachter en ik kreeg de volle laag: dat ik moest stoppen met haar gezag te ondermijnen, dat ik de kinderen verwende en dat ze dat beu was. Ik zag Bart kijken, maar hij zei geen woord. Ik heb mij nog verontschuldigd, maar ze zijn boos vertrokken. Nadien heb ik nog gebeld met onze Bart, maar hij zei dat de kinderen niet meer zouden komen. Ze hadden er genoeg van dat ik hun opvoedingsprincipes aan de kant schoof. Ik mis de kinderen, ik bedoelde het toch allemaal goed? Grootouders mogen hun kleinkinderen toch een beetje verwennen? Het ligt allemaal aan die Lies, die ons nooit heeft kunnen verdragen. Ik heb nooit begrepen wat Bart in haar zag.”

Wat zegt opa Robert?

“Het stoort me dat onze zoon geen partij kiest voor ons, hij zwijgt maar”

Robert (60): “Ik vind onze Bart en Lies ondankbaar. Na wat wij allemaal voor de kinderen hebben gedaan! Als ze ziek waren, hoefden ze maar te bellen en wij stonden klaar. Lies is altijd een apart geval geweest, het moet allemaal gaan zoals zij wil. Onze Bart heeft niks te zeggen. Ik vind dat wij baas zijn in ons eigen huis. Lies mag van mij de kinderen opvoeden zoals zij wil, maar in ons huis beslissen wij hoe het loopt. Het is ook niet dat wij iets verkeerd doen hé. De kinderen krijgen af en toe een snoepje, maar Suzanne maakt ook altijd soep die ze flink opeten, daar zitten toch ook veel groenten in? Lies maakt nogal snel van een mug een olifant. Het stoort mij vooral dat onze Bart dan geen partij kiest voor ons, hij zwijgt maar. Hij kent ons toch en weet toch dat wij het goed menen? Wat moeten onze kleinkinderen nu wel denken van ons, dat wij criminelen zijn?

We zijn dan maar naar de rechtbank gestapt. Een advocaat adviseerde ons om een procedure te starten voor de familierechtbank om zo contactrecht op te eisen. Wij willen onze kleinkinderen niet opgeven. De rechter stelde voor om samen in bemiddeling te gaan. We hebben niks te verliezen, zeker? Wij hebben altijd willen praten, maar het waren Bart en Lies die geen gesprek wensten.”

Wat zegt zoon Bart?

“Ik zit de hele tijd tussen twee vuren en kan voor niemand goed doen”

Bart (37): “Het gaat al lang niet goed tussen Lies en mijn ouders. Van bij het begin hadden ze veel kritiek op haar: ik mocht van haar te weinig, ik zag mijn vrienden niet meer, ik stopte met voetballen. Ik koos daar nochtans zelf voor. Ik zat in een andere fase van mijn leven, mijn gezin en de kinderen waren alles. Mijn ouders deden veel voor de kinderen, dat moet ik wel toegeven. En Jules en Marie zijn zot van hun opa en oma. De laatste keer dat we op bezoek waren, is Lies uit haar krammen geschoten door die chocomousse. Persoonlijk vond ik het er wat over. Mama bedoelde dat niet slecht, maar ik begrijp Lies ook wel dat Jules zijn groenten moet eten.

Ik zit de hele tijd tussen twee vuren en kan voor niemand goed doen. Hoe meer ik Lies verdedig bij mijn ouders, hoe bozer mijn ouders worden en hoe meer ik mijn ouders verdedig, hoe bozer Lies wordt. Ik heb het gevoel dat ik moet kiezen en dat kan en wil ik niet. Ik zie ze allebei graag.

De kinderen missen hun opa en oma. Ik kwam onlangs te weten dat Marie stiekem naar oma is gefietst om dag te zeggen. Ik heb maar gedaan alsof ik het niet wist. Lies zegt tegen de kinderen dat ze niet bij mijn ouders mogen langsgaan zolang zij haar niet respecteren. Jules denkt dat hij de schuld is van alles: had hij maar zijn wortelen opgegeten, dan was er niks aan de hand geweest.”

Wat zegt schoondochter Lies?

“Soms vraag ik me af met wie Bart is getrouwd. Met mij, of met zijn ouders?”

Lies (35): “Die chocomousse was voor mij de druppel! Ik kan het niet hebben dat ze in het bijzijn van mijn kinderen mij onderuithaalt. En dat was niet de eerste keer. Zo gingen we samen eens naar een speeltuin waar we iets aten in de cafetaria. De kinderen moesten van mij aan tafel blijven zitten tot iedereen gedaan had met eten. En wat zei Suzanne: ‘Ga maar spelen kindjes, het kan hier nog lang duren.’

Wat mij nog het meest stoort, is dat Bart niets zegt in het bijzijn van zijn ouders en mij totaal niet steunt. Wij hebben al jaren ruzie over zijn ouders. Van bij het begin voelde ik mij niet welkom in dat gezin. Bart is enig kind en zijn ouders blijven zich maar bemoeien met ons leven. Bij de beslissing van alle belangrijke zaken, zoals het kopen van ons huis, de renovatie van de badkamer, of de aankoop van een auto, komen ze af met een eigen mening. En voor Bart is die heel belangrijk. Soms vraag ik mij af met wie hij is getrouwd, met mij, of met zijn ouders? Nu doen zijn ouders ons ook nog een procedure aan, wat ons handenvol geld zal kosten. En hoe leg ik dat uit aan Marie en Jules? Zelfs daar denken ze niet aan. Laatst is Suzanne aan de schoolpoort gaan staan om de kinderen een knuffel te geven, al wenend. Marie en Jules kwamen helemaal overstuur thuis.”

Hoe moet het nu verder?

“Wanneer de grootouders zeggen dat Lies van een mug een olifant maakt, ontploft de bom opnieuw”

Familiaal bemiddelaar Monique Van Eyken: “Meteen toen ze de afspraak maakten, voelde ik een grote boosheid bij alle betrokkenen. Het leek mij daarom een beter idee om eerst een apart gesprek te organiseren met de grootouders enerzijds en Bart en Lies anderzijds om nadien pas met alle vier samen te zitten. Ik voelde bij iedereen al wat rust nadat dit was afgesproken.

Aan Suzanne en Robert vraag ik wat zij verwachten van de bemiddeling. Voor hen is er maar één thema: weer contact hebben met hun kleinkinderen. Robert vertelt me dat hun advocaat een positieve uitkomst voorspelde bij de rechtbank. Marie en Jules zouden op bepaalde dagen mogen langskomen omdat zij vroeger zo veel voor de kleinkinderen hebben gezorgd. Maar ze willen bemiddeling proberen om nog meer contact uit de brand te slepen.

Ik vraag Suzanne en Robert wat zo’n verplicht contact, één dat de ouders niet willen, voor de kleinkinderen zou betekenen. Daar hadden ze nog niet bij stilgestaan. Het is nu eenmaal heftig voor kinderen wanneer er een conflict is tussen mensen die zij allemaal graag zien. Als zij naar de grootouders moeten, zullen zij zich schuldig en slecht voelen tegenover hun eigen ouders. Daar schrikken Robert en Suzanne van en ze zijn het ermee eens dat het voor hen ook veel leuker zou zijn als het weer gewoon goed zou komen. Maar of dat kan met ‘die Lies’, daar twijfelen ze aan.

In het gesprek met Lies en Bart voel ik al snel onderlinge wrevel. Lies verwacht meer steun van Bart en Bart verwacht begrip van Lies voor zijn sandwichpositie. Hij wil Lies, maar ook zijn ouders, niet kwijt. Als ik hen vraag wat voor hen belangrijk is, zegt Lies: ‘Respect voor onze opvoedingsprincipes.’ Ze lijsten ook op wat voor hen cruciaal is. Zowel Bart als Lies geven aan dat de kinderen hun grootouders wel missen en dat ze liever gezamenlijke afspraken willen in plaats van deze gerechtelijke procedure.

Het gezamenlijke gesprek verloopt bijzonder vijandig. Ieder krijg de ruimte om uit te spreken wat voor hem/haar niet loopt. Er worden ook een aantal misverstanden opgehelderd. Zo zeggen de grootouders dat hun mening geen wet is en Lies kan hen laten voelen hoe moeilijk het voor haar is om de kinderen op te voeden als de grootouders principes onderuithalen. Bart wil ook geen negatieve commentaar meer op Lies. Maar wanneer de grootouders bevestigen dat zij Lies echt wel moeilijk vinden, iemand die van een mug een olifant maakt, ontploft de bom opnieuw. Lies zegt dat ze dit niet meer pikt. Ze staat recht en zegt dat de rechter dan maar moet beslissen, maar dat haar kinderen niet naar grootouders moeten die hun moeder zo behandelden. En Bart moet maar eens partij kiezen: zijn vrouw en de kinderen of zijn ouders.

De bemiddeling wordt afgerond zonder akkoord. De rechter beslist dat de kinderen één keer per maand een zaterdagnamiddag naar de grootouders gaan. Bart en Lies zijn in therapie.

Uit: Libelle 24/2020 – Tekst: Monique Van Eyken, familiaal bemiddelaar

Meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."