Uit het hart van Hannelore: “Er is zoveel om kwaad over te zijn. Maar na elke zwarte gedachte komt meestal iets moois”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (35) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Onze columniste in het kort: Hannelore Bedert is bij het grote publiek bekend als singer-songwriter, en auteur van ‘Lam’, waarmee ze de Bronzen Uil publieksprijs 2019 won.

Kwaad

Wat wil ik me vandaag graag kwaad maken. Woedend roepen dat ik het beu ben. Gooien met alles wat ik tegenkom, liefst met iets wat veel lawaai maakt tijdens het breken. Wat moet ik me inhouden om niet met mijn hoofd tegen de muur te knallen. Wat zou ik nu graag ballen aan mijn lijf hebben, om dan eens keihard te kunnen zeggen: “kust allemaal mijn kloten”.

Ik ben van nature geen kwaad persoon, laat staan agressief. Ik durf zelfs zeggen dat ik de laatste maanden optimistischer ben dan ooit. Omdat ik vooruit wil. Is het niet voor mezelf, dan wel voor de kinderen. En omdat ik het Stijn heb beloofd.

Maar vandaag zou ik ontzettend graag even niet vriendelijk zijn, eens alles kort en klein slaan, alles uit mijn lijf schreeuwen. Wat wil ik graag eens simpelweg kwaad zijn.

Kwaad op zij die klagen over het minste. Op het feit dat ik begrip heb voor hun problemen, want als een pietluttig ding je grootste zorg is, dan weet je niet beter.

Kwaad op zij die altijd maar tips en adviezen geven, hoewel ze er geen idee van hebben hoe het voelt. Op het feit dat ik hen die onwetendheid niet eens kwalijk neem, ze hebben geen idee hoeveel geluk hen werd gegund.

“Ik wil vooruit. Is het niet voor mezelf, dan wel voor de kinderen. En omdat ik het Stijn heb beloofd”

Kwaad op zij die altijd maar komen aandraven met dieettips, kledingadvies, verplichtingen en weetjes. Op het feit dat ik in mijn eentje te veel balletjes in de lucht moet weten te houden en dat daar al genoeg energie in kruipt.

Kwaad op zij die hun lief bedriegen en op zij die mij dat komen melden. Op het feit dat ik er altijd ongewild in betrokken raak en eigenlijk alleen maar wil roepen: jullie beseffen niet wat voor moois jullie op het spel zetten.

Kwaad op zij die vinden dat in de file staan het begin van hun weekend heeft verknald. Op het feit dat ik – in al mijn vriendelijkheid – het lef niet heb hen erop te wijzen dat er ergere dingen zijn in het leven.

Kwaad op zij die vragen of er al iemand anders is, want “we zijn nu toch al bijna een jaar verder”. Op het feit dat ik weet dat ze het alleen maar goed bedoelen, dat het geluk me wordt gegund.

Kwaad op zij die denken dat verdriet vanzelf verdwijnt. Op het feit dat ik nu weet dat verdriet niet overgaat, maar dat je dat pas kunt zeggen als je iets hebt meegemaakt, als je hebt geleefd.

Kwaad op zij die zeggen dat het stilaan tijd wordt te stoppen met rouwen, alsof er een tijdslimiet staat op verdriet. Kwaad op het feit dat mijn donkerste gedachten soms bestaan uit stoppen, simpelweg de stekker eruit en hopen dat de pijn niet meer voelbaar is.

Kwaad op zij die zeggen dat het dramatisch is zo te denken. Op zij die zo graag hun mening verkondigen, maar niet beseffen dat het een opluchting is het gewoon even te mógen zeggen, al meen je het niet, al zou je nooit uit het leven stappen, omwille van de kinderen en omdat er nog zoveel is om voor te leven.

Kwaad op mezelf, omdat ik heel vaak denk: was ik het maar die mocht vertrekken, was hij maar gebleven. Terwijl ik weet dat Stijn naar mij zou glimlachen en zeggen: je kunt het.

“Wat wil ik soms keihard schelden, huilen en breken. Wat wil ik soms tonen aan de buitenwereld hoe het verdriet mij in stukken scheurt”

Wat wil ik soms keihard schelden, huilen en breken. Wat wil ik soms met heel mijn lijf tonen aan de buitenwereld hoe het verdriet mij in stukken scheurt. Wat wil ik soms oneindig lang kwaad zijn.

Maar ik doe het niet. Omdat vlak na elke zwarte gedachte meestal toch weer iets moois komt, hoe klein ook. Omdat iemand me vastneemt. Omdat mijn kinderen vrolijk zijn. Omdat iemand een bericht stuurt, al is het maar om te laten weten dat er aan je wordt gedacht. Omdat een vriend voor de deur staat, iemand die geen schrik heeft van verdriet. Omdat vriendinnen je mee uit eten nemen en je enkele uren doen vergeten dat je binnenin zelf ook wat gestorven bent. Omdat aan de schoolpoort vriendelijkheid overheerst en die lichtpuntjes je dag maken. Omdat er dagen zijn zonder verdriet. Omdat er zoveel ‘samen’ is, ondanks alle eenzaamheid.

Maar heel af en toe eens kwaad zijn… Wat lucht dat godverdikke op.

Tekst: Hannelore Bedert – Foto: Ann De Wulf

Lees meer van Hannelore Bedert:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content