Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ik moest en zou het huis afwerken, het voelde alsof ik dat aan Stijn verplicht was”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Opgeruimd terras

De lente is volop in het land en ik leef op als nooit tevoren. Ondanks de coronamaatregelen, de vele restricties, het uitgebreide ‘dat mag wel en dat mag niet’-gedoe, het alsmaar meer missen van familie en vrienden, ondanks het daardoor soms te weinig kunnen delen van (nog steeds) blijvend verdriet, ondanks het feit dat zoveel ervoor zou kunnen zorgen dat ik mijn schouders laat hangen, leef ik helemaal op.

Net als vorig jaar is de tuin de extra leefruimte van ons huis geworden. Ik herinner me hoe ik vroeger ietwat smalend tegen Stijn zei dat het grappig was hoe hij ineens van de winterse binnenzitter in de jolige tuinman veranderde, zodra het woord ‘lente’ viel. En zie mij hier nu bezig. Elk vrij moment zit ik in de tuin, verpot, plant aan, kuis op, spit, snoei en breng alles in gereedheid om straks weer bloembollen in de grond te steken. Ik maak het terras schoon om weer een zomer in de hangmat te liggen. Anderen houden lenteschoonmaak in huis, ik trek naar de tuin. En wat me nog het meest opvalt: ik besef dat ik er écht van geniet, dat het mij rust geeft. En dát had ik nooit zien aankomen.

Op het terras hebben zich de laatste tijd echter allerhande dingen opgestapeld die ooit eens naar het containerpark moeten. Een klein hoopje werd een gigantische stapel. Door het aanhoudende verbouwen, het afwerken van verschillende kamers in huis, werd de berg alleen maar groter. Afvoerbuizen, stukken plastic, ijzer, kapot speelgoed, bij alles dacht ik: ik leg het op de stapel en ooit – op een heel zotte dag – ga ik eens naar het containerpark. Niet dat ik schrik heb van het containerpark, maar het lijkt me altijd zo’n tijdverspilling. Zoiets wat moet en waar je tegenop ziet. Bovendien: er zat nergens iets tussen dat kon beschimmelen of een geur zou veroorzaken, dus liet ik de berg rustig liggen. Maar hij werd groter, want ik wist van geen ophouden de afgelopen twee jaar. Ik moest en zou het huis afwerken, het voelde alsof ik dat aan Stijn verplicht was. En aan de kinderen. En heel misschien ook aan mezelf.

“Altijd sloeg hij de deuren van de camionette met een grijns dicht, klapte in zijn handen en vertrok vrolijk naar het containerpark. Om daarna met een pintje in de tuin te gaan zitten kijken naar de leegte op het terras”

Ik merkte dat ik de berg alsmaar meer negeerde wanneer ik ’s ochtends naar mijn schrijfcontainer achter in de tuin liep. Als je iets lang genoeg negeert, dan zie je het op de duur niet meer. Maar nu schijnt de zon, zitten we vaker op het terras en de berg afval valt niet meer te negeren. Meer zelfs: ik begin er me – als bij wonder – ferm aan te storen.

Vroeger ging Stijn naar het containerpark. Op dat vlak was onze rolverdeling heel cliché. Hij zette sowieso altijd de vuilniszakken buiten en ging naar het containerpark. Tijdens onze verbouwingen werd onze toenmalige camionette heel vaak tot de nok gevuld om plaats te maken op de werf. Ik verdacht Stijn er zelfs van het stiekem leuk te vinden, die uitstap naar het containerpark. Altijd sloeg hij de deuren van de camionette met een grijns dicht, klapte in zijn handen en vertrok vrolijk, om daarna met de glimlach terug thuis te komen en met een pintje in de tuin te gaan zitten kijken naar de leegte op het terras. Ik vond het meestal maar raar, maar gunde hem zijn plezier, al begreep ik er niet veel van.

Vandaag sta ik – na een lange dag tuinieren – met Hoppe naar de berg te staren. “Veel, hé”, zegt Hoppe. Ik knik en hoor mezelf zeggen: “Als we nu eens alles in de auto steken… En zodra het lukt, rijden we naar het containerpark.” Hoppe lacht, zegt dat hij graag wil helpen. We leggen de autozetels plat en beginnen alles van het terras systematisch naar de auto te verhuizen. 

Tevreden sta ik daarna naar het lege, opgeruimde terras te kijken. Misschien was dát het wel waar Stijn zo van genoot: het feit dat er ineens weer ruimte was, plaats voor iets anders. Of gewoon: leegte. Een afgesloten hoofdstuk. Rust in je hoofd.

Nu nog met die volle auto in het containerpark raken. Maar er is hoop, want een volle, vuile auto valt alvast minder te negeren dan een berg op het terras. 

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!